Social distancing Dag 18

Op woensdag 4 maart 2020 besluit ik voor mezelf in sociale, of liever gezegd fysieke, onthouding te gaan. Er zijn op dat moment 38 besmettingen met het coronavirus vastgesteld in Nederland. In mijn onderbuik rinkelen er dan al vier dagen lang doordringende alarmbelletjes. Ik maan ze tot nuchterheid en logica. Maar als op een gegeven moment hun geluid mijn innerlijke stream of consciousness dreigt te overstemmen, hak ik de knoop door. Hoezeer ik mijn medemens ook liefheb, de komende tijd komt er niemand mijn huisje meer binnen. Ook buitenshuis zal ik even niemand meer ontmoeten. Voor een sociaal beestje als ik voelt dat alsof ik mijn poot eraf ga knagen, omdat ik in een klem gelopen ben en een afschuwelijke keuze moet maken.

Ik bel als eerste mijn bovenste beste kapper af. Over drie maanden ben ik gewoon de eerste die weer met een retro hippiekapsel rondbanjert. Daarna volgt de voor mijn lijf broodnodige fysiotherapeut. Sorry, ik probeer zelf een oefenprogrammaatje in elkaar te knutselen. Dan mijn trouwe, gouden hulp. Stof is hinderlijk, maar niet levensbedreigend. Ik schrijf mailtjes en appjes naar verschillende mensen om ze te doordringen van mijn ernst in deze. Zodat er niet opeens iemand vrolijk voor mijn deur staat te zwaaien en zich voor zal doen als de befaamde “uitzondering op de regel”. Niks van dat al. Isolatie is isolatie. 

Tot vandaag voelde ik geen enkele behoefte om publiekelijk ook maar één woord te wijden aan mijn keuze voor deze zelfgekozen quarantaine. Evenmin over het virus dat ons momenteel zo in de ban weet te houden. Waarom zou ik?  We worden al meer dan genoeg overspoeld met lieden die ervan overtuigd zijn er allemaal iets over te moeten mededelen. Opdat zij zelf maar voldoende in de schijnwerpers komen te staan met hun betweterige praatjes. 

Op dag 18 meen ik een verandering in mezelf te bespeuren. De onophoudelijke stroom aan schokkende beelden, persoonlijk drama en confronterende statistieken lijkt voor veel mensen niet voldoende. De zon schijnt uitbundig en zij kiezen er simpelweg voor om datgene wat ze onder normale omstandigheden ook zouden: een dagje strand of bos. Niks anderhalve meter afstand, gewoon aanschuiven in de rij voor de viskraam en vooral geen muizenissen in het hoofd nu. Vanavond bij het 8 uur journaal leven ze en masse weer even pseudo-empatisch mee met alle zorgverleners die zich helemaal te pletter werken en dan hebben ze aan hun burgerplicht weer wel voldaan. Denken ze. Domme, domme mensen.

Dit virus wuiven wij niet effe weg met een achteloos handgebaar. Dit virus eist van ruim 18 miljoen mensen dat ze nadenken over hun aandeel aan het veilig stellen van onze samenleving. Dat we inzien dat we als mensheid worden teruggefloten, dat er zoveel meer is dan stoffelijke materie, dat onze ratrace naar méér doelloos en bovenal volslagen onnozel is. Dat we, ondanks onze superieure status binnen het universum, gegijzeld worden door een beestje dat kleiner is dan een duizendste millimeter. Het gros van de mensen lijkt zich binnen zijn eigen individualistische bubbel te blijven bewegen. Lekker gemakkelijk. “Wij zijn de onoverwinnelijken”. Ik zie de foto’s voorbij schuiven op mijn schermpje, terwijl ik mijn zoveelste kopje thee van deze dag inschenk.

Op woensdag 4 maart 2020 besloot ik voor mezelf in sociale, of liever gezegd fysieke, onthouding te gaan. Niet alleen omdat ik vanwege een auto-immuunziekte tot de kwetsbare groep behoor, maar toch vooral omdat ik toen nog dacht dat we deze gigantische klus met een gezonde dosis solidariteit en lotsverbondenheid zouden kunnen klaren. Met elkaar. Samen heet dat. Sinds het zien van al die vrolijke mensenmassa’s die doen alsof er niets aan de hand is, twijfel ik daar ernstig aan. 

Wees niet bevreesd, ik ga jullie niet moraliserend toespreken. Het enige wat ik jullie wil vragen is om na te denken over het volgende. Virussen houden van mensen. Wij zijn hun houvast. Door ons weten ze te overleven. Zonder ons zijn ze nergens en kunnen ze zich niet verspreiden. Wij, mensen, staan hiërarchisch gezien één niveau hoger in de keten van leven dan de dieren. Zullen wij dan die onderontwikkelde, onbeduidende, doofstomme, dood en verderf zaaiende beestjes eens laten zien dat wij, nog veel meer dan zij, ook van mensen houden, maar dat we anno 2020 elkaar dat uitstekend kenbaar kunnen maken op meer dan anderhalve meter afstand? Zullen we dat doen? Ja? Afgesproken! Ik dank jullie.

print

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Login with Facebook

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.