Tropische verrassing

Van oververhitting is geen sprake in huize Eetplezier. Met gesloten luiken en een miniem activiteitenprogramma is het best te doen. Vanzelfsprekend leef ik mee met alle mensen die onder deze tropische verrassing zwaar lichamelijk werk hebben te doen; alle andere personen met redelijk normale functies moeten niet zeuren. Blootshoofds, gezeten op een niet vooruit te branden kameel, in de eindeloze zandduinen van Timboektoe, dan heb je recht van spreken. Nu niet, geen flauwekul, het gras is nog groen, de bomen dragen nog bladeren en wij mensen zijn in het gelukkige bezit van airco’s, ventilatoren, climat controls en meer van dat soort commerciële ongein. Kom daar maar eens om in de binnenlanden van Zimbabwe.

En hoe het met mijn daadwerkelijke eetplezier gesteld is? Ook niets te klagen. Geen boerenkool op het menu, dat moge duidelijk zijn, maar een fijne bak malse kropsla met gebakken aardappeltjes en een gekookt eitje gaat er altijd nog prima in. De riz nicoise trouwens ook. En niet te vergeten de bij elk hitteplan onmisbare salade van watermeloen met feta. Oké, je moet een beetje durven afwijken van je conventionele eetpatroon, maar daarmee overleef je dan ook de meest pittige hitte-veldslag.

Tropische verrassing versus voldoende drinken

Voldoende drinken is een heel ander verhaal. Dat doe ik niet. Ik drink wel. Een beetje. Het houdt op na een half glas. Water welteverstaan. Ik kan er maar niet aan wennen, zo’n slok die he-le-maal nergens naar smaakt, rustig van boven naar beneden laten glijden. Om over al die iso-, sport,- en energiedrankjes maar te zwijgen. Stuk voor stuk lijken ze op dubieuze mengsels tussen uilenzeik en heksenkots. Lamaar, ik drink mijn eigen theetje wel. ’s Morgens, ’s middags en tijdens het achtuurjournaal nog een kopje. Dat is het wel, veel te weinig dus. En dat is uitermate slecht voor de gezondheid, zeggen de jongens en meisjes van het RIVM. Dat is de organisatie die destijds zo’n prima oplossing bedacht hadden voor de Mexicaanse griep. Die ja. Ik geloof dat ik ze maar een beetje laat zwammen.

Hoewel we er wel bedacht op dienen te zijn dat on-Nederlandse hitte met name bij onze oudere en kwetsbare medemens een behoorlijke aanslag pleegt op hun algehele gesteldheid. Laten we daar met z’n allen vooral een beetje alert op zijn. Die eenzame buurvrouw woont vaak zó akelig dichtbij. Gelukkig ligt Nederland op het noordelijk halfrond en is extreme warmte altijd maar van korte duur.

Zodra Piet Paulusma over “hier en daar een buitje” begint, halen we opgelucht adem. Want daar zijn we met z’n allen toch het meest aan gewend geraakt: Hollandse wolkenluchten, een kletsnatte kruin als er een onverwachts wolkje over trekt en een gematigde temperatuur waarbij je ongestoord je ding kunt doen. Zo zijn wij. Want alleen op die manier kunnen we ten minste zonder scrupules blijven verlangen naar die geldverslindende vakantie op dat zinderende Bounty-eiland. Alwaar wij ons helemaal te pletter zweten, maar waarover wij bij thuiskomst geen onvertogen woord zullen laten vallen, als de achterblijvers bezorgd vragen hoe we het gehad hebben. Te warm? Hoe komen ze erbij? Dat is toch juist heerlijk?

print

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Login with Facebook

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.