Inkijkje in mijn wonderlijke woordenschatkist

30 09 2021 | Ratjetoe | 0 Reacties

Vandaag is de hoogste tijd dat ik jullie eens ga vertellen over de taal die ik bij tijd en wijle uitkraam. Nee, niet schrikken, ik bezig geen ruige woorden en ook scheldkanonnades werp ik verre van me, maar enige uitleg betreffende mijn huiselijk gebruikte woordenschat kan wellicht voor wat hilariteit zorgen.

Het zit zo: ik ben gevlucht (overdrijf ik nu niet een beetje, was ik niet gewoon toe aan wat zelfstandigheid?) vanachter de Maria-beeldjes en andere devote prullaria om mij vervolgens te vestigen in de vette, zompige Zeeuwse klei. Helemaal prima: altijd een frisse zeewind om de oortjes en in de zomer genieten van het zilt-blauwe water dat zo’n beetje door mijn achtertuin stroomt. Langzaamaan ben ik gewend geraakt aan de taal die hier gesproken wordt..

Kiek, kiek, een kacheltje op d’n diek. Het waren zo’n beetje de eerste woorden die ik van mijn nieuwe buurman moest vertalen, toen ik eenmaal voet op Zeeuwse grond zette. Natuurlijk verstond ik alleen het woord “diek”. Zover was ik intussen wel gekomen in mijn snelcursus Brabants-Zeeuws. Alle woorden met een lange ij werden in Zeeland uitgesproken als ie. Dijk werd diek. Konijn werd kenien. Vele jaren later kwam ik er pas achter dat een kacheltje een veulentje betekende en een haasje op een wondje echt niet betekende dat je eerst met een jachtgeweer op pad moest.

Zeeuwse taele

Of zoals de autochtone bevolking hier zelf zegt: de Zeeuwse taele is de mooiste taele van ollemaele. En hoewel daarover te twisten valt, ben ik ondertussen volstrekt gewend geraakt om “kiek noe” te roepen als ik er zich iets bezienswaardigs voordoet. Ook woorden als juun (uien) en hosternokke (potverdorie) vloeien moeiteloos mijn mond uit, maar daar houdt het wel een eind op. Mijn Brabantse roots weigeren halsstarrig nog meer concessies te doen. Brabants is en blijft mijn moederstaal. Een (telefoon)gesprek wordt nog altijd afgesloten met houdoe, een meisje blijft een mèske en als G mij durft te vragen wanneer iets klaar is, pareer ik dat nog al te vaak met het woord bekant (zo dadelijk). 

Ik ben een – zogenoemd – talig mens. Laat mij vooral geen ingewikkelde rekensommen doen, aangezien ik vlotjes een paar nulletjes op de verkeerde plaats zet. Zelfs voor redelijk eenvoudige optelsommetjes heb ik een zakjapanner nodig. Taal daarentegen is helemaal mijn ding, om Paulien Cornelisse maar eens te citeren. Wekelijks verorber ik enkele boeken en er is elke dag wel een woord dat mijn aandacht trekt. Dan zoek ik het op of probeer ik het in te passen in mijn dagelijks taalgebruik. Mijn laatst opgezochte woord? Extraparlementair. Veel gehoord de laatste dagen, zowel op tv als radio. Maar of ik nu werkelijk de exacte betekent wist? Nee. Vanaf nu ook weer helder: “als de fracties nauwelijks of niet bij de formatie betrokken en zij zich ook niet aan een regeerakkoord gebonden hebben, dan spreken we van een extraparlementair kabinet”. Ofwel, hoe meer je weet, hoe minder je ervan snapt. 

Wonderlijke woordenschatkist

Naast al die Brabants/Zeeuwse invloeden heb ik van mezelf uit echter nóg een idiote afwijking en dat is normale woorden verhaspelen tot een soort persoonlijk idioom. Niemand verstaat het, behalve ik.  Ik noem er een paar. Verbaas u niet, verwonder u slechts. Een pompoen heet bij mij een pomponio. Als ik het over witlof heb, spreek ik het steevast uit zoals onze Vlaamse zuiderbuurtjes dat doen: wietloof. Hetzelfde lot is de sinaasappel beschoren, deze citrusvrucht heet een appelsien voor mij. Een mandarijntje is een marijn en van een meloen maak ik melonia. In mijn woord voor chocoladevla klinken mijn Brabantse roots dan weer door: sukkelaajevlaai. Daarentegen vloeit er moeiteloos het Duitse brotchen (breutgjen) uit mijn mond als ik een broodje bedoel. Asperges heten mijn hele leven al spaais (huh?) en violen betitel ik als fieteljolen. Zo kan ik nog wel even doorgaan. Als u het nog snapt? Zelf ben ik het spoor in mezelf inmiddels behoorlijk bijster geraakt.

Vergeetwoorden

Voorts heb ik een zwak voor “vergeetwoorden”. In zijn radio-rubriek “Taalstaat” schenkt de immer welbespraakte Frits Spits aandacht aan deze in vergetelheid geraakte woorden. Mijn persoonlijke woordenschatkist bevat veel van dit soort vergeetwoorden en ik weef ze graag door mijn dagdagelijkse taalgebruik: keuvelen, peuzelen, fröbelen, deugniet, snode plannen, verpozen, frivool, kuieren, mijmeren, olijke, versnapering, lover. Jawel, een soort van archaïsche taal, maar tegelijkertijd ook met een zo’n hoog sprookjesboekengehalte, dat ik me tijdens het uitspreken ervan direct als Alice in Wonderland voel. Inclusief het witte konijn. Uhhh, sorry, knien. Ik vind het heerlijk om af en toe het zorgeloze kind in me te voelen opborrelen. Veilig achterop, bij vader op de fiets, vader weet de weg en ik weet nog van niets, aldus Paul van Vliet. Zeg eens eerlijk: wie vind het niet weldadig om zich soms te onttrekken aan de grauwe realiteit van alledag om vervolgens weg te zinken in de warmte van een troostrijk fantasialand?

Tot slot een (oud) versje van me, om aan te tonen dat elk woord, zelfs wanneer ze volledig aan je verbeelding is ontsproten, een bepaalde emotie in zich draagt. Wie voelt niet de gemoedsgesteldheid van de schrijver (moi) in dit gedicht? De twijfelende overpeinzing, de weerspannige berusting en tegelijkertijd de zelfverzekerdheid van de liefde die altijd overwint?

Toverhazelaar

Geloof me, dit wordt een kwestie
van rinkelbuiken of spijkerdansen.

Of jij een repelstaak in je armen houdt of
een vlinderwolk uit je ogen laat vallen
het zal mij een dompelhoofd wezen.

Zoveel waterklanken houden het midden
tussen lippenlak en sterrenzee.

Nooit meer zal het flinterboek zich voeden
met letterstronken en zinnevelden, tenzij
jouw zachte tinkeldans de enige, echte
– ik zeg: de enige, echte –
vuurtjesdoos heropent.

Dan zal ik een huppelspoor tekenen
en mijn woordenzee voor eeuwig laten golven

voor jou.

© Nell Nijssen (21-11-2015)

 

print

Nell

Hoi, welkom op Eetplezier & Meer. Ik ben Nell, geboren in Brabant en inmiddels al meer dan 40 jaar wonend in het prachtige Zeeland.

Liefhebber van bijna alles wat eetbaar is. Altijd op zoek naar nieuwe smaken. Verzamelaar van veel te veel servies. Ik word vrolijk van zon en warmte, ongerepte natuur en vooral van mensen met humor.

Ik ben benieuwd wat je denkt!

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.