Crêpes Suzette dag 29 Social Distancing

Een gewone vrijdag, met lakens verschonen, stofzuigen en zo nog wat meer huiselijke bedrijvigheid. Met dit verschil dat het stil is in mijn straat, doodstil. Passeren er normaliter ten minste 50 auto’s per uur ons honk, nu tel ik er amper 10 per dag. Heel vaak zijn dat dan ook nog bestelbusjes, met felgekleurde bedrijfslogo’s die uitnodigen om vooral die uitdrukkelijk vermelde firmanaam ergens tussen de grijze hersencellen op te slaan. Voor het geval dat. Bijvoorbeeld wanneer je je huis een stukje wil vergroten, je huidige vloer broodnodig vervangen dient te worden, zonnepanelen geplaatst moeten worden of je tuin een grondige opknapbeurt kan gebruiken. 

Er blijken mensen te zijn die zich met een zekere mate van wellust in bovengenoemde kluswerkzaamheden storten. Ofwel deze “lege” tijd opvullen met het wegwerken van achterstallig onderhoud. Ik niet. En G. ook niet. Wij mijden klusjes als bange wezels die een vos in een tekenfilm menen te herkennen. Zo erg is het gesteld met ons. Echt waar. Wat niet weg neemt dat alles keurig proper en netjes is in huize Eetplezier. Hier en daar zijn sommige elementen een beetje gedateerd, maar daar valt heel goed mee te leven.

Zolang de voorraadkast gevuld blijft en we voldoende aanvoerlijnen blijven houden, is er weinig aan de hand. Waar ik wel voor vrees, is het defect raken van enig noodzakelijk onderdeel in huis, waarna zo’n blauw geketelpakt reparatiemannetje het huis zou moeten betreden, teneinde het mankement te herstellen. Onder normale omstandigheden ben ik al niet gecharmeerd van dit soort lieden, laat staan onder de huidige omstandigheden. 

Enfin, zover is het gelukkig nog niet gekomen. Manlief en ik sudderen nog even voort in onze sociale isolatie. Al het servies staat nog ongeschonden in de kast en we zijn nog steeds on speaking terms. Vanwege de overvloed aan tijd, glijden mijn gedachten momenteel nogal eens terug naar mijn kinderjaren. Ons kleine gezin  – pap, mam, ik – wonend aan de rand van een kleine stad in het westen van Brabant. Beelden van mam, zwaaiend met haar stofdoek of druk doende met de was, die altijd kraakhelder moest zijn.

Beelden van pap die, balancerend op zijn zwaarbeladen fiets, onze straat uitrijdt. Zijn fietstassen tot aan de nok gevuld met een groot assortiment aan weekbladen: zijn bijbaantje. Ik weet niet anders dan dat hij, naast zijn normale baan als hoofdconducteur bij de NS, op alle overige uren bezorger was van bladen als Eva en Televizier. Door dat kleine beetje meer geld, kon ons gezin zich iets extra’s permitteren. Een Dafje bijvoorbeeld. Of iets lekkers van de slager of de bakker op zaterdag.

Omdat pap in zijn jonge jaren was opgeleid tot kok/banketbakker, bracht hij veel uren fluitend door in ons kleine keukentje. Was mam op doordeweekse dagen de kokkin in huis, op feest- of andere speciale dagen was het pap die druk in de weer was om de meest smakelijke maaltijden of heerlijke hapjes te bereiden. Culinaire hoogstandjes waar mijn toenmalige vriendinnetjes het bestaan niet eens van kenden.

Eerlijk gezegd ben ik als kind behoorlijk verwend! Heldere ossenstaartsoep met madera en kervel, garnalencocktail met zelfgemaakte whiskysaus, zalvend mokka-crèmegebak of een pittige Indische rijsttafel. En opeens komen daar ook de crêpes suzette mijn herinnering binnenwandelen, de beroemde flensjes in een filmende sinaasappelsaus!! Waarom ik deze crêpes suzette nog nooit zelf gemaakt hebt, is me even niet helemaal duidelijk, maar nu is het de geschikte tijd ervoor! Ik merk het aan de Pavlov-reactie die zich in mij voltrekt. Iets met water in de mond. Het werd smullen in het kwadraat.

Crêpes Suzette

Ingrediënten:
75 gr bloem (tarwe of spelt)
mespunt zout
200 gr melk
1 ei
25 gr roomboter, gesmolten
40 gr suiker
10 gr vanillesuiker

voor de saus:
300 gr sinaasappelsap
40 gr citroensap
rasp van 1 sinaasappel
100 gr suiker

Bereidingswijze:
Meng de ingrediënten tot een glad beslag. Laat het beslag een uurtje rijpen.

Verhit een koekenpan van 20 cm diameter en smelt hierin een beetje boter of olie.

Giet een heel dun laagje in de koekenpan en draai de pand rond zodat het beslag de bodem egaal bedekt.

Bak de flensjes op halfhoog vuur tot de bovenkant droog is.
Keer ze om en bak ook de andere kant bruin.

Verwarm voor de saus het sinaasappelsap + rasp, citroensap en suiker in een pannetje.
Kook dit even door en roer er dan de boter in stukjes doorheen.

Vouw de flensjes in vieren en leg deze in de saus. 

En voor de diehards onder ons: verwarm in een soeplepel wat Grand Marnier, giet dit over de flensjes en steek aan. Voorzichtigheid geboden met dit flamberen van gerechten. Afzuigkap uit!! 

Bron recept: De Banketbakker – Cees Holtkamp
Bron foto: leitesculinaria.com

print

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Login with Facebook

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.