Als een blij ei huppelend de week door

27 10 2021 | Ratjetoe | 2 reacties

Soms zit het tegen en soms zit het mee. Heel veel méé. Alsof iemand handenvol kleine geluksmomentjes aan het rondstrooien is. Afgelopen week had ik, na een lange tijd van droeftoeterij, een reeks dagen die ik wist te plukken met verborgen klavertjes vier tussen het hoge groene gras.

Op maandag was ik op een zeer onhandige wijze bezig met het snijden van dikke wortelen. Vanuit een intuïtieve houding spreek ik mezelf op zulke  momenten behoorlijk streng toe: dóórgaan, Nell, vooral dóórgaan. Met een dikke R, een beetje zoals Barrie Stevens in vroeger tijden aanstormende zangtalenten dacht te stimuleren. Na honderd maal dit gehoord te hebben, geloofde niemand meer in deze statement. Het loopt toch altijd anders. Mij overkwam hetzelfde na de vijfde wortel: rommelend in ons nederige ehbo-opbergkistje, komt G aanhollen. Hij overziet mijn bloederige vinger en predikt plechtig de wijze woorden: alleen met botte messen snijd je je in je vingers. Vervolgens pakt hij het aanzetstaal en haalt dit een tiental keren soepel langs het verwenste mes. Daarna snijd ik de resterende wortelen als waren het blokjes boter. Happy me!

Dinsdag belt de – inmiddels zeer vertrouwde –  postbode aan. Met een zwaar Brabants accent overhandigt hij het kleine pakje. “Asteblieft”. Ha, ik weet al wat erin zit, omdat ik het zelf besteld heb. Ter vervanging van mijn flodderige portemonnee (die nooit geld vasthoudt volgens G.) heb ik mezelf een Secrid mini wallet kado gedaan. Zes pasjes in één handomdraai voor de pak, wat een luxe! Tevreden stop ik al mijn kaartjes op hun veilige plekje. Ha, in het vervolg nooit meer pasjes die overal naar toe vliegen, nooit meer zoeken naar dat ene pasje, voortaan pak ik in één oogopslag nu het juiste kaartje uit mijn handige wallet. 

Dan zijn er midden in de week die aardige mensen aan de andere kant van de telefoon die me meer dan hulpvaardig te woord staan. Ik heb een klein technisch probleempje, waar ik assistentie bij nodig heb. Met een zekere mismoedigheid tik ik het telefoonnummer in, me realiserend dat het empatische vermogen van de meeste help-deskers niet zo erg hoog ligt. Maar jee, what a surprise! Ik word direct bestormd met vragen van allerhande aard, die me het gevoel geven dat er wezenlijk aandacht voor mijn probleem is. Voelt als een warm bad, eindelijk die echt luistert naar wat ik te vertellen heb. Happy me again!

Op donderdag vind ik onaangekondigd een grote zak snoeptomaatjes bij mijn voordeur. Het is niet de eerste keer. Ik weet inmiddels wie de gulle gever is en ben ook nu weer oprecht verheugd met zoveel lekkers. Intussen weet ik namelijk ook dat dit geen doorsnee supermarkt-tomaatjes zonder smaak zijn, maar heerlijk zoete dieprode bolletjes met een intense smaak. Meestal maak ik er saus van, om die vervolgens in kleine porties in de vriezer te bewaren, maar deze batch gebruik ik om – in gedeelten – te roosteren in de oven en vervolgens als bijgerecht te eten tijdens de avondmaaltijd. Heerlijk bij een bordje pasta. Op de middagboterham is dit trouwens ook niet te versmaden! Ik spreek uit ruime ervaring.

Op het eind van de week mag ik mij melden bij het plaatselijke ziekenhuis. Mijn specialist wil een paar buisjes bloed om wat analyses op uit te voeren. Omdat ik moeilijk geprikt kan worden, kies ik altijd voor het interne lab van een ziekenhuis, wetend dat er eventueel uitgeweken kan worden naar een anesthesioloog. Gelukkig heeft het zover nog nooit hoeven komen. Het riedeltje dat ik af moet draaien zodra een laborant mijn elleboogplooi inspecteert, ken ik inmiddels uit mijn hoofd: vlindernaaldje gebruiken, geen vacuum, stuwband niet te strak, ondiep prikken en vooral geen millimeter bewegen als de naald eenmaal goed zit. De eerste dame glimlacht heimelijk als ik mijn melodietje aanhef, maar kiest uiteindelijk toch voor het inschakelen van een collega. 

Beide dames hangen nu als gebiologeerd over me heen gebogen, terwijl ze een pom-pom-pom-walsje trommelen op de ader in mijn elleboog. “Mooi vat”, spreken ze me bemoedigend toe. Desondanks bespeur ik enige onzekerheid om de klus aan te vangen. Vanuit het niets hoor ik ze roepen naar nóg een collega. Toe maar, met z’n vieren in een hokje van 2 x 2 meter, het COVID-virus zal zich in zijn handjes wrijven, stel ik me zo voor. Het is Luuk, zo lees ik op z’n badge, die de prikbrigade komt versterken. Met zijn kraaloogjes loerend vanachter een stalen, rond brilletje, ziet hij er betrouwbaar uit. In gedachten noem ik hem “senior”-medewerker. Iemand die alles al wel ten minste 1 x keer meegemaakt heeft in zijn werkzame leven. En jawel, zonder aarzeling drijft hij het ieniemienie naaldje mijn ader binnen. Onmiddellijk begint mijn bloed te stromen. “Top”, zeg ik en steek mijn linkerduim op. Alweer een dag met een positief hoogtepunt, het kan niet op deze week.

Op zaterdag lijkt het opeens wel zomer en besluit ik naar de waterkant te rijden om aldaar te verpozen. G. en ik houden van over het water kijken. Er is altijd wel iets te zien wat de moeite waard is. Water is vanuit onze woonplaats altijd dichtbij. Oosterschelde, Westerschelde, Veerse meer, we zijn er nooit verder dan 12 kilometer vandaan. Dit keer kiezen we voor een beschut plekje aan het Veerse Meer. Vol van kneuterige voorpret haal ik mijn nieuwe Chilly’s bottle tevoorschijn, vul hem met kokend water, gooi theezakjes, instant-espresso, een glas, een kopje, koekjes en snoepjes in een tas. Perfect! Ik heb in een wip mijn eigen horeca-gelegenheid gecreëerd. Want hoewel we beiden tweemaal gevaccineerd zijn, houden we ons nog liever verre van dicht opeen gepakte mensenmassa’s. Op zulke momenten komt zo’n nieuwerwets thermosflesje weer in beeld, want een mens dient natuurlijk wel goed gehydrateerd te blijven terwijl hij zit te genieten. Ter plekke hebben we 3 ha grasveld voor ons alleen. De toeristen zijn vertrokken en ook de autochtone Zeeuwse bevolking lijkt andere bezigheden te hebben op deze zonnige najaarsdag. 

Zondag lijkt het echter voorgoed gedaan met die mooie Indian summer. Zwiepende takken aan de bomen en grijze, dreigende luchten en kletsnatte wegen domineren het straatbeeld. Tijd om het binnen knus en warm te maken. Opgetogen als een klein kind vlij ik twee waxinelichtjes in mijn recent aangeschafte whisky-tumblers. Huh, wat zegt ze nou? Jawel, ik was op zoek naar gegraveerde glazen sfeerlichtjes, maar kon nergens iets naar mijn zin vinden. Niet getreurd, deze robuuste glazen voor whisky voldeden exact aan mijn verwachtingen. Precies de juiste maat met een kunstige mozaïekgravering aan de buitenkant. Prachtig, ik word er spontaan een blij ei van. En kijk ze eens staan shinen! Van welke simpele alledaagse dingen kun jij blij worden?

print

Vond je dit leuk om te lezen?

Op Eetplezier & Meer vind je nog veel meer van dit soort artikelen voel je vrij om rond te kijken op mijn blog vol recepten en persoonlijke verhalen.

Liefhebber van bijna alles wat eetbaar is. Altijd op zoek naar nieuwe smaken. Verzamelaar van veel te veel servies. Ik word vrolijk van zon en warmte, ongerepte natuur en vooral van mensen met humor.

Ik ben benieuwd wat je denkt!

2 Reacties

  1. Peter van Tol

    Genieten is een levenskunst. Juist oog hebben voor de ‘kleine’ geluksmomenten’ is een vaardigheid die je moet ontwikkelen of hopelijk van nature bezit! Dat maakt het leven aangenamer. Groot, groter, grootst is niet de norm

    Antwoord
    • nellnijssen

      Nee, voor mij hoeft het allemaal niet “groter” of “meer”. De dag zonder kleerscheuren doorkomen met hier en daar een lichtpuntje (vrij naar Hugo Claus) is voor mij meer dan voldoende.

      Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.