Fruitspread of jam wat is het verschil?

Tijdens mijn wekelijkse boodschappenrondje ontwaar ik een product in de schappen, dat schreeuwt om aandacht. Fruitspread! Mijn alter ego, vermomd als gezondheidsfreak die mij regelmatig op het rechte pad houdt met zaken als teveel zout, suiker en vet, roept op dat moment dringend om focus en aandacht. Past dit fruitsmeerseltje binnen het dagelijkse eetpatroon van vrouwtje Eetplezier? En wat is precies het verschil tussen fruitspread of jam? Ik ga op onderzoek uit.

Jam eten we allemaal wel eens, vooral op een beschuitje bij het ontbijt. “Gewone” jam dient volgens de Nederlandse Warenwet ten minste 350 gram vruchten per kg – veelal aangeduid als pulp – te bevatten. Voor de zogenaamde “extra jam” hoort dit ten minste 450 gram per kg te zijn.

Tot zover het meest gezonde bestanddeel van jam. Omdat zoet niet alleen erg lekker is, maar tevens een conserverende werking heeft, wordt aan jam en soortgelijke producten, suiker toegevoegd. Het Warenwetbesluit noemt weliswaar geen minimaal suikerpercentage maar 60 tot 65% is normaal. Toen echter in de jaren ‘90 de “light”-hype een grote invloed kreeg op de voedselmarkt, gingen fabrikanten naarstig op zoek naar passende namen voor hun producten. De halva-jam werd geïntroduceerd. Zelfde hoeveelheid vruchten, met de helft minder suiker.

Om de voorwaarden in de Warenwet te ontlopen, dient er gegoocheld (ja, met ch, dat is nog ouderwetse taal 😁) te worden met de naamgeving van deze producten. Marketeers zijn briljant in het verzinnen van fantasienamen, Woorden als “fruitspread” of “fruitpasta” lijken de inmiddels versleten term “halva-jam” te verdrijven. Hero doet er nog een schepje bovenop en zet producten in de markt met betoverende namen als “minder zoet” en “landfruit”, allebei met 40% minder suiker per 100 gr. Hoera voor de calorieëntellers! Dat er vervolgens kaliumsorbaat als conserveermiddel aan dit product wordt toegevoegd, verzwijgt men voor het gemak maar even.

Kaliumsorbaat (E220) is een wettelijk toegestaan additief. Geruststellend opgenomen in de door de EU samengestelde lijst van E-nummers in voedingsmiddelen. Maar als je weet dat deze stof ook gebruikt wordt als houtconserveringsmiddel, komt alles toch direct in een ander perspectief te staan.

Bonne Maman noemt haar producten met verlaagd suikergehalte “meer fruit, minder suiker”. Omdat er slechts 30% minder suiker wordt gebruikt, hoeft er kennelijk geen E220 aan toegevoegd te worden om gist- of schimmelvorming te voorkomen. Ik ben geen bio-chemicus, dus heb geen idee bij welke grens een product zonder conserveermiddel kan. Overigens vermeldt Bonne Maman op haar etiket wel dit fruitsmeersel binnen drie weken geconsumeerd dient te worden. Dat is een keurige waarschuwing en binnen een groot gezin ook geen enkel probleem, alleen ligt dit gegeven voor een 1-persoonshuishouden toch beduidend lastiger.

Zonnatura benoemt haar zoete broodbeleg simpelweg naar de naam van de vrucht: Fruitspread Kers, Aardbeien, Woudvruchten of Abrikozen. Volgens het etiket pretendeert deze fabrikant “minder suiker” te gebruiken. Dat roept de nodige vragen bij mij op, aangezien er in de ingrediëntenlijst geen grammetje suiker wordt vermeld. Wel geconcentreerd agave- en druivensap als zoetstof. Dat “minder suiker” is dus een loze kreet en daarin schuilt meteen het gevaar, de naïeve consument leest namelijk wat hij wil lezen: minder suiker = gezond!

Het feit dat er aan dit product geen kaliumsorbaat is toegevoegd, maar vervangen wordt door calciumcitraat is mij niet duidelijk. Dit laatste is een semi-synthetisch anti-oxydant, wat ook weer gewoon vermeld staat in de lijst met veilige E-nummers, maar zweren in de mond en huidontstekingen staan wel als bijzonderheid vermeld. Het is maar dat u het weet.

St. Dalfour vormt een onderwerp apart. Deze uit de UK afkomstige fabrikant levert aan Nederland bijna alleen de fruitspreads en niet de “whole fruits”, die eten ze kennelijk liever zelf op. Er wordt in deze fruitspreads echter wel 51 gr vruchten per 100 gr gebruikt en dat is best veel, vooral wanneer je dit percentage vergelijkt met de wettelijk verplichte hoeveel van 35 gr voor gewone jam of 45 gr voor extra jam. Waarom deze fabrikant er dan toch voor kiest om er een spread van te maken in plaats van jam, is vooralsnog totaal onduidelijk. Naar alle waarschijnlijkheid zal men, net als de collega-jammakers, steeds op zoek zijn naar moderner doelgroepen, die wars zijn van reguliere producten met traditionele ingrediënten (lees: suiker).

Want: wat ze vergeten te zeggen in hun promotiepraatjes is het feit dat zij hun spreads zoet maken met ongezoete geconcentreerde vruchtensappen (meest druiven en dadels). Dat zijn in puur chemische zin eveneens suikers, op te splitsen in glucose en fructose. De eerder gebruikte tekst ‘zonder toevoeging van suiker’ is dan ook geruisloos van de voorkant van de verpakking verdwenen. Omdat een dergelijke claim zelfs wettelijk verboden is, vermoed ik dat deze verwijdering gebeurd is na een aanmaning of reprimande van bijv. de NVWA.

St. Dalfour claimt tevens een oud Frans recept te gebruiken voor al haar producten. Daarmee worden wederom suggesties gewekt. Oud en Frans, tsja, dat lijkt bijna op “traditioneel” en “ambachtelijk”. Suggestieve benamingen zijn in de wondere wereld van levensmiddelenmarketeers bijna nooit de waarheid, maar altijd bedoeld om de hersenen van argeloze consumenten te resetten.

Tot zover het jam- en spreadverhaal van alle slimme producenten die van al deze potjes smeerbaar fruit hun eigen boterham belegd moeten zien te krijgen. Ik geef het je maar te doen. Alsmaar inspelen op nieuwe trends, alsmaar door blijven ontwikkelen, omdat stilstand in de meeste gevallen achteruitgang betekent. Als je niet mee wil doen aan deze ratrace, maak je – net als ik zo vaak doe – gewoon je eigen jammetje. Laat een paar stukjes fruit met een minimale hoeveelheid suiker smelten in een pannetje. Besmeer een boterham met roomboter, niet te zuinig graag, vlij er de kapot gekookte vruchten bevallig overheen en smikkel vervolgens van een  stukje eigengemaakte Betuwe. Geen gedoe met lastige deksels of verlopen houdbaarheidsdata; gewoon alles in één keer opeten. Daar heb je Flipje echt niet voor nodig.

print

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Login with Facebook

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.