Zeeuwse bolus zelf bakken

Zeeuwse bolus zelf bakken
Kiek, kiek, een kacheltje op d’n diek. Het waren zo’n beetje de eerste woorden die ik van mijn nieuwe buurman moest vertalen, toen ik eenmaal voet op Zeeuwse grond zette. Natuurlijk verstond ik alleen het woord “diek”. Zover was ik intussen wel gekomen in mijn snelcursus Brabants-Zeeuws. Alle woorden met een lange ij werden in Zeeland uitgesproken als ie. Dijk werd diek. Konijn werd kenien. Vele jaren later kwam ik er pas achter dat een kacheltje een veulentje betekende.

Zeeland dus. De provincie waar ik inmiddels 44 jaar mijn verblijf heb en me uitstekend thuis voel. Niet dat ik me ooit Zeeuw onder de Zeeuwen zal gaan voelen, daarvoor zijn mijn Brabantse roots te krachtig, maar het is hier prima toeven. Veel zonuren, altijd een verfrissend briesje en al het lekkers uit de zee binnen handbereik. Ik heb geen klagen dus. Zeeland is mijn tweede hometown geworden. 

“Zeeuwse bolus zelf bakken” verder lezen

Zin in Zeeland

Zeeland

Iedereen bij wie de gedachte heeft postgevat dat de inwoners van Zeeland na de ramp van 1953 nog steeds tot hun knieën door het zoute water banjeren; waar de Zeeuwse agrariër nog telkenmale op traditionele wijze – dat wil zeggen met paard en ploeg – de vette, zompige klei probeert te bewerken, kan ik  volledig gerust stellen. Ook in Zeeland heeft de tijd niet stil gestaan. Er is veel werk verricht om het weerbarstige water buiten de dijken te houden en ook op het gebied van landbouw en veeteelt hebben moderne technieken de overhand gekregen.

Toegegeven, als rasechte Brabantse heb ik best moeten wennen aan Zeeland toen ik hier zo’n 36 jaar geleden naar toe verhuisde. Best wennen is een understatement. Keihard acclimatiseren. M’n uiterste best doen om te aarden, dag in, dag uit. Me met veel volharding Zeeuwse Zaken eigen zien te maken. Heul veul volharding, als ik het in mijn moederstaal mag zeggen.

In den beginne verstond ik niemand. De lange IJ die steevast een IE werd (kiek, kiek, een kacheltje op d’n diek); de G die werd uitgesproken als een H, waardoor ik niet in Goes woonde, maar in Hoes en die mij in complete verwarring bracht toen ik op een kwade dag met een sjablonenmesje een spectaculaire wond wist aan te brengen aan mijn wijsvinger en mij het dringende advies werd gegeven er snel een haasje op te doen …het maakte het leven van alledag er bepaald niet gemakkelijker op.

Zoveel jaar later voel ik me hier helemaal thuis. De altoos frisse zeewind langs zonnige stranden, spartelverse vis, historische hoeves, de inlagen, schorren, vergezichten, oesters als equivalent van worstenbrood, heus, het is zo slecht nog niet om hier te mogen wonen.

Bijzondere groenten in Zeeland

In mijn provincie wemelt het intussen ook van jonge ondernemers met eigentijdse opvattingen. Met name op culinair vlak blazen ze stuk voor stuk hun partijtje mee, zonder daarbij afbreuk te doen aan hun Zeeuwse identiteit. Dieneke Klompe is zo’n innovatieve zelfstandige. Enthousiast en vol liefde voor alles wat door haar handen gaat, runt ze haar eenvrouwsbedrijfje in vergeten groenten, bijzondere kruiden en eetbare bloemen. Alles wordt op biologische wijze geteeld en gekweekt. In het hoogseizoen is Dieneke dan ook hele dagen aan het wieden. Ze koestert de Oost-Indische kers, de gele peultjes en de zoete appeltjes. Dat ze met haar producten de aandacht wist te trekken van gerenommeerde ***-restaurants in Zeeland is dus niet verwonderlijk. Meer info op http://www.bijzonderegroenten.nl/

Zeekraal en lamsoren in Zeeland

Een ander voorbeeld van vernieuwende ambitie ligt aan de oevers van het Veerse Meer. Toen de akkers van akkerbouwbedrijf Janse te Wolphaartsdijk verzilt dreigden te raken, begonnen Hubrecht en Maarten aan een gewaagd experiment. Zij startten met het kweken van zeekraal en lamsoren op hun grondgebied. Deze typisch Zeeuwse groenten met hun delicate, zilte smaak combineren prima met visgerechten.

Neem van mij aan: er is heel wat theoretische en praktische kennis voor nodig om deze zeegroenten, die normaliter alleen op schorren en slikken willen groeien, op een efficiënte manier als rendabel product in de markt te kunnen zetten. Hierin zijn beide broers momenteel meer dan behoorlijk geslaagd.
Meer info op http://www.heerlijkheidwolphaartsdijk.nl/nl/zeekraal-informatie/

Zeeuwse wijn in Zeeland

En de voorouders van Johan van de Velde in Dreischor teelden generatieslang èrrepels, peejen en juun. Het was een ploeterend bestaan; voor de armzalige opbrengst moest keihard gewerkt worden. Toen buurman gekscherend begon om de èrrepels te verwisselen voor wijnranken, werd hij hoonlachend aangekeken. Desondanks begon het grapje kiem te vatten in het hoofd van Johan van de Velde en een jaar later vertrok hij naar Luxemburg om bij het beroemde wijnbedrijf Cep d’or in de leer te gaan.

Met vallen en opstaan leerde hij het vak van wijn maken, wat in 2005 resulteerde in een bronzen medaille bij een Nederlandse wijnkeuring. Sinds die tijd mag wijnboerderij De Kleine Schorre onze nationale luchtvaartmaatschappij KLM tot één van zijn grootste klanten rekenen. Tussen half september en half oktober wordt er zo’n drie- tot vierduizend kilo druiven per dag geoogst. Hiervan wordt een frisse Rivaner gemaakt, evenals een levendige Auxerrois, een tintelende Pinot Blanc en een boterige Barrique.
Meer info op http://www.dekleineschorre.nl/

Het verdronken land in Zeeland

In oostelijk Zeeuws-Vlaanderen is er gelukkig ook nog plaats voor ouderwetse gezelligheid. Voor heiligenbeeldjes en lampenkapjes uit grootmoeders tijd. Waar land en water elkaar ontmoeten, is café Het Verdronken Land gehuisvest. Wat je hier voorgeschoteld krijgt, ademt in alles de sfeer van vroeger. Spek met eiers, bakharing, gepekelde hamme, vergezeld van hartversterkertjes met illustere namen als heksenborrel en hoe-langer-hoe-liever.  Stevige, heilzame kost die je goed kunt gebruiken na een ferme wandeling over het schorrengebied door het Verdronken land van Saeftinghe.

Het voorgaande was slechts een kleine greep uit de vele pareltjes die Zeeland rijk is. Wil jij ook al je zintuigen op scherp zetten en langs nog meer Zeeuwse smaakmakers reizen? Gees R. Gmelich-Meijling-van Hemert en Marga Haas stelden een fijn boekje samen met nog honderden andere adresjes. Zin in Zeeland bevat een schat aan informatie, verpakt in aansprekende interviews, vlotgeschreven achtergrondartikelen en korte tips. De talrijke foto’s nemen de lezer mee op reis. Van vleesboerderijen naar landwinkels, van kaasmakers naar toprestaurants.

Ik hoop dat ik je met het voorgaande alvast een stukje mee op reis heb mogen nemen. Maar wat is mooier dan het allemaal zelf te ontdekken? Dus pak je fiets, auto of de trein en kom naar de mooiste provincie die ons land rijk is. Mijn Zeeland.

Gemarineerde tijgergarnalen met lamsoren

Gemarineerde tijgergarnalen met lamsoren

Het heeft niet zo veel nadere uitleg nodig, toch? Deze gemarineerde tijgergarnalen met lamsoren is bijna geen recept te noemen. Pasta koken. Lamsoren wokken. Garnalen marineren en bakken of grillen. Oké, de marinade dan: gehakt pepertje en twee fijngewreven knofjes, zout, olie, beetje limoen. Eventueel afblussen met een scheutje ouzo. Yammie!

Veel mensen van “boven de grote rivieren” kijken een beetje vreemd op bij het horen van deze naam. Krijgen associaties met levende wezens en suggereren dat mijn carnivorische trekjes wel heel bijzondere vormen gaan aannemen. Voor zeekraal geldt hetzelfde verhaal.

Zowel lamsoren als zeekraal behoren tot de zgn. zeegroenten. Dat betekent dat het zout water nodig heeft om in leven te blijven. Het groeit daarom op zilte bodem bijvoorbeeld in kuststreken. In Nederland komen lamsoren uit Zeeland. Daar werd deze verfijnde groente lange tijd alleen in het wild geplukt. Tegenwoordig wordt het ook geteeld. Lamsoren zijn lange groene bladeren – soms een beetje grijzig- die de vorm hebben van een lamsoor. Ze smaken ziltig en passen daarom heel goed bij visgerechten. Lamsoor wordt ook wel zeeaster of zulte genoemd.

Voor mij zijn beide groenten net zo normaal als voor elk ander het groene gras in zijn voortuintje. Ik weet niet beter of pap startte met enige regelmaat ons Dafje, bracht mam en mij naar een plaats waar de schorren op dat moment droog lagen, alwaar hij zijn broekspijpen oprolde en gewapend met een afwasteiltje en aardappelschilmesje een avondmaaltje van de zilte groente voor zijn gezin bijeen sprokkelde. Het waren mooie tijden ….

Zeekraal (salicornia europaea)

Zeekraal

Wilde zeekraal (salicornia europaea) is een zoutminnend gewas dat groeit op schorren, een buitendijks stuk land dat tijdens vloed onder water komt te staan. Bij eb kun je het schor betreden en de heerlijke zeekraal snijden. In Zeeland eten ze deze zilte groente dan ook al generaties lang. Tezamen met vis vormt zeekraal een voortreffelijke maaltijd.

Hoewel ik zelf uit West-Brabant kom, denk ik nog vaak met weemoed terug aan de dagen dat papa ons Dafje startte, laarzen, emmers en een scherp mes in de kofferbak gooide en wij richting de schorren achter Rilland-Bath vertrokken. Begin jaren ’80 kon dat nog. Het stond iedereen vrij te snijden zoveel hij wilde. ’s Avonds werd dat smullen!

Zeekraal (salicornia europaea)

Momenteel staat er nog maar heel weinig zeekraal op de schorren in Zeeland. Toen de Oosterschelde-werken kwamen, werd het getij anders. Er kwam minder eb en vloed, dus er komt nog nauwelijks water op de schorren. Om de natuur te beschermen, mag er slechts mondjesmaat voor commerciële doeleinden worden gesneden. De provincie Zeeland geeft 285 ontheffingen uit in het kader van de Natuurbeschermingswet. Daarmee mag de vergunninghouder 1 kilo zeegroente per dag snijden voor eigen gebruik op aangewezen plaatsen rond de Oosterschelde Met dergelijke hoeveelheden kun je nooit in de vraag ernaar voorzien.

Het is dus zeer waarschijnlijk dat de zeekraal die je koopt op/bij de (super)markt uit Frankrijk komt. In de zomer mag daar onder strikte richtlijnen nog worden gesneden. Wat ook steeds meer in de handel komt is de gekweekte versie. Deze zeekraal komt van binnendijkse percelen. In de winter wordt zeekraal zelfs ingevlogen, vanuit Israël – waar de groente op land wordt gekweekt in kassen met aangezout woestijnwater – of in Mexico, waar water van de Pacific wordt gebruikt. Gekweekte zeekraal is een stuk minder zout dan de wilde. De echte Zeeuw proeft dat meteen.

Zeekraal is, naast asperges, voor mij het toppunt van lekker eten. Ik eet het zo vaak ik kan en probeer altijd de wilde versie te kopen. Op dit moment is er nog maar één adres waar ik erop kan vertrouwen dat “wild”’ echt “wild” is. Als je me mailt, wil ik het adres wel verklappen. Gewoontegetrouw eet ik er vis bij, omdat die twee producten bijna een symbiose zijn. Voor een zoutbekje als ik eet ik dan altijd teveel. Dat is niet erg, want zowel zeekraal als vis zijn arm aan calorieën, dus who cares??