Havermoutkoekjes met pindakaas

Havermoutkoekjes met pindakaas

Ik schrijf 15 november 2019. Opnieuw zo’n grauwe, gure winterdag, waarop alle lichtheid verdwenen lijkt te zijn. Jullie weten het ondertussen: ik behoor tot de grote groep personen die deze maanden dóórkomt op de slepende tonen van een tergend langzame winterblues. Noem het overleven. Of dreinen. Voor mijn part muggenziften, als je maar nooit je kouwe vlerken in mijn nek legt, want dan is de kans groot dat ik opeens verander in een soort Hulk. Nou ja, de mini-versie dan.

Mocht ik me vrijelijk kunnen uitspreken, iets wat ik overigens niet gauw doe, dan kwamen er zeker enige stoere krachttermen uit mijn mond bij het aanschouwen van de zoveelste grijze dag deze maand. Enfin, een mens moet voort, dus geen gemekker. Overigens is het nog slechts 31 dagen na nu en dan gaat – gelukkig – de voorzichtige opmaat naar een volgende zomer al van start. Hoe goed klinkt dat? Weliswaar begint dan tevens de meteorologische winter en kunnen we vorst en sneeuw verwachten, de enige échte Siberische kou dus, maar dat is altijd nog minder erg dan te moeten leven in een cocon van muiskleurige treurnis zonder één gering sprankje zon. 

“Havermoutkoekjes met pindakaas” verder lezen

Slaapfeestje in februari

Slaapfeestje

Elke nacht is een feestje voor me. Een slaapfeestje. Maar onder invloed van een koude vriesnacht, transformeerden mijn voeten vannacht tot diepgevroren ijsklompjes en was er van een gezellig feestje even geen sprake. De extra fleecedeken brengt geen soelaas, zodat ik ten minste vier volle uren middels visualisaties van tropische oorden en zonnige stranden mezelf probeer warm te krijgen. Uiteindelijk val ik dan toch in een diepe slaap, waarna kort daarop de wekker begint te zingen. Rotding. Snel graaf ik mezelf in in mijn warme coconnetje van dons.  “Slaapfeestje in februari” verder lezen

Bikinilijnen in de sneeuw

Bikinilijnen

Ik heb eindeloos veel geduld, al zeg ik het zelf. Probeer altijd tolerant te zijn, niet te snel te oordelen en de aardse zaken die bij het leven horen, van de luchtige kant te benaderen. Want alles is relatief. Zonder zon geen schaduw, etc. Zonder zon ook geen bikinilijnen.

Maar als ik – en gelukkig ben ik niet alleen – na vijf maanden druilerige somberheid eindelijk eens een sprankje ZON wil voelen, gewoon omdat we daar met z’n allen zo broodnodig aan toe zijn en het gaat doodleuk sneeuwen, dan wordt het zelfs mij te veel. Herkent er iemand dit gevoel misschien?

Bikinilijnen in de sneeuw

Stampvoeten, naar het reisbureau hollen met in je hoofd 10 dagen Canarische Eilanden, alle wollen dekentjes die zich in je huis bevinden verzamelen om je er voor eeuwig in te wikkelen? Je beste pruilgezicht opzetten. Met een frons die door geen Botox-injectie meer valt weg te werken, een ketel water opzetten. Voor de meest hete thee die maar mogelijk is. Of een beker chocomel met scheepsladingen koekjes. Die allemaal op moeten. Je wegfrommelen in het verste hoekje van de bank. Om iedereen die te dicht in je buurt komt, toe te snauwen dat de bank van jou is. En van niemand anders. En ja, dat geldt óók voor de wollen dekentjes en de koekjes. Om nog maar te zwijgen over dat goud-glanzende doosje bonbons. Pas op, hoor. Van mij!

Om in deze gemoedstoestand sla te gaan eten, is zeer waarschijnlijk de Goden verzoeken. Maakt me mooi niet meer uit. De eerstkomende vijf dagen blijft het toch dekentjesweer volgens alle weervoorspellers. Dus husselde ik veldsla, eetrijpe avocado, zoete pruimtomaatjes en pittige feta door elkaar en at daarbij een heel stokbrood op. Met dikke lagen roomboter. Geeft niks. Want onder al die dekentjes zijn je love-handles toch voor iedereen onzichtbaar. Dag lieve mensen, ik kruip weer snel terug in mijn warme coconnetje ….

Koude start

Koude start

Dagen die zoveel anders lopen dan het zich om half acht in de morgen doet aanzien. Buiten zijn ze met volle emmers water bezig (in het grensgebied tussen waken en slapen ontwikkelen zich eigenaardige vermoedens). De wake-up lamp is, na een hardhandige opdoffer van mij, zelf in de slaapstand geschoten. Het donzen dekbed voelt als een warme moederschoot. Ik heb geen zin in deze dag. En nog minder in een koude start. Wie zit er nu in vredesnaam op deze dinsdag 16 oktober 2012 op mevrouw Eetplezier te wachten? Niemand. Alle reden dus om me nog eens behaaglijk om te draaien.

En dan beginnen er honderdduizend neuronen, gelegen ergens tussen mijn oren, kleine boodschapjes te verzenden. Of ik die alsjeblieft ook wil ontvangen? Goed, goed, stil maar. Ik probeer na te denken. O ja, het dagelijkse leven. Fysio, postpakketje inpakken en wegbrengen, telefoontje plegen naar moeders huisarts, wasje strijken, stukje schrijven, appels halen.

Vol zelfmedelijden verlaat ik de echtelijke sponde. Brrrr. Het is koud in de Grote Mensen Wereld. Mijn buik laat zielige geluidjes horen. Ik probeer scherp te stellen en zet het mechaniek van spieren, pezen en botten voorzichtig in beweging. Eerst maar eens een grote kop dampende thee. En een cracker met kaas. Niet dat dit nu meteen tot bovenmatige gevoelens van weldaad leidt, maar toch … een mens krijgt wat binnen.

Van koude start naar klaar voor gebruik

Tegen 11.30 uur ben ik klaar voor gebruik. Gewassen, geschoren, gekleed. Inmiddels zijn ze buiten gestopt met het leeggooien van de emmers water en dat maakt deze dag al meteen een stuk aantrekkelijker. Ik besluit vanmiddag het buitenverblijfje te bezoeken. Er liggen nog allerhande zaken te wachten die ik, vóór de winter definitief toeslaat, hier in huis wil hebben.

Ter plekke is het prachtig weer. Veel zon, beetje wind. Rode wangen, tintelingen op mijn huid. Mijn buik en ik zijn intussen ook weer on speaking terms. Mooi zo.
Op de terugweg koop ik twee kilo appels bij een stalletje aan de kant van de weg. En maak een omweggetje naar de lokale notenboer Westhof. Met vier kilo walnoten kom ik vast en zeker de eerste herfstmaanden door.

Thuisgekomen is er een fijn flesje rode wijn. Met superverse noten. Smikkeldesmikkel. Daarna snijd ik snel een aantal “groentjes”, rasp kaas en kook linguine. Ofwel:  hoe een dag die zo nukkig van start ging, toch nog een heel behoorlijk einde kent.

Walnoten