Krenten en witte bonen in de belastingaangifte

Krenten

De alledaagsheid van het leven wordt vaak opgeleukt door de krenten in de pap.  Met enige gretigheid kan ik me er uren mee bezig houden. Met die krenten op te peuzelen dus. Het zoeken ernaar gaat heel wat keren moeizamer en kan me mateloos ongeduldig maken. Om niet te zeggen wanhopig. Teveel dagen zonder krenten verandert het leven, dat zich toch merentijds manifesteert als een klucht met teveel open- en dichtgaande deuren, in een tenenkrommende tragedie. 

Tijdens het tanden poetsen vanmorgen wist ik gelukkig al dat ik vandaag in ieder geval één krent zou vinden, namelijk het invullen van de belastingaangifte 2017. Voor velen een onoverkomelijk struikelblok, voor mij elk jaar opnieuw een bron van vermaak. Een ontspannend tijdverdrijf. Geen idee welke voorouder verantwoordelijk is voor deze afwijking trouwens. Ooit leerde ik van een bevriende accountant accuraat te zijn, liefst braafjes tot op de cent, maar tegelijkertijd ook alles uit de kast te halen als het gaat om aftrekposten. Kijk, dat maakt het invullen pas echt leuk. “Krenten en witte bonen in de belastingaangifte” verder lezen

Boekweitpannenkoeken met spek

Boekweitpannenkoeken met pot Zeeuwse stroop

Pannenkoeken. Eigenlijk eet je ze niet zo vaak meer als volwassene en al helemaal geen boekweitpannenkoeken. En toch kan een mens soms een onbedwingbare trek krijgen in deze kinderlijke traktatie. Als je een smakelijk plaatje ervan ziet bijvoorbeeld. Of een herinnering weet op te roepen uit vroeger jaren.

In mijn geval gingen mijn gedachten terug naar Bretagne, waar G. en ik ooit vakantie vierden. Negentien vijfentachtig moet het geweest zijn. Jong als we waren, diende alle nog nooit verkende streken bezocht te worden, maar tegelijkertijd maakte de totale onbekendheid van een gebied ons ook nog een beetje bang. Er moest overzicht blijven. Binnen een tijdsbestek van enkele uren moesten we thuis kunnen staan. Voor het geval dat … Omdat we toen al in Zeeland woonden, kwam Bretagne op ons heel geruststellend over. Veel kust, water en wind, het klonk allemaal zoals thuis. Dus begaven we ons welgemoed op pad.

Het werd een voltreffer. Wat genoten we van de roze granietrotsen. Van het Middeleeuwse stadje Dinan. Natuurlijk bezochten we ook het toeristische Mont Saint-Michel, hoewel dat deel het minste werd van de hele vakantie. Veel liever dompelden we ons onder in de oude en schilderachtige vissersdorpjes, waar we de zilte zeelucht opsnoven en toekeken hoe lokale vissers hun vangst meteen doorverkochten aan de dichtstbijzijnde restaurants. Er was de verrukkelijke cider. De zoute boter, die ik tot op heden nog steeds de lekkerste vind en ook de far Breton werd ons al snel heel vertrouwd.

Afwisselend aten we in een studentencafé, in een nonnenklooster en natuurlijk ook in de plaatselijke crêperie. Ik kwijl nog als ik eraan terugdenk. Voor het eerst maakte ik kennis met de galette, een hartige boekweitpannekoek. Over het verschil tussen de galette, de crêpe en de pannenkoek, bestaat al decennialang een verhitte strijd. Ik meng me er maar niet in. What’s in a name? Pikant detail: ik dronk er gifgroene l’eau de menthe bij. Gewoon, omdat ik dat de meeste bezoekers zag drinken. Tip: begin er nooit aan. Bestel liever de versie met alcohol: crème de menthe. Of nog beter: absint.

Boekweitpannenkoeken dus. Zo flinterdun als daar in Rennes krijg ik ze niet, maar ik deed mijn best. Een recept ervoor vond ik bij Jeroen Meus. Het was een versie met bier, die me direct aan stond. In beslag hoort bier, vind ik.

Boekweitpannenkoeken met spek

ingrediënten
300 g boekweitmeel
100 g patisseriebloem
6 dl melk (of karnemelk)
2 dl blond tafelbier
4 eieren
plakjes ontbijtspek
1 potje Zeeuwse stroop
een klontje boter
een snuifje zout

Bereidingswijze
Neem een ruime mengschaal en doe er het boekweitmeel, de bloem, de melk en het blonde tafelbier in.
Voeg een snuifje zout toe en meng alles tot een egaal beslag.

Breek de eieren en voeg ze toe aan het beslag.
Zet de staafmixer in de mengschaal en laat het toestel draaien tot je een beslag krijgt zonder klontjes.

Zet een koekenpan op een matig vuur en smelt er een klontje boter in.
Leg de plakjes spek in de hete boter. Bak de lapjes vlees goudbruin en licht krokant langs beide zijden. Let erop dat het braadvet niet verbrandt.
Leg een vel keukenpapier of een servet op een bord en laat de gebakken spek erop uitlekken.
Giet het braadvet in een kopje.
Veeg de koekenpan even uit met een vel keukenpapier en lepel er een beetje van het braadvet van het spek in. Zet de pan op een matig vuur.

Giet wat van het beslag in de hete pan, zodat je er een dunne pannenkoek van kan bakken.
Leg een stukje spek in het midden van de pan.
Bak de boekweitkoek gedurende 1 tot 2 minuten en keer de pannenkoek voorzichtig om.
Laat de koek nog een minuut verder bakken en serveer meteen, met het lapje spek aan de bovenzijde.
Smeer een portie Zeeuwse stroop over de warme galette.

Bon Appetit!

Boekweitpannenkoeken met pot Zeeuwse stroop

Over spek en vet

Spek

Vet is uit. Spek al helemaal. Onze aderen raken er door verstopt en onze lichaamsomvang neemt er gigantisch door toe. Tijd voor actie! Dus vraagt de bewuste consument van vandaag om mager vlees. Zonder een vetrandje graag, slager. En de slager van vandaag voldoet daaraan, hoewel hij vele malen beter weet. Zonder vet geen smaak. Maar goed, als de klant het zo wil. Ook de slimme vleesverwerkende producent surft maar al te graag mee op deze light-golf en voegt het predikaat “mager” toe aan zijn voorverpakte spekblokjes of -reepjes. Dat slaat natuurlijk nergens op. Oké, wettelijk mag het gevoerd worden als er minder dan 20% vet in zit, maar bijna geen enkel spekproduct voldoet aan deze normering.

Ik wil niet al te lang stil blijven staan bij bovengenoemd wanproduct uit de voedingsmiddelenindustrie. Naast het zgn magere spek krijg je er vaak nog gratis anti¬oxidanten, voedingszuren, conserveermiddelen, kruiden en (rook)aroma bij, met als extra supplement de befaamde witte plas vocht, als de reepjes of blokjes eenmaal in je pan liggen te sudderen. Dat laatste is het gevolg van het injecteren met een pekeloplossing. Hiermee vergroot je niet alleen het volume, maar wordt er tevens recht gedaan aan het gezegde: wat er in gaat, moet er ook weer uit.

Over spek en vet

Laat ik het liever hebben over lekker dik spek, ambachtelijk (droog) gezouten, met van die zachte, roomwitte randen, dat zo heerlijk gaat knisperen en sissen in je pannetje en dat zo’n voortreffelijke geur teweeg brengt. Dat na het bakken zo heerlijk krrrrr, krrrrr doet, waarna je de vetsporen soms van je kin moet vegen. Nondepinnekes, wat een puur en eerlijk eten is dat toch. Rechtstreeks uit de hemel geïmporteerd. De engeltjes die in je mond een rondedansje doen worden er gratis bij geleverd.

Zijn jullie wel eens op een koude winteravond thuisgekomen van je werk, terwijl de buurvrouw achter het open keukenraam spekjes stond te bakken? En hoe snel stroomde toen het speeksel je mond binnen? Goed, daar zijn we het dus met z’n allen snel over eens: de geur van gebakken spek is zo verschrikkelijk eetlustopwekkend, dat je speekselklieren er een heel eigen leven door beginnen te leiden.

Soorten spek

In feite zijn er maar twee soorten spek. Van de rug van het varken. En van de buik. Het eerste is het doodordinaire witte spek om uit te bakken. Vaak zonder enige vorm van vlees er aan. Ik consumeer het eigenlijk nooit. Waar het buikspek vandaan komt, is niet  zo moeilijk te raden. Er zit een zelfde rand wit spek aan als van de rug, maar tevens een reep doorregen vlees. Hiervan worden onze beroemde speklapjes gesneden.

Maar ik dwaal af. Eigenlijk wil ik iets aan de kaak stellen. Mijn ongenoegen uiten. Nog niet eens over vers spek, maar meer over de behandelde vorm. Die we zo graag gebruiken onder onze gebakken eieren. Ooit is er de naam ontbijtspek aan gegeven.  De vraag is deze: waarom kan ik in vredesnaam hier in Nederland zo slecht aan ongerookt ontbijtspek komen? Ik houd niet van de pregnante rooksmaak, die elk gerecht de zweem van een Hema rookworst meegeeft. Wat ik juist prettig vind, is de “mollige” textuur van spek en de zoutige tinteling op mijn tong. Oh, denk niet dat ik er veel van gebruik; vaak is een onsje (of anderhalf) al voldoende voor die subtiele, hartige vleessmaak. Door de stamppot boerenkool. Door de pastasaus. Of heel on-Indisch in de nasi.

In Vlaanderen is het geen enkel probleem. Daar koop ik vrij eenvoudig spek dat als enige bewerking het droog zouten heeft ondergaan. Heerlijk, puur spek. Zonder die belachelijke rooksmaak. Bij elke supermarkt of vleeshouwer is het te koop. En ook voor het traditionele Britse ontbijt is het in grote hoeveelheden onbeperkt voorradig.
Uitwijken naar Zeeuws spek, katenspek of pancetta, die weliswaar alle drie niet gerookt zijn, is geen bruikbaar alternatief, omdat in genoemde soorten specerijen verwerkt zitten die me tegen staan. Met name in de eerste twee is vaak kaneel en nootmuskaat verwerkt, brrrrr.

Tot zover mijn ongenoegen. Hoe is het eigenlijk bij jullie in de buurt gesteld met het verkrijgen van ongerookt spek? Ik ben erg benieuwd naar jullie ervaringen.

Spek

Linzensoep in een broodje

Linzensoep in een broodje

Ik zei het al eerder: het mag voor mij tot in den eeuwigheid zomer blijven. Liefst wil ik altijd zonder jas naar buiten kunnen. Nooit koude voeten hebben. Geen snotneus. Sneeuw zou alleen moeten neerdwarrelen in die goedkope, plastic dingetjes waarmee je krachtig moet schudden voor een nep wintertafereeltje.

Namaak, niks mis mee. Maar wat mij betreft liever niet in real life. Winter moet vast ontstaan zijn uit een dringende behoefte sprookjesboeken en ansichtkaarten te kunnen produceren. Betoverend witte vergezichten met glooiende hellingen, rendieren die hun belletjes laten rinkelen, fonkelende sterren, rode wangen, knappende haardvuurtjes. Schitterend allemaal, maar dan wel graag duizenden kilometers van mijn bed vandaan.

En mijn gebed wordt dit jaar bepaald verhoord. In tegenstelling tot december 2013 hoef ik mijn toevlucht niet te zoeken in dikke sokken en wollen dekentjes. De trek in warme, voedzame soepjes blijft echter gewoon bestaan. Ik kon dan ook niet nalaten er een te maken, hoge temperaturen of niet. Dit soepje is zó leuk, dat ik er spontaan een beetje blij van werd!

In Santo Stefano, een middeleeuws bergdorp in de Abruzzo, wordt deze stevige linzensoep opgediend in een uitgehold hard broodje. Doordat de soep wordt opgenomen, wordt het broodje zacht. Nadat je de vulling hebt opgesmikkeld, is het heerlijk om het zompige broodje te verorberen.

Linzensoep in een broodje

Ingrediënten (6 personen)
250 gr Le Puy linzen, afgespoeld
2 tenen knoflook, geperst
2 eetl olijfolie + extra voor het bestrijken
100 gr bacon of pancetta
1 ui, fijngehakt
2 wortels, in blokjes
2 stengels bleekselderij, in dunne plakjes
400 gr tomaatblokjes (blik)
400 gr kikkererwten (blik), uitgelekt
2 laurierblaadjes
6 harde, witte broodjes (ik gebruikte Italiaanse bollen)

Bereidingswijze
Doe de linzen, knoflook, laurier en 1 ½ liter koud water in een pan en breng aan de kook.
Zet het vuur laag en laat 30 minuten zachtjes koken of tot de linzen bijna gaar zijn.
Schep het schuim zo nu en dan eraf.

Verhit intussen de olie in een grote koekenpan op middelhoog vuur.
Voeg de bacon of pancetta toe en bak dit samen met de ui, wortel en bleekselderij al roerend zo’n 10 minuten.

Doe nu de tomaten bij de soep, samen met de gebakken groenten.
Kook 20 minuten op laag vuur.

Voeg de kikkererwten toe en peper en zout naar smaak.
Kook nog eens 10 minuten.

Snijd de bovenkanten van de broodjes, hol ze een beetje uit, bestrijk ze met wat olie en rooster ze licht onder de grill.
Leg op ieder bord een broodje, vul met de soep en strooi er peterselie over.

Bron: Delicious, jaargang onbekend

Linzensoep in een broodje

Pompoensoep met sherry en ahornsiroop

Pompoensoep met sherry

Volgens Matt Preston schuilt het geheim van deze eenvoudige pompoensoep met sherry in het Canadese accent van de garnering: zoete ahornsiroop gecombineerd met zoute bacon. Dat stelt niet teleur. Mijn haat-liefdeverhouding ten aanzien van de pompoen, behoort hiermee definitief tot het verleden. Ik ben voor altijd om. Deze soep met een overvloed aan groenten, sherry en ahornsiroop heeft zo’n heerlijke smaak, dat mijn liefde voor deze groente altijd de boventoon zal voeren. Nog niet eerder is de smaak van pompoen me zo goed bevallen als tijdens het eten van dit soepje.

Het is na een vermoeiende, maar bovenal grijze dag dat er een grote pan vol van dit goudgele goedje op me staat te wachten. Dan heb je met veel liefde de dag ervoor alles voorbereid, waaronder de salieblaadjes gekocht, dan negeer ik de neiging om alle fratsen achterwege te laten en fabriceer heel precies de garnering zoals Matt die omschrijft, dan neem ik zelfs nog de moeite om een foto te maken en dan is diezelfde foto drie keer niks. Te weinig licht, trillende handjes, al met al te erg om aan de buitenwereld te tonen.

Dus ga ik op zoek naar iemand die deze soep ook gemaakt heeft. En jawel, dat is Inge van de fantastische site I like ur food, de foodblog met dubbele tong, zoals ze zelf aangeeft. Er staan de meeste fantastische gerechten op, stuk voor stuk met alcohol erin verwerkt. Dank je, Inge, voor het mogen lenen van je foto!

Terug naar de soep van Matt. Als je geen ahornsiroop in huis hebt, denk dan niet dat klakkeloos te vervangen door (suiker)stroop, want daarmee bereik je nooit die fijne smaak.

Pompoensoep met sherry en ahornsiroop

Ingrediënten:
1,5 kg pompoen, pitten verwijderd, ongeschild in grote stukken gesneden
4 eetl olijfolie
1 theel paprikapoeder
zout
125 ml ahornsiroop (dit kan gemakkelijk met 50 ml)
40 gr boter
1 laurierblaadje
175 ontbijtspek, in kleine blokjes
2 uien, gesnipperd
3 tenen knoflook, fijngehakt
1 prei, in ringen
1 stengel bleekselderij, fijngesneden
250 ml sherry
2 liter kippenbouillon
versgemalen zwarte peper
optioneel: ½ theel kaneel
Garnering:

2 plakken magere bacon of gerookt ontbijtspek
20 gr boter
salieblaadjes
80 ml ahornsiroop
geraspte schil van ½ citroen
zeezoutvlokken
Bereidingswijze:

Bereidingswijze:
Verwarm de oven voor op 200°.
Wrijf de stukken pompoen in met 2 eetlepels olijfolie en leg ze op een bakplaat.
Strooi het paprikapoeder en een snufje zout erover de schuif de plaat in de oven.
Rooster de pompoen circa 1 uur tot hij lichtbruin aan de randen is (het duurde bij mij korter).

Schep de pompoen om in de ahornsiroop. Zet hem daarna nog 5 minuten in de oven.Verhit de boter en de rest van de olijfolie in een grote, zware pan.
Bak het laurierblaadje, spek, uien, knoflook, prei en bleekselderij onder regelmatig roeren op middelhoog vuur tot ze zacht zijn. Dit duurt circa 10 minuten.

Blus de pan af met de helft van de sherry en laat de alcohol verdampen.
Voeg, als de uien en prei stroperig worden nog een scheut sherry toe en laat dit inkoken.
Ga zo door tot alle sherry bijna op is.
Voeg met de laatste scheut sherry de pompoen, bouillon, flink wat versgemalen peper en de (optioneel) kaneel toe.

Laat de soep een vijftal minuten koken zodat de smaken zich kunnen vermengen.
Haal het laurierblaadje eruit.
Pureer de soep in de blender tot hij glad is, maar laat de vulopening open en leg er een theedoek op, zodat het deksel er door de druk en hitte niet afvliegt.

Bereid de garnering. Bak de plakken bacon of spek krokant, breek ze in stukjes en leg dit opzij.
Smelt nog wat boter in dezelfde pan. Leg de salieblaadjes in de boter zodar hij begint te schuimen. De blaadjes krullen om en de randen worden licht krokant. Neem de pan van het vuur, haal de salie eruit en leg die opzij. De boter is nu bruin en nootachtig. Roer de 80 ml ahornsiroop door de boter in de pan en warm het mengsel op. Tel zodra het schuimt tot 10 en neem de pan van het vuur.

Schenk de pompoensoep in kommen of borden en sprenkel er druppels ahornboter over. Strooi de krokante salieblaadjes en de bacon of spek over de soep. Strooi er tot slot geraspte citroenschil en wat zoutvlokken over.

Bron: Matt Preston’s 100 Beste recepten

Pompoensoep met sherry

Doperwtensoep met ricotta en munt – Matt Preston

Matt Preston is jurylid bij Masterchef Australia. Ondanks zijn twijfelachtige sjaaltjes, heeft hij een hoog knuffelbeergehalte. Vind ik. De begeerte straalt uit zijn ogen bij het zien van de briljante creaties die de deelnemers hem voortzetten. En in zijn masterclasses laat hij tevens zien zelf ook een begenadigd kok te zijn.
Deze doperwtensoep met ricotta en munt is één van de recepten uit zijn nieuwste boek. De combi doperwten-munt is, zoals altijd, bijzonder smakelijk en de ricotta doet daar nog een schep bovenop.

Denk bij het woord “erwt” nu niet meteen aan onze winterse erwtensoep, ofwel snert. Dit soepje is licht en luchtig van aard, zonder de pollepel die er rechtop in blijft staan. Persoonlijk vind ik dat ook helemaal niet lekker, van die stijfselachtige, melige soepen. Deze versie krijgt door de munt, ricotta en Romeinse sla een extra fris uiterlijk. Met een lekkere bite. Tip: als je dit in de juiste tijd van het jaar leest (juni-juli) probeer dan eens aan verse doperwten te komen. Echt, ze bestaan nog!

Doperwtensoep met ricotta en munt

Ingrediënten:
1 ltr kippenbouillon
4 lente-uitjes, in dunne ringetjes
1 kg doperwten uit de diepvries
handvol muntblaadjes
3 plakken ontbijtspek
4 binnenste blaadjes van Romeinse sla, in dunne reepjes
200 gr verse ricotta
versgemalen zwarte peper
50 gr. boter, gesmolten (optioneel, ik deed het niet)

Bereidingswijze:
Verwarm de kippenbouillon met de lente-uitjes tot ze zacht zijn.
Voeg de doperwten toe en laat ze warm worden.
Zodra de erwten zacht zijn, schenk je het geheel in de blender, tezamen met het merendeel van de munt (houd er een paar apart voor garnering) en pureer alles.

Bak het spek krokant en verbrokkel het of snijd in dunne reepjes.

Serveer de doperwtensoep warm en garneer hem met een bergje fijngesneden sla en het spek. Schep er wat ricotta op. Bestrooi daarna met verse muntblaadjes. Maak af met versgemalen zwarte peper.
Tot slot kun je er de gesmolten boter over schenken.

Bron: 100 Beste recepten – Matt Preston

Doperwtensoep met ricotta en munt