Het Vissershuis – Burgh-Haamstede

Het Vissershuis

In de zomermaanden is het gebruikelijk dat Het Vissershuis in Burgh-Haamstede elke dag van de week volledig bezet is. Reserveren is dan ook een vereiste hier. Treffen wij het even als we op die vroege dinsdagavond nog een tafeltje in dit gezellige restaurant kunnen bemachtigen!

Het Vissershuis

Mijn eerste indruk bij binnenkomst is die van een jaren ’70 sfeertje. Visnetten aan het plafond, patrijspoorten aan de wanden en verder een diversiteit aan maritieme accessoires. Ondanks deze enorme hoeveelheid decoratie is alles opvallend stofvrij en proper. Eenvoudige houten tafeltjes, gedekt met papieren lopertjes, met – naar later op de avond blijkt – vrij ongemakkelijke stoeltjes.

Gelukkig maakt de uiterst gastvrije bediening veel goed. Bovendien blijkt de vriendelijke jongedame verstand van zaken te hebben. Als ik vraag welke vissoorten er in Trio van de chef zitten, somt ze deze zonder enige aarzeling op: heek, barramundi en zonnevis. Deze hebben niet mijn voorkeur, dus neus ik even verder in de kaart.

Het is hier uiteraard alles vis wat de klok slaat. De menukaart bevat slechts drie vleesgerechten. Alle overige bladzijden staan – hoe kan het ook anders – boordevol visgerechten. Bij de voorgerechten zie ik mooie salades staan en tevens is hier de aloude garnalencocktail in ere hersteld. En dat is leuk, want met een goede kwaliteit garnalen is er niks mis met zo’n klassiekertje.

Hoofdgerechten

De hoofdgerechten zijn onderverdeeld in gebakken en gestoofde gerechten. Dat maakt het kiezen meteen een stuk minder lastig. Sliptongetjes kun je hier per 2 of 3 bestellen. Uiteraard ontbreekt ook de paling niet, evenals de kabeljauw, heilbot en tarbot. Verder ontdek ik (hoera) lijngevangen zeebaars. Man en ik kiezen voor het vispannetje met laurier en dille, gestoofd in visbouillon. Tafelgenoten nemen beiden de sliptongetjes.

Het garnituur bestaat uit een aantal schaaltjes met daarin frietjes, gebakken aardappeltjes, salade en rabarber. Grote vraagtekens bij dit laatste. Het is mij een raadsel waarom voor rabarber gekozen wordt. Ik kan mij niet voorstellen dat hier inkooptechnische argumenten aan ten grondslag liggen. Uit navraag blijkt echter dat het groentegarnituur steeds wisselt. Dit kan broccoli, prei, peultjes e.d. bevatten. Vandaag dus rabarber.

Maar goed, we komen hier voor de vis en die is ronduit voortreffelijk te noemen. Ze spartelen bijkans het bord af. De tongetjes lekker krokant gebakken, erbij een bescheiden portie gewokte zeekraal met rode ui. Het pannetje is gevuld met blokjes witvis en zalm, vergezeld van stukjes ui, paprika en prei. Erg smakelijk allemaal.

Als afsluiting koffie en thee. Op verzoek wordt daar een bordje met wat snoeperij bij geserveerd. Hoewel het niet gebruikelijk is, “kan er wel wat geregeld worden”. Dit kenmerkt de ware horeca-ondernemer: flexibiliteit en een aangeboren klantvriendelijk vermogen om het de gasten naar de zin te maken.

Kortom, dit Vissershuis is een locatie waar we vaker naar terug zullen keren. Ondanks de grote drukte heerst er een ontspannen sfeer en loopt alles er keurig gestroomlijnd. Chapeau!
Wie van vis houdt, moet hier echt een keer naar toe.

Sliptong met remoulade-achtige saus

Sliptong

Er zijn een heleboel zaken te bedenken die je simpel moet houden. Vooruitdenken bijvoorbeeld, is totaal zinloos. Het loopt toch altijd anders dan je vooraf bedenkt. Beter is dus alles eenvoudigweg tot je te laten komen.

Het onderhouden van vriendschappen is ook zo’n zaak die gediend is bij eenvoud. Weg met die condities en verwachtingen naar elkaar toe. Onvoorwaardelijk blij zijn de ander te zien. Daar hoeft geen kadootje, compliment of blijk van waardering aan te pas te komen. Gedachten uitwisselen, elkaar proberen te verstaan, oprecht interesse in elkaar hebben. Enfin, genoeg gez(w)everd.

Bij de bereiding van vis geldt hetzelfde. Teveel toeters en bellen bij een visgerecht maakt alles onnodig gecompliceerd. Als de kraakversheid optimaal is, zit daarin voor 98% de smaak. Kraakvers is wat mij betreft het nét niet meer zichtbaar spartelen van het beestje. En ik tref het bijzonder door in een provincie te wonen, waar de vissersschepen zo’n beetje langs mijn raam varen.
Vandaag sliptongetjes op het menu in huize Eetplezier. Om nog even een wijdverbreid misverstand uit de weg te ruimen: het is sliPtong en geen sliBtong. In sliptong zit het werkwoord slippen. Sliptongen zijn zo klein dat ze gemakkelijk door de zeef slippen waarmee de vis wordt gesorteerd. Er is dus geen verband met slib (‘modder’). Waarvan akte.

Sliptong met remoulade-achtige saus

Ik eet bij sliptong graag een frisse, groene saus bij. Noem het salsa verde of remoulade, whatever. Om de term “simpel” kracht bij te zetten, onthoud ik me liever van een naamgeving.

Bereidingswijze:
Doe een paar flinke eetlepels zure room in een schaaltje. Snijd een sjalotje ragfijn.

Hak diverse groene kruiden (bijv. salie, oregano, dille,  tijm, peterselie) die je voorhanden hebt. Schep door de zure room. Kappertjes, mosterd, peper, zout erbij en eventueel nog wat vers citroensap.

(Door de zure room te vervangen door mayonaise en er nog een fijngeprakt, hardgekookt ei aan toe te voegen met wat fijngehakte augurkjes, krijg je een echte remouladesaus). Misschien ook nog wel redelijk simpel te noemen, besef ik achteraf.

Serveer dit bij de in bruisende roomboter gebakken sliptongetjes.  En geniet van de eenvoud van een vers, zilt visje. Yam!