Selleriesalade zonder kunstmatige toevoegingen

Selleriesalade zonder kunstmatige toevoegingen

Cha, cha, cha, wat zullen we eten? Cha, cha, cha, wie kan het weten? Wie is de man die mij dat zeggen kan? De groenteman …. cha, cha, cha. In mijn jeugd heb ik dit deuntje heel wat keer uit de Philips buizenradio horen schallen. Wie kent deze radio’s nog? Met zo’n flakkerend groen lichtje rechtsboven, bedoeld als leidraad voor de fijnafstemming. Nostalgie van de bovenste plank. Samen met herinneringen aan twee mud aardappels in de speciaal daarvoor getimmerde kist in de schuur, ijsbloemen op steenkoude slaapkamerramen, een snorrende roodgloeiende kolenkachel, het vlooienspel op het dubbeldik pluchen tafelkleed en mam die, geruit schort om het middel geknoopt, in dampende pannen staat te roeren. 

Genoeg gezwijmeld. De feiten: bovenstaand cha-cha-cha-melodietje ging vooraf aan een gesproken radiosketch tussen de groenteboer en zijn vrouwelijke klant. We spreken begin jaren zeventig. De groenteman bespreekt met “de huisvrouw” de juiste bereidingswijze van een recept. Ook staat hij stil bij seizoensgroenten en welk fruit er op dat moment het best genuttigd kan worden. Het geheel is van een vrouwonvriendelijkheid die anno 2020 echt niet meer zou kunnen. Een man dicteert een vrouw wat ze als maaltijd die dag zou kunnen voorschotelen. Veel gekker moet het toch niet worden. Gelukkig hebben we nu Angélique Schmeinck, Estée Strooker, Nigella Lawson, Donna Hay en de onvolprezen Mary Berry, allemaal vrouwelijke chefs die de mannen van toen nog een heel leerzaam culinair en lesje kunnen leren.

“Selleriesalade zonder kunstmatige toevoegingen” verder lezen

Gado gadosaus de milde smaakmaker

Diverse groenten met gado gadosaus

Oh meisjes (en jongens), wat ben ik toch gek op de Indonesische keuken! Eigenlijk zou ik elke dag wel gestoomde, witte rijst willen eten met een pittig gekruid gerecht ernaast. Het hoeven voor mij echt geen uitgebreide rijsttafels zijn te zijn. Zo’n kommetje dampende rijst met een eenvoudig groente- of vleesgerecht maakt me al blij genoeg. Sommige gerechten uit de Indonesische keuken blijven terugkomen in huize Eetplezier. Waren het vroeger veelal de vleesgerechten die gretig aftrek vonden, vandaag de dag zijn ook de groentegerechten populair. Gado gado bijvoorbeeld. Geblancheerde en/of rauwe groenten, overgoten met een smakelijke saus. Het is eigenlijk een gerecht van niks, alleen wat groenten (wel ideaal om alle restjes groenten in te verwerken), maar uiteindelijk máákt de saus het gerecht tot iets wat je vaker wilt eten.

De saus heet dus gado gadosaus en beslist geen satésaus. Het verschil zit ‘m in de kokosmelk die je toevoegt aan gado gadosaus. Even afgezien van de hoeveelheid pepers die je gebruikt, ontstaat dus in beginsel een milder resultaat dan bij de traditionele pindasaus. Ik maak het al jaren als volgt.

Gado gadosaus

Fruit een paar fijngewreven tenen knoflook met 2 à 3 sjalotten zachtjes aan 1 eetlepel zonnebloemolie.
Doe er op het laatst een theelepel geraspte gember, een theelepel koriander, 1 theelepel laos en 1 (of twee, of drie) fijngesneden chilipeper(s) toe. Laat nog even meebakken.

Rooster 200 gr ontvliesde, ongezouten pinda’s in 6 tot 8 minuten in een tot 190˚ verwarmde oven. Laat ze afkoelen en maal ze in een keukenmachine fijn.

Voeg 1/2 dl sojasaus, 2 eetlepels palmsuiker (of bruine suiker), het sap van 1/2 limoen, 1 theelepel zout en het gebakken sjalottenmengsel toe.

Draai er een gladde massa van, voeg 4 dl kokosmelk toe en draai het opnieuw glad. Verwarm het op een zacht vuurtje.

Serveer deze saus over geblancheerde of rauwe groenten, zoals sperziebonen, wortel, paprika en komkommer. Van oorsprong worden de groenten lauw of koud gegeten, maar ik geef zelf de voorkeur aan warme groenten. Je kunt alle groenten gebruiken die jij lekker vindt. Eet het met gekookte rijst, eventueel een vleesgerecht, met wat kroepoek en natuurlijk een koel glas bier of een kruidige wijn.

Groene saus à la Eetplezier

Groene saus

Superfood. Een term die in het Moderne Luilekkerland niet meer weg te denken is en gehanteerd wordt voor bepaalde voedingsmiddelen die een positief effect zouden hebben op ons lichaam. Chiazaad, hennepolie, gojibessen, rauwe cacao. Door voldoende van deze producten te consumeren, houden wij ons lijf gezond. Zeggen de Superfood-aanhangers.

Low-carb. Broodbuik. Raw foods. Voedselzandloper. Paelo. Het kan niet op anno 2014. Ik loop er allemaal niet warm voor. Neemt u mij vooral niet kwalijk. Doet u gerust wat u denkt te moeten doen met al deze moderniteiten; ik houd mij vooralsnog het recht voor om me vast te houden aan gewoon gewoon. Niet te veel zout en suiker. Zuinig met slechte vetten. En alles met mate. Ik word er niet vitaler van of energieker door; maar op deze wijze houd ik het toch al 58 jaar vol. *applaus*

Superfood heeft voor mij alles te maken met pure producten, zonder industriële bewerkingen. Daar kan niets mis mee zijn. Een vers visje, voortreffelijke crème fraîche uit Normandië, vier handjes kruiden. Gestoofd venkeltje ernaast. Lepeltje rijst of aardappelen. Mandarijntje toe. En morgen gezond weer op!

Voor het maken van een begeleidend sausje, heb ik zo mijn eigen toverformule bedacht. Het is geen traditionele salsa verde en het is ook zeker geen klassieke bearnaise- of ravigoteaus. Misschien lijkt het nog het meest op Duitse Grune Soße, waarin soms kwark of zure room wordt gebruikt. Hoe dan ook: het smaakt verrukkelijk bij een  stukje vis of vlees.

Groene saus à la Eetplezier

Ingredienten:
6 flinke eetlepels crème fraîche (bij voorkeur d’Isigny, die is zó geweldig lekker)
1 eetlepel citroensap
2 eetlepels fijngesneden dille
2 eetlepels fijngesneden bieslook
2 eetlepels fijngesneden dragon
2 eetlepels fijngesneden salie
lik mosterd
peper/zout naar smaak

Varieer naar hartenlust met kruiden, met kappertjes, met een fijngesnipperd sjalotje of augurkje, desgewenst met een fijngewreven ansjovisje. Net wat jij zelf lekker vindt. Alles kan. Niets moet.