Havermoutkoekjes met pindakaas

Havermoutkoekjes met pindakaas

Ik schrijf 15 november 2019. Opnieuw zo’n grauwe, gure winterdag, waarop alle lichtheid verdwenen lijkt te zijn. Jullie weten het ondertussen: ik behoor tot de grote groep personen die deze maanden dóórkomt op de slepende tonen van een tergend langzame winterblues. Noem het overleven. Of dreinen. Voor mijn part muggenziften, als je maar nooit je kouwe vlerken in mijn nek legt, want dan is de kans groot dat ik opeens verander in een soort Hulk. Nou ja, de mini-versie dan.

Mocht ik me vrijelijk kunnen uitspreken, iets wat ik overigens niet gauw doe, dan kwamen er zeker enige stoere krachttermen uit mijn mond bij het aanschouwen van de zoveelste grijze dag deze maand. Enfin, een mens moet voort, dus geen gemekker. Overigens is het nog slechts 31 dagen na nu en dan gaat – gelukkig – de voorzichtige opmaat naar een volgende zomer al van start. Hoe goed klinkt dat? Weliswaar begint dan tevens de meteorologische winter en kunnen we vorst en sneeuw verwachten, de enige échte Siberische kou dus, maar dat is altijd nog minder erg dan te moeten leven in een cocon van muiskleurige treurnis zonder één gering sprankje zon. 

“Havermoutkoekjes met pindakaas” verder lezen

Gewokte groenten met pindasaus

Gewokte groenten met pindasaus

Jan Petat. Ik wil deze term nogal eens uit mijn mond laten vallen na een overvolle week, als ook de zondag niet mee wil werken. Jeez, de storm buldert deze dag met volle kracht door mijn straat en beukt met fijne slagregens tegen de ramen. Het is géén weer.

De enkele verdwaalde die zich buiten waagt, kijkt met een zuur vertrokken bekkie. Kin op de borst om zoveel mogelijk natuurgeweld te ontwijken. Bah. Terwijl ik juist zo’n behoefte heb aan een lange, frisse wandeling door de bossen. Er zit niets anders op dan binnen te blijven. Daar is het heerlijk windstil. En warm.

Ik haak verder aan het wollen vestje waar ik een week geleden heel fanatiek aan wilde beginnen, maar waarvan ik na bestudering van het patroon toch enkele dagen nodig had om te begrijpen hoe het in elkaar stak. Twee zeshoeken die je dubbel moet vouwen om een vestje te fabriceren. Ga er maar aan staan. Eerst vouwde ik papiertjes. Toen kwamen er stoffen lapjes aan te pas. De vraagtekens boven mijn hoofd werden er niet minder om. Hulptroepen werden ingeschakeld.

Een kluns voelde ik me. Iedereen die een béétje creatief is, snapt dergelijke dingen direct. Kennelijk mis ik een noodzakelijk gen voor dit soort zaken. Nee, aan ruimtelijk inzicht heeft het mij gelukkig nooit ontbroken. Laat mij een olifant tekenen en het wordt vanzelf een fluitketel. Gelukkig is intussen alles duidelijk. En het wordt leuk, heel leuk.

G. en ik slobberen een staartje riesling weg, die overgebleven is na de Elzasser zuurkoolbereiding van gisteren. Ieuw! Niet bepaald ons smaakje. In de zuurkool is-ie heerlijk, wil ik ook niets anders dan deze, maar zo “kaal” draait het een nogal stroef walsje tegen ons gehemelte. Helden als we zijn, drinken we manmoedig door.

We keuvelen wat over een nieuwe thermostaat, want ja, zo’n ding op afstand via je foon of tablet kunnen bedienen, heeft toch wel wat. Bovendien is dat ding van ons antiek. Weliswaar programmeerbaar (waar ik elke dag tijdens het opstaan nog dankbaar voor ben) maar wel via een heel erg ingewikkeld cryptisch menu. Je moet er maar verstand van hebben om daar een halve graad in te wijzigen. Inzicht heb je er voor nodig. Drie keer raden wie dat heeft in huize Eetplezier.

Gelukkig blijven er ook nog simpele dingen in het leven. Zoals groenten wokken en pindasaus maken. Dus wijd ik me daar maar aan. In mijn spiksplinternieuwe wok van Creuset. Een fantastisch ding! Gekocht bij – hoe kan het ook anders – de mooiste en gezelligste kookwinkel van heel zuid-west Nederland: Bianca Bonte.

Gewokte groenten met pindasaus

Achtereenvolgens komen aan bod ui, wortel, puntpaprika en paksoi. Daar voeg ik niet teveel toeters en bellen aan toe, omdat ik alle kruiderij in de pindasaus stop. Eerst een uitje en 2 à 3 knofjes bakken. Slow! Dan een theelepel gemberpoeder, laos, koriander (ketoembar) en sambal naar smaak toevoegen. Wederom slow, want anders verbrandt het zaakje. Beetje water erbij, dan de pindakaas toevoegen: drie à vijf volle eetlepels. Blijven roeren.

Zodra het te dik wordt, ga je kokosmelk toevoegen. En maar blijven roeren. En kokosmelk (of af en toe een beetje water) toevoegen. Afmaken met een scheut neutrale ketjap, gembersiroop en het sap van een halve limoen. Misschien een beetje zout erbij voor de liefhebbers. Inkoken tot de gewenste dikte. Kijk maar wat jij ervan brouwt. Dit is de gemakkelijke manier, misschien vind jij het op een andere wijze veel lekkerder-der-der. Vertel het me gerust hieronder.
Lekker met droge, witte basmatirijst, zoetzure komkommer en emping.

Tussen alle windvlagen door schreef ik ook nog een versje. Beetje melancholisch misschien. Ik gun het mezelf.

Winterdagdroom

In het element, denk ik. De lichtjes op een rij.
Zalm-komkommerhapjes in aangename overvloed.

Jammer dat hij er niet is. En zij. En zo
nog een paar. Gebeeldhouwd in het hoofd.
Natuurlijk. Het enige dat blijft.

Zoef, zoef, glijdt de auto over zwart satijn.
Ergens zijn de straten afgezet.

Er is geen reden tot paniek. Dit is binnen.
Hier kan niets gebeuren.

Het is hier stil. Stiller. Stilst.
Op het klikken van de thermostaat na.
Hoe meer lege glazen hoe meer verleden.

En in dat ene uur leer ik. Over kracht en kwetsbaarheid.
Maar ook over welverdiende kalmte en vernietigend verliezen. En vooral over hoog en droog daarboven.
Geen vuurwerk. Geen full-color festival.

Ik troost me. Zolang er weten is, is er leven.

Creuset wok met gewokte groenten

Smaak van vroeger

Smaak van vroeger

Wie herinnert zich nog de smaak van vroeger? Wie van jullie weet er nog hoe de eerste chips smaakten? Die kleine zakjes, met zo’n van donkerblauw papier gevouwen buideltje erbij, waar het zout in zat. Het zelf kunnen bepalen van het zoutgehalte van je chips … was het geen revolutionaire uitvinding voor die tijd? Kom daar anno 2013 maar eens op. De chips van vandaag zitten niet alleen in monsterzakken en smaken niet meer naar aardappel, maar naar Joppiesaus of erger nog: Japanse teriyaki; ze zijn anno 2013 gemeengoed geworden; een soort van veredelde lunch.

 Op hun verpakkingen staan schreeuwerige teksten die ons moeten doen geloven dat chips eigenlijk heel verantwoord kunnen worden ingepast in ons dagelijkse eetpatroon. En dan liefst zo’n giga monsterzak in één keer. Was vroeger dat ene ieniemienie zakje met aardappelchipjes een ware traktatie op feest- of hoogtijdagen, vandaag de dag is het het alternatief voor een bruine boterham met kaas geworden. Ofwel: hoe diep kan de mens zinken? Maar goed, ik had het over smaak dus.

Die donkerbruine, bijna bittere korst van de ontbijtkoek. Kun jij hem nog herinneren, die smaak van vroeger? Dat was koek zoals koek hoorde te smaken. Plakkerig aan de randen, beetje droog van binnen en niet echt superzoet te noemen. Als ik vandaag een plakje ontbijtkoek proef (van een willekeurige fabrikant) is het niet alleen mierzoet, maar heeft het tevens een dermate hoog plakgehalte dat ik bijkans de kiezen niet meer van elkaar krijg. De smaak van suiker (lees: glucose/fructosestroop) overheerst. Rogge, waar ontbijtkoek toch in eerste instantie van gemaakt dient te worden, is nog maar mondjesmaat aanwezig.

Pindakaas, ook zoiets, wie is er niet groot mee geworden? Als je de pot opendeed, zag je als eerste een dikke laag olie, die je vervolgens met enorme krachtsinspanning door de pindakaas moest zien te roeren. Kleine moeite, groot genoegen. De pindakaas van vandaag kent geen olielaagje, dat hebben de jongens en meisjes van de voedingsmiddelenindustrie er stiekem doorheen gedaan. Dat is raar, want pinda’s bevatten van nature al genoeg verzadigde en onverzadigde vetzuren.

Blijft de vraag: waaróm willen de producenten van pindakaas het percentage pinda’s verminderen? Het antwoord is simpel. Alles draait om geld. Pinda’s zijn duurder dan goedkope, minderwaardige vetten die vaak per bulk worden aangevoerd en waarvan de herkomst vaak onbekend is. Bovendien is de producent al helemaal niet verplicht op het etiket te vermelden wat voor soort vet het is. Lekker makkelijk allemaal. Op de plaats waar vroeger de pinda zat, stopt men nu inferieure vetten. Vervolgens zorgen gewiekste reclameschrijvers ervoor dat de consument als vanzelf gaat geloven dat die toevoegingen juist heel erg nodig zijn om de smeerbaarheid, smaak en gladheid te verbeteren. Zo gaat dat in het moderne productieland.

De smaak van vroeger

Chips. Ontbijtkoek. Pindakaas. Allemaal met de smaak van vroeger. Het is slechts een greep uit de producten waar ik met verlangen op terugblik. Van dit alles is niets meer over. De jongens en meisjes van de levensmiddelenindustrie voelen zich kennelijk in staat om te beoordelen hoe wij onze producten willen eten. Door onze smaakbeleving onder druk te zetten, gaan wij vanzelf wel wennen aan de smaak die zij bedacht hebben. Dat is de filosofie van elke ontwikkelaar. Dat er ook mensen zijn die nooit wennen aan té zout, té vet, té zoet, doet er niet toe. Zij zijn een verwaarloosbaar klein gedeelte van het totaal aantal afnemers. Commercieel gezien totaal niet interessant.

Vanaf vandaag wil ik zo af en toe eens wat van die moderne wanproducten onder het vergrootglas leggen. Niet alleen om te ageren tegen de misleidende reclames, maar veel meer om mezelf scherp en alert te houden. Ik hoop van harte dat ik jullie hiermee weet te inspireren om zo af en toe ook de door jou gekochte voedingsproducten eens kritisch tegen het licht te houden. Wat heb je precies gekocht? Maakt de producent waar wat er op het etiket vermeld staat? Is er sprake van misleiding? Kun je het niet even gemakkelijk vervangen door een zelfgemaakte versie? Wat doet die kunstmatige rommel in een product?

Vragen in overvloed. De heldere antwoorden erop worden nog te vaak door op geld beluste producenten onder het vloerkleed weggemoffeld of in de doofpot gestopt. So: be continued …..