Quiche caprese

Quiche caprese

Als de zomer dan eindelijk haar best doet, zoals afgelopen weken, dan wil ik ook het liefst zonnige smaken op mijn bord. Een beetje Mediterraans, als ik het zo mag zeggen. Dan droom ik graag dat ik de weg gevonden heb naar meer zuidelijke streken. Struinen tussen de geurende lavendelvelden van de Provence. Zoeken naar de heerlijkste delicatessen in de Dordogne. Slurpen van een volle, aromatische Chianti in de heuvels van Toscane. Bengelen met de voetjes in het koele water van de Middellandse zee op Capri.

Met deze quiche caprese maak je een klein gedeelte van je dromen waar. De Mediterranée spat hiermee van je bord af en de goddelijke smaak is als het zonovergoten Italië, Frankrijk en Spanje inéén. Zoete tomaten, scherpe Parmezaanse kaas, geurige basilicum. Als je deze quiche dan ook nog eens mag opeten in de laatste, koesterende zonnestralen van deze dag, dan is het plaatje compleet. Veel beter wordt het niet.

Quiche caprese

Ingrediënten:
quichevorm van 24 cm doorsnee

6 plakjes roomboterbladerdeeg
80 gr pijnboompitten
400 gr cherrytomaatjes (kan best iets minder)
4 eieren
125 ml crème fraîche
flink wat basilicumblaadjes, fijngesneden
100 gr Parmezaanse kaas, geraspt
1 bol mozzarella van 125 gram, in plakjes
4 romatomaten

Bereidingswijze:
Verwarm de oven voor op 180 graden.
Bekleed de quichevorm met het bladerdeeg. Leg het niet teveel over elkaar en snijd hier en daar bij.

Rooster de pijnboompitten in een koekenpan.
Laat afkoelen op een bord.

Verdeel de pijnboompitten en gehalveerde cherrytomaatjes over de quichevorm.

Klop de eieren los met de crème fraïche.
Schep de basilicum en de Parmezaanse kaas erdoor en breng op smaak met peper en zout.

Verdeel de mozzarella en het eimengsel over de tomaatjes.

Snijd de romatomaten in plakken en leg deze op de quiche.

Bak de quiche in circa 1 uur in het midden van de oven goudbruin en gaar. Dek af met aluminiumfolie als hij te donker wordt.

Laat de quiche hierna enigszins afkoelen. Lauwwarm is hij het lekkerst!

Lauwwarme salade van spelt, geroosterde knolselderij, avocado en rucola

Lauwwarme Salade van geroosterde knolselderij, avocado en rucola

Iedereen kent dit: je koopt één of andere groente, laten we zeggen kolen of knollen. Meestal zijn die veel te groot wanneer je huishouden slechts twee personen huisvest. Vervolgens ligt zo’n halve kool of knol nog minstens twee weken in je koelkast weg te kwijnen tot een fris-bruin opgekruld weggooi exemplaar.

Knolselderij bijvoorbeeld. Het is reeds jaren hetzelfde liedje in huize Eetplezier met dit oerlelijke mormel. Opeens krijg ik een onbedwingbare trek in deze groente. Om er een gezond broodbelegje van te maken, voor in de soep of in de stoofpot en voor ik het weet zit ik wederom opgescheept met zo’n onooglijk uitziend restant.

Vandaag niet. Vandaag was ik slim. Ik checkte éérst mijn koelkast alvorens ik een avondmaaltijd bedacht. Dat is een behoorlijk innovatieve gedachte. Dank u. Ik probeer ‘m erin te houden.

Ik pakte mijn laatst gekochte boek erbij: I ♥ groente van Janneke Vreugdenhil.
Ah, een herfstige salade van spelt, geroosterde knolselderij, tijm en rucola, dat kon wel eens wat zijn.

De waarheid gebiedt me te zeggen dat ik aan het onderstaande recept wel wat geknutseld heb. Om diverse redenen.  A) omdat ik koude salades in de winter nog erger vind dan een bontjas hartje zomer, b) ik uiteraard geen hazelnoten in huis had en c) omdat het begrip spelt mij bepaald niet in hogere, culinaire sferen brengt.

Echt, ik probeer van alles te doen om met de tijd mee te gaan. Diervriendelijke, gezonde, verse maaltijden. Geen pakjes, geen zakjes en alles zoveel mogelijk in zijn oorspronkelijke (eetbare) vorm gebruikt, maar spelt in zijn gekookte vorm eten …… Er zijn zaken in het leven die een mens beter niet kan proberen. Al was het maar om in jezelf te blijven geloven.

Dus heb ik quinoa gebruikt, bijna net zo erg, maar net iets beter te behappen. Voor mij. De warme quinoa heb ik ook niet door de salade geschept. Dat zou ten koste gegaan zijn van de knapperige rucola. Ik had een alternatief bedacht: quinoa (parelcouscous kan trouwens ook) op je bord scheppen en deze salade er rijkelijk overheen draperen. Dat is lekker. Ook als je geen vegetariër bent.

Lauwwarme salade van spelt met geroosterde knolselderij

Ingrediënten (voor 2 personen)
75 g spelt (hele korrels) of quinoa
400 gr knolselderij, in kleine dobbelsteentjes
4 à 5 eetl olijfolie
1 eetl honing
sap en rasp van ½ biologische citroen
3 takjes verse tijm, blaadjes eraf geritst
1 avocado, in blokjes
hand hazelnoten (of zoals in mijn geval pijnboompitten, geroosterd)
rucola (zoveel je wilt)

Bereidingswijze
Week de spelt minstens drie uur (langer mag ook) in royaal koud water.
Zet de speltkorrels op met ruim vers water en kook ze in ongeveer een uur gaar.
Laat uitlekken en afkoelen.

Verwarm de oven op 200°.
Doe de knolselderij, 2 eetlepels olijfolie, honing, citroensap en – rasp en tijm in een kom en schep om.
Voeg naar smaak zout en versgemalen peper toe.
Bekleed een bakplaat met bakpapier en spreid de groente hierover uit.
Schuif in het midden van de oven en laat de blokjes knolselderij 30 – 40 minuten roosteren tot ze karamelkleurig zijn.
Schep tussendoor een aantal keren om.

Hussel een salade van de spelt, geroosterde knolselderij, avocado, noten en rucola. Maak op smaak met citroensap, de rest van de olijfolie, zout en versgemalen peper.

Of doe zoals ik: maak een spiegeltje van de quinoa en drapeer de salade er rijkelijk overheen.

Bron: I ♥ groente – Janneke Vreugdenhil

Pijnboompitten

Pijnboompitten

Jullie kennen waarschijnlijk het verhaal van de pijnboompitten. De bolvormige, dikke soort (de Chinese) geven een bittere nasmaak in de mond die bij sommige mensen dagenlang kan blijven hangen. Alles wat je daarna eet wordt overheerst door die vieze, bittere smaak. Je kopje koffie kan er zelfs van tegenstaan. De Schoonzus heeft het aan den lijve ondervonden en heeft het als een verschrikking ervaren. De puntige, langwerpige pijnboompitten zijn van Europese herkomst en daarvan valt niets te vrezen.

Vandaag wilde ik verse pesto maken. Dit keer zou niets of niemand mij nog een oor aan naaien (er staan er immers al twee); uitsluitend de Europese mochten mee naar huis. De drie Islamitische winkels in mijn buurt vielen af. Ik had het (vooringenomen) idee dat zij eerder Chinees spul zouden verkopen dan hun collega-supermarkten.

Op weg naar de supermarkt met de geleende naam van een olifant. Aangekomen bij het schap zuidvruchten, pitten en noten sloeg de twijfel reeds toe. Waren deze in het transparante doosje nu echt langwerpig? Hmm, moeilijk, moeilijk. En wat hadden ze een verdacht gele kleur. Uiteraard geen enkele informatie over de herkomst op het etiket re vinden. Doosje terug in het schap. Op naar de concurrent met de duurdere prijzen.

Pijnboompitten bij de Appie

Appie had op liefst drie plaatsen (winkelinrichters hebben psychologie gestudeerd) zijn pitten verstopt. Handig voor de klant die nog snel voor de avondmaaltijd zijn boodschapjes moet doen. Maar dat terzijde. Mooi, met drie verpakkingen kon ik tenminste écht aan het vergelijken slaan. Maar hoe goed ik ze ook bestudeerde, in alle drie de zakjes zag ik eeneiige tweelingen zitten. Identiek aan elkaar dus.

Geen zinnig mens is in staat om de zon met een andere zon te vergelijken. Domweg omdat er geen ander exemplaar voorhanden is.  Qua kleur waren ze echter allemaal wel  bleker dan degenen in de Olifanten supermarkt en dat leek mij een goed teken (zie foto boven). Vooruit met de geit dan maar, naar huis en pesto draaien, desnoods met Chinese pitten. Soms moet een mens beslissingen durven nemen.

De pesto lukte goed. Héél voorzichtig nam ik een klein theelepeltje ervan. Lekker! Het theelepeltje werd een eetlepel. Geen smaakafwijkingen tot dan toe. Er begon niets te branden op mijn tong, er was geen bittere smaak, het was eigenlijk gewoon superlekker!

Wat blijft is de twijfel. Heb ik nu Europese of Chinese pijnboompitten gebruikt? Als ik wel Chinese heb gekocht, ben ik er dan misschien ongevoelig voor? Of zijn er wellicht verschillende soorten Chinese? Waren de pitten die de bekende nare smaak veroorzaakten vervoerd in verontreinigde containers? Kwamen ze uit een bepaalde streek? Bestaat er een combinatie van voedingsmiddelen waardoor de bitterheid  de overhand krijgt? Heeft de ene mens meer of andere smaakpapillen dan de andere?

Vragen. Vragen. Zoveel vragen. Mijn oproep aan iedereen: kan er iemand uitsluitsel geven omtrent deze vervelende kwestie? Liefst met duidelijke foto’s, zodat vergissen bij de aankoop onmogelijk wordt? Want zeg ik nou zelf: met een hoofd vol vraagtekens achteraf  heb je alsnog een vervelende nasmaak.