Orzo met aubergine en mozzarella

Orzo met aubergine en mozzarella

Sommige dagen laten zich niet lezen. Er is geen index aanwezig en je zoekt je rot naar de juiste bladzijde. Op diverse uren staan er koeien van fouten, maar ook een erratum ontbreekt. Geen bladwijzers, geen handleiding, maar een onduidelijke, cryptisch geschreven dag. Je kent ze vast wel. Iets tussen wal en schip.

Zo sudder ik de avond in. Verontwaardigd, somber en bezwaard. Niet goed wetend wat ik met deze dag aan moet. Neerslachtig kijk ik naar het recept dat ik wil maken. O ja, de orzo gaat ongekookt in de schotel. Help, dat gaat niet goed komen op een dag als vandaag. Het is me nog nooit gelukt om niet voorgekookte pastasoorten lekker zacht te krijgen in een ovenschotel, al gebruik ik tien vrachtwagens saus. Maar kijk, dat blijkt dan weer mee te vallen. Als ik na een veertigtal minuten de schaal uit de oven haal en er met een vork in prik, voelt het heerlijk romig. En zo smaakt het ook. Fris door de citroen. Gezond door de grote hoeveelheid groenten. Voedzaam vanwege de pasta.

“Orzo met aubergine en mozzarella” verder lezen

Prei-pancakes met koriandersaus – Ottolenghi

Prei-pancakes

Het was gisteren zo’n dag die niet wilde. Niet vooruit. Niet achteruit. En al helemaal niet vrolijk in de pas. Zo’n dag die je over zou willen doen. Nog geprobeerd om een slinger op te hangen, maar geen punaises te vinden. Gekke foto ook weer, alsof er een vette varkensrib ligt, in plaats van drie pancakes. Klaag. Steun. Kreun.

Bwèèèh, spugen de planten me toe, tijdens het drinken geven. Buiten trompettert er een vrachtwagen dat hij er door wil. Ja, dóé-óéí, loeien de aardappelen als ik ze wil gaan schillen. Mistroostig kijkt de prei me aan: toch niet wéér samen met die saaie aardappelen? Alsjeblieft? Kijk eens in je boeken?

Gedwee (de pit was er toch al uit voor vandaag) pak ik mijn groentebijbel van mister Ottolenghi erbij. Preikoekjes. Yes! Dat wordt het. Met zelfrijzend bakmeel. Eieren. Peper. Kruiden. Het kan deze dag misschien nog een beetje redden.
Preikoekjes staat er. Echt waar. Wat nou koekjes? Ik noem ze pancakes. Of gevulde omelet. Voor mijn part frittata. Maar geen koekjes.

Probleem is ook: wat eet je hierbij? Is het een hoofdgerecht? Hoort er een salade bij? Vanwege het hoge bwèèèh-gehalte van deze dag, wilde ik niet te veel tijd spenderen aan het moeten nadenken. Ik ging ze bakken en zou wel zien. Misschien kwamen ze wel in de kliko terecht en moesten we alsnog aan de boterham met pindakaas.

Opm: In het recept staat een eetlepel bakpoeder. Daar had ik geen goed gevoel bij. Bovendien houd ik niet van de stroeve smaak van niet goed uitgebakken bakpoeder, dus gewoon weggelaten. Bleek geen ramp te zijn. Vanwege de aardige hoeveelheid ei, souffleert het toch wel.

Aan de slag.

Prei-pancakes met koriandersaus

Ingrediènten: (4 personen)
3 preien ( 450 gram nettogewicht)
5 sjalotten, fijngehakt
1 ½ dl olijfolie
1 rode peper, ragfijn gesnipperd
25 gr peterselie, fijngehakt
¾ theelepel korianderzaad
1 theelepel komijnzaad, fijngewreven
¼ theelepel geelwortelpoeder
¼ theelepel kaneel
1 theelepel kristalsuiker
½ theelepel zout
1 eiwit

voor het beslag:
120 gr zelfrijzend bakmeel
1 eetlepel bakpoeder (daar is-ie)
1 heel ei
1 ½ dl melk
60 gr boter, gesmolten

voor de saus:
100 gr Griekse yoghurt
100 gr zure room
1 teen knoflook, fijngewreven
1 à 2 eetlepels citroensap
3 eetlepels olijfolie
½ theelepel zout
20 gr bladpeterselie, fijngesneden
30 gr korianderblad, fijngesneden

Bereidingswijze:
Maak eerst de saus. Klop alle ingrediënten in een foodprocessor door elkaar tot de saus een mooie, groene kleur heeft. Let op: droog je kruiden zorgvuldig, anders kan het erg waterig worden!

Was en snijd de preien. Dep ze droog.
Bak de prei en de sjalot in een koekenpan in de helft van de olie 15 minuten op halfhoog vuur tot ze gaar is.
Doe ze in een grote kom en voeg de chilipeper, peterselie, specerijen, suiker en zout toe.
Laat afkoelen.

Klop het eiwit tot het zachte pieken vormt en spatel het door de groenten.
Meng in een andere kom het bakmeel (al dan niet met het bakpoeder), het ei, de melk en de boter tot een beslagje.
Schep dit luchtig door het mengsel van eiwit en groente.

Verhit 2 eetlepels van de overgebleven olie in een grote koekenpan op halfhoog vuur. Schep ongeveer de helft van het beslag in vier grote porties in de pan.
Bak de koekjes 2 à 3 minuten aan beide kanten tot ze goudbruin en knapperig zijn.
Schep ze op keukenpapier en houd ze warm.
Bak nog zo’n portie, tot je 8 flinke preicakes hebt.
Dien ze heet op en geef de saus er apart bij.

Heeft het deze dag kunnen redden? Nee. Waren ze lekker? Ja.
De koriandersaus geeft het geheel een frisse toets. Zonder de saus zou ik het persoonlijk gewoon een soort van omelet vinden. De smaak van de kruiden en de peper in het prei-eimengsel is niet overduidelijk aanwezig. En of het geslagen eiwit iets toevoegt aan de luchtigheid, staat voor mij ook niet vast. Als hoofdmaaltijd zou je er een gemengde salade bij kunnen eten, maar eigenlijk vind ik dit gerecht voornamelijk geschikt als voedzaam lunchhapje.

Prei-pancakes

Gevulde portobello’s met taleggio – Ottolenghi

Gevulde portobello's met taleggio

Als je een blog Eetplezier & Meer bezit, dan is het logisch dat je zo af en toe een gerecht “uit probeert”. Gevulde portobello’s met taleggio bijvoorbeeld. En zo iets moet dan ook nog eens op de foto gezet. Waarmee voor eens en voor altijd gezegd kan worden: paddenstoelen (lees: portobello’s) zijn niet fotogeniek. Hoewel dat ook voor een gedeelte aan mijn fotodinges-capaciteiten ligt natuurlijk.

Verder dient nog opgemerkt te worden dat ik geen taleggio te pakken kon krijgen. Daarom heb ik chaumes gebruikt. Op internet was te vinden dat dit een bruikbaar alternatief kon zijn. Ik denk echter dat het met brie of camembert ook goed zal lukken. Even kijken dus wat er in jouw buurt allemaal te koop is.

Man en ik aten er een lekkere salade bij met grof boerenbrood. Wat goede olijfolie, een fijn rood wijntje en je hebt een smakelijk vegetarisch gerechtje.

Gevulde portobello’s met taleggio

Ingrediënten: (2 personen)
4 grote portobello’s (van steeltjes ontdaan)
6 eetlepels olijfolie
1 kleine ui, fijngesneden
1 stengel bleekselderij, in fijne blokjes
100 gram zongedroogde tomaatjes, fijngehakt
2 teentjes knoflook, fijngehakt
50 gram geraspte Parmezaanse kaas
1 eetlepel fijngehakte dragon
4 eetlepels gesneden basilicumblaadjes
100 gram Taleggio, in plakjes
zout & versgemalen peper

Bereidingswijze
Verwarm de oven voor op 180°.
Bekleed een bakplaat met bakpapier.
Leg de paddenstoelen met de bolle kant beneden op de bakplaat en sprenkel er wat olie over.
Bestrooi ze met peper en zout.
Zet de bakplaat in de oven en rooster de paddenstoelen circa 15 minuten.

Verhit 2 eetlepels olie in een koekenplan en smoor hierin de ui en de selderij 5 – 10 minuten op laag vuur tot ze gaar maar niet bruin zijn.
Voeg de fijngehakte knoflook en de in stukjes gesneden gedroogde tomaatjes toe en bak nog een paar minuten zachtjes door.
Laat dit mengsel afkoelen.

Schep de Parmezaanse kaas, de dragon, en de helft van de basilicumblaadjes door het groentemengsel en breng op smaak met peper.

Schep de vulling in de paddenstoelen en leg er een plakje taleggio op.
Zet ze weer 10 minuten in de oven tot de kaas gesmolten is en de paddenstoelen helemaal gaar zijn.

Serveer de portobello’s door er wat olie overheen te sprenkelen en de andere helft van de basilicumblaadjes.

Bron: Plenty – Yotam Olttolenghi

Gevulde portobello's met taleggio

Ergens kaas van gegeten hebben

Ergens kaas van gegeten

Vanwege het willen maken van een recept van Ottolenghi, waarin Taleggio verwerkt zit, snel ik vandaag rond 14.00 uur nog gauw even naar vriendje Appie. Want vriendje Jumbo wist zelf niet eens dat het kaas was. En omdat Appie net een tikkie minder wereldvreemd tegen onze multi-culturele samenleving aan kijkt (lees: erop inkoopt) denk ik er zeker van te zijn het recept vandaag met de juiste ingrediënten te kunnen bereiden. Ze zullen aldaar vast ergens kaas van gegeten hebben.

Na een vijftal minuten in de kaasvitrine te hebben gekeken, vraag ik aan de schattige juffrouw met de lange, golvende haren en wimpers van drie meter lang: “heeft u ook taleggio?”
“Tagliatelle”, antwoordt ze met uitgestrekte vinger, “dan moet u bij de pasta zijn”.
Geheel tegen mijn zin en mijn tempo in, blijf ik kalm.
“Nee, ik bedoel taleggio, geen tagliatelle”.

Juffrouw schudt vastberaden met haar manen. “Nee, die heb ik niet”.
Maar ze verkeert in een positieve mee-denk stemming (kaas is tenslotte toch alleen maar bedoeld om de zaterdag tussen 8 en 5 door te komen en denken is minder vermoeiend als lopen) en vraagt: “wat is het voor kaas?”.
“Italiaanse”, zeg ik.

Ah, het lijkt erop alsof haar plotseling iets te binnen schiet. Ik krijg weer hoop. Misschien staat er wel vijf kilo taleggio achter in het magazijn, die vanmiddag is binnengekomen en nog uitgestald moet worden.

Jongedame buigt zich echter nadenkend over de Parmezaanse kaas.
“Dit lijkt er op, dat weet ik bijna zeker”, giechelt ze. Met haar mooie, donkerbruine kijkers kijkt ze me vol vertrouwen aan. “Toch?”

“Ik denk het niet, hoor. Parmezaanse kaas zit al in het gerecht. Nu zoek ik nog taleggio om te laten smelten bovenop”.

De interesse van de jongedame lijkt nu echt gewekt. Ze gaat er zelfs van op één been staan. Met een hand in haar zij gooit ze ondertussen achteloos heur haardos  naar achter.
“Waar is het dan precies voor, mevrouw?”
Daarbij trekt ze een gezicht alsof ze een wandelende culinaire encyclopedie is.

“Voor gevulde portobello’s. Van Ottolenghi”, zeg ik er lief achteraan, me terdege bewust van het feit dat deze jongedame wel iets beters te doen heeft met mannen, dan er recepten van na te maken.
Gehaast voeg ik er aan toe: “ik denk dat ik die buffelmozzarella maar meeneem, die smelt ook goed”.

Vanaf dat moment komt ze echter pas goed op stoom.
“Nee hoor, mevrouw, mozzarella smelt juist helemaal niet. Dat wordt een beetje een compacte massa. Echt waar”. Haar hoofdje schudt driftig heen en weer.

Diep in mij begint er een schaterlach op te borrelen Ik pers mijn lippen op elkaar om het meisje niet in verlegenheid te brengen, maar kan het niet nalaten om te lispelen: “op mijn pizza’s smelt die buffelmozzarella toch echt geweldig”.

Verbijsterd kijkt ze me aan. Ik zie haar denken. Een pizza, dat is toch zo’n ding uit een kartonnen doos, gebracht door een slanke, gebruinde jongeman op zo’n scooter met een kist achterop? Iets met tomaat, salami, olijven en een gebruinde bovenkant, maar toch niet met zo’n witte bol er bovenop?

Ik laat haar in complete verwarring achter, als ik de mozzarella én een stukje chaumes uit de vitrine pak.
“Nou, succes dan maar”, kwettert ze vrolijk. “Ik hoop dat het goed komt”.
Hoor ik daar iets van meewarigheid in haar stem?

Het is een lief kind. En het komt allemaal goed met haar. Ik weet het zeker.

(Bron foto: Sligro)

Linzen met gegrilde aubergine – Ottolenghi

Linzen met gegrilde aubergine

Het is en blijft een strijd. En ik ben er niet trots op. Zeker niet. Ik voel me vaak een softie; een twijfelaar; een met-alle-winden-meewaaier. Zonder ruggengraat.

Meat or no meat. That’s the question. Wel of geen schuldgevoel t.a.v. al die arme, volgepropte beestjes die aan het eind van hun erbarmelijke leven letterlijk de vrachtwagen in worden geschopt? Vasthouden aan principes of los durven laten? Meegaan met de laffe meute of samen met de dierenactivisten de barricade op? Ten onder gaan in een carnivorisch moeras of bewierookt worden in een vegetarisch walhalla?

Ik weet het niet. Echt niet. Eet ik de ene dag een smakelijk koteletje met vetrand, de andere dag gruwel ik ervan. Dan smeekt mijn lijf om natuurlijk voedsel. Groenten, granen, noten, fruit. Onbewerkt, antibiotica-vrij eten. Puur natuur.

Het getreuzel omtrent deze principekwestie kent zijn oorsprong zo’n vijfendertig jaar geleden. Toen moest ik het nog doen met het voor die tijd behoorlijk vernieuwende kookboek van Buchner: Lekker eten zonder vlees. Het boek wasemde de geur van ongewassen geitenwollen sokken. Van gierst en zilvervliesrijst. Gezond was het toverwoord. Maar lekker? Ho, maar!

Dat laatste is gelukkig veranderd met de komst van topchef Yotam Ottolenghi. Anno 2012 is hij dé meester in het bereiden van vegetarische gerechten mét smaak! Inmiddels heeft hij verschillende kookboeken op zijn naam staan. Toegegeven, zijn recepten zijn behoorlijk arbeidsintensief en kennen vaak ellenlange ingrediëntenlijsten, maar daar krijg je ook heel wat voor terug! Namelijk: een smakelijke maaltijd zonder schuldgevoel.

Linzen met gegrilde aubergine

Ingrediënten:
2 aubergines
2 eetl rode wijnazijn
200 gr Puy linzen
3 wortelen, geschrapt
2 stengels bleekselderij
1 laurierblad
3 takjes tijm
½ witte ui
3 eetl olijfolie, plus extra om te besprenkelen
12 cherrytomaatjes, gehalveerd
beetje bruine basterduiker
1 eetl platte peterselie, fijngehakt
1 eetl koriander, fijngehakt
1 eetl dille, fijngehakt
2 eetl crème fraîche of Griekse yoghurt
zout en zwarte peper

Bereidingswijze:
Kerf de aubergines in en leg ze direct onder de grill op een met aluminiumfolie beklede bakplaat en grill ze een uur. Keer ze een paar keer om. De aubergines moeten helemaal zijn ingezakt en de schil moet geblakerd en opengescheurd zijn. Je kunt de aubergines ook 15 minuten boven de gasvlam roosteren.

Schep het vruchtvlees in een vergiet, gooi de donkere schil weg. Laat het vruchtvlees minstens 15 minuten uitlekken en meng er dan pas royaal zout en peper plus een ½ eetlepel azijn door.

Doe terwijl de aubergines worden gegrild de linzen in een middelgrote pan. Snijd 1 wortel doormidden en ½ stengel bleekselderij in stukken en doe ze in de pan. Voeg laurier, tijm en ui toe, overgiet alles met water en breng het aan de kook. Laat de linzen op laag vuur, maximaal 25 minuten koken tot ze gaar zijn; schuim het oppervlak af en toe af. Giet ze af in een zeef. Gooi wortel, bleekselderij, tijm, laurier en ui weg en doe de linzen in een mengkom. Voeg de overgebleven azijn, 2 eetlepels olijfolie en royaal zout en peper toe. Vermeng alles goed en houd de linzen warm.

Als de linzen staan te koken, verwarm je de oven voor op 140°. Snijd de overgebleven wortelen en bleekselderij in blokjes van 1 cm en meng ze met de tomaatjes, de overgebleven olie, suiker en een beetje zout. Verdeel het mengsel in een ondiepe ovenschaal en zet het 20 minuten in de oven; de wortel moet dan beetgaar zijn.

Schep de groenten door de nog warme linzen, voeg de gehakte kruiden toe en meng alles. Proef en doe er eventueel nog zout en peper bij. Schep de linzen op de warme borden. Schep in het midden wat aubergine en zet er een dot crème fraîche of Griekse yoghurt op. Sprenkel er een beetje olie over.

Bron: Plenty – Yotam Ottolenghi.

Linzen met gegrilde aubergine

Huisgemaakte spare-ribs

Huisgemaakte spare-ribs

“Zo, mevrouw Eetplezier, heeft u niet iets uit te leggen aan al uw vriendelijke en integere lezers? Hoe hypocriet en paradoxaal deze blogpost wel niet mag klinken bijvoorbeeld? U en uw huisgemaakte spare-ribs? Was u het toch die veelvuldig melding maakt van het feit weinig tot geen vlees meer te eten? Omdat uw spijsvertering deze zware hap niet langer adequaat weet te verteren, toch? En toch ook omdat u zich medeverantwoordelijk voelt voor al het leed in de dieronvriendelijke bio-industrie? Of omdat u, onder leiding van chef Ottolenghi, de “nieuwe vegetarisch eetcultuur” heeft herontdekt?

En wat zien uw eetmaatjes in amper twee weken tijd? Juist, twéé recepten voor dood beest. Is het in u in het hoofd geslagen? Of slaat u opeens alle gezondheids- en milieuwaarschuwingen in de wind? Is uw mental coach met langdurig verlof? Zijn al uw normen en waarden vervaagd of bent u misschien plotsklaps aan lager wal geraakt? Verklaar u nader graag`.

Euh, euh. Tja. Soms hè? Ik ben ook maar een gewoon Mensch. Ik kan er echt niets aan doen. Geloof ik. Het komt zo maar bovendrijven, die carnivorische trekjes. Het is niet tegen te houden. Herinneringen, weemoed, troost, mondvermaak, van dat soort dingen. Hellup, niet schieten, alsjeblieft ….. *verschuilt zich rap achter twee formidabele zijden Nigella-spek*

Totdat ik ze zelf maakte, dacht ik altijd dat je spareribs het beste in Chinese restaurants kon eten. Maar het thuis op tafel zetten van deze kluifjes heeft mijn mening daaromtrent totaal veranderd. Kleverig van de honing, maar zoutig scherp van de soja en de rijstazijn, met een aromatische nagalm van gember, kaneel, steranijs en vijfkruidenpoeder en opgediend met een fris, pittig strooisel van pepertjes en lente-uitjes, zijn ze zalig om lekker loom en kliederig van te snoepen. De ultieme beloning voor ongebreidelde gulzigheid. Ze zijn ook heerlijk met kant-en-klare zoete chilisaus (in plaats van de vers gehakte pepertjes met honing). Je kunt vaak hele zijden ribbetjes in de supermarkt krijgen en anders gewoon bij de slager.
(Bron: Nigella Lawson: Voor altijd zomer)

Huisgemaakte spare-ribs

Ingrediënten: (4 personen)

16 varkensribbetjes

voor de marinade:
4 eetlepels rijstwijnazijn
3 eetlepels sojasaus
2 rode pepers, gehakt
stuk van 5 cm verse gemberwortel, geschild en in dunne plakjes
2 eetlepels vloeibare honing
2 steranijzen
1 kaneelstokje, in stukjes gebroken
1 theelepel sesamolie
2 eetlepels arachideolie
4 lente-uien, grof gehakt

om te bakken:
2 theelepels vijfkruidenpoeder
2 eetlepels vloeibare honing

om te serveren:
2 rode pepers, fijngesnipperd
2 lente-uitjes, in dunne ringetjes

Stop de ribbetjes in een grote, afsluitbare, plastic zak, doe alle ingrediënten voor de marinade erbij, druk wat lucht uit de zak en sluit hem goed af. Kneed en schud de zak zodat alles goed gemengd wordt. Laat het vlees een hele nacht, maar ten minste een paar uur, op een koele plek in de keuken marineren.

Laat de ribbetjes de dag erna op kamertemperatuur komen. Verwarm de oven voor op 200° of gasovenstand 6.
Stort de gehele inhoud van de zak inclusief de ribbetjes in een braadslee.
Dek de braadslee strak af met aluminiumfolie en zet hem 1 uur in de oven.

Haal daarna het folie eraf, strooi het vijfkruidenpoeder over het vlees en schep de honing erover.
Zet de ribbetjes nog 30 minuten in de oven.
Haal de braadslee er halverwege uit om de stukjes te keren, zodat ze ook aan de onderkant mooi geglaceerd en plakkerig worden.
Pas op dat ze niet verbranden: ze kunnen in 10 minuten krokant en glanzend bruin zijn!
Haal de ribbetjes uit de braadslee, leg ze op een grote schaal en strooi er de gehakte pepertjes en lente-uitjes over.

Huisgemaakte spare-ribs