Orzo met aubergine en mozzarella

Orzo met aubergine en mozzarella

Sommige dagen laten zich niet lezen. Er is geen index aanwezig en je zoekt je rot naar de juiste bladzijde. Op diverse uren staan er koeien van fouten, maar ook een erratum ontbreekt. Geen bladwijzers, geen handleiding, maar een onduidelijke, cryptisch geschreven dag. Je kent ze vast wel. Iets tussen wal en schip.

Zo sudder ik de avond in. Verontwaardigd, somber en bezwaard. Niet goed wetend wat ik met deze dag aan moet. Neerslachtig kijk ik naar het recept dat ik wil maken. O ja, de orzo gaat ongekookt in de schotel. Help, dat gaat niet goed komen op een dag als vandaag. Het is me nog nooit gelukt om niet voorgekookte pastasoorten lekker zacht te krijgen in een ovenschotel, al gebruik ik tien vrachtwagens saus. Maar kijk, dat blijkt dan weer mee te vallen. Als ik na een veertigtal minuten de schaal uit de oven haal en er met een vork in prik, voelt het heerlijk romig. En zo smaakt het ook. Fris door de citroen. Gezond door de grote hoeveelheid groenten. Voedzaam vanwege de pasta.

“Orzo met aubergine en mozzarella” verder lezen

Risosalade met geroosterde paprika en kikkererwten

Risosalade met geroosterde paprika en kikkererwten

Riso (of orzo) is een gedroogde pastasoort Het is gemaakt van griesmeel van harde tarwe. De Cecco noemt het riso. Als ik het bij de Griekse winkel haal, heet het plotseling kritharaki. Ik heb werkelijk geen enkel idee of er wellicht een subtiel bestaat tussen de verschillende benamingen. Feit blijft dat ik het veelvuldig gebruik in mijn keukentje.  Als vulling in de soep. Of ter vervanging van de “gewone” pastasoorten, waar ik dan een saus bij serveer. Ook in salades doet deze vermomde rijstkorrel het uitstekend. Maar wijk voor deze risosalade met geroosterde paprika gerust af als je liever couscous, bulghur of quinoa gebruikt. De smaak wordt in grote mate toch bepaald door de ingrediënten.

Risosalade met geroosterde paprika en kikkererwten

Ingrediënten:
3 rode puntpaprika’s
150 g riso
1 l groentenbouillon
1 grote sjalot, in dunne schijfjes
rasp en sap van 1 citroen
3 tomaten, zaadlijsten verwijderd, in blokjes
200 g kikkererwten uit blik, uitgelekt
1/2 bos peterselie, fijngehakt
1/2 bos koriander, fijngehakt
blaadjes van 4 takjes munt, fijngehakt
fleur de sel en zwarte peper van de molen

Bereidingswijze:
Verwarm de oven voor op 220°.
Leg de paprika’s in een ovenschotel en schuif ze in de oven tot de buitenkant zwartgeblakerd is. Keer ze af en toe.
Neem uit de oven en stop ze in een afsluitbare plastic zak.

Kook intussen de riso gaar in de groentenbouillon volgens de aanwijzingen op de verpakking.
Laat goed uitlekken.

Meng de sjalotringen met citroenrasp- en sap en laat staan tot gebruik (hierdoor zal de sjalot zijn scherpte verliezen).

Pel de paprika’s en verwijder de zaadlijsten. Snijd in blokjes.

Meng de lauwe riso met de paprika, tomaten, kikkererwten en kruiden.
Roer er ook de sjalot met citroensap en -rasp door.
Kruid royaal met fleur de sel en zwarte peper.

Ik werd voor deze salade geïnspireerd door een recept op het blog van de Vlaamse Annelies Een lepeltje lekkers. Hierop is een grote variëteit aan recepten te vinden met schitterende foto’s die me het water in de mond doen lopen.

Salade van riso met geroosterde paprika en kikkererwten

Kanniewaarzijn

Orzo met aubergine en mozzarella

Heb ik weer, gevalletje kanniewaarzijn. What happens?

Ik vertelde jullie al eerder over het oog. Míjn oog, wel te verstaan. Altijd dwars, altijd moeilijk doen. Een gebed zonder end. Tot een academisch opgeleide mevrouw in een witte jas in het midden van het land er op de valreep nog één netjes gepreveld Amen aan weet te breien.  Ze kijkt er akelig triomfantelijk bij. En ik durf haar, volledig in tegenstelling tot mijn eigengereide attitude, niet tegen te spreken, laat staan erover door te vragen. Ondersteboven kan ik lezen dat ze Tacrolimus opschrijft en daaronder 40x. Een geruststellende overdaad. “U dient er bedacht op te zijn dat niet iedere apotheek het kan bereiden”, spreekt de mevrouw, iets minder opgetogen nu.

Gelukkig zijn er in het medische labyrint aldaar, o godallemachtig, wat moet ik moeite doen om niet te verdwalen, een groot aantal gifmengers aanwezig die zich achter hagelwitte balies hebben opgesteld. Mijn volgnummertje is 78. De rode letters op het display (nummerbord is niet de juiste naam, maar hoe heet zo’n afzichtelijk ding dan in vredesnaam wel) wijzen onverbiddelijk 53 aan. Tien lange minuten later staat er 55. Het lijkt alsof ik in een slechte film terecht gekomen ben. Met een onoplosbare storing. Enfin, eerst maar koffie.

Aan het eind van de middag heb ik de buit binnen. Twee lieve, kleine tubetjes van 3 ml. Even voor degenen met een armoedig voorstellingsvermogen: 3 ml is echt ongelooflijk klein. Een tubetje Blistex. In de koelkast bewaren. Houdbaar tot 11 oktober 2015. Dat was toen. Toen is inmiddels vier weken geleden.

Dus ga ik vandaag vrolijk op weg naar mijn plaatselijke medicijnman om nieuwe voorraad in te slaan. Want werken doet dat smeerseltje wel! Holy mozes, mijn linkeroog ondergaat een complete wedergeboorte. Goed spul. De apotheker om de hoek heeft altijd al een meelevende oogopslag, maar kijkt vandaag wel erg droefgeestig als ik hem het recept overhandig. “O, dit kan ik niet maken”, zegt hij. Het is een magistrale bereiding. Hij verdwijnt met gezwinde spoed naar achter. Kijk, dat is nu het voordeel van Google en even moeten wachten: als de man weer aanspreekbaar is, weet ik inmiddels dat “magistrale bereiding” zoiets betekent als hogere hocus pocus in de farmacie. Iets met grondstoffen en ouderwets handwerk.

“U moet allereerst uw zorgverzekeraar bellen om te vragen of het wel vergoed wordt”, oreert mijn eigenste gifmenger. “Het is vrij duur spul”. Hmmm, ik denk er het mijne van. Zeker bang dat hij niet genoeg winst kan maken op een met de hand bereid geneesmiddel. Want ja, met uitstervende vakidioten kun je natuurlijk geen woekercontracten opstellen en geen stiekeme dealtjes sluiten, ergens tussen de tee en hole 18. Er begint ondertussen een ware lichtshow in mijn hoofd aan- en uit te floepen. Ik snappum. Denk ik.

Kanniewaarzijn

Eenmaal thuis bel ik CZ. Vraag 1: wordt het middel vergoed? Vraag 2: wat is de prijs per tubetje van 3 ml. Op mijn eerste vraag krijg ik een helder antwoord. Ja. Mooi, dat is geregeld. Vraag 2 ligt iets ingewikkelder. De helpdeskdame weet mij, na drie keer vermaakt te zijn door een oervervelend melodietje, te vertellen dat de prijs afhankelijk is van de op dat moment geldende prijs op de grondstoffenmarkt. O? En wat is dan de actuele prijs? Op dit moment? Dat laatste voeg ik er volledigheidshalve maar aan toe, bang te moeten ontdekken dat zelfs het woord actueel teveel voor haar is. Na een aantal minuten komt ze met een koel uitgesproken “€ 200,00, mevrouw”. Ik rol bijkans uit mijn stoel van schrik en reken snel: dat is in mijn geval € 400,00 per maand. Alsof je een geneeskundige zandbak leeg gooit. “ik vergeet nog te zeggen dat het om een experimenteel middel gaat”, roept de dame ver weg vanuit de telefoonhoorn.

Met flink de pest in, begin ik aan de avondmaaltijd. Zoveel geld om slechts een rood oog te voorkomen. Van deze centen kunnen hele volksstammen ingeënt worden tegen de meest kwalijke ziekten. Er kan een half ziekenhuis van ingericht worden in een ontwikkelingsland. De eigen bijdrage kan ervoor worden kwijtgescholden bij een gezin dat het niet breed heeft. Er kan ….

Zo sudder ik de avond in. Verontwaardigd, somber en bezwaard. Niet goed wetend wat ik hiermee aan moet. Ik snijd wortelen en bleekselderij. Aubergine, ui en tomaten. Rasp parmezaanse kaas. Neerslachtig kijk ik naar het recept dat ik wil maken. O ja, de orzo gaat ongekookt in de schotel. Help, dat gaat niet goed komen op een dag als vandaag. Het is me nog nooit gelukt om niet voorgekookte pastasoorten lekker zacht te krijgen in een ovenschotel, al gebruik ik tien vrachtwagens saus. Maar kijk, dat blijkt dan weer mee te vallen. Als ik na een veertigtal minuten de schaal uit de oven haal en er met een vork in prik, voelt het heerlijk romig. En zo smaakt het ook. Fris door de citroen. Gezond door de grote hoeveelheid groenten. Voedzaam vanwege de pasta.
Met dank aan Caroline en vanzelfsprekend aan de maestro himself: Ottolenghi.

En nu verwachten jullie natuurlijk de moraal van dit verhaal. Eind goed, al goed of zoiets. Nee, dat is het niet en dat wordt het ook niet. Telkens wanneer ik mijn oog weer een likje zalf geef, bedenk ik me hoeveel dat streepje wel niet kost. En wat er voor in de plaats verricht kan worden. Het is allemaal niet eerlijk geregeld in de wereld. Het doet mijn solidariteitsgevoel geen deugd. Ik vind dergelijke belachelijke prijzen ook ethisch niet verantwoord binnen de gezondheidszorg. We hebben het hier niet over levensbedreigende situaties. Aan de orde is een vervelend oog dat soms rood, soms pijnlijk is, maar waar ik niet aan dood ga. Vertel eens, hoe zou jullie reactie zijn?

Ovenschotel met orzo en aubergine, afgedekt met tomaat