Postelein en de gruwelen erachter

Postelein

Postelein. Ik zal een jaar of zes geweest zijn, toen ik voor de eerste keer kennismaakte met deze groente. Ik schrijf anno 1962. Locatie: Wilhelmina Kinderziekenhuis te Utrecht *. Zorgverleners: hardvochtige, met gesteven kappen getooide nonnen. In mijn ergste nachtmerries durven ze nog wel eens op te doemen.

Zij hanteerden bijzonder merkwaardige denkbeelden, aangaande het beter maken van zieke kinderen. Tucht, discipline en een kille benadering zouden gezondheidsbevorderend werken. Gods strenge hand regeerde. En wie bij Zuster Francisca nog steeds denkt aan een onbaatzuchtig, liefdevol persoon, die kan ik voor altijd uit de droom helpen. Luister en huiver ….

Ik was uitgeput, slap, futloos. En niemand wist wat ik had. Had ik stiekem van de rode besjes gesnoept, verderop in de straat? Had ik een vergiftiging opgelopen door het herhaaldelijk likken aan de tube mayonaise? Was er op school een bijzondere, nog niet bekende ziekte opgedoken? Talloze heren in witte jassen bezochten mij, staken vreemde voorwerpen in mijn lijf en schudden daarna meewarig hun hoofd. Waarna ik richting Utrecht werd gestuurd.

Ruim een jaar mocht ik er logeren. Natuurlijk was er volop expertise in huis. Natuurlijk bleef men onverwijld doorzoeken naar de oorzaak van mijn ziekte. En natuurlijk ben ik er (achteraf) van overtuigd dat ik medisch gezien op de juiste plaats terecht was gekomen. Maar die zusters, die zusters ….
De creaties die uit de keuken kwamen, waren bepaald al niet bedoeld om de eetlust op te wekken van het jeugdige volkje. Brood met appelmoes. Gruttenpap. Macaroni met blokjes smac en zure tomaten. De eerwaarde zusters maakten alles nog erger dan het al was. Liet je iets staan, dan belandde het prakje op een warmwaterbord en werd je –  samen met het eten – neergezet in een apart kamertje. Met veel misbaar werd de deur achter je dicht gedaan en op slot gedraaid.

Mijn levenslange afkeer van melk kent tevens zijn oorsprong in genoemd hospitaal. Niet opdrinken was geen optie. Dus werd het kinderhoofdje achterover gedrukt, het neusje ferm dichtgeknepen en de beker melk aan de lippen gezet. Drínken zou je. Niet goedschiks, dan maar kwaadschiks. Nog zie ik de verbeten monden van de zusters voor me. Met de beste wil van de wereld kreeg ik de lauwe witte motor niet naar binnen, wat meermalen resulteerde in een vieze pyjama. Waarna de eerwaarde vrouwen zich weer konden uitleven op een hardhandige boenbeurt.

Postelein

Tot zover dan maar. Waarmee ik wilde zeggen: postelein paste tot voor kort in deze gruwelijke herinnering. Platgekookt en aangemaakt met een maïzenapapje. Glibberig. Zurig. Stroef in de mond. *yuk*. Toen de groente – als winterse variant – dan ook vorig jaar in mijn biologische groentepakket zat, heb ik eerst uitgebreid aandacht besteed om mijn afkeer ervan psycho-analytisch te elimineren. Ik was tenslotte geen kind meer. Er was niemand die me dwong. Alles was vrijblijvend. En als de smaak me na de eerste hap echt zou tegenstaan, kon ik altijd nog rap overschakelen op de boterham-met-gebakken-ei-modus. Toch?

De twijfel bleef. Maar rampen bleven uit. De keukenklok tikte gewoon verder. Het bestek werd pas neergelegd toen de borden leeg waren. En achteraf gezien bleek ik best lekker gegeten te hebben. De zurige, glibberige massa van weleer had ik weten om te toveren tot een stamppotje van rauwe postelein, met aardappelen en gebakken spekjes.
En vandaag was ik in een stoutmoedige bui; durfde zelfs het spek weg te laten en verving dit door geitenkaas. Ook goed te doen! Hiermee is mijn trauma ten aanzien van postelein voorgoed verdwenen. Hoera, ik verklaar mezelf beter!!!

* Het WKZ is momenteel een van de meest vooraanstaande ziekenhuizen in Nederland op het gebied van kindergeneeskunde. De Zusters van toen zijn vervangen door moderne, hoog opgeleide jongens en meisjes, die zich volledig inzetten om de zorg voor zieke kinderen zo optimaal mogelijk te laten verlopen. Met volop aandacht en begrip.

Postelein