Sandwichspread lekker fris en lekker anders

Sandwichspread zelfgemaakt

Kennen jullie het gevoel een moord te willen doen voor een broodje “anders dan anders”? Ja? Gelukkig, dan ben ik niet alleen. Na driehonderd boterhammen met kaas, avocado, ei, radijs, humus en pindakaas, schreeuwt mijn hongerige maag om iets wat hartig, fris en smooth tegelijk is. 

Onwillekeurig dwalen mijn gedachten dan af naar de jaren ‘80, toen Heinz een voor die tijd behoorlijk innovatief product in de markt zette: sandwichspread! Kennen jullie de bijbehorende catchy reclame nog? Helemaal hip voor die tijd, maar o, o, wat zat er een arsenaal aan kunst- en hulpmiddelen in het zalvige smeerseltje.

“Sandwichspread lekker fris en lekker anders” verder lezen

Groene saus à la Eetplezier

Groene saus

Superfood. Een term die in het Moderne Luilekkerland niet meer weg te denken is en gehanteerd wordt voor bepaalde voedingsmiddelen die een positief effect zouden hebben op ons lichaam. Chiazaad, hennepolie, gojibessen, rauwe cacao. Door voldoende van deze producten te consumeren, houden wij ons lijf gezond. Zeggen de Superfood-aanhangers.

Low-carb. Broodbuik. Raw foods. Voedselzandloper. Paelo. Het kan niet op anno 2014. Ik loop er allemaal niet warm voor. Neemt u mij vooral niet kwalijk. Doet u gerust wat u denkt te moeten doen met al deze moderniteiten; ik houd mij vooralsnog het recht voor om me vast te houden aan gewoon gewoon. Niet te veel zout en suiker. Zuinig met slechte vetten. En alles met mate. Ik word er niet vitaler van of energieker door; maar op deze wijze houd ik het toch al 58 jaar vol. *applaus*

Superfood heeft voor mij alles te maken met pure producten, zonder industriële bewerkingen. Daar kan niets mis mee zijn. Een vers visje, voortreffelijke crème fraîche uit Normandië, vier handjes kruiden. Gestoofd venkeltje ernaast. Lepeltje rijst of aardappelen. Mandarijntje toe. En morgen gezond weer op!

Voor het maken van een begeleidend sausje, heb ik zo mijn eigen toverformule bedacht. Het is geen traditionele salsa verde en het is ook zeker geen klassieke bearnaise- of ravigoteaus. Misschien lijkt het nog het meest op Duitse Grune Soße, waarin soms kwark of zure room wordt gebruikt. Hoe dan ook: het smaakt verrukkelijk bij een  stukje vis of vlees.

Groene saus à la Eetplezier

Ingredienten:
6 flinke eetlepels crème fraîche (bij voorkeur d’Isigny, die is zó geweldig lekker)
1 eetlepel citroensap
2 eetlepels fijngesneden dille
2 eetlepels fijngesneden bieslook
2 eetlepels fijngesneden dragon
2 eetlepels fijngesneden salie
lik mosterd
peper/zout naar smaak

Varieer naar hartenlust met kruiden, met kappertjes, met een fijngesnipperd sjalotje of augurkje, desgewenst met een fijngewreven ansjovisje. Net wat jij zelf lekker vindt. Alles kan. Niets moet.

 

 

Cocktail- of whiskysaus

Zelfgemaakte cocktail- of whiskysaus

De één noemt het cocktailsaus, de ander whiskysaus en zelf noem ik het mijn saus voor bij de mosselen. Cocktail- of whiskysaus dus. Wat doet zo’n naam er ook toe. Als het maar lekker is. En dat was het gisteren. Superverse mosselen gehaald bij mijn vertrouwde vishandelaar Van As in Yerseke. Prei, wortel en selderij gesneden. Alles in de pan gedingest. Broodje geroosterd. Drie keer flink opschudden. Schaal voor de lege schelpen. Aan táááá-fel ……….

O ja, het sausje. Een kind doet de was. Zo simpel, maar zo veel smaakvoller dan de familieleden in fles of tube. Meneer Calvé en mevrouw Remia doen een overload aan kunstmatige hulpstoffen in hun sausjes, met de bedoeling het geheel minstens honderdentwee jaar te kunnen bewaren. Goed spul moet je niet willen bewaren, dat consumeer je direct. Nu. En geen uur later.

Cocktail- of whiskysaus

Ingrediënten:
twee delen mayo van goede kwaliteit
een deel tomatenketchup
een deel volle yoghurt (of crème fraîche)
sjalotje, ragfijn gesnipperd
splash goeie whisky
scheutje gembersiroop
peper, zout

Zoeter of zuurder kun je bijsturen met behulp van gembersiroop en citroensap. Begin met een klein scheutje gembersiroop. Toevoegen kan altijd nog. Niets is erger dan een (te) zoete saus. Gebruik je yoghurt is het zuur meestal wel in orde. Bij het gebruik van crème fraîche kun je wel wat citroensap gebruiken.

Frietopia

Frietopia

Zo’n 12 jaar geleden bevond ik mij in een soort van Hotel waar ik niet eens van tevoren gereserveerd had. Vanwege mijn destijds getroebleerde bewustzijn noemde ik het Frietopia. Het verblijf aldaar was ondanks de grenzeloze gastvrijheid van het bedienend personeel, niet echt rustgevend te noemen. Er werd met grote regelmaat  – noem het té vaak – aan me gevraagd hoe ik mij voelde en ook het hoofdkussen werd herhaaldelijk opgeschud.

Jammer dat er zo weinig aandacht aan het interieur besteed was. Een weinig kleurrijk geheel. Behoorlijk steriel zelfs. En die hinderlijke machines op de kamer, vervaarlijke bliepjes voortbrengend, gingen na verloop van tijd ook danig op mijn zenuwen werken. Ik miste mijn eigen bed, mijn man en de hond. In die volgorde, ja.

Alle gasten binnen hotel Frietopia hielden zich urenlang bezig met waarheidsvinding. In een cycloon van geroezemoes hoorde ik: het is de stress. Werk. Druk, druk, druk. Cholesterol. Erfelijk hè? En bloeddruk dan? Bla, bla, bla. Ik werd er ziek van. Of was ik dat al? Hoe zat het ook alweer?

En toch was het er niet slecht. Bij het uitchecken hoefde ik absoluut niets te betalen en kreeg ik zelfs nog een koffer vol roze, witte en gele snoepjes mee. Ik kreeg het advies wat vaker een glaasje rode wijn te drinken. Aardig, heel aardig allemaal.

Toch mijd ik vanaf die tijd dit soort Hotels angstvallig. Ik wil er nooit, echt nóóit meer ongevraagd heen. Ik ging eens praten met mijn Baas, zocht een goede slijter en kiepte de friteuse leeg. Om mijzelf een gezonde toekomst te garanderen, hield ik mij vast aan een aantal standpunten. Zo min mogelijk vet binnen krijgen, was er één van. Geen onnodige drukmakerij ook. Meer hart op mijn tong. Dat soort dingen.

Frietopia

Dat alles lukt me tot op de dag vandaag redelijk goed. Alleen die knapperig gebakken frietjes moeten missen ……. ooooow, wat heb ik het er soms moeilijk mee. Vooral ’s avonds zo tussen half 9 en half 10, na een povere avondmaaltijd van louter vetarm materiaal. Enfin, ik heb in de loop der tijd gemerkt dat jezelf kwellen met allerlei “verboden” ook niet altijd het gewenste resultaat oplevert. Sterker nog: een mens kan er dusdanig chagrijnig door worden dat het zelfs averechts werkt!

Dus trakteer ik mijzelve een aantal keer per jaar op frietjes. Mét mayo. Weliswaar van de snackbar om de hoek, maar daarom niet minder lekker. Als u mij dan ziet smikkelen van al die calorieën, gelooft u vast niet dat ik al ruim over de helft ben.
Daarna geen schuldgevoel, nee. Ik sta dit mezelf toe en geniet ervan. Volop. Want morgen kan het zomaar over zijn.