Mam houdt van groen en ik van haar

Mam houdt van groen

Sommige dagen laten zich lezen als een krantenartikel met chocoladeletters in de Telegraaf: voorspelbaar en buitengewoon  slaapverwekkend. Zo ook deze donderdag. Het is mamadag. Voordeel is wel dat ik er vroeg voor uit bed moet. Om 7.30 uur por ik G. venijnig in zijn zij. Hij dient altijd als eerste de badkamer onder te spetteren. Zo is de afspraak. Ik ben ook niet van plan om daar het volgende decennium iets aan te veranderen.  “Mam houdt van groen en ik van haar” verder lezen

Ware vriendschap hoeft geen illusie te zijn

Ware vriendschap

Aandacht en liefde. Het zijn de twee ingrediënten die de meeste onderdelen van het leven meer glans geven. Intenser en dus waardevoller maken. Eten wordt er smakelijker van, werkaamheden geven een beter eindresultaat en vriendschappen zullen er ongetwijfeld hechter door worden. Het is zo simpel als wat, zou je zeggen, om je leven meer inhoud te geven.

“Ware vriendschap hoeft geen illusie te zijn” verder lezen

Na de angst

Angst

Angst. We moeten ons er niet door laten leiden. Ruim twee weken geleden zeiden ze het allemaal. De politici. De onderzoekers. De moraalpredikers. Dan vraag ik mij af: liggen zij nooit wakker ’s nachts, zo rond de klok van vier uur, starend naar het rode stipje van de standby-knop van hun tv? Tolt hun hoofd nooit van alle gruwelijkheden die ook zij de afgelopen tijd hebben gehoord, gezien of in de meest erge situatie aan den lijve hebben gevoeld? Herkennen zij niet de verlammende machteloosheid, de wanhoop en het wegslikken van de tranen?

Ik wel. Een kakkebroek ben ik, een angsthaas. Ik lig wakker, omdat beelden en geluiden over elkaar heen tuimelen in mijn hoofd. De uitweg die er altijd was – het van me afschrijven – is gebarricadeerd door de onmacht om de juiste woorden te vinden. Het zijn gevoelens die niet passen binnen mijn referentiekader van emoties.

Angst is niet langer weg te denken in mijn leven. En toch weiger ik mijn solidariteitsgevoel te laten splijten in een rancuneuze verdeeldheid. In wij en zij. Goed en slecht. Wit en zwart. Ondanks wat er allemaal om ons heen gebeurt, wil ik blijven geloven in de ander. In onze liefde voor elkaar, want het is niet jouw fout die de wereld op zijn grondvesten doet trillen. Laten we elkaar in de ogen durven blijven kijken, zonder vooroordelen of argwaan.

Na de angst

Echt, er bestaat leven na de angst, als jij mij maar vasthoudt als ik wankel. Zolang jij me maar af en toe zacht over mijn rug streelt als ik breek, kan ik doorgaan om aan de acrobatiek van alledag weerstand te bieden. Maar alsjeblieft, fluister mij hoop in als ik in de wirwar van emotionele golven soms een baken nodig heb. Dep mijn wangen droog. Laat mij inzien dat zwakte een heel normale, menselijke  eigenschap is en dat het misschien wel onze grootste kracht is om ons samen zwak te durven voelen. Daarmee tonen we misschien wel échte veerkracht, zonder die idiote heldenstatus, die toch alleen maar bedoeld is om onze ego’s te strelen.

Ik wil ook helemaal niet dapper zijn, geen manhaftig realist. Want daarmee raak ik aan de grenzen van stoïcijnse nuchterheid en dat is wel het laatste wat ik wil. Gevoelloosheid die zich gemakkelijk weet te vertalen in onmenselijk handelen. Waar eindigt onschuldige heldhaftigheid en waar begint onwelriekende strijdlust?

En ik wil me ook vooral geen korrel los zand voelen tezamen met 16.999.999 identieke korrels in dit land. Altijd zal ik blijven zoeken naar verwantschap; onderdeel willen zijn van één warme, homogene zandvlakte. Met alle neuzen richting zee. De handen ineengeslagen, de vingers verstrengeld om op die manier weerstand te kunnen bieden aan een vloedgolf van genadeloze krachten. We zullen langzaamaan moeten gaan beseffen dat onze wereld niet zo maakbaar is, als wij hem hadden bedacht.

Nee, het bovenstaande is geen vals sentiment. We zullen het echt samen moeten doen, ook al zijn we dat door onze decennialang zorgvuldig opgebouwde coconnetjes van  individualisme, niet meer zo gewend. Ik kan (en wil) het in elk geval niet alleen, mijn angst de baas blijven en doen alsof er niets aan de hand is. Ik wil me verbonden blijven voelen met jullie, met jullie allemaal. Niemand uitgezonderd.

Welkom in een nieuwe samenleving.

Gek joch

Gek joch

Vierendertig jaar en driehonderd vierenzestig dagen geleden, komt hij met een verhit hoofd bij me binnenstormen. Of hij zijn portemonnee bij me heeft laten liggen. En hij kijkt erbij of hij het niksnie erg vindt. Gek joch. Ik heb waarschijnlijk zelf een mimiek die te kennen geeft dat ik de avond ervoor een te groot aantal glazen rum-cola’s achterover heb geslagen. Ja, mag ik misschien? Tenslotte wordt een mens in zijn leven maar één keer 24 jaar. Met doffe ogen kijk ik hem aan, terwijl hij een volslagen misplaatst rondedansje maakt tussen kriskras opgestelde stoelen, opgestapelde vuile vaat en de hond die lodderig half uit zijn mand hangt.

Hoe dan ook: vanaf die dag is het, om het maar eens populair te zeggen, áán. Hoe een mens dat weet? Misschien omdat hij diezelfde avond nog komt vertellen dat zijn portemonnee terecht is. Dat hij het met zijn toenmalige verloofde heeft uitgemaakt. En terloops opmerkt dat ik zulke lieve oogjes heb en dat hij best met me op vakantie wil. Maar waarschijnlijk ook wel omdat hij onwaarschijnlijk lieve woordjes in mijn oor fluistert.

Gek joch

Het gekke joch is intussen al vijfendertig jaar niet van mijn zijde geweken. Een dure ring bleek daarvoor niet nodig, evenmin het befaamde boekje of een uitbundige ceremonie. We hadden simpelweg het geld niet voor al deze zaken. En later, toen we het eenmaal beter kregen, kwam het er niet meer van. Ach, waarom ook? Zijn naam mag hij zelf houden, die hoef en wil ik niet. Bovendien zijn we geen van beide feestbeesten en zie ik mezelf nog niet in een wolk van tule en kant poseren voor de foto. Wat ik wél wil is trouw, respect en aandacht voor elkaar. Voor altijd. Laat dat gekke joch van weleer er nu precies zo over denken. Vijfendertig jaar. We zijn goed op weg ….