King crabpoten onder de grill

Schaal met gegrilde King crabpoten met kruidenboter

Eigenlijk kan ik er niet zo goed tegen, van die dagen die een voorspelbaarheid in zich dragen, zoiets als de onverbiddelijke tune van het 8 uurjournaal. Vroeg in de morgen weet je eigenlijk al hoe deze dag zal gaan verlopen. Met een ijzige noordoosten wind en volop buien wordt het beslist geen wandelweer, er staat geen geplande visite in de agenda en alle voorwerpen om je heen lijken in de loop der tijd dusdanig met je vergroeid dat je er haast een symbiose mee bent aangegaan. Saaiheid. Verveling dus?

Nee, dat is niet wat ik bedoel te zeggen, daarvoor zijn er teveel interesses die voor het grijpen liggen. Het is meer een soort matheid die me overvalt, een leeg gevoel dat me ervan weerhoudt een ongelezen boek open te slaan, een nieuw gerecht uit te proberen, een onbekend terrein te verkennen. Het lijkt alsof alles al een keer voorbij gekomen is. Elk woord is ten minste al één keer gezegd, elk akkoord al één keer gezongen. Geen enkele verrassende wending, nog nergens een fris, groen blaadje te bekennen. Nou, nou, vrouwtje Eetplezier, maak je het nu allemaal niet veel erger dan het in werkelijkheid is?Ja, misschien wel, dat zou best kunnen, want uit ervaring weet ik dat dit gevoel gelukkig altijd maar kort duurt. Wat zit ik dan te zeuren? Ja, wat zit ik dan te zeuren?

King crabpoten onder de grill

Zo’n dag kan altijd nog tot leven gebracht worden door een smakelijk hapje in de avonduren. In mijn vriezer liggen rauwe King crabpoten die, net als ik misschien, óók schreeuwen om wat aandacht. Ik maak een fijne scrub voor ze van boter, citroensap, knoflook, zeezout, versgemalen peper, fijngehakte dille en peterselie en masseer dit voorzichtig in hun tere ledematen. Daarvoor moeten wel eerst de pootjes doormidden worden gesneden. Au, au, dat doet even pijn! Geen flauwekul, wie mooi wil zien, moet pijn lijden, spreek ik streng. Hierna drapeer ik ze bevallig op een schaal en schuif ze onder een gloeiend-heet zonnebankje. Daar mogen ze circa 8 à 10 minuten verblijven. Et voilà: mooie, malse pootjes, spetterend en badend in een kostelijk mengsel van boter en kruiden. Zoals de naam al doet vermoeden: een Koningsmaal! Genieten in het kwadraat. Ter aanvulling (het zijn immers bescheiden porties) eet ik er linguine bij en gestoofde venkel met een drup Pernod. En o, servetjes niet vergeten, want deze lieftallige onderdaantjes moet je echt met de handjes eten.

Schaal met gegrilde King crabpoten met kruidenboter

Noordzeekrab met zeekraal

Salade van Noordzeekrab met zeekraal



Vers scharenvlees van de Noordzeekrab is een delicatesse. Veel mensen kiezen liever kreeft of King crab, maar de Noordzeekrab is minstens zo delicaat en fijn van smaak als zijn duurdere soortgenoten.

Dit keer kookte ik de krab niet zelf, maar kocht het bij één van de fijnste adresjes op Schouwen-Duiveland, nl dat van Sam Uil. Helaas was hij met zijn bootje uit varen, dus het stukje over deze authentieke kreeftenvisser houd je te goed.

De Noordzeekrab is de krachtpatser onder de krabben. Hij is heel breed, heeft grote scharen, een dik pantser en vertrouwt op zijn stevige bouw om zich te beschermen tegen vijanden. Noordzeekrabben eten van alles, maar zijn specialisten in het kraken van schelpdieren. De krab is traag maar sterk, hij kan met zijn scharen makkelijk een potlood breken! De Noordzeekrab is de enige krabbensoort waar in Nederland op gevist wordt. Het vlees uit de scharen wordt in sommige landen als een echte lekkernij beschouwd.

De Noordzeekrab komt algemeen voor langs de kusten van de Noord-Oost Atlantische Oceaan en de Noordzee, tussen de 25 en 300 meter diep. Vlakbij de kust komen alleen jonge dieren voor. Hij leeft vooral op stenige ondergrond, rotsen en wrakken.

Noordzeekrab met zeekraal

Goed, over van de theorie naar de praktijk. Vermeng het krabvlees met twee hardgekookte eieren, twee ragfijn gesneden stengeluitjes, een schepje mayonaise en peper en zout. Eronder gewokte zeekraal. Puur zee in je mond!

Het ziet er op de foto misschien niet uit, maar bij dergelijke gerechten hoort geen opsmuk. More is less, in zo’n geval. Of zoals Jeroen Meus zegt: meer moe da nie zijn, se.