Zeebaars in Oosterse bouillon gegaard

Zeebaars in Oosterse bouillon gegaard

Vandaag in huize Eetplezier weer eens een visje op het menu. Visjes behandel ik op verschillende wijzen, al naargelang mijn stemming. Bakken in ruim roomboter, en papillotte garen of omzichtig pocheren, de meeste vissoorten lenen zich voor al deze technieken.

Maar vandaag wilde ik iets totaal anders, dus snuffelde ik langdurig tussen die duizenden bladzijdes eetplezier, verzameld In meer dan honderd kookboeken. En jawel, in Smart Cooking Compleet van Julius Jaspers vond ik precies wat ik zocht: pocheervocht met een Oosterse twist. Hoe heerlijk kan dat zijn? Manlief en ik hebben ervan gesmuld. Een fris gerecht met een pittige toets.

Tip: neem als het even kan, wel wilde zeebaars, die is zoveel smakelijker dan de gekweekte versie. Kan je vishandel het niet leveren, ga dan snel op zoek naar een andere visleverancier. Woon je, net als ik, in Zeeland? Ga dan naar vishandel van As in Yerseke. Deze heeft, naast een groot assortiment superverse vis, ook een groot arsenaal aan schaal- en schelpdieren.

“Zeebaars in Oosterse bouillon gegaard” verder lezen

Zhug het Jemenitische zusje van pesto

Zhug het Jemenitische zusje van pesto
Smeerseltjes zijn helemaal hip. Want ja, ze zijn er in zoveel soorten en ze happen zo heerlijk weg op een stukje brood tijdens de vrijdagmiddag- of weekendborrel. In den beginne, toen Nederland nog bezig was zich te ontdoen van de doorgekookte spruitjeslucht en eindelijk de landen om haar heen begint te ontdekken, was er de Italiaanse pesto. Wat een sensatie, zo’n aromatisch smaakbommetje bij de vaak saaie Hollandse spaghetti. Met alleen tomaat en gehakt is er weinig lol te beleven aan gedroogde pasta, maar met een handvol fijngewreven basilicumblaadjes wordt het zaakje ogenblikkelijk naar een hoger culinair plan getild.

Ook de tapenade werd een regelrechte hit in de jaren ‘90. Zoutig, smaakvol en van goede olijven gemaakt was deze dipper niet meer weg te denken van het borrelplateau. Variaties met paddenstoelen en zongedroogde tomaten zien het daglicht, ook heel lekker allemaal. Nog wat later gaan we en masse aan de hummus: het fijngemalen kikkererwten-prutje met sesampasta. En all the way from Mexico komt daar plots de guacamole aangevlogen. Zak tortilla’s ernaast en smullen maar! 
 
“Zhug het Jemenitische zusje van pesto” verder lezen

Milde viscurry met schelvis

Milde viscurry met schelvis

Soms kan een mens plotseling enorme trek krijgen in spicy, kruidig voedsel. De term “curry” popt dan vrijwel direct op. Het meest voor de hand liggend voor een goede curry is kip of lam, maar omdat de vleesinname de laatste jaren tot een minimum beperkt is in huize Eetplezier, viel mijn keuze op vis. In de diepvries lag nog een portie schelvis. Schelvis is een straalvinnige zoutwatervis uit de familie van kabeljauwen. Evenals wijting een zeer ondergewaardeerd visje, hoewel de smaak ervan fantastisch is. Een prima visje ook voor deze curry, omdat schelvis nét een iets steviger structuur heeft dan kabeljauw. Wel héél zacht pocheren is het adagium! Curry is troosteten pur sang, iets wat we in deze tijd van onzekerheid en langdurige sociale onthouding goed kunnen gebruiken. Weldadig voor lichaam en geest, om het eens plastisch uit te drukken.

“Milde viscurry met schelvis” verder lezen

Falafel de van oorsprong vegetarische balletjes

Falafel de van oorsprong vegetarische balletjes

Het moest allemaal vlug-vlug op die vroege vrijdagmorgen. Nee, niet het eten bereiden, daar houd ik niet van, maar het inpakken-en-wegwezen-ritueel op die bewuste dag. De zon liet zich van haar allerbeste kant zijn en ons houten hutje achter de duinen lokte. Nu ben ik normaliter een persoon die van strakke agenda’s houd, liefst plan ik accuraat tot 4 cijfers achter de komma, alleen gooit het sterk wisselende Nederlandse klimaat soms handenvol roet in het eten. Zo is het ijsbeertjesfris, om een paar dagen later plotseling om te slaan naar eierkooltjeshitte. Dan dient de agenda aangepast te worden, dat begrijpt u.

Enfin, het inpakritueel kennen manlief en ik na twintig jaar heen-en-weer reizen van Zuid-Beveland naar Schouwen-Duiveland inmiddels op ons duimpje. Luchtig plunjegoed in de koffer gooien, telefoons/IPads (+ opladers), zonnebrillen, medicijnen, planten water, vuilnis wegbrengen en als laatste: inspectie van de koelkast. Wat moet er mee en wat kan blijven staan? Oeps, wat stond er ook weer in die schaal? Als ik het aluminiumfolie verwijder, komt alles me weer loepzuiver voor de geest: ik wilde falafel maken, from scratch zoals men dat tegenwoordig in goed Nederlands noemt. In het schaaltje bevinden zich twee dagen geweekte kikkererwten.

“Falafel de van oorsprong vegetarische balletjes” verder lezen

Couscoussalade van geglaceerde wortel met komkommer en noten

Couscoussalade

Bij warm weer zijn we snel geneigd minder te eten. Meestal is dat niet omdat we geen trek hebben, maar doodsimpel omdat we het boven de potten en pannen, nóg heter krijgen. Ideaal is dan de barbecue. Dat wil zeggen: voor de echt carnivoren onder ons.

Iedereen die zich daar liever niet aan waagt, kan zich helemaal uitleven op salades. Lauw, steenkoud, als maaltijd of gewoon als licht en luchtig hapje. Denk je aan salade, dan denk je aan komkommer, tomaat en nog wat frivoliteiten als olijfjes en pitjes. “Couscoussalade van geglaceerde wortel met komkommer en noten” verder lezen

Gado gadosaus de milde smaakmaker

Diverse groenten met gado gadosaus

Oh meisjes (en jongens), wat ben ik toch gek op de Indonesische keuken! Eigenlijk zou ik elke dag wel gestoomde, witte rijst willen eten met een pittig gekruid gerecht ernaast. Het hoeven voor mij echt geen uitgebreide rijsttafels zijn te zijn. Zo’n kommetje dampende rijst met een eenvoudig groente- of vleesgerecht maakt me al blij genoeg. Sommige gerechten uit de Indonesische keuken blijven terugkomen in huize Eetplezier. Waren het vroeger veelal de vleesgerechten die gretig aftrek vonden, vandaag de dag zijn ook de groentegerechten populair. Gado gado bijvoorbeeld. Geblancheerde en/of rauwe groenten, overgoten met een smakelijke saus. Het is eigenlijk een gerecht van niks, alleen wat groenten (wel ideaal om alle restjes groenten in te verwerken), maar uiteindelijk máákt de saus het gerecht tot iets wat je vaker wilt eten.

De saus heet dus gado gadosaus en beslist geen satésaus. Het verschil zit ‘m in de kokosmelk die je toevoegt aan gado gadosaus. Even afgezien van de hoeveelheid pepers die je gebruikt, ontstaat dus in beginsel een milder resultaat dan bij de traditionele pindasaus. Ik maak het al jaren als volgt.

Gado gadosaus

Fruit een paar fijngewreven tenen knoflook met 2 à 3 sjalotten zachtjes aan 1 eetlepel zonnebloemolie.
Doe er op het laatst een theelepel geraspte gember, een theelepel koriander, 1 theelepel laos en 1 (of twee, of drie) fijngesneden chilipeper(s) toe. Laat nog even meebakken.

Rooster 200 gr ontvliesde, ongezouten pinda’s in 6 tot 8 minuten in een tot 190˚ verwarmde oven. Laat ze afkoelen en maal ze in een keukenmachine fijn.

Voeg 1/2 dl sojasaus, 2 eetlepels palmsuiker (of bruine suiker), het sap van 1/2 limoen, 1 theelepel zout en het gebakken sjalottenmengsel toe.

Draai er een gladde massa van, voeg 4 dl kokosmelk toe en draai het opnieuw glad. Verwarm het op een zacht vuurtje.

Serveer deze saus over geblancheerde of rauwe groenten, zoals sperziebonen, wortel, paprika en komkommer. Van oorsprong worden de groenten lauw of koud gegeten, maar ik geef zelf de voorkeur aan warme groenten. Je kunt alle groenten gebruiken die jij lekker vindt. Eet het met gekookte rijst, eventueel een vleesgerecht, met wat kroepoek en natuurlijk een koel glas bier of een kruidige wijn.