Milde viscurry met schelvis

Milde viscurry met schelvis

Soms kan een mens plotseling enorme trek krijgen in spicy, kruidig voedsel. De term “curry” popt dan vrijwel direct op. Het meest voor de hand liggend voor een goede curry is kip of lam, maar omdat de vleesinname de laatste jaren tot een minimum beperkt is in huize Eetplezier, viel mijn keuze op vis. In de diepvries lag nog een portie schelvis. Schelvis is een straalvinnige zoutwatervis uit de familie van kabeljauwen. Evenals wijting een zeer ondergewaardeerd visje, hoewel de smaak ervan fantastisch is. Een prima visje ook voor deze curry, omdat schelvis nét een iets steviger structuur heeft dan kabeljauw. Wel héél zacht pocheren is het adagium! Curry is troosteten pur sang, iets wat we in deze tijd van onzekerheid en langdurige sociale onthouding goed kunnen gebruiken. Weldadig voor lichaam en geest, om het eens plastisch uit te drukken.

“Milde viscurry met schelvis” verder lezen

Massamancurry met biefstukreepjes

Massamancurry met biefstukreepjes

Al bijna 10 dagen lang hebben G en ik heel traditionele maaltijden gegeten. Enerzijds omdat de puf ontbreekt om culinaire toestanden uit te halen en anderzijds omdat er nu eenmaal een beperkt aantal uren in een dag zitten. Soms dient men nu eenmaal creatief om te gaan met het fenomeen tijd.

Ook vandaag staat er in de middaguren weer van alles op de planning. Dat weerhoudt me er nu echt niet langer van om een pittig bordje anders-dan-anders op tafel te willen zetten. Dan is een gerecht als deze massamancurry ideaal. In de morgen kun je alle voorbereidingen treffen en in de avonduren hoef je alleen nog maar rijst te koken, aangevuld met wat groente.

“Massamancurry met biefstukreepjes” verder lezen

Gado gadosaus de milde smaakmaker

Diverse groenten met gado gadosaus

Oh meisjes (en jongens), wat ben ik toch gek op de Indonesische keuken! Eigenlijk zou ik elke dag wel gestoomde, witte rijst willen eten met een pittig gekruid gerecht ernaast. Het hoeven voor mij echt geen uitgebreide rijsttafels zijn te zijn. Zo’n kommetje dampende rijst met een eenvoudig groente- of vleesgerecht maakt me al blij genoeg. Sommige gerechten uit de Indonesische keuken blijven terugkomen in huize Eetplezier. Waren het vroeger veelal de vleesgerechten die gretig aftrek vonden, vandaag de dag zijn ook de groentegerechten populair. Gado gado bijvoorbeeld. Geblancheerde en/of rauwe groenten, overgoten met een smakelijke saus. Het is eigenlijk een gerecht van niks, alleen wat groenten (wel ideaal om alle restjes groenten in te verwerken), maar uiteindelijk máákt de saus het gerecht tot iets wat je vaker wilt eten.

De saus heet dus gado gadosaus en beslist geen satésaus. Het verschil zit ‘m in de kokosmelk die je toevoegt aan gado gadosaus. Even afgezien van de hoeveelheid pepers die je gebruikt, ontstaat dus in beginsel een milder resultaat dan bij de traditionele pindasaus. Ik maak het al jaren als volgt.

Gado gadosaus

Fruit een paar fijngewreven tenen knoflook met 2 à 3 sjalotten zachtjes aan 1 eetlepel zonnebloemolie.
Doe er op het laatst een theelepel geraspte gember, een theelepel koriander, 1 theelepel laos en 1 (of twee, of drie) fijngesneden chilipeper(s) toe. Laat nog even meebakken.

Rooster 200 gr ontvliesde, ongezouten pinda’s in 6 tot 8 minuten in een tot 190˚ verwarmde oven. Laat ze afkoelen en maal ze in een keukenmachine fijn.

Voeg 1/2 dl sojasaus, 2 eetlepels palmsuiker (of bruine suiker), het sap van 1/2 limoen, 1 theelepel zout en het gebakken sjalottenmengsel toe.

Draai er een gladde massa van, voeg 4 dl kokosmelk toe en draai het opnieuw glad. Verwarm het op een zacht vuurtje.

Serveer deze saus over geblancheerde of rauwe groenten, zoals sperziebonen, wortel, paprika en komkommer. Van oorsprong worden de groenten lauw of koud gegeten, maar ik geef zelf de voorkeur aan warme groenten. Je kunt alle groenten gebruiken die jij lekker vindt. Eet het met gekookte rijst, eventueel een vleesgerecht, met wat kroepoek en natuurlijk een koel glas bier of een kruidige wijn.

Gewokte groenten met pindasaus

Gewokte groenten met pindasaus

Jan Petat. Ik wil deze term nogal eens uit mijn mond laten vallen na een overvolle week, als ook de zondag niet mee wil werken. Jeez, de storm buldert deze dag met volle kracht door mijn straat en beukt met fijne slagregens tegen de ramen. Het is géén weer.

De enkele verdwaalde die zich buiten waagt, kijkt met een zuur vertrokken bekkie. Kin op de borst om zoveel mogelijk natuurgeweld te ontwijken. Bah. Terwijl ik juist zo’n behoefte heb aan een lange, frisse wandeling door de bossen. Er zit niets anders op dan binnen te blijven. Daar is het heerlijk windstil. En warm.

Ik haak verder aan het wollen vestje waar ik een week geleden heel fanatiek aan wilde beginnen, maar waarvan ik na bestudering van het patroon toch enkele dagen nodig had om te begrijpen hoe het in elkaar stak. Twee zeshoeken die je dubbel moet vouwen om een vestje te fabriceren. Ga er maar aan staan. Eerst vouwde ik papiertjes. Toen kwamen er stoffen lapjes aan te pas. De vraagtekens boven mijn hoofd werden er niet minder om. Hulptroepen werden ingeschakeld.

Een kluns voelde ik me. Iedereen die een béétje creatief is, snapt dergelijke dingen direct. Kennelijk mis ik een noodzakelijk gen voor dit soort zaken. Nee, aan ruimtelijk inzicht heeft het mij gelukkig nooit ontbroken. Laat mij een olifant tekenen en het wordt vanzelf een fluitketel. Gelukkig is intussen alles duidelijk. En het wordt leuk, heel leuk.

G. en ik slobberen een staartje riesling weg, die overgebleven is na de Elzasser zuurkoolbereiding van gisteren. Ieuw! Niet bepaald ons smaakje. In de zuurkool is-ie heerlijk, wil ik ook niets anders dan deze, maar zo “kaal” draait het een nogal stroef walsje tegen ons gehemelte. Helden als we zijn, drinken we manmoedig door.

We keuvelen wat over een nieuwe thermostaat, want ja, zo’n ding op afstand via je foon of tablet kunnen bedienen, heeft toch wel wat. Bovendien is dat ding van ons antiek. Weliswaar programmeerbaar (waar ik elke dag tijdens het opstaan nog dankbaar voor ben) maar wel via een heel erg ingewikkeld cryptisch menu. Je moet er maar verstand van hebben om daar een halve graad in te wijzigen. Inzicht heb je er voor nodig. Drie keer raden wie dat heeft in huize Eetplezier.

Gelukkig blijven er ook nog simpele dingen in het leven. Zoals groenten wokken en pindasaus maken. Dus wijd ik me daar maar aan. In mijn spiksplinternieuwe wok van Creuset. Een fantastisch ding! Gekocht bij – hoe kan het ook anders – de mooiste en gezelligste kookwinkel van heel zuid-west Nederland: Bianca Bonte.

Gewokte groenten met pindasaus

Achtereenvolgens komen aan bod ui, wortel, puntpaprika en paksoi. Daar voeg ik niet teveel toeters en bellen aan toe, omdat ik alle kruiderij in de pindasaus stop. Eerst een uitje en 2 à 3 knofjes bakken. Slow! Dan een theelepel gemberpoeder, laos, koriander (ketoembar) en sambal naar smaak toevoegen. Wederom slow, want anders verbrandt het zaakje. Beetje water erbij, dan de pindakaas toevoegen: drie à vijf volle eetlepels. Blijven roeren.

Zodra het te dik wordt, ga je kokosmelk toevoegen. En maar blijven roeren. En kokosmelk (of af en toe een beetje water) toevoegen. Afmaken met een scheut neutrale ketjap, gembersiroop en het sap van een halve limoen. Misschien een beetje zout erbij voor de liefhebbers. Inkoken tot de gewenste dikte. Kijk maar wat jij ervan brouwt. Dit is de gemakkelijke manier, misschien vind jij het op een andere wijze veel lekkerder-der-der. Vertel het me gerust hieronder.
Lekker met droge, witte basmatirijst, zoetzure komkommer en emping.

Tussen alle windvlagen door schreef ik ook nog een versje. Beetje melancholisch misschien. Ik gun het mezelf.

Winterdagdroom

In het element, denk ik. De lichtjes op een rij.
Zalm-komkommerhapjes in aangename overvloed.

Jammer dat hij er niet is. En zij. En zo
nog een paar. Gebeeldhouwd in het hoofd.
Natuurlijk. Het enige dat blijft.

Zoef, zoef, glijdt de auto over zwart satijn.
Ergens zijn de straten afgezet.

Er is geen reden tot paniek. Dit is binnen.
Hier kan niets gebeuren.

Het is hier stil. Stiller. Stilst.
Op het klikken van de thermostaat na.
Hoe meer lege glazen hoe meer verleden.

En in dat ene uur leer ik. Over kracht en kwetsbaarheid.
Maar ook over welverdiende kalmte en vernietigend verliezen. En vooral over hoog en droog daarboven.
Geen vuurwerk. Geen full-color festival.

Ik troost me. Zolang er weten is, is er leven.

Creuset wok met gewokte groenten

Bloemkoolcurry

Bord Bloemkoolcurry

Zo’n dag die begint met een hindernis. De bewegingsmelder in de badkamer doet het niet meer. Wat resulteert in geen licht. Life goes on, er is zo één, twee, drie geen oplossing voorhanden, dus reinigen wij onze lichamen in complete duisternis. Tanden poetsen zonder uitzicht is nog wel te doen; anders wordt dat als je je haar in model wilt brengen of een vleugje kleur op je lippen wil aanbrengen.

Nadat alle ochtendrituelen achter de rug zijn, neemt heertje G. een schroevendraaier ter hand en verwisselt de batterijen. Tot dat moment had ik geen flauw benul hoe dat ding aan elektriciteit kwam. Gelukkig bestaat er nog een ander soort mens. Met baardhaar en technisch inzicht. Die fixen fluitend alle onbeduidende storingen in elk willekeurig mechaniek.

Zo niet bij mijn huisgenoot. Uit zijn mond ontsnappen er herhaaldelijk woorden die ik hier niet zal herhalen. Er is iets niet goed, zoveel is duidelijk. Ik hoor iets over oxidatie en houd me wijselijk op de vlakte. G. vertrekt naar de lokale bouwmarkt.

Intussen maak ik de groente voor die avond schoon. Een biologisch bloemkooltje. Geen idee nog wat ik er mee aan wil vangen, maar gaandeweg de dag verstrijkt ontstaat er vaak een idee, is mijn ervaring.

Terwijl het geknutsel aan de bewegingsmelder zich hervat, besluit ik een hapje buitenlucht tot me te nemen. Hoewel het de zoveelste dag is met vijftig tinten grijs aan de horizon, zie ik de takken van de bomen bijkans stil staan. Een goed teken in het Zeeuwse land! Ha, de lente is in aantocht, fantaseer ik opgewekt en vertrek zonder handschoenen en met open jas.

Hmm, eenmaal buiten moet ik mijn rijke fantasie bijstellen. Nog vóór ik de hoek om ben, heb ik mijn jas tot ver boven nek dicht geritst. Natuurlijk ga ik niet terug. Iemand van jullie ooit een onwrikbaar, eigenwijs vrouwmens ontmoet? En willen jullie dat graag? Call me ….

Eenmaal thuis aangekomen, hebben mijn handen de vorm aangenomen van ijskoude pinguïnvlerken. Is het puntje van mijn neus vuurrood en hangen mijn oren erbij als gevoelloze signaalontvangers. Lekker, zo’n hapje zuurstof met een gevoelstemperatuur van min achttien. Ik wil warmte! Nu! Bij een kopje warme thee, ontdooi ik gelukkig al een beetje. Maar het is niet genoeg. De avondmaaltijd met bloemkool wordt omgezet naar een pittige, vleesloze curry. Alle ingrediënten zijn voorhanden, dus is er geen enkele belemmering om de maaltijd niet als een warm vuurtje te voelen binnenstromen in het lijf.

Bloemkoolcurry

Ingrediënten:
½ koffielepel korianderzaad
1 koffielepel garam masala
¼ koffielepel kurkuma
¼ koffielepel pikante paprikapoeder
½ koffielepel komijnzaad, fijngewreven
2 kardemompeulen (kneuzen en de zwarte zaadjes eruit schrapen om te gebruiken)
2 chilipepers, van zaadlijsten en pitjes ontdaan en fijngehakt
stukje gemberwortel, circa 2 cm, geschild en geraspt
2 uien, in stukjes gesneden
1 teen knoflook, fijngehakt
1 kleine bloemkool, in roosjes
2 aardappelen, in blokjes
1 grote winterwortel, geschild en in blokjes
½ blikje tomatenpuree
½ kippenbouillonblokje
100 ml kokosmelk
verse koriander
2 eetl olijfolie
peper
zout

Bereidingswijze:
Zet een koekenpan op het vuur en laat deze heet worden.
Strooi het korianderzaad en het komijnzaad erin.
Haal de pan van het vuur zodra de kruiden knisperen.

Stamp de kruiden fijn in een vijzel. Voeg ook de garam masala, het kurkumapoeder en de kardamomzaadjes toe. Wrijf nog een keer fijn.

Verwarm de olijfolie in een ruime pan op een matig vuur.
Fruit hierin eerst de uien.
Voeg daarna de fijngehakte peper en geraspte gember toe en bak even mee.
Hierna komt de knoflook, die zachtjes mee mag bakken.
Als laatste voeg je de tomatenpuree mee. Bak die ook even mee om te ontzuren.
Blus af met de kokosmelk en een zelfde hoeveelheid water.

Je basis is nu klaar. Dit kan tevoren worden klaar gemaakt, zodat je ’s avonds alleen de groenten hoeft toe te voegen.

Laat de groenten circa 40 – 60 minuten zachtjes pruttelen in de curry. Dit is een beetje afhankelijk van hoe dik de groenten gesneden zijn.

Proef en kruid naar smaak met peper en zout.
Strooi er de fijngehakte koriander over.

Lekker met gekookte witte rijst!

Mulligatawny

Mulligatawny

Laat mij nou gedacht hebben dat ik dit recept in het verleden al een keer met jullie had gedeeld. Niet dus. Deze van oorsprong (Brits-)Indiase soep is lekker pittig vanwege de grote variatie kruiden. De kokosmelk maakt het geheel weer heerlijk mild. Mulligatawny is met recht een samenstelsel van allerhande smaakjes. Meestal wordt er kip in verwerkt, maar dit recept is volledig vegetarisch. Je hoeft hier ook beslist geen dure Puy linzen voor te gebruiken, omdat alles gerust kapot mag koken. Dat is de eigenschap van soep weet-u-wel ….

Maar het is helemaal geen weer voor soep, hoor ik jullie denken. Nee, eigenlijk niet, want het is fantastisch najaarsweer. En zeker geen soepweer. Wie denkt er bij de huidige weersomstandigheden aan zo’n dampende kop hete troost? *steekt vinger hoog in de lucht* Ik hoef het jullie na drie jaar onthullingen niet meer uit te leggen. Vrouwtje Eetplezier zit een tikkie eigenaardig in elkaar. Verkeerde gebruiksaanwijzing ter hand genomen tijdens het in elkaar zetten, vermoed ik. Arme pap.

Mulligatawny

Ingrediënten
1 eetl korianderzaad
½ eetl komijnzaad
½ eetl anijszaad
2 eetl zonnebloemolie
2 uie, grof gesneden
250 gr wortel, in plakjes
stukje gember, van 1 cm, geschild en fijngeraspt
2 tenen knoflook, fijngehakt
150 oranje linzen
3 grote, rijpe tomaten, ontveld en grof gesneden
mespunt kurkuma
1 kaneelstokje
100 gr basmatirijst
2 dl kokosmelk
1 eetl citroensap
zout
verse koriander, fijngehakt

Bereidingswijze
Verhit een droge koekenpan en pof hierin het koriander-, komijn- en anijszaad totdat het aroma vrijkomt.
Wrijf de specerijen in een vijzel fijn en zeef ze door een grove zeef.
Verhit de olie in een pan en bak hierin de ui, wortel, gember en knoflook al omscheppend een paar minuten.
Voeg de linzen, tomaten, specerijen, kurkuma, kaneelstokje en 1 liter water toe.
Breng de soep aan de kook en laat 15 minuten zachtjes doorkoken.
Verwijder het kaneelstokje.
Kook intussen de rijst in ruim kokend water en giet deze af.
Pureer de soep in de blender.
Schep de soep over in een schone pan en breng opnieuw aan de kook met de kokosmelk en de gekookte rijst.
Breng op smaak met citroensap en zout.
Strooi er aan tafel vers gehakte koriander over.

Lekker met naanbrood en raïta.