Vanille kipferl naar recept van Rutger van den Broek

Vanille kipferl
Als tijdens de laatste dagen van december Nederland zich te goed doet aan kerstkransjes, tulbanden of een rijkgevulde stol, zie je in landen als Oostenrijk en Duitsland veelal deze vanille kipferl opduiken. Royaal bestrooid met poedersuiker, want zo hoort dat bij authentieke koekjes. De herkomst ervan ligt ergens in het toenmalige Ottomaanse rijk en gezien hun halve maanvorm zou dat best de waarheid kunnen zijn. Op dat moment is het echter nog een soort broodje en zeker geen koekje. Historici zijn het er ook nog niet helemaal over eens, dus distantieer ik me hierbij graag van enige geschiedschrijving omtrent deze vanille kipferl.

Maar hoe dan ook: ik vond ze interessant genoeg om er een bakpoging aan te wagen. Beter één koektrommel met zelfgebakken lekkernijen in de kast, dan tien industrieel vervaardigde rollen biscuit of sprits in de supermarktschappen. Want ook al claimen deze koekjesproducenten “ambachtelijk vakmanschap” te bezitten, het gros ervan heeft in de loop der tijden allang zijn toevlucht genomen tot smerige goedkope grondstoffen, zoals palmvet, lupinemeel, cacaofantasie en meer van dat soort culinair ongerief.

Wederom komt dit recept uit de Koekjesbijbel van Rutger van den Broek. Ik ben echt groot fan van deze voormalige HHB-winnaar, aangezien zijn recepten altijd kloppen en het resultaat nooit tegenvalt. 
“Vanille kipferl naar recept van Rutger van den Broek” verder lezen

Koekjes met frambozenjam

Koekjes met frambozenjam

Wie van jullie herinnert zich nog de beroemde “lange vinger” als koekje bij de koffie? Mooi zo, dan ben je ongeveer van mijn bouwjaar.  In mijn beleving waren ze helemaal zo slecht nog niet. Het licht gesuikerde bovenlaagje met een vleugje vanillesmaak konden mij meer bekoren dan de gortdroge Mariakoekjes. Nee, je kon ze zeker niet al te lang in je kopje thee dopen, want dan werd het een slappe stengel die je vervolgens niet meer zonder te knoeien naar je mond kon brengen, maar qua mondvermaak was er niet zoveel mis mee.

Toen ik voor het Kerstdiner nog even een snelle tiramisu wilde maken, deed ik dat met de befaamde lange vingers. Er blijven er altijd over, dus die stopte ik netjes in een trommeltje en at ze na een paar dagen op. Ze smaakten naar gruis van strobloemen en doorweekt karton. In niets vond ik de smaak van vroeger terug. Datzelfde vind ik van een heleboel koekjes vandaag de dag. Café noir, mokkasticks, kokoswafeltjes, geen enkel verpakt koekje heeft nog een plezierige smaak.

“Koekjes met frambozenjam” verder lezen