Gegratineerde ham-preirolletjes

Gegratineerde ham-preirolletjes

In de Allerhande zag ik ze staan, deze gegratineerde ham-preirolletjes. Het is weer eens wat anders dan de afgezaagde ham-witlofschotel. Laat ik wel even een waarschuwing vooraf meegeven. Omdat je hele stukjes prei van circa 7 cm wilt krijgen, kun je ze niet doorsnijden. Prei kan veel, wat zeg ik: héél veel zand bevatten. Pas dus op met het bovenste deel van deze groente, daar waar het maar enigszins naar donkergroen begint te neigen. Daar zit bijna altijd zand tussen. Niet gebruiken!

Tegenwoordig is het trouwens in veel supermarkten gebruikelijk dat je ook “zandvrije prei” kunt kopen. Nee, niet in een zakje, maar gewone stengels prei. Hoe een teler dat voor elkaar krijgt, is mij een raadsel.

Gegratineerde ham-preirolletjes

Ingrediënten (4 personen):
800 gr prei
250 gr achterham
50 gr boter
50 gr bloem
½ ltr volle melk
100 gr geraspte belegen kaas

Bereidingswijze:
Verwarm de oven voor op 200°.

Verwijder de stronkjes en harde, donkergroene bladeren van de prei.
Snijd deze in stukken van circa 7 cm (ongeveer 12 stukken).
Spoel ze schoon onder stromend water.
Kook de stukken in water met zout in 8 à 10 minuten gaar.
Giet af en laat de prei goed uitlekken in een vergiet.

Verhit voor de kaassaus de boter in een pannetje.
Roer er de bloem doorheen zodat er een bal ontstaat.
Schenk er beetje bij beetje de melk bij en roer tot een gladde saus ontstaat.
Voeg pas een nieuwe scheut melk toe als de vorige helemaal is opgenomen.
Voeg nu de geraspte kaas en laat deze roerend helemaal smelten in de saus.
Laat ten minste 1 minuut garen op laag vuur.
Roer af en toe zodat de saus niet aanbrandt.
Breng op smaak met peper en zout.

Rol intussen elk stuk prei in een plakje ham en leg de rolletjes tegen elkaar aan in een met boter ingevette ovenschaal.
Schenk de kaassaus over de preirolletjes.
Bak in het midden van de oven in 30 minuten goudbruin.

Lekker met aardappelpuree of gekookte aardappelen.

Witlofsalade met walnoten, dadels en kaas

Witlofsalade met walnoten

Medio oktober 2013. Zo’n dag dat ze daarboven voor de derde keer op een rij, nog steeds emmers en emmers water leeg kieperen over ons. Zeeland doet zijn naam eer aan. Boven, opzij, onder, naast ons, overal zijn er zeeën van water. Teveel. Niemand wordt er blij van. Geen idee of ze daarboven ook aan internet doen en zo, maar mocht iemand dit lezen: gelieve te stoppen nu.

Maar het was tevens de dag dat Matt Preston’s Beste recepten in de bus viel. Lekker leesvoer, mocht deze grijze treurnis nog even blijven voortduren. De dag ook van smakelijke Taggiasche olijven, kleverige Medjool dadels, knapperig desembrood, geurende kruiden, pikante kaasjes en boterige Hass avocado’s scoren. Allemaal bij de Sligro. Het culi-walhalla voor veel foodies. Driewerf hoera voor deze grootgrutter!

Zoals alle voorgaande jaren, bezoek ik op deze herfstige midden-oktoberdag het meest authentieke adresje van geheel Zeeland: walnotenboer Kwekerij Westhof. Daar kunnen ze de vraag naar deze verse noten bijna niet aan. Met enig geluk kan ik vier zakken meenemen. Ik verheug me nu al op het krakende geluid van kapot springende bolsters. Fijn spul door de salade. In boterkoek met appel. Of gewoon, bij een rood wijntje. Mijn kamer ziet er na een kwartiertje kraakgeweld uit als een slagveld, maar dat is voer voor kniesoren.

En verder is er ’s avonds een vers gebakken bladerdeegbakje met daarin homemade ragout. Wel eerst bouillon maken natuurlijk. Van rundvlees en heel veel botten, inclusief een keur aan kruiderij en groente. Daar hoef je geen culinaire Hoge School voor doorlopen te hebben; dat zet je eenvoudigweg op het vuur en vervolgens laat je het daar gedurende een uur of 8 héél zachtjes staan pruttelen. Het water mag net aan in beweging zijn. Krijg je een heul donker goedje van. Daarna gaan er diverse – afgekoelde – bakjes richting vriezer. Altijd makkelijk. Voor opkikkers op regenachtige zondagmiddagen. Voor kouwelijke snotteraars. Als basis voor nog meer soep. De rest bind ik op de klassieke manier. Met een warm boter-bloemmengsel en koude bouillon. Nog wat blokjes ui, wortel, prei en bleekselderij bakken en door de ragout mengen en klaar is Nell.

Erbij een witlofsalade, waarmee men alle kanten op kan. Ik maakte deze samenstelling ervan, geïnspireerd door Jeroen Meus. Zoet, zout, filmend en bite, alles zit erin. Plus een boel vitamientjes en mineraaltjes.

Witlofsalade met walnoten, dadels en kaas

Ingrediënten:
3 eetlepels créme fraîche
1 sjalot
1 eetl. appelsap
1 eetl. citroensap
1 eetl. walnotenolie
honing
peper/zout

3 stronkjes witlof
1 groene appel (Granny Smith)
50 g walnoten, fijngehakt
4 à 5 medjool dadels, ontpit en in stukjes
200 g oude kaas (Reypenaer bijvoorbeeld)
optioneel: kervel of tuinkers

Bereidingswijze:
Snipper de sjalot heel fijn.
Maak vervolgens de dressing door alle ingrediënten goed door elkaar te mixen.

Snijd de witlof grof. Het mag allemaal best een beetje rustiek.
Schep alles in een grote kom.
Snijd de appel julienne en voeg bij het witlof. Schillen is niet nodig.
Voeg de dadels en de noten toe en hussel alles met de dressing door elkaar.
Met een dunschiller kun je er vervolgens “flakes” kaas overheen schaven.
Mocht je kruiden als kervel of tuinkers in huis hebben, kun je deze er nu over strooien.

Witlofsalade

Ergens kaas van gegeten hebben

Ergens kaas van gegeten

Vanwege het willen maken van een recept van Ottolenghi, waarin Taleggio verwerkt zit, snel ik vandaag rond 14.00 uur nog gauw even naar vriendje Appie. Want vriendje Jumbo wist zelf niet eens dat het kaas was. En omdat Appie net een tikkie minder wereldvreemd tegen onze multi-culturele samenleving aan kijkt (lees: erop inkoopt) denk ik er zeker van te zijn het recept vandaag met de juiste ingrediënten te kunnen bereiden. Ze zullen aldaar vast ergens kaas van gegeten hebben.

Na een vijftal minuten in de kaasvitrine te hebben gekeken, vraag ik aan de schattige juffrouw met de lange, golvende haren en wimpers van drie meter lang: “heeft u ook taleggio?”
“Tagliatelle”, antwoordt ze met uitgestrekte vinger, “dan moet u bij de pasta zijn”.
Geheel tegen mijn zin en mijn tempo in, blijf ik kalm.
“Nee, ik bedoel taleggio, geen tagliatelle”.

Juffrouw schudt vastberaden met haar manen. “Nee, die heb ik niet”.
Maar ze verkeert in een positieve mee-denk stemming (kaas is tenslotte toch alleen maar bedoeld om de zaterdag tussen 8 en 5 door te komen en denken is minder vermoeiend als lopen) en vraagt: “wat is het voor kaas?”.
“Italiaanse”, zeg ik.

Ah, het lijkt erop alsof haar plotseling iets te binnen schiet. Ik krijg weer hoop. Misschien staat er wel vijf kilo taleggio achter in het magazijn, die vanmiddag is binnengekomen en nog uitgestald moet worden.

Jongedame buigt zich echter nadenkend over de Parmezaanse kaas.
“Dit lijkt er op, dat weet ik bijna zeker”, giechelt ze. Met haar mooie, donkerbruine kijkers kijkt ze me vol vertrouwen aan. “Toch?”

“Ik denk het niet, hoor. Parmezaanse kaas zit al in het gerecht. Nu zoek ik nog taleggio om te laten smelten bovenop”.

De interesse van de jongedame lijkt nu echt gewekt. Ze gaat er zelfs van op één been staan. Met een hand in haar zij gooit ze ondertussen achteloos heur haardos  naar achter.
“Waar is het dan precies voor, mevrouw?”
Daarbij trekt ze een gezicht alsof ze een wandelende culinaire encyclopedie is.

“Voor gevulde portobello’s. Van Ottolenghi”, zeg ik er lief achteraan, me terdege bewust van het feit dat deze jongedame wel iets beters te doen heeft met mannen, dan er recepten van na te maken.
Gehaast voeg ik er aan toe: “ik denk dat ik die buffelmozzarella maar meeneem, die smelt ook goed”.

Vanaf dat moment komt ze echter pas goed op stoom.
“Nee hoor, mevrouw, mozzarella smelt juist helemaal niet. Dat wordt een beetje een compacte massa. Echt waar”. Haar hoofdje schudt driftig heen en weer.

Diep in mij begint er een schaterlach op te borrelen Ik pers mijn lippen op elkaar om het meisje niet in verlegenheid te brengen, maar kan het niet nalaten om te lispelen: “op mijn pizza’s smelt die buffelmozzarella toch echt geweldig”.

Verbijsterd kijkt ze me aan. Ik zie haar denken. Een pizza, dat is toch zo’n ding uit een kartonnen doos, gebracht door een slanke, gebruinde jongeman op zo’n scooter met een kist achterop? Iets met tomaat, salami, olijven en een gebruinde bovenkant, maar toch niet met zo’n witte bol er bovenop?

Ik laat haar in complete verwarring achter, als ik de mozzarella én een stukje chaumes uit de vitrine pak.
“Nou, succes dan maar”, kwettert ze vrolijk. “Ik hoop dat het goed komt”.
Hoor ik daar iets van meewarigheid in haar stem?

Het is een lief kind. En het komt allemaal goed met haar. Ik weet het zeker.

(Bron foto: Sligro)

Vegetarische zuurkoolschotel

Vegetarische zuurkoolschotel

Eén van de goede voornemens van het nieuwe jaar is meer vegetarische maaltijden te maken. Zo gemakkelijk is dat niet, als er alleen nog een pakje zuurkool in je koelkast ligt. Gelukkig biedt heden ten dage Google uitkomst. Na wat googlen en recepten vergelijken kwam ik tot de volgende samenstelling voor een vegetarische zuurkoolschotel.

Het is echt even wennen aan het idee. Bij zuurkool hoort gewoon vlees. Of dat nu speklapjes zijn of rookworst. Maar goed, een mens moet met zijn tijd meegaan. Dus probeer ik vandaag deze vegetarische variant op de zuurkoolschotel.

Vegetarische zuurkoolschotel

Ingrediënten:
1 kg aardappelen
1 ui
25 gram boter
500 gram naturel zuurkool
200 ml witte wijn (mag best een klein zoetje hebben)
creme fraiche
200 gram blokjes belegen kaas (ik gebruikte Old Amsterdam)
4 bananen
50 gram geraspte kaas
versgemalen zwarte peper

Bereidingswijze:
Verwarm de oven voor op 200°.
Kook de aardappelen met zout in weinig water gaar.

Verhit de boter in een braadpan en bak hierin de ui aan. Voeg de zuurkool toe en laat die even meebakken. Afblussen met de wijn en laat het met de deksel op de pan 50 minuten stoven.
Voeg de crème fraiche bij de zuurkool en laat het een paar minuutjes zacht meekoken. Voeg indien nodig naar smaak versgemalen peper toe.

Knijp de aardappelen door een pureeknijper en meng met wat melk en boter.
Leg in de ingevette ovenschaal 1 laag puree, het zuurkoolmengsel (vermengd met de 200 gr blokjes belegen kaas) , daarover plakjes banaan, nog een laag puree en weer een laag banaan met de geraspte kaas.

Laat de schaal in circa 45 minuten warm en bruin worden.

Vond ik het lekker? Njah …. het was voor mij de allereerste keer dat ik zuurkool met kaas en banaan at. Ik miste het knapperige vet van een stukje spek. Of van die sappige rookworst. Maar wie het dierenleed wil verminderen, moet zelf een beetje pijn lijden. Goed bezig, zeg ik dapper tegen mezelf.

Kaaskoekjes

Kaaskoekjes

Kaaskoekjes. Oven aanzetten. Je hand omdraaien. Oké, misschien twee keer ….  Bakken maar. Glaasje vullen. De bank bezetten. Irene en Carlo aan. Nippen. Kijken. Knabbelen.

Kaaskoekjes

Ingrediënten:
100 g bloem
100 g boter
100 g belegen Gouda (bv. Reypenaer, ik gebruikte Old Amsterdam)
1 ei

Bereidingswijze:
Haal de boter op voorhand uit de koelkast, zodat ze wat malser wordt.
Weeg de ingrediënten voor de kaaskoekjes zorgvuldig. Je gebruikt best een keukenweegschaal.
Neem een mengschaal en doe er de bloem, de kaas en de (malse) boter bij.
Breek het ei en meng alleen het eigeel onder het koekjesdeeg.

Spoel je handen proper en kneed alles tot een egaal koekjesdeeg.
Rol het deeg tot een worst van 4 tot 5 centimeter diameter.
Verpak het rolletje deeg in een vel vershoudfolie.
Leg het deeg in de koelkast en laat het 30 tot 40 minuten, afkoelen.

Verwarm de oven voor op 200°C. Hou de ovenschaal bij de hand.
Neem de opgesteven rol koekjesdeeg en snij het met een scherp mes in schijfjes van zo’n halve centimeter breed.
Leg een vel bakpapier of een siliconenmatje op de ovenschaal.
Schik de schijfjes deeg op de ovenschaal.

Alternatief: Je kunt ook balletjes van het deeg rollen en ze platdrukken tot koekjes.
Bak de kaaskoekjes in 10 tot 12 minuten goudbruin in de hete oven van 200°C.
Laat ze nadien afkoelen en bewaar ze in een doos met deksel.

Bron: Jeroen Meus – Dagelijkse Kost

Kaaskoekjes

Quiche van witlof met ham en kaas

Quiche van witlof met ham en kaas

Jeroen Meus is zonder twijfel mijn meest favoriete chef van dit moment. Dat komt enerzijds door zijn plezante, makkelijk te bereiden comfort-food en anderzijds door zijn semi-filosofische opmerkingen in zijn programma Dagelijkse Kost. In zijn woorden klinkt een overduidelijke hang naar warme familiebanden, naar gezellig samenzijn terwijl er grote, dampende schalen op tafel staan. En zeg nou zelf: is dat niet waar elk mens af en toe hevig naar verlangt? Zo’n overheerlijke quiche van witlof met ham en kaas bijvoorbeeld.

Onderstaand recept is overgenomen uit zijn programma. Als je bekend bent met het maken van een deegje voor hartige taarten, is dit een fluitje van een cent. Anders gebruik je gewoon een vel kruimeldeeg uit de supermarkt.

Deze quiche van witlof met ham en kaas was heerlijk van smaak en weer eens wat anders dan de traditionele quiche lorraine of vegetarische groentetaart zoals ik die zelf graag maak.

Quiche van witlof met ham en kaas

Ingrediënten (4 personen)
1 vel kruimeldeeg of voor de diehards: een zelfbereid deegje
2 hele eieren en 2 dooiers
2 dl room
100 g cheddar (blok)
6 stronkjes witlof
200 g ham (in dikke plakken)
nootmuskaat
peper
zout
1 klontje boter

Bereidingswijze
Begin met het voorbakken van de quichebodem.
Verwarm de oven alvast voor op 180°C.
Je kan voorverpakt kruimeldeeg gebruiken, maar waarom zou je zelf geen deeg maken?
Rol het deeg uit en bedek er de taartbodem mee. Leg een vel bakpapier onder het deeg, zodat je de quiche straks zonder problemen uit de vorm kan halen.
Druk het deeg goed aan in de randen van de bakvorm en verwijder overhangende stukjes deeg.
Laat de quichebodem 15 minuten voorbakken in de voorverwarmde oven. Hou de oven nadien op temperatuur.

Verhit een klontje boter in een pan op een matig vuur.
Snipper het witlof in fijne stukjes. Dat gaat gemakkelijker als je de stronkjes eerst overlangs doorsnijdt. De harde onderkant en de kern van het witloof gebruik je best niet.
Zodra de boter lichtbruin is, bak je de stukjes witlof in de pan. Roer regelmatig om. Het witlof zal een heel stuk volume verliezen. Kruid de groente met wat nootmuskaat, een snuifje zout en wat peper van de molen.

Let op

Het is erg belangrijk dat de witlof lang genoeg gebakken is. De groente mag niet vochtig meer zijn (maar ook niet taai). Als je witlof nog te nat is, zal de quichebodem wak worden bij het garen.

Verwijder het vetrandje van de ham en snij het vlees vervolgens in kleine blokjes.
Neem een mengkom en klop er de hele eieren én de extra eidooiers in los, samen met de room. Kruid het mengsel met een snuifje zout en wat peper.

Neem er de voorgebakken quichebodem bij. Schep er eerst het gebakken witlof in. Verdeel dit egaal over het hele oppervlak.
Strooi de blokjes ham over het witloof en rasp er de cheddar over.
Giet ten slotte het mengsel van ei en room erbij. Verdeel dit mooi over het hele oppervlak van de quiche.
Plaats de quiche in de warme oven en bak ze 30 minuten lang op 180°C.
Serveer de ham-witloofquiche warm of koud.