Klassieke huzarensalade

Klassieke Huzarensalade

Zodra de weermannetjes van destijds de eerste warme dag van dat jaar aankondigde, spurtte mijn lieve pap naar de slager om een “stukske fricandeau”. Dat stukske fricandeau was een onontbeerlijk onderdeel van de klassieke huzarensalade die hij zo perfect wist te maken. Vol bewondering keek ik steevast toe hoe hij allereerst het vlees braadde, daarna de augurkjes, sjalotjes, friszure appel en aardappel in piepkleine blokjes sneed, fikse lepels mayo en mosterd toevoegde, om daarna het smeuïge mengsel in de koelkast lekker fris te laten worden. Afwerken kwam op het moment van aanvallen: sla, tomaatjes, augurkjes, uitjes en partjes hardgekookte ei erbij. Daarna werd het smullen in de warmte van de laatste zonnestralen van die dag. Het werd bijna een ritueel, ik kan me niet herinneren dat pap het ooit beu werd om voor ons deze huzarensalade ten uitvoer te brengen. Een juweeltje van huisvlijt.

Zelf ben ik meer een plannenmaker. In mijn hoofd gebeurt er van alles, zonder dat ik veel ten uitvoer breng. Totaal geen pretenties dus. Ik wil niets worden, ik wil niets zijn. Af en toe goochel ik een beetje met woorden, dat vind ik aardig om te doen. Mensen om me heen kennen me als de eeuwige dromer. En laat ik daar voorlopig ook maar geen verandering in brengen, het zou mijn geliefden in totale verwarring brengen. Hugo Claus omschreef het heel treffend. “Als ik de dag doorkom zonder catastrofes ben ik al erg blij. Dat is een vorm van geluk.” Helemaal mijn motto.

Klassieke huzarensalade

Toch durf ik mezelf voor ten minste één ding een lintje toe te eigenen: nl. het maken van een geslaagde huzarensalade. Ik heb tenslotte heel vaak mee kunnen kijken hoe het eigenlijk heurt volgens Escoffier. Da’s best belangrijk, want in een échte huzarensalade hoort geen rommel zoals doperwtjes of hamblokjes. De twijfelachtige salades die heden ten dage aangeboden worden in supermarkt of snackbar hebben helemaal niets gemeen met de traditionele versie waarin uitsluitend eenvoudige maar pure ingrediënten worden verwerkt en zelfgemaakte mayonaise.

Afgelopen dinsdag was het weer zover en ging ik zelf aan de slag met aardappelen, appeltjes, sjalotjes en augurkjes. Woensdag zou ik een hele dag doende zijn met zaken die geregeld moesten worden voor ons mam. Ik wist dat het een vermoeiende dagje zou worden en dat er na afloop weinig tijd en zin zou overblijven om te koken. Op zulke momenten komt zo’n huzarensalade als een geschenk uit de hemel. Bordje op schoot, wijntje erbij en fijn napraten.

Maar allereerst dat stukske fricandeau dus……..

Gebraden fricandeau

Jong geleerd

Jong geleerd

In 1976 zette ik mijn eerste schreden op het pad naar zelfstandigheid. In datzelfde jaar ontdekte ik dat papa kok van beroep was (geweest) en dat ik dat simpele gegeven veel te laat tot mij genomen had. Waarschijnlijk had het spreekwoord Jong geleerd, oud gedaan nooit enige indruk op me gemaakt.

Hoewel mijn ouders – net als zoveel gezinnen in die tijd –  geen overvloed kenden, werd er wel altijd lekker gegeten. Met veel plezier denk ik terug aan papa’s beroemde huzarensalade. Zodra de thermometer aangename temperaturen liet zien, begon hij de dag met aardappels koken, vlees, uitjes en augurkjes fijn te snijden. Om  ’s avonds na een heerlijk dagje strand thuis te komen en moe maar voldaan zijn koele salade op te peuzelen, op het laatste moment nog snel versierd met sla, tomaten, komkommer en gehalveerde eieren. 

Als één van de weinige kinderen in mijn buurt werd ik regelmatig verrast op huisgemaakte kroketten of moscovisch mokkacrème-gebak. Er was de uit Ned. Indië (figuurlijk) meegebrachte rijstmaaltijd, inclusief  atjar. Er was verse ananas, kokosnoot, ik proefde alles wat ik voorgeschoteld kreeg. Het leek zo vanzelfsprekend allemaal.

Na 2 maanden “op mezelf” te hebben gewoond, begon ik de lekkere hapjes te missen.

 

Jong geleerd is niet altijd oud gedaan

Wanhopig ging ik aan de slag om het gemis te compenseren. Ik kocht ingrediënten waar ik nog nooit van gehoord had. Gelatine, korianderzaad, ossenstaarten. In mijn gemetselde bloembak kweekte ik kruiden als borage, dille, bieslook. Ik deed onverschrokken pogingen om bavarois te maken. Ik wilde mijn vrienden en vriendinnen verrassen met karaffen koele sangria. Alleen maar om die dingen te kunnen proeven die er zo verrukkelijk uitzagen op de plaatjes in mijn (geleende) kookboeken.

Maar behalve het snijden en hakken, kende ik geen enkele kooktechniek. Dus was de kip nooit gaar en werd de bavarois steevast een stroperige vla waar ik beschaamd stukjes gelatine uit lepelde. Bovendien kauwde ik verbeten op mosselen die verdacht veel op brokjes rubber leken.

Later, veel later, viel alles op zijn plaats. Na talloze mislukkingen en even zoveel lange-tanden-maaltijden leerde ik uiteindelijk, mede door het eindeloze geduld van pa, dat er slechte twéé ingrediënten nodig zijn om een gerecht te laten lukken. Deze zijn overal en altijd voorradig. Zelfs de simpelste maaltijd wordt er een Koningsmaal door. Je familie of vrienden zullen meteen proeven of je ze weggelaten hebt.

De Echte Koks onder jullie weten natuurlijk het antwoord. Onmisbaar in elk gerecht, van aspergesoep tot zuurkoolschotel zijn Aandacht en Liefde. Het is maar dat u weet wat u eet.