Pain d’amande flinterdunne Vlaamse koekjes

Pain d’amande flinterdunne Vlaamse koekjes
Nooit had ik kunnen bedenken dat ik nog zoveel lol zou gaan beleven aan het bakken van koekjes. Het heeft iets kneuterigs, iets oer-burgerlijks, een bezigheid waar ik me in vroeger tijden nooit in had zien verdwijnen, maar nu de dagen niet meer royaal gevuld zijn met allerhande sociale activiteiten en ook de hitte voorlopig niet terug lijkt te keren, is er tijd in overvloed om de uren te vullen met het uitdiepen van mijn bakkunsten. Geloof me, daar valt nog een mensenleven lang aan te sleutelen, omdat ik er veel te laat mee begonnen ben. 

Het belangrijkste is dat ik er nu pas echt de lol van in ga zien. Het maken en vormen van zelfgebakken koekjes is bijna als het leven zelf: soms zit het mee en soms zit het tegen. Als vrouwtje Ongeduld wil ik niet teveel tijd spenderen aan het eindeloos herhalen van slechts één recept. Liefst zou ik alle koekjes die er bestaan ten minste een keer willen bakken. En omdat er in de Koekjesbijbel een enorm assortiment staat, houd ik me daar voor nu even aan vast. Temeer omdat de meeste recepten aardig lijken te kloppen.

“Pain d’amande flinterdunne Vlaamse koekjes” verder lezen

Fryske dúmkes uit de Koekjesbijbel

Fryske dumpkes
Toen ik nog in Brabant woonde, vond ik minstens één keer per week het befaamde worstenbroodje op mijn bord. Dat was altijd smullen, want ons mam wist precies bij welke bakker ze het lekkerst waren. Van begin mei tot half juni aten we ten minste ieder een pond van het witte goud. Twee scharreleitjes erbij, rijke botersaus en een nieuw aardappeltje uit de moestuin van pap. Bolle buiken kreeg je ervan, maar wat was het altijd heerlijk! En dan zwijg ik nog maar even over de Bossche bollen en de eierkoeken die soms doodgewoon een boterham vervingen.

Ja, het leven was goed in het Brabantse land. Maar eenmaal de overstap genomen naar Zeeland, kon ik ook daar niet om het gejubel van mijn nieuwe buurtjes heen: in deze provincie eet je veelvuldig een met dik roomboter besmeerde bolus. Bij voorkeur bie de koffie. Vanzelfsprekend heb ik deze gewoonte overgenomen. Een andere Zeeuwse specialiteit is het palingbroodje. Precies: een broodje met een ferm stuk paling erin. Probeer er niet van te happen, want dan blijft de graat in je keel steken! Palingbroodjes eet je alsof je een mondharmonica bespeelt. Overdwars dus.
“Fryske dúmkes uit de Koekjesbijbel” verder lezen