Hartige muffin met feta en paprika voor warme dagen

Hartige muffin met feta en paprika
Al eerder had ik de hartige variant van de muffin geprobeerd. Het is waarschijnlijk even wennen voor de diehard zoetekauw, maar persoonlijk vind ik ze beter smaken dan het standaard cakeje met een berg suiker. Enfin, doe vooral waar u zelf trek in hebt. 

Op warme dagen, zoals nu, is zo’n hartige muffin ideale kost. Geen ingewikkelde handelingen en wat nog veel belangrijker is: je hoeft niet met een oververhit hoofd boven kokende pannen door te brengen. Bak de muffins als het nog koel is (‘s morgens vroeg), maak er tegen etenstijd een frisse salade bij en voila, je kunt koel en relaxt aan tafel. 

Tip: gebruik geroosterde paprika. Die maak je heel eenvoudig door deze door te snijden, de zaadlijsten eruit te halen en met de velkant naar boven in een voorverwarmde oven (180-200˚) te leggen. Reken circa 25 minuten om ze te roosteren. Stop ze in een afsluitbare plastic zak of pak ze in in alufolie. Als de paprika’s zijn afgekoeld, kun je het velletje er heel gemakkelijk afhalen. Door het roosteren verandert de smaak niet alleen (ze worden nóg zoeter), maar worden ze ook beter verteerbaar.
“Hartige muffin met feta en paprika voor warme dagen” verder lezen

Hoe heet het was

Fietsknooppunten

Fietsen van bordje naar bordje. Fietsknooppunten heten ze. Het is misschien een afwijking, mensen, maar wel een erg leuke. Dat wil zeggen: als alles meezit. Het moet zeker niet te hard waaien, de zon dient zich van haar beste kant te laten zien en het mag niet te koud, maar ook weer niet te warm zijn. Aan dat laatste ontbrak het helaas gisteren een beetje. Waardoor ik er momenteel als een uitgewrongen dweil bij hang en nog minstens vijf dagen wacht alvorens ik een voet buiten de deur durf te zetten.

Het begin

Voortvarend als G. en ik zijn, arriveren we reeds op het middaguur bij het gekozen startpunt. Ergens in de middle of nowhere tussen Zierikzee en Ouwerkerk bij bordje 06. Het is best wel warm, ja. Iets met heetst van de dag of zo. Niet getreurd, we voelen een licht briesje, de hoofden zijn nog koel en het moreel uitstekend. Van start!

Na drie kwartier besluiten we onze lunch te nuttigen. Als volleerde bermtoeristen nemen we plaats onder een verkoeling verspreidende treurwilg en peuzelen van onze broodjes. Met half gesloten ogen kijk ik door mijn wimpers naar het gebied om ons heen. Frisse, groene tinten van alle mogelijke soorten bomen en struiken tegen het blauw van de hemel. Drie zoevende windmolens in de verte. Een slootje met wuivend riet achter ons. Een perfect plekje voor wat reflecterende overpeinzingen.

Mijn gedachten gaan uit naar de twee mensen die deze mooie dag niet meer mogen beleven. Gisteren kwam het overlijdensbericht van de ernstige zieke overbuurvrouw van mam, die tevens mijn vroegere buurvrouw is geweest. Dezelfde leeftijd als mam, dezelfde uitstraling en levenslust. Tot een half jaar geleden de aftakeling begon in te zetten. Zo snel kan het gaan. Ik hoop zo dat mam dit bespaard mag blijven. Als ik naar boven kijk, zie ik niemand om een smeekbede aan te kunnen richten, dus vestig ik mijn aandacht op de geduldig dansende rietstengels die mijn boodschap vast willen overbrengen.

Daarbovenop bereikt mij via Fb het nare bericht dat Daan de Ligt niet meer onder ons is. Daan was niet alleen een zeer begenadigd dichter, maar bovenal een bijzonder aangenaam en optimistisch mens. Moge hij voor eeuwig blijven voortleven in zijn relativerende poëzie.

Het midden

G. reageert op mijn zucht met de mededeling dat we onze tocht gaan voortzetten. Zo geschiedde. We begeven ons langs kronkelige landweggetjes en schilderachtige ringdorpjes. Alsof het leven er decennialang heeft stil gestaan: ontdaan van alle moderne hectiek, vredig en rustgevend. Na ruim anderhalf uur naderen we dan eindelijk onze geplande pleisterplaats en kunnen we onze dorstige kelen laven. Goed toeven daar, ondanks de vreselijk trage bediening en veel te weinig parasols. Het weer is er echter niet naar om me daar nu druk om te maken.

Het slot

Dan volgt het laatste deel van onze tocht. Tevens het meest hete gedeelte. We zetten ons schrap. Langs de dijk aan de Oosterschelde terug naar Zierikzee. Zo’n plasje water aan je linkerzijde oogt lekker koel, maar in de praktijk voel je daar niet veel van. Inmiddels is het ruim 30 graden. Het kleine beetje aflandige wind dat er is in de rug, met een uitbundige zon die vol op onze bolletjes schijnt. Het wordt afzien, dat is zo’n beetje het enige dat me bijgebleven is. Genieten is niet wezenlijk aan de orde meer. Misschien toch een klein inschattingsfoutje gemaakt.

Drie liter zweet en tientallen verzuchtingen later, bereiken we dan toch eindelijk bordje 06, alwaar de auto geduldig staat te wachten. Deze is intussen omgetoverd tot een knap staaltje blikken broeikas. Airco in de auto behoorde tot voor kort niet thuis in mijn belevingswereld. Waarschijnlijk vindt daar op dit moment een kleine verschuiving in plaats. Eenmaal thuis zijn alle factoren voorhanden om bij te komen: een lauwe douche, ijskoude drankjes en een fijn bordje eten. Een snijbonenstamppotje met Italiaanse topping à la Karin Luiten. Niks mis mee op een dag als vandaag. Vooral niet als je het meeste werk vooraf al hebt gedaan. Het recept volgt snel! Stay cool everybody!

Tropische verrassing

Zomersalade van watermeloen met feta en olijven

Van oververhitting is geen sprake in huize Eetplezier. Met gesloten luiken en een miniem activiteitenprogramma is het best te doen. Vanzelfsprekend leef ik mee met alle mensen die onder deze tropische verrassing zwaar lichamelijk werk hebben te doen; alle andere personen met redelijk normale functies moeten niet zeuren. Blootshoofds, gezeten op een niet vooruit te branden kameel, in de eindeloze zandduinen van Timboektoe, dan heb je recht van spreken. Nu niet, geen flauwekul, het gras is nog groen, de bomen dragen nog bladeren en wij mensen zijn in het gelukkige bezit van airco’s, ventilatoren, climat controls en meer van dat soort commerciële ongein. Kom daar maar eens om in de binnenlanden van Zimbabwe.

En hoe het met mijn daadwerkelijke eetplezier gesteld is? Ook niets te klagen. Geen boerenkool op het menu, dat moge duidelijk zijn, maar een fijne bak malse kropsla met gebakken aardappeltjes en een gekookt eitje gaat er altijd nog prima in. De riz nicoise trouwens ook. En niet te vergeten de bij elk hitteplan onmisbare salade van watermeloen met feta. Oké, je moet een beetje durven afwijken van je conventionele eetpatroon, maar daarmee overleef je dan ook de meest pittige hitte-veldslag.

Tropische verrassing versus voldoende drinken

Voldoende drinken is een heel ander verhaal. Dat doe ik niet. Ik drink wel. Een beetje. Het houdt op na een half glas. Water welteverstaan. Ik kan er maar niet aan wennen, zo’n slok die he-le-maal nergens naar smaakt, rustig van boven naar beneden laten glijden. Om over al die iso-, sport,- en energiedrankjes maar te zwijgen. Stuk voor stuk lijken ze op dubieuze mengsels tussen uilenzeik en heksenkots. Lamaar, ik drink mijn eigen theetje wel. ’s Morgens, ’s middags en tijdens het achtuurjournaal nog een kopje. Dat is het wel, veel te weinig dus. En dat is uitermate slecht voor de gezondheid, zeggen de jongens en meisjes van het RIVM. Dat is de organisatie die destijds zo’n prima oplossing bedacht hadden voor de Mexicaanse griep. Die ja. Ik geloof dat ik ze maar een beetje laat zwammen.

Hoewel we er wel bedacht op dienen te zijn dat on-Nederlandse hitte met name bij onze oudere en kwetsbare medemens een behoorlijke aanslag pleegt op hun algehele gesteldheid. Laten we daar met z’n allen vooral een beetje alert op zijn. Die eenzame buurvrouw woont vaak zó akelig dichtbij. Gelukkig ligt Nederland op het noordelijk halfrond en is extreme warmte altijd maar van korte duur.

Zodra Piet Paulusma over “hier en daar een buitje” begint, halen we opgelucht adem. Want daar zijn we met z’n allen toch het meest aan gewend geraakt: Hollandse wolkenluchten, een kletsnatte kruin als er een onverwachts wolkje over trekt en een gematigde temperatuur waarbij je ongestoord je ding kunt doen. Zo zijn wij. Want alleen op die manier kunnen we ten minste zonder scrupules blijven verlangen naar die geldverslindende vakantie op dat zinderende Bounty-eiland. Alwaar wij ons helemaal te pletter zweten, maar waarover wij bij thuiskomst geen onvertogen woord zullen laten vallen, als de achterblijvers bezorgd vragen hoe we het gehad hebben. Te warm? Hoe komen ze erbij? Dat is toch juist heerlijk?