Heerlijke herfst

Heerlijke herfst

Tot nu toe had ik altijd gemengde gevoelens als de heerlijke herfst aan de deur stond te kloppen. Vallende blaadjes, kale velden, nevelige ochtenden: het heeft zonder meer een onmiskenbare charme, maar aan mij is het niet besteed. Ik hou van warme zonnestralen, doordringend licht, weidse ruimte en oneindige landschappen om me heen.

Heerlijke herfst

Bij vroeg invallende duisternis, bewolkte luchten, striemende regens en zwiepende boomtakken, heb je dat allemaal niet. Oké, melancholische overpeinzingen vergezeld van een goed glas wijn bij een knappend haardvuur, is best een geruststellende gedachte (vooral als de geur van een goedgevulde stoofschotel je neusgaten prikkelt), maar toch voel ik me niet op mijn best tijdens dergelijke aanvallen van mistroostig terugdenken. Alsof er opnieuw een periode afgesloten wordt, terwijl ik altijd hevig verlang naar een nieuwe dag, naar morgen.

Gelukkig word ik dit jaar flink gespaard qua herfstige ontberingen. Op één van de vele rustige nazomerdagen van dit jaar ga ik dan ook welgemoed op pad door mijn mooie Zeeuwse land. Doel: een voorraadje appels inslaan, liefst gekocht bij een lokale teler. Eenmaal onderweg zie ik overal tussen de boomgaarden de bekende platte karren staan met daarbovenop grote kisten appels en peren. De “pluk” is in volle gang!

Aan een boom zo volgeladen …

En omdat onderweg zijn best dorstig maakt, is het plukken van zo’n vers-van-de-boom appeltje talloze keren in mijn gedachten. Als goed opgevoed katholiek meisje doe ik dat natuurlijk niet en houd ik beide handjes braaf op de rug. Gij zult niet stelen! Nee, almachtige opper-opperbaas, ook niet als een boom zo volgeladen ….? Misschien? Eentje maar? Die toch niet verkocht kan worden omdat er een klein plekje op zit? Nee, vrouwtje Eetplezier, zelfs dan niet. Ieder het zijne, weet je nog?

Overal waar ik kijk, zie ik sappige rood-blozende appeltjes. Kisten vol. Maar nergens een mogelijkheid om de vruchten te kopen. Van Kwadendamme tot Baarland, van Hoedekenskerke tot Langeweegje, geen enkel stalletje of verkoopadresje waar ik mijn eurootjes in kan wisselen voor een smakelijk fruithapje. Het ligt waarschijnlijk echt niet aan de hard werkende fruitboeren; ik rijd – zoals gewoonlijk – weer eens de verkeerde route. Wat ik wel passeer is een levensecht slot. Je verzint het niet.

Slot Baarland

Nog niet eens zo heel ver van de bewoonde wereld ligt daar het monumentale Slot Baarland. Het ijzeren hek biedt toegang, dus betreed ik nieuwsgierig de paden. Een imposant kasteel met torentjes en slotgracht doemt voor me op. Ik waan me in Middeleeuwse sferen en – geheel niet des adels – bewonder ik met opengezakte mond al het gerestaureerde fraais. Enkele seconden later hoor ik het grind achter me knerpen. Oeps, ben ik op privé-terrein misschien?

Ik besluit het maar meteen te vragen aan de vriendelijk uitziende man die op me afkomt, met een hark in zijn hand. Ja, dat bent u, zegt hij resoluut. Maar waarschijnlijk stond het hek open? Bedeesd knik ik. De man geeft me een stevige handdruk als verzoening. Desgevraagd vertelt hij me de bewoner van het slot te zijn. Een heuse kasteelheer dus waarmee ik spreek! Na de kennismaking ontwikkelt er zich een genoeglijk gesprek, waarin ik meer details te weten kom over het zo goed verborgen slot. En ook dat het momenteel te koop is. Voor een slordige 1,3 miljoen is het van mij. Of van jou. Iets meer geld dan een halfje bruin, maar dan heb je ook wat.

Later op de middag valt uiteindelijk alles toch nog op zijn plaats. Op de terugweg kom ik langs Boerderijwinkel Buijsrogge en kan ik volop het begeerde fruit inslaan. Nieuwe oogt Elstar en Jonagold appels, maar ook heerlijke conference peren! Blij vul ik mijn tas met de broodnodige vitamientjes. Die zal ik nodig gaan hebben als het weer eenmaal omslaat.

En o, nu we het toch over het weer hebben: zou die herfst voortaan elk jaar zo mogen verlopen? Aangename dagen tot half november, waarna we naadloos overgaan in de door mij eveneens zo verguisde feestelijkheden. Om daarna snel, heel snel, de krokusjes weer te zien verschijnen? Is dat mogelijk? Kunt u daar voor zorgen, almachtige opper-opperbaas?

Koude start

Koude start

Dagen die zoveel anders lopen dan het zich om half acht in de morgen doet aanzien. Buiten zijn ze met volle emmers water bezig (in het grensgebied tussen waken en slapen ontwikkelen zich eigenaardige vermoedens). De wake-up lamp is, na een hardhandige opdoffer van mij, zelf in de slaapstand geschoten. Het donzen dekbed voelt als een warme moederschoot. Ik heb geen zin in deze dag. En nog minder in een koude start. Wie zit er nu in vredesnaam op deze dinsdag 16 oktober 2012 op mevrouw Eetplezier te wachten? Niemand. Alle reden dus om me nog eens behaaglijk om te draaien.

En dan beginnen er honderdduizend neuronen, gelegen ergens tussen mijn oren, kleine boodschapjes te verzenden. Of ik die alsjeblieft ook wil ontvangen? Goed, goed, stil maar. Ik probeer na te denken. O ja, het dagelijkse leven. Fysio, postpakketje inpakken en wegbrengen, telefoontje plegen naar moeders huisarts, wasje strijken, stukje schrijven, appels halen.

Vol zelfmedelijden verlaat ik de echtelijke sponde. Brrrr. Het is koud in de Grote Mensen Wereld. Mijn buik laat zielige geluidjes horen. Ik probeer scherp te stellen en zet het mechaniek van spieren, pezen en botten voorzichtig in beweging. Eerst maar eens een grote kop dampende thee. En een cracker met kaas. Niet dat dit nu meteen tot bovenmatige gevoelens van weldaad leidt, maar toch … een mens krijgt wat binnen.

Van koude start naar klaar voor gebruik

Tegen 11.30 uur ben ik klaar voor gebruik. Gewassen, geschoren, gekleed. Inmiddels zijn ze buiten gestopt met het leeggooien van de emmers water en dat maakt deze dag al meteen een stuk aantrekkelijker. Ik besluit vanmiddag het buitenverblijfje te bezoeken. Er liggen nog allerhande zaken te wachten die ik, vóór de winter definitief toeslaat, hier in huis wil hebben.

Ter plekke is het prachtig weer. Veel zon, beetje wind. Rode wangen, tintelingen op mijn huid. Mijn buik en ik zijn intussen ook weer on speaking terms. Mooi zo.
Op de terugweg koop ik twee kilo appels bij een stalletje aan de kant van de weg. En maak een omweggetje naar de lokale notenboer Westhof. Met vier kilo walnoten kom ik vast en zeker de eerste herfstmaanden door.

Thuisgekomen is er een fijn flesje rode wijn. Met superverse noten. Smikkeldesmikkel. Daarna snijd ik snel een aantal “groentjes”, rasp kaas en kook linguine. Ofwel:  hoe een dag die zo nukkig van start ging, toch nog een heel behoorlijk einde kent.

Walnoten

Herfst in het hoofd

Herfst

En dan opeens is het kil. En te vroeg donker. Wordt het herfst in mijn hoofd. Mis ik de koele, witte wijntjes. Het buiten zijn, de geur van lavendel en rozemarijn. Pas gemaaid gras. Een zon die niet onder lijkt te gaan.

Dan opeens ontdek ik de eerste spruitjes. Zuurkool. Aankondigingen van kerstshows. Wil ik helemaal nog geen trui of warme sokken. Negeer ik stoïcijns mijn waterige neus. Mijn elk jaar kouder lijkende voeten.

Ik kan het niet tegenhouden. Elk jaar hetzelfde gevecht. Herfst in het hoofd. En altijd wint de natuur. Moet ik toegeven aan mijn behoefte aan stamppotten met spek. Aan soep. Aan kruidigheid. Gember. Kaneel. Oliebollen. Glühwein. Gepofte kastanjes.

Aan gezelligheid en waxinelichtjes van Verkade. Boudewijn de Groot en Adamo. Vlooienspel op het pluchen kleed. Een snorrende kachel met roze ruitjes. Drie wollen dekens en ijsbloemen op de ramen. Tikkende breinaalden. De Flinstones en de Comedy Capers. Nepchocolade muizen. Het zilveren engeltje dat zo haar best deed om elk jaar weer ongeschonden uit het vloeipapier tevoorschijn te komen.

Ik ben geen engel. Eigenlijk ben ik best een beetje veel een Echt Mens. Dat op dit moment het liefst de dekens over zich heen wil trekken. Om een winter lang onder te duiken in de geborgenheid van warme dromen en nostalgische herinneringen. En pas samen met de krokusjes te ontwaken als er een vrolijk Lenteliedje klinkt.