Griepprik en de omstreden effecten

Griepprik

Als een mak schaap liet ik me afgelopen week wederom naar de griepprik slachtbank leiden. Zoals elk jaar laat ik dat pas gebeuren op de aller,- allerlaatste dag dat deze ter discussie  staande injectie gegeven wordt. Want elk jaar opnieuw wil ik mezelf tot de laatste seconde de vraag blijven stellen of het wel enig nut heeft. Ik kom er nooit goed aan uit. Ja, met een auto-immuunziekte zoals ik, kun je maar beveiligd zijn tegen allerhande onheil van buitenaf. Van de andere kant: je gaat niet dood aan een simpel griepje, toch?

Ho, wacht even, vrouwe Eetplezier, jij kent toevallig wel iemand die overleden is aan de griep, nietwaar? Een jonge, gezonde vrouw, in de bloei van haar leven. Dat is zo. Echt gebeurd. Van dichtbij meegemaakt. Dus ja, dat maakt de beslissing tot het wel of niet nemen van het vaccin in beginsel heel simpel. Zou je zeggen.

De omstreden effecten

Maar nee, toch niet helemaal. Want als we deze ter discussie staande prik eens nader bestuderen dan zien we dat er o.a. bestanddelen als aluminium, kwik en formaldehyde in zitten. Het zijn chemische hulpstoffen die de actieve stoffen in het vaccin in stand houden. En wtf, wat veroorzaken die wel niet in een menselijk lichaam? Niet-lichaamseigen stoffen horen niet thuis in je lijf, zoveel is wel duidelijk. Ze kunnen allergische reacties veroorzaken, weefsels doen opzwellen en in het ergste geval zijn ze zelfs kankerverwekkend. Zelf houd ik er steevast vier dagen een pijnlijke arm aan over.

Niemand die over dit soort zaken met een woord rept. Niet zeuren, maar aanschuiven in de rij. Prik. Bij bloedverdunning kun je nog net een armzalig pleistertje opgeplakt krijgen en huppakee, tot volgend jaar maar weer.

Het meest vreemde is toch wel dat bij elk pilletje of poedertje een ellenlange lijst aan bijwerkingen zit; bij de griepprik ontbreekt elke vorm van informatie. Het maakt mij bang en onzeker. Waarom wordt dit vaccin met zoveel geheimzinnigheid omgeven? En waarom garandeert dit vaccin niet gewoon dat ik absoluut geen griep krijg? De prik beschermt wel, maar niet voor 100%, hoewel Big Farma ons liever anders doet geloven. Ook met griepprik kun je alsnog geveld worden door het influenzavirus. Dat komt omdat er steeds weer nieuwe mutaties van het virus opduiken, die nog niet in de jaarlijkse cocktail verwerkt zijn.

Je kunt het vergelijken met de virtuele virussen. Wij blijven ermee achter de feiten aan lopen. Op het moment dat er een nieuw virus de kop opsteekt, wordt er een tegengif ontwikkeld, dat vervolgens geïmplementeerd wordt in de anti-virus software. Dat heet het paard achter de wagen spannen. Of de put dempen als het kalf verdronken is. Maar zolang er grote financiële belangen mee gemoeid zijn, gaat Big Farma aan dergelijke spreekwoorden stoïcijns voorbij. 

Overdracht van influenzavirussen verloopt bij de mens via de respiratoire route (lees: wij ademen het virus gewoon in) of via indirect contact (je geeft iemand een hand die het virus bij zich draagt en je pulkt vervolgens iets tussen je tanden vandaan). Om griep te voorkomen, zou ik dus mijn sociale leven volledig plat moeten leggen in de maanden oktober t/m april.  Ofwel ik zou een hermetisch voor de buitenwereld afgesloten helm moeten dragen en na elk menseljk contact direct en uitvoerig de handen moeten wassen. Ofwel ik beperk elk menselijk contact tot een virtueel gebeuren. Stuk voor stuk erg effectieve maatregelen, maar in de praktijk volstrekt onbruikbaar.

En om eerlijk te zijn wil ik toch ook liefst fris en fruitig de winter zien door te komen, zonder al te veel vervelende aanslagen op mijn van oorsprong bouwvallige gestel. Bovendien ben ik een twijfelaar pur sang. Beslissingen nemen is voor mensen die routes uitstippelen, doelen voor ogen hebben. Zelf beweeg ik me graag in grijze gebieden, ergens tussen wal en sloot, waar vrijheid een groot goed is en dwingende bewegwijzering ontbreekt. 

Het zou dus heel goed mogelijk zijn dat ik volgend jaar, zoals alle voorgaande jaren, weer gedwee in de rij zal staan. En even waarschijnlijk is het dat ik op dat moment mezelf opnieuw dezelfde vragen stel. Waarom sta ik hier? Hoe komt het dat ik het relatief kleine risico niet durf te lopen? Ik ben een muts. Maar voor nu heb ik al beslist en heb ik eerst een jaartje rust.

Ziek

Ziek

Ik voel me al wat beter vandaag. Minder ziek. Geloof ik. Correctie: ik wíl het geloven. Dus geloof ik. Of zoiets. Bovendien snak ik naar zuurstofrijke boslucht. Ik vraag aan mijn heertje G. (vroeger duidde ik hem als de Man, maar sinds de transitie van Blogger naar WP is ook hij getransformeerd) of hij ook trek heeft in een fijn wandelingetje. Dat heeft hij. Is het erg koud buiten, vraag ik hem. Hmmm, is het antwoord. Mijn G. is een pragmaticus. Altijd op zoek naar helderheid en transparantie.

Naar buiten

Met mijn kruin net boven de kraag van mijn warme jas uit, stiefel ik snel richting automobiel. Het bos ligt nu eenmaal niet in mijn achtertuin, dus zijn we genoodzaakt een tiental kilometers te overbruggen. Brrrr, ik vind het helegaar niet aangenaam, die venijnige Zeeuwse wind die langs mijn lichtelijk verhitte lijfje blaast. Enfin, ik ben nu eenmaal op weg, dus doorzetten maar.

Blaffende zeehond

We koersen richting Poelbos, alwaar ik direct na het uitstappen constateer dat die rotwind ook hier doet waar-ie goed in is: snerpen, striemen, fluiten. Meteen na de eerste bocht, begin ik opnieuw het gedrag aan te nemen van een ouwe zeehond met pseudo-kroep. Kef. En nog eens kef. Dan: blaf-blaf. Blaf-blaf-blaf-blaf. Heertje G. loert bezorgd naar me. Teruggaan, seinen zijn ogen. Inmiddels naderen we de rand van het bos en kijken we uit over vers geploegde Zeeuwse akkers. Zwarte, vette grond met diepe groeven. Normaliter een prachtig gezicht, maar nu even niet. We besluiten terug te keren naar het windvrije interieur van ons autootje, waarna we een tochtje maken door de zak van Zuid-Beveland.

We tuffen over de met populieren begroeide bloemdijken; doorkruisen wegen met luisterrijke namen als Kaneelpolderdijk en Siguitsedijk en hoewel de slee- en meidoorn momenteel geen weelderige bloemen dragen, blijven de binnendijken robuuste getuigen van hun langdurige strijd tegen het water. Een monumentaal landschap, waar binnen het in de zomer goed fietsen of wandelen is.

Na een klein uurtje houden we het voor gezien. Er wacht nog een lijstje boodschappen die gehaald moeten worden. Want ziek, zwak of misselijk: er dient natuurlijk wél gegeten te worden. Ik heb een preischotel met ham en kaas in gedachten. Recept volgt.

Ziekjes

Ziekjes

Het had een heel normale dag moeten worden. Een drukke middag voor De Man en ik zou een oer-Hollandsche maaltijd maken. Slowgecookte sukadelapjes met bloemkool en aardappelen. Het liep anders. Ziekjes gooide roet in het eten.

Het toilet werd druk bezocht hedenmorgen in huize Eetplezier. En zoals altijd als mannen zich niet helemaal lekker voelen, werd dit gegeven diverse keren luidruchtig verkondigd. Goed, mijn medische kennis reikt niet verder dan dat een paracetamolletje soelaas kan bieden aan allerhande ongerief. Dit ongevraagd advies werd in de wind geslagen. Oké, dan niet ……

Tuurlijk ging hij gewoon zijn afspraak nakomen vanmiddag. Wat is dat nou? Een Echte Man staat voor zijn zaak. Dat wil zeggen: dat was de gedachte, tot hij vijf minuten voor vertrek, wel erg wit om de neus ging werd. Nee, dit was duidelijk een noodgeval. De afspraak werd gecancelled en alle plannen kwamen stil te liggen op de bank. Languit gevloerd. Ziekjes.

Ik ben optimistisch van aard en had het idee dat ik toch maar gewoon aan mijn heel-langzaam-en-met-veel-aandacht-bereide sukadelapjes moest beginnen. Een paar uurtjes bankhangen doet vaak wonderen!
Dat bleek een misrekening. Zijn witte wangen werden alsmaar roder. En er moest een deken aan te pas komen. Tegen vieren informeerde ik voorzichtig of er enige kans op eetlust was. Hoe ik het kon bedenken? Ik spoedde mij terug naar mijn veilige plekje, alwaar ik geheel virusvrij, mij vermaakte met enig beeldschermwerk.

Ziekjes

Om 6 uur werd er overgegaan op standje “zielig-ziek”. Het zag er helemaal niet naar uit dat er gegeten werd. De inmiddels schoongemaakte bloemkool en aardappelen belandden in de koelkast. Daar zag ik nog wat stengels bleekselderij , een paar worteltjes, flink wat snoeptomaatjes en een groot blok Old Amsterdam. Spaghetti gekookt, een sjalotje gebakken tezamen met de groentjes, kaas geraspt. Een kom gepakt en gesmikkeld van mijn niet-Hollandsche, supersnelle vegaschotel.

De Man lepelde voorzichtig een beetje biologische vla naar binnen. Hij blieft geen eten. Want hij is ziekjes. Echt ziek. Het is maar dat u het weet.