Milde viscurry met schelvis

Milde viscurry met schelvis

Soms kan een mens plotseling enorme trek krijgen in spicy, kruidig voedsel. De term “curry” popt dan vrijwel direct op. Het meest voor de hand liggend voor een goede curry is kip of lam, maar omdat de vleesinname de laatste jaren tot een minimum beperkt is in huize Eetplezier, viel mijn keuze op vis. In de diepvries lag nog een portie schelvis. Schelvis is een straalvinnige zoutwatervis uit de familie van kabeljauwen. Evenals wijting een zeer ondergewaardeerd visje, hoewel de smaak ervan fantastisch is. Een prima visje ook voor deze curry, omdat schelvis nét een iets steviger structuur heeft dan kabeljauw. Wel héél zacht pocheren is het adagium! Curry is troosteten pur sang, iets wat we in deze tijd van onzekerheid en langdurige sociale onthouding goed kunnen gebruiken. Weldadig voor lichaam en geest, om het eens plastisch uit te drukken.

“Milde viscurry met schelvis” verder lezen

Gembersiroop zelf maken

Zelfgemaakte gembersiroop in een flesje met etiket

Simpele zaken. Ik hou ervan. Het leven is soms al ingewikkeld genoeg, waardoor de behoefte aan gemakkelijkheid toeneemt. Zo gaat dat bij mij althans. En lucky me, sommige producten zijn net zo simpel te maken dan het kopen ervan. Appelmoes is zoiets. Hummus ook. Pesto. En jam. Binnen de tijd dat je met moeite het deksel eraf hebt is je zelfgemaakte versie klaar voor gebruik. Bovendien is het allemaal veel gezonder, zonder die overload aan synthetisch kunst- en vliegwerk om de bewaarheid met 10 jaar te verlengen. Bij een DIY-product heb je die afschuwelijke additieven allemaal niet nodig; als het op is maak je gewoon een nieuwe batch. Zo heb ik jarenlang gembersiroop uit een flesje gekocht. Hele toko’s kocht ik leeg, maar echt lekker werd hij nooit. Te zoet. Te weinig gembersmaak. En ik gebruik het zo graag,  in de dressing bijvoorbeeld, de witlofsalade, in een babi pangang sausje of gewoon een drupje door de thee. Je snapt: er werd heel wat afgeklaagd in al die jaren als de smaak me opnieuw tegenviel.

Toen kwam op een mooie dag de oplossing in de vorm van een beetje water, een bergje suiker en een fikse hoeveelheid geraspte gember. Nogmaals: het is te simpel om er een hele blogpost aan te wijden (hmm, waarom doe ik het dan? Om jullie het licht te laten zien misschien?). Hoe dan ook: met deze zelfbereide variant kun je alle kanten op. Minder zoet? Gebruik minder suiker. Een sterkere gembersmaak? Voeg meer gember toe. Zo ontstaat een fijn siroopje voor al je gerechten.

Gembersiroop zelf maken

Ingrediënten:
125 ml water
300 gr fijne suiker
90 – 100 gr geschilde, geraspte gemberwortel
een afsluitbaar flesje van 250 ml

Bereidingswijze:
Maak het flesje goed schoon met kokend water en eventueel wat soda.
Laat het ondersteboven drogen op een schone theedoek.

Breng het water met de suiker aan de kook.
Voeg de geraspte gember toe en laat een paar minuutjes meekoken.
Laat dit zo staan om af te koelen.
Zeef het mengsel en druk de gemberpulp in je zeef goed aan om zoveel smaak toe te voegen.
Giet de siroop met behulp van een trechtertje in een flesje.
Sluit het flesje.
Tip: gooi de gemberpulp niet weg, maar smeer het op een warme, getoaste boterham.

Omdat het geheel niet zo lang wordt gekookt als jam, kun je de gembersiroop veiligheidshalve beter in de koelkast bewaren. Daarin blijft het zeker vier à zes weken goed.

Zelfgemaakte gembersiroop in een flesje met etiket