Kamillethee not my cup of tea

Kamillethee

Op één van die zonovergoten namiddagen van 2019, beweeg ik mij met een gelukzalig gevoel van vrijheid door het Zeeuwse landschap. Een voor het oog verborgen weggetje met aan beide zijden windhagen, geeft niet alleen een streekeigen accent aan deze route, maar tevens een behaaglijk gevoel van beschutting. Zeeland staat immers bekend om haar altijd aanwezige wind. Die kan, net als vandaag, heerlijk zwoel zijn. Kán, zeg ik, want vaker striemt diezelfde westelijke luchtstroom venijnig en onbarmhartig langs je nek of slaat kil en geselend op je schouders neer.

“Kamillethee not my cup of tea” verder lezen

Gemberkoekjes van Rutger van den Broek

Gemberkoekjes van Rutger van den Broek

Er is de laatste weken weer heel wat water door de Rijn gevloeid. En die rivier stroomt soms vervaarlijk dicht langs mijn huis. Bij tijd en wijle dien ik er zelfs voor te waken niet meegenomen te worden in die wild-stromende waterloop. Ik ben er moe van. Maar goed, gelukkig is er altijd weer licht aan het einde van de tunnel en durf ik een periode van zorg en vermoeienis met vertrouwen in de toekomst af te sluiten.

Niemand gelooft me natuurlijk – ik zelf voorop – dat de ultieme wijze van intense ontspanning tegenwoordig voor mij gelegen is in …… bakken! Wellicht is het de weerslag van enkele maanden kneuterige televisie in de vorm van HHB en het gunstige effect van de immer goedlachse Brabantse meesterbakker daarin of misschien is het wel mijn gestaag toenemende leeftijd, ik weet het niet. In ieder geval begin ik het gefröbel met bloem, suiker, boter steeds relaxter te vinden. Bij deze koekjes vormt het snijden van mooie, regelmatige plakjes enige concentratie, maar juist dit soort zaken maakt bakken voor mij rustgevend. Focussen op handelingen die niet tot de dagelijkse standaard behoren.

“Gemberkoekjes van Rutger van den Broek” verder lezen

Knolselderijsoep met kerrie en gebakken appel

Zo’n winterse dag zonder een sprankje zon. Waarop de grijsheid van het bestaan zich in haar hevigste vorm doet gelden. Met de snelheid van een overjarige reuzenschildpad klim ik mijn behaaglijke bedje uit. Futloos hang ik boven mijn Villeroy & Boch Pure Stone wastafel. Is dat kalk daar? Alweer? Briefje….antikal. Dadelijk even het boekje met Onderhoudsadvies voor uw sanitair erbij zoeken.  “Knolselderijsoep met kerrie en gebakken appel” verder lezen

De geur van gember in mijn ultieme keukenzeep

Geur van gember

“Stil maar, vanaf nu krijg je alleen nog maar dit heerlijke goedje met de geur van gember naar binnen gegoten”, prevel ik binnensmonds tegen de aardewerk zeepdispenser in mijn keuken. Ik praat vaak en veel tegen en in mezelf. Nooit hardop, gelukkig maar, want als je dat soort tekenen begint te vertonen, word je in no-time meewarig aangekeken. Of erger nog: afgevoerd.

In mezelf praten dus. Als onvervalste zelfanalist dienen er volop triviale zaken besproken te worden met mezelf. Dat ik soms beter een tandje bij kan zetten, dat knopen doorhakken best heel bevrijdend kan werken, dat ik echt niet altijd aardig gevonden hoef te worden en meer van dat soort diepzinnige zaken.

En alsof dat alles nog niet genoeg is, moeten de meest intrigerende items ook nog eens uitgevouwen, omgedraaid, tegen het licht gehouden en vanaf de onderkant bekeken te worden. Wat kan een mens bij tijd en wijle ont-zet-tend moe worden van zichzelf. De waarheid is dat ik mezelf nogal eens zoek raak in dit labyrint vol tegenstellingen.

De geur van gember

Terug naar het welriekende zeepje. Dat heet Ginger Morning van Treacle Moon. Het geurt naar versgeraspte gember als je je handen wast. En meteen nog maar een bekentenis: naast in mezelf praten ben ik tevens behept met een hevige afkeer voor bepaalde luchtjes. Citroen bijvoorbeeld. Dan bedoel ik niet die heerlijk frisse, gele vrucht, maar de uit het laboratorium afkomstige lucht. Op een onbewaakt ogenblik heeft men uitgevonden dat dit dé geur is om vervelende geurtjes in het toilet te verhullen.

Als je vervolgens datzelfde luchtje in afwasmiddel, schoonmaakmiddel of handzeepjes gaat gebruiken, is de associatie met het kleinste kamertje snel gelegd. Vanwege deze associatie vind ik alle middelen met citroengeur uitermate vies ruiken. Brrrr. 

Heel lang ben ik dan ook op zoek geweest naar het ultieme keukenzeepje. Anti-bacteriële zepen doen mij teveel denken aan kraakheldere, steriele verblijfplaatsen. Geuren met een overdaad aan velden vol uitbundig bloeiende bloemen, prikkelen mijn o zo gevoelige neusslijmvliezen teveel, waardoor ik, na gebruik ervan, als een dolle kat met niesziekte de dag volbreng. En iets met citroen werd het dus ook nooit, evenals alle andere geuren uit de collectie van Treacle Moon. 

Dan nu de hamvraag, wat is de reden dat ik deze persoonlijke boodschap even aan jullie kwijt wil? Hmmm, daar moet ik nog over peinzen. Vanavond misschien, in mijn bed. Kort voor het slapen gaan neem ik meestal de dag even met mezelf door. Jawel, vaak begint de mallemolen van perspectieven dan opnieuw in alle snelheid te draaien: van links, van rechts, van bovenop, etc. Vragen, vragen en nog meer vragen. Gelukkig heb ik nu ten minste één houvast: van handen wassen met gembergeur word ik blij en gelukkig.

N.B. Ik word niet gesponsord om dit artikel te publiceren. Bovendien heb ik geen enkele commerciële connectie met Treacle Moon. Ik wil het onderhavige product ook zeker niet promoten, omdat de bestanddelenlijst van de producten behoorlijk wat siliconen, parabenen en alcohol laat zien. Ik schrijf slechts over zaken die mij persoonlijk in beroering brengen en dat is slechts de geur van Ginger Morning.

Gado gadosaus de milde smaakmaker

Diverse groenten met gado gadosaus

Oh meisjes (en jongens), wat ben ik toch gek op de Indonesische keuken! Eigenlijk zou ik elke dag wel gestoomde, witte rijst willen eten met een pittig gekruid gerecht ernaast. Het hoeven voor mij echt geen uitgebreide rijsttafels zijn te zijn. Zo’n kommetje dampende rijst met een eenvoudig groente- of vleesgerecht maakt me al blij genoeg. Sommige gerechten uit de Indonesische keuken blijven terugkomen in huize Eetplezier. Waren het vroeger veelal de vleesgerechten die gretig aftrek vonden, vandaag de dag zijn ook de groentegerechten populair. Gado gado bijvoorbeeld. Geblancheerde en/of rauwe groenten, overgoten met een smakelijke saus. Het is eigenlijk een gerecht van niks, alleen wat groenten (wel ideaal om alle restjes groenten in te verwerken), maar uiteindelijk máákt de saus het gerecht tot iets wat je vaker wilt eten. 

De saus heet dus gado gadosaus en beslist geen satésaus. Het verschil zit ‘m in de kokosmelk die je toevoegt aan gado gadosaus. Even afgezien van de hoeveelheid pepers die je gebruikt, ontstaat dus in beginsel een milder resultaat dan bij de traditionele pindasaus. Ik maak het al jaren als volgt.

Gado gadosaus

Fruit een paar fijngewreven tenen knoflook met 2 à 3 sjalotten zachtjes aan 1 eetlepel zonnebloemolie.
Doe er op het laatst een theelepel geraspte gember, een theelepel koriander, 1 theelepel laos en 1 (of twee, of drie) fijngesneden chilipeper(s) toe. Laat nog even meebakken.

Rooster 200 gr ontvliesde, ongezouten pinda’s in 6 tot 8 minuten in een tot 190˚ verwarmde oven. Laat ze afkoelen en maal ze in een keukenmachine fijn.

Voeg 1/2 dl sojasaus, 2 eetlepels palmsuiker (of bruine suiker), het sap van 1/2 limoen, 1 theelepel zout en het gebakken sjalottenmengsel toe.

Draai er een gladde massa van, voeg 4 dl kokosmelk toe en draai het opnieuw glad. Verwarm het op een zacht vuurtje.

Serveer deze saus over geblancheerde of rauwe groenten, zoals sperziebonen, wortel, paprika en komkommer. Van oorsprong worden de groenten lauw of koud gegeten, maar ik geef zelf de voorkeur aan warme groenten. Je kunt alle groenten gebruiken die jij lekker vindt. Eet het met gekookte rijst, eventueel een vleesgerecht, met wat kroepoek en natuurlijk een koel glas bier of een kruidige wijn.