Plaattaart van courgette met groene asperges en geitenkaas

Plaattaart van courgette met groene asperges en geitenkaas

Als G. de eerste keer dit jaar in korte broek het huis wil verlaten, zie ik hem bedremmeld omlaag kijken. What’s up, doc? Te witte benen? Lange sokken? Het blijken de schoenen te zijn. Comfortabele stappers, perfect geschikt voor lange wandelingen in warme winterkleding, maar bij een korte broek als de spreekwoordelijke tang op het varken. 

Met gezwinde spoed richting schoenwinkel dan maar. Ik voorzie een lange middag shoppen. Goede schoenen zijn voor G. net zo moeilijk als met het kunstgebit van een ander op fatsoenlijke wijze een schuimgebakje zien te verorberen. Dat heeft meer te maken met een slecht geconstrueerde rug dan met een moeilijk karakter. Als toegewijd echtgenote begeleid ik hem tijdens dit soort aankooptrajecten. Beter vroeg gezaaid dan laat geoogst. Een goed verstaander heeft maar een half woord nodig. “Plaattaart van courgette met groene asperges en geitenkaas” verder lezen

Geitenkaas lollypops met granaatappelpitjes

Glaasje met drie geitenkaas lollypops

Eigenlijk regelt het leven zich, nou ja, het culinaire gedeelte ervan dan, vanzelf. Ik hoef er niet eens over na te denken, het gebeurt gewoon. Hoe vaak heb ik de afgelopen weken niet verzucht of ik ooit nog wel eens zin zou krijgen om langere tijd in de keuken te vertoeven? Maar nu de grootste hitte verdwenen lijkt, krijg ik plotsklaps toch gewoon weer de onbedwingbare behoefte om een recept uit te proberen.

Geen stamppotten of stoofdingen natuurlijk, maar iets kleins, iets liefs om mee te beginnen. Dan kom je al snel uit bij het moderne fingerfood. Smakelijke éénhapsgerechtjes. Amuses. Mondvermaakjes. Of hoe je ze ook noemen wilt. Als voorbeeld dienen deze geitenkaas lollypops. Ik had het boek van Estée Strooker al een paar weken in huis. Vlees noch vis. De titel verraadt de inhoud. Vegetarische gerechten dus, hier en daar zelfs veganistisch te noemen. Zowel Estée zelf als haar recepten spreken me momenteel aan. Zij heeft iets van een jonge-meisjes-achtige vrolijkheid, waardoor ze erg inspirerend op mij overkomt.

Geitenkaas lollypops met granaatappelpitjes

Ingrediënten:
300 gr zachte geitenkaas zonder korst
75 gr pompoen- of zonnebloempitten
handvol tijmblaadjes
1 granaatappel
50 ml honing
olijfolie
satéprikkers of lollystokjes

Bereidingswijze:
Rol van de geitenkaas met vochtige handen balletjes te grootte van een pingpongbal. Laat ze minimaal 15 minuten in de koelkast opstijven.

Verhit een scheut olijfolie in een koekenpan en bak de pompoen- of zonnebloempitten circa 3 minuten tot ze allemaal open zijn gepoft. Zorg ervoor dat je de pan continu in beweging houdt.
Ris de tijmblaadjes van de takjes, voeg ze toe aan de pitten en breng op smaak met een beetje zout. Schud alles door elkaar en doe het mengsel in een bakje.

Snijd de granaatappel doormidden en sla voorzichtig met een houten lepel op de bolle kant, tot alle granaatappelpitjes eruit zijn gevallen. Verwijder de witte vliesjes.

Vul een bakje met de honing en rol daar de geitenkaasballetjes doorheen. Rol de balletjes daarna door de granaatappelpitjes. Dit gaat niet zo gemakkelijk als bijv. iets paneren, dus druk de pitjes er gerust met je vingers goed in. Daarna wentel je de balletjes door de pitjes met tijm. Druk ook dit weer stevig aan.

Voor het serveren prik je de geitenkaasballetjes op satéprikkers of lollystokjes en zet deze in een glaasje gevuld met steentjes, zaad of rijst. Je kunt ze als fancy hapje serveren maar het staat ook erg leuk op een heerlijke salade (zonder stokjes).

Bron: Vlees noch vis – Estée Strooker

Glaasje met drie lolly's geitenkaasballetjes omhuld met granaatappelpitjes

Salade van vijgen, geitenkaas en Parmaham

Salade van vijgen, geitenkaas en Parmaham

Néé, niet klagen dat het te warm was, hoor! Ook al tikte de thermometer afgelopen week vaak de 30 graden aan, van mij mag het. Hopelijk voor jullie ook een beetje. Over enkele weken begint de metereologische herfst al, dus laten we nog even flink profiteren van die overdaad aan zonnestralen. Een voorraadje vitamine D opbouwen, om uit te kunnen putten als half november de dagen kort, somber en grijs zijn geworden.  

Of ik dan wel zin heb om ingewikkelde maaltijden te maken? Nee, natuurlijk niet. Soms moet je jezelf behoeden voor oververhitting. Dan pas je niet alleen de etenstijden aan, maar ook zeker het menu. Rond een uur of half acht smaakt een lichte salade echter altijd, zelfs na een dagje zonnebaden. 

Nu er weer verse vijgen te koop zijn, hoefde ik niet lang te bedenken wat de ingrediënten zouden worden voor mijn salade van vijgen, geitenkaas en Parmaham. Omdat vijgen bijna niet narijpen worden ze vrijwel rijp geplukt. Een rijpe vijg heeft een leerachtige schil en voelt zacht en elastisch aan. Afhankelijk van de soort kan de schil verschillend van kleur zijn. Een vijg mag in ieder geval niet hard zijn, ze moeten een beetje meegeven. Vijgen met bruine vlekjes op de schil zijn al bedorven of zullen het binnen enkele uren zijn. 

Salade van vijgen, geitenkaas en Parmaham

Omdat ze vaak met een waslaagje behandeld worden om de houdbaarheid te verlengen, was en droog ik ze zorgvuldig. Daarna kun je ze, op het steeltje en het kroontje na, met schil in z’n geheel opeten. Het zoete van deze vruchten, gecombineerd met het zoutige accent van de kaas en de ham, maakt deze lichte salade goddelijk. Ik heb de plakjes geitenkaas vooraf licht gegrild met de crème brûlée brander. Hierdoor komt het specifieke aroma van geitenkaas op voorhand al naar boven. Voor de finishing touch strooi je er nog wat geroosterde pijnboompitten over. Een uitvoerige bereidingswijze lijkt me overbodig, toch? Ga ik nu weer snel naar buiten …. vitamientjes verzamelen.

Salade van vijgen, geitenkaas en Parmaham

Frittata van groene asperges met geitenkaas

Frittata van groene asperges

Wit of groen. Ik lust ze in beide kleuren. Natuurlijk heb ik het over asperges. En ik bof maar weer, want niet ver van ons buitenverblijfje worden deze groene jongens geteeld. Vers, verser, verst dus, en daarmee niet alleen een heerlijke, maar tevens gezonde groente. Onbespoten en gegroeid in de zilte Zeeuwse lucht. Van eind april tot 21 juni (en geen dag later) worden de asperges gesneden. Liefhebbers uit Zeeland weten dat familie Vermeer (Smidsweg 24 in Noordwelle) al meer dan 25 jaar dit “groene goud” verbouwd.

Wanneer de asperges circa 25 cm boven het bed uitgroeien worden ze meteen gesneden. Dit is handwerk. Vervolgens gaan ze zo snel mogelijk de koeling in omdat de beste bewaartemperatuur 4 graden is.

Groene asperges hoeven niet geschild te worden. Het houtige uiteinde afbreken is voldoende. Je voelt vanzelf waar ze knikken. De kooktijd moet je kort houden. In 4 – 8 minuten zijn ze gaar. Als je ze roostert in de oven met olijfolie en grof zeezout (wat ik meestal doe), houd dan een temperatuur van 220 graden aan. Een minuutje of 8 – 10 tien is voldoende.

Vandaag een heel andere bereidingswijze. Verwerkt in een frittata krijg je opeens een bijzondere versie van deze groene mannetjes. Lekker en gemakkelijk.

Frittata van groene asperges met geitenkaas

Ingrediënten:
olijfolie
1 ui, fijngesnipperd
1 bos groene asperges, in stukjes van 5 cm
125 g zachte geitenkaas,verkruimeld
100 ml slagroom
handvol verse basilicum
dille
75 g Parmezaanse kaas, gemalen
6 eieren
zout en peper

Bereidingswijze:
Verwarm de oven voor op 200 graden.
Bak de ui in wat olijfolie tot ze zacht is, maar niet bruin.
Voeg de stukjes asperges toe en roerbak even mee.
Vet een quichevorm in en leg het ui-aspergemengsel erin.

In een kom klop je de eieren met de slagroom tot een luchtige liasion.
Voeg de in reepjes gesneden basilicum, de fijngsneden dille en de helft van de Parmezaanse kaas toe, evenals naar smaak zout en peper.
Verdeel de liasion over de asperges en verkruimel de geitenkaas erover.
Verdeel de rest van de Parmezaanse kaas er over.

Zet de schaal ongeveer 20-30 minuten in de oven tot het ei gestold is en de bovenkant bruin begint te kleuren.

Pasteitjes met zoete aardappel en geitenkaas

Pasteitjes met zoete aardappel

Trek hebben in iets warms en knapperigs, liefst ook nog voedzaam. Dat herken je toch wel, nu weliswaar het voorjaar aangebroken is, maar de weergoden zich nog niet van hun zachtste kant laten zien? Een regenbuitje hier, een venijnig windje daar, met als resultaat een rillerig gevoel bij thuiskomst. Van het volgende recept kikker je weer helemaal op. Pasteitjes met zoete aardappel en geitenkaas. Het is afkomstig (alweer? Jawel, alweer! 2016 is tenslotte niet voor niets uitgeroepen tot het jaar van de Boon) uit het boek Bonen van Joke Boon. Inmiddels heb ik er al best veel uit gemaakt en alles is even lekker.

De aluminiumbakjes die de auteur bij dit recept aanbeveelt, kon ik zo gauw niet vinden in de winkel, dus nam ik mijn toevlucht tot de standaard papieren muffinvormpjes. Dat was niet echt een succes. Ik kreeg de pasteitjes moeilijk los uit het vormpje. Ze smaakten overigens boven verwachting. Zoet en smeuïg. Knapperig met een zachte vulling. En o, de zoete aardappel zorgt voor een feestelijk oranje tintje

Pasteitjes met zoete aardappel en geitenkaas

Ingredienten
1 pakje roomboter bladerdeeg
Olie
1 ui, gesnipperd
1 teentje knoflook, geperst
100 gr zoete aardappel, in blokjes
2 tl garam massala
100 gr gekookte mungboontjes (= ca 50 gr gedroogd)
1 opgehoopte eetl mangochutney
1 eetl Kikkoman sojasaus
75 gr zachte geitenkaas
50 gr zoute pinda’s
1 ei, losgeklopt
2 tl nigellazaad
Zout, peper

Bereidingswijze:
Bekleed een muffinplaat, pasteibakjes of ramequins met een plakje ontdooid bladerdeeg.
Vergeet niet het plastic velletje te verwijderen.
Snijd de randjes die erover hangen, ervan af en bewaar deze voor de dekseltjes.
Prik de bodempjes in met een vork.

Verhit de olie in een koekenpan. Fruit de ui en knoflook zachtjes aan.

Voeg de zoete aardappelblokjes en de kerrie toe en schep dit al bakkend goed om.
Voeg 3 à 4 eetlepels water of kookvocht van de mungboontjes toe. Smoor de aardappel met een deksel op de pan in 5-8 minuten gaar. Controleer met een vork of de aardappel zacht genoeg is.

Voeg nu de mungboontjes, de mangochutney, de sojasaus en wat peper en zout toe. Roer goed door.

Verkruimel de geitenkaas en roer deze samen met de pinda’s door de warme vulling.

Verwarm de oven voor op 220 graden.

Verdeel de vulling over de met deeg beklede bakjes. Druk eventueel een beetje aan met een lepel.

Maak dekseltjes van het overgebleven deeg. Maak met je vinger of een kwastje de rand nat en druk de dekseltjes stevig op de ondergrond.

Kwast elk pasteitje aan de bovenkant in met ei en bestrooi met nigellazaad.

Bak in de voorverwarmde oven in 20-25 minuten goudbruin en gaar.

Dubbelgedopte tuinboontjes met geitenkaas

Schaaltje met dubbelgedopte tuinboontjes, rode uiringen en geitenkaas

Of het nu om vlees, groenten, fruit of kaas gaat, als je écht lekker wilt eten gaat het altijd om het vinden van de juiste producten. Onbewerkt. Zo vers mogelijk. En liefst biologisch. Zo gemakkelijk is dat nog niet in het leven van alledag. Vooral niet als je te maken krijgt met seizoensgebonden producten. Tuinbonen bijvoorbeeld is zo’n item. Elk jaar weer neem ik mezelf voor goed op het aanbod te letten, want voor je het weet is de volledige oogst al weer verdwenen in de potten van mevrouw Martine Hak.  Er gaat niets boven jonge, malse peulen; oude tuinbonen hebben de smaak van te lang gelegen zweetsokken. Yuck.

Ieder jaar eet ik ze ten minste één keer. Dat moet van mezelf. Omdat een mens nu eenmaal van alle (groente)markten thuis dient te zijn. Daarom. Stiekem vind ik verse doperwtjes nóg lekkerder, maar dat lijkt zo’n beetje een pré-historisch gewas geworden. Ik kan ze in ieder geval bijna nergens meer vinden. Wie ze nog wel weet te vinden, mag hieronder zijn vinger hoog in de lucht steken.

Dubbelgedopte tuinboontjes met geitenkaas

Vandaag stonden er dus tuinboontjes op het menu. Een kilo. Dat is te weinig om voor twee personen als substantieel onderdeel van een maaltijd gezien te worden, maar wel voldoende voor een zomeravondhapje, waarbij het niet zo zeer gaat om het vullen van de maag, maar meer om het zinnestrelen van de mondholte. Vanzelfsprekend dubbeldopte ik de bonen. Sommige lieden vinden dit tijdrovend. Ik vind het, net als het draaien van balletjes voor de soep of asperges schillen, uitermate fijn om te doen. Eerst de dikke peulen met een scherp mesje ondiep insnijden en openbuigen, om daarna de glanzende, grijs-groene parels uit hun fluwelen bedje te wippen. Vijf minuutjes koken in gezouten water. In een vergiet uit laten lekken en meteen het botermalse, helgroene binnenboontje van haar taaie, grijze schilletje ontdoen. Dat gaat heel gemakkelijk door aan één kant zacht te knijpen. Hierdoor floept het boontje er met kracht uit.

Tevoren had ik een rode ui in dunne ringen gesneden en deze enkele uren laten marineren in twee eetlepels rode wijn azijn met een klein schepje suiker. Op deze wijze wordt de ui prachtig roze. Deze schikte ik tussen de lauwe tuinboontjes, met er bovenop wat verkruimelde geitenkaas. Een klein beetje fijngesneden munt voor de finishing touch en smikkelen maar. Wij aten er dikke sneden zuurdesembrood bij met een frisse Albariño als aangenaam gezelschap.

Schaaltje met dubbelgedopte tuinboontjes, rode uiringen en geitenkaas