Zeeuwse bolus zelf bakken

Zeeuwse bolus zelf bakken
Kiek, kiek, een kacheltje op d’n diek. Het waren zo’n beetje de eerste woorden die ik van mijn nieuwe buurman moest vertalen, toen ik eenmaal voet op Zeeuwse grond zette. Natuurlijk verstond ik alleen het woord “diek”. Zover was ik intussen wel gekomen in mijn snelcursus Brabants-Zeeuws. Alle woorden met een lange ij werden in Zeeland uitgesproken als ie. Dijk werd diek. Konijn werd kenien. Vele jaren later kwam ik er pas achter dat een kacheltje een veulentje betekende.

Zeeland dus. De provincie waar ik inmiddels 44 jaar mijn verblijf heb en me uitstekend thuis voel. Niet dat ik me ooit Zeeuw onder de Zeeuwen zal gaan voelen, daarvoor zijn mijn Brabantse roots te krachtig, maar het is hier prima toeven. Veel zonuren, altijd een verfrissend briesje en al het lekkers uit de zee binnen handbereik. Ik heb geen klagen dus. Zeeland is mijn tweede hometown geworden. 

“Zeeuwse bolus zelf bakken” verder lezen

Tea Loaf naar recept van Regula Ysewijn

Tea Loaf

Kijk, dit vind ik nou echt leuk aan fröbelen in de keuken: terwijl je bezig bent dénk je wat kan dit in hemelsnaam worden, maar als dan na krap 90 minuten je stoutste verwachtingen worden overtroffen is het uiteraard dubbel pret. 

Enkele weken geleden kocht ik het “Brits Bakboek” samengesteld door Regula Ysewijn. Authentieke Britse bakrecepten, daar doe je vrouwtje Eetplezier een groot plezier mee. Niet eens vanwege het vakkundig assembleren van bloem, suiker, boter en eieren, dat is nu eenmaal niet zo heel erg aan mij besteed, maar dat recepten voorzien zijn van een tekst omtrent de oorsprong en tradities die ermee samenhangen, dan ben ik toch echt verkocht. Brits gebak: dat is warmte en gezelligheid. En jawel, ook daarvoor sta ik vooraan in de rij! Bovendien – laat ik het nog maar eens herhalen – we kopen nooit “zomaar” een product, in diezelfde koop ligt altijd een illusie, een droom, besloten. Onbewust hoop ik nog steeds dat mijn alter ego uitgroeit tot een kloon van Mary Berry.

“Tea Loaf naar recept van Regula Ysewijn” verder lezen

Gado gadosaus de milde smaakmaker

Diverse groenten met gado gadosaus

Oh meisjes (en jongens), wat ben ik toch gek op de Indonesische keuken! Eigenlijk zou ik elke dag wel gestoomde, witte rijst willen eten met een pittig gekruid gerecht ernaast. Het hoeven voor mij echt geen uitgebreide rijsttafels zijn te zijn. Zo’n kommetje dampende rijst met een eenvoudig groente- of vleesgerecht maakt me al blij genoeg. Sommige gerechten uit de Indonesische keuken blijven terugkomen in huize Eetplezier. Waren het vroeger veelal de vleesgerechten die gretig aftrek vonden, vandaag de dag zijn ook de groentegerechten populair. Gado gado bijvoorbeeld. Geblancheerde en/of rauwe groenten, overgoten met een smakelijke saus. Het is eigenlijk een gerecht van niks, alleen wat groenten (wel ideaal om alle restjes groenten in te verwerken), maar uiteindelijk máákt de saus het gerecht tot iets wat je vaker wilt eten.

De saus heet dus gado gadosaus en beslist geen satésaus. Het verschil zit ‘m in de kokosmelk die je toevoegt aan gado gadosaus. Even afgezien van de hoeveelheid pepers die je gebruikt, ontstaat dus in beginsel een milder resultaat dan bij de traditionele pindasaus. Ik maak het al jaren als volgt.

Gado gadosaus

Fruit een paar fijngewreven tenen knoflook met 2 à 3 sjalotten zachtjes aan 1 eetlepel zonnebloemolie.
Doe er op het laatst een theelepel geraspte gember, een theelepel koriander, 1 theelepel laos en 1 (of twee, of drie) fijngesneden chilipeper(s) toe. Laat nog even meebakken.

Rooster 200 gr ontvliesde, ongezouten pinda’s in 6 tot 8 minuten in een tot 190˚ verwarmde oven. Laat ze afkoelen en maal ze in een keukenmachine fijn.

Voeg 1/2 dl sojasaus, 2 eetlepels palmsuiker (of bruine suiker), het sap van 1/2 limoen, 1 theelepel zout en het gebakken sjalottenmengsel toe.

Draai er een gladde massa van, voeg 4 dl kokosmelk toe en draai het opnieuw glad. Verwarm het op een zacht vuurtje.

Serveer deze saus over geblancheerde of rauwe groenten, zoals sperziebonen, wortel, paprika en komkommer. Van oorsprong worden de groenten lauw of koud gegeten, maar ik geef zelf de voorkeur aan warme groenten. Je kunt alle groenten gebruiken die jij lekker vindt. Eet het met gekookte rijst, eventueel een vleesgerecht, met wat kroepoek en natuurlijk een koel glas bier of een kruidige wijn.