Bretonse koekjes met gezouten roomboter

Bretonse koekjes met gezouten roomboter
Denk ik aan Bretagne, dan denk ik tevens aan Nicolas. Een heuse Franse monsieur,  zoon van een neuro-chirurg en zo Frans als maar zijn kon. Hij wist ons voor altijd te herinneren wat het spreekwoord ‘met de Franse slag” inhield. G. en ik waren bij hem in huis en wij keken toe hoe hij een soort van koek maakte en die vervolgens in zijn smoezelige oven schoof. So far so good, zou je denken, ware het niet dat ook hier het spreekwoord weer om de hoek kwam kijken. Poetsen en opruimen behoorden nu eenmaal niet tot de meest favoriete bezigheden van Nicolas. Zijn keukentje leek verdacht veel op die van Malle Pietje.

Wij hadden , na een verblijf van vier dagen bij hem in huis, inmiddels allang gezien dat de vloertegeltjes in de gastenbadkamer onder de kenmerkende dofgrijze laag nog andere kleuren  liet zien: flamingoroze en azuurblauw. Bij elke voetstap die we achterlieten werd de vloer sprankelender van kleur. Natuurlijk, als alleenstaande man miste Nicolas de kwieke armslag van een ordentelijke partner in huis, wij begrepen dat best, maar ook van een “aide domestique” was hij niet gediend, te oordelen aan de enorme stofwolken die onder de bedden vandaan wervelden en het plakkerige bestek dat we omzichtig probeerden te hanteren. De koek hebben we dan ook met gepaste beleefdheid tot ons genomen.
“Bretonse koekjes met gezouten roomboter” verder lezen

Boekweitpannenkoeken met spek

Boekweitpannenkoeken met pot Zeeuwse stroop

Pannenkoeken. Eigenlijk eet je ze niet zo vaak meer als volwassene en al helemaal geen boekweitpannenkoeken. En toch kan een mens soms een onbedwingbare trek krijgen in deze kinderlijke traktatie. Als je een smakelijk plaatje ervan ziet bijvoorbeeld. Of een herinnering weet op te roepen uit vroeger jaren.

In mijn geval gingen mijn gedachten terug naar Bretagne, waar G. en ik ooit vakantie vierden. Negentien vijfentachtig moet het geweest zijn. Jong als we waren, diende alle nog nooit verkende streken bezocht te worden, maar tegelijkertijd maakte de totale onbekendheid van een gebied ons ook nog een beetje bang. Er moest overzicht blijven. Binnen een tijdsbestek van enkele uren moesten we thuis kunnen staan. Voor het geval dat … Omdat we toen al in Zeeland woonden, kwam Bretagne op ons heel geruststellend over. Veel kust, water en wind, het klonk allemaal zoals thuis. Dus begaven we ons welgemoed op pad.

Het werd een voltreffer. Wat genoten we van de roze granietrotsen. Van het Middeleeuwse stadje Dinan. Natuurlijk bezochten we ook het toeristische Mont Saint-Michel, hoewel dat deel het minste werd van de hele vakantie. Veel liever dompelden we ons onder in de oude en schilderachtige vissersdorpjes, waar we de zilte zeelucht opsnoven en toekeken hoe lokale vissers hun vangst meteen doorverkochten aan de dichtstbijzijnde restaurants. Er was de verrukkelijke cider. De zoute boter, die ik tot op heden nog steeds de lekkerste vind en ook de far Breton werd ons al snel heel vertrouwd.

Afwisselend aten we in een studentencafé, in een nonnenklooster en natuurlijk ook in de plaatselijke crêperie. Ik kwijl nog als ik eraan terugdenk. Voor het eerst maakte ik kennis met de galette, een hartige boekweitpannekoek. Over het verschil tussen de galette, de crêpe en de pannenkoek, bestaat al decennialang een verhitte strijd. Ik meng me er maar niet in. What’s in a name? Pikant detail: ik dronk er gifgroene l’eau de menthe bij. Gewoon, omdat ik dat de meeste bezoekers zag drinken. Tip: begin er nooit aan. Bestel liever de versie met alcohol: crème de menthe. Of nog beter: absint.

Boekweitpannenkoeken dus. Zo flinterdun als daar in Rennes krijg ik ze niet, maar ik deed mijn best. Een recept ervoor vond ik bij Jeroen Meus. Het was een versie met bier, die me direct aan stond. In beslag hoort bier, vind ik.

Boekweitpannenkoeken met spek

ingrediënten
300 g boekweitmeel
100 g patisseriebloem
6 dl melk (of karnemelk)
2 dl blond tafelbier
4 eieren
plakjes ontbijtspek
1 potje Zeeuwse stroop
een klontje boter
een snuifje zout

Bereidingswijze
Neem een ruime mengschaal en doe er het boekweitmeel, de bloem, de melk en het blonde tafelbier in.
Voeg een snuifje zout toe en meng alles tot een egaal beslag.

Breek de eieren en voeg ze toe aan het beslag.
Zet de staafmixer in de mengschaal en laat het toestel draaien tot je een beslag krijgt zonder klontjes.

Zet een koekenpan op een matig vuur en smelt er een klontje boter in.
Leg de plakjes spek in de hete boter. Bak de lapjes vlees goudbruin en licht krokant langs beide zijden. Let erop dat het braadvet niet verbrandt.
Leg een vel keukenpapier of een servet op een bord en laat de gebakken spek erop uitlekken.
Giet het braadvet in een kopje.
Veeg de koekenpan even uit met een vel keukenpapier en lepel er een beetje van het braadvet van het spek in. Zet de pan op een matig vuur.

Giet wat van het beslag in de hete pan, zodat je er een dunne pannenkoek van kan bakken.
Leg een stukje spek in het midden van de pan.
Bak de boekweitkoek gedurende 1 tot 2 minuten en keer de pannenkoek voorzichtig om.
Laat de koek nog een minuut verder bakken en serveer meteen, met het lapje spek aan de bovenzijde.
Smeer een portie Zeeuwse stroop over de warme galette.

Bon Appetit!

Boekweitpannenkoeken met pot Zeeuwse stroop