Onverteerbaar

Dat valt nog vies tegen. Het bedenken van licht verteerbare hapjes die toch ook nog smakelijk zijn. Want ja, met ons mam en haar rommelende buikje in huis, blijft het nog steeds oppassen geblazen. Veel maaltijden blijken nog steeds onverteerbaar. Het strenge BRAT-dieet is intussen verleden tijd, maar om nu meteen aan de hachee of spicy maaltijden te beginnen, is wel heul erg de kat op het spek binden. Gestoofde witlof dus, worteltjes, gestoomd visje, witte bammetjes met rookvlees, roereitjes. Geen sinaasappeltjes, geen koffie en alleen het denken aan haar favoriete glaasje triple doet haar nog steeds gruwen.

Man en ik lijden op deze manier gewoon een beetje mee. Geen van beide zijn we liefhebbers van de Hollandsche Kost en om nu twee soorten maaltijden te gaan bereiden, vind ik dan weer niet bepaald het schoolvoorbeeld van consuminderen. Het blijft dus nog even afzien op culinair gebied in huize Eetplezier. Met als enige doel het bevorderen van een gezond milieu voor moedertjes darmflora.

Onverteerbaar

Gisteren wilde ze toch wel graag rode kool met appeltjes proberen. Zin in, zei ze. En omdat het Voedingscentrum propagandeert te eten waar je zin in hebt na buikklachten, dacht ik daarin een kundige, professionele bondgenoot te vinden. Helaas, eens te meer bleek dat je niemand meer kunt vertrouwen.

De kool begon midden in de nacht te blazen dat hij eruit wilde. Van dergelijke nachtelijke avontuurtjes knap je niet op. Vandaag weer twee stapjes terug in het herstelproces. Lusteloos daagt ze Steven uit voor het vijftiende potje rummikub, leest de digitale krant nog een keer en weet nu voorgoed wat het woord “bankhangen” inhoudt. Was ze vroeger steevast als eerste uit de veren en reeds begonnen om de vaatwasser uit te ruimen, nu moet ik haar wakker schudden. Waarna ze moeizaam de badkamer opzoekt. Haar poeder- en rougekwast blijven onaangeraakt.

Afgezien van een klein aantal migraine-aanvallen en vier botbreuken heeft ons mam weinig lichamelijk ongemak gekend. En vermoeidheid? Met haar gezegde “Ik weet niet wat moe zijn is”, wuifde ze onze bezorgdheid laconiek weg, als Man en ik na een vermoeiend tripje voorzichtig vroegen of ze misschien niet even wilde zitten. Griep was een of andere gekke ziekte die andere mensen trof; mensen die niet elke morgen twee glazen vers geperst sinaasappelsap dronken en niet iedere dag verse groenten aten.

Intussen weet ze beter. Na elf dagen kwakkelen is ze voor heel even haar houvast kwijt. Gezondheid dwing je niet af. Die komt je toe. Of laat je in de steek. Zo gaat dat in het Echte Leven. Voor de meeste mensen iets heel logisch. Voor mijn übergezonde mam echter een uiterst onverteerbare zaak. Naar alle waarschijnlijkheid zal ze nog vele jaren napraten over die paar geniepige griepvirussen die haar begin 2013 zo kwalijk wisten te bespringen. En laat mij dat nu juist stiekem hopen: dat ze nog lange tijd aan die paar weken ziek-zijn weet te memoreren.

Ons mam blieft even geen Westmalle

Brat dieet

Agozzie, wat klonk ons mam ziekjes toen ze afgelopen donderdag belde. Oh née, ze kon even niet denken aan haar dagelijkse Westmalle. Tuurlijk wilde ze eerst nog flink zijn en thuisblijven, maar gisterenmiddag was ik blij dat ze ermee instemde haar huisje te verlaten en mee te gaan naar Zeeland. Want hoewel ik in direct contact stond met haar huisarts, die mij kon geruststellen dat het echt aan alle kanten leek op een “gewone buikgriep”, sliep ik al die nachten niet echt lekker.

Niet eten, niet genoeg drinken, lusteloos, heftige buikkrampen, het kan al gauw funest zijn voor iemand van 82. Vrijdag, zaterdag, zondag zijn we heen en weer gereden; wat zo’n drie kwartier per rit inhoudt. Liefst wilde ik haar meteen in een dekentje wikkelen en meenemen, maar ons mam heeft de regie nog stevig in handen; als zij zegt “Nee” wordt het zo gauw geen “Ja”.

Net toen de eerste sneeuwbuien het land binnentrokken, gaf ze zich over. Uitgeput gaf ze te kennen  toch wel opgehaald te willen worden. Haar angst voor de lange  rit zonder een toilet voorhanden, wist ik drie kwartier te onderdrukken door koetjes- en kalfjesgebabbel met haar te voeren. Gelukkig wist ze het te redden zonder sanitaire stop.

Aangekomen is ze direct onder haar extra gevulde dekbedje geschoven. Slapen wilde ze, lang slapen. Ik beloofde haar dat dat kon nu ze bij me was. Ik lette wel op haar drinkschema. Want dat was mijn eerste zorg: drinken, drinken, drinken. Haar  droge mond, diepliggende ogen en lusteloosheid verraadde al tekenen van uitdroging.

Speciaal voor de zieke werd er in huize Eetplezier ingezoomd op het BRAT-dieet: bananen-rijst-appel-toast, afgewisseld met vele glazen ORS. Nu – ruim 30 uur later – heeft dit zijn vruchten afgeworpen. Langzaamaan beginnen de praatjes terug te keren. De kleine, licht verteerbare hapjes zorgen nog wel voor veel darmbeweging, maar het meeste blijft gelukkig binnen.

Haar dagelijkse glas Westmalle triple echter, nee, dat blieft ze toch nog even niet.