Linzentruffels à la Joke Boon

Chocolade-linzentruffels van Joke Boon

Wie geen spannende combinaties durft te maken, durft over het algemeen niets. En leidt dus een saai leven. Hoewel ik ook nooit zal bungeejumpen of in een formule 1 racemonster zal plaatsnemen, zijn bepaalde gokjes echt wel aan mij besteed. Ik durf daar best een eind in te gaan. Zolang ik zelf maar aan het roer kan blijven staan. Deze linzentruffels uit het boek Bonen van Joke Boon had ik al diverse keren voorbij zien komen in mijn virtuele vriendenkring. En ook in mijn eigenste boek prijkte op de betreffende bladzijde al een post-itje, dus werd het tijd voor deze bijzondere lekkernij. Ik wijzigde twee dingen in het recept: in plaats van gemberpoeder gebruikte ik een theelepel geraspte verse gemberwortel en ik rolde ze niet door de cacaopoeder maar door stukjes hazelnoot en kokos. Ik ben nu eenmaal een steenbok. Eigenzinnig en tegendraads.

Aan toevallige passanten in huize Eetplezier vroeg ik hen steeds het geheime ingrediënt in deze chcocoladetruffels te raden. Niemand proefde dat hier linzen in verwerkt zaten. Het bleek een openbaring! Ook ik zou het nooit geraden hebben. Wat je proeft is alleen de pure chocolade. Volgende keer probeer ik het met sinaasappelsnippers erdoor. Ik miste er nu een dominante smaakmaker in.
Daar gaan we:

Linzentruffels à la Joke Boon

Ingrediënten: (voor 20-25 stuks)
50 gr amandelschaafsel
150 gr gare bruine linzen (gekookt zonder zout) afgespoeld en uitgelekt (dit is circa 65 gr ongekookt)
50 ml bloemenhoning
35 gr roomboter
1 tl gemberpoeder
2 eetl Tia Maria of Cointreau
125 gr pure chocolade van minstens 76% cacao
6 eetl cacaopoeder (of fijngemalen nootjes en/of kokos)

Bereidingswijze:
Rooster het amandelschaafsel in een droge koekenpan goudbruin en krokant.
Let op: dit kan snel gaan!

Maal het amandelschaafsel in de keukenmachine fijn en zet even apart.

Doe de gare linzen, de honing, de boter, het gemberpoeder en de likeur erbij.
Draai dit tot een samenhangend geheel dat qua structuur lijkt op pindakaas.

Breek de chocolade in stukjes in een kom en verwarm ze ofwel in de magnetron op vol vermogen ofwel au-bain-Marie, zoals ik deed. Controleer of alles goed vloeibaar is.

Voeg de gesmolten chocolade bij het linzenmengsel en roer goed door.
Doe het over in een bakje en laat minimaal 1 uur opstijven in de koelkast.

Zeef het cacaopoeder in een diep bord.

Maak met behulp van twee theelepels kleine balletjes van het mengsel en rol deze door het cacaopoeder of het notenmengsel.

Zet een grote pot thee, neem een boek, zet een bordje met de truffels naast je en begin te lezen.
Op welke bladzijde was jij, toen de truffels op waren?

Chocolade-linzentruffels

Paprika-linzensoep à la Joke Boon

Kop met paprika-linzensoep en het boek Bonen van Joke Boon

Hét gerecht met de meest ultieme troostwaarde is toch wel soep.  Zo’n heerlijk geurende, dampende kom tussen beide handen geklemd, verjaagt alle nare muizenissen in je hoofd. Olifanten worden weer gewoon muggen. Opgeblazen, aangedikte of overdreven problemen worden teruggebracht tot hun normale proporties, vanaf het moment dat de weldadige warmte van je allereerste lepeltje soep richting je moedeloze hart vloeit. En geloof me maar: ik kan het weten. Er zijn al oceanen van soep naar binnen gegaan bij me.

Niet zo verwonderlijk dus dat ik direct op zoek ging naar de soepjes in het boek Bonen van Joke Boon. Een heel fijn boek, met veel verrassende en smakelijke vegarecepten. Met als basis steeds bonen en peulvruchten. Sugarsnaps, doperwten, borlottibonen, linzen, ze komen allemaal aan bod in dit rijk geïllustreerde boek.

Soep dus. Van geroosterde puntpaprika’s en gele linzen. Met zijn volle umamismaak en zijn dieporanje kleur zorgt dit soepje voor wolkeloze hemels en een zonnige stemming. Snel maken dus als je in last hebt van een winterdipje!

Paprika-linzensoep à la Joke Boon

Ingrediënten:
4 rode puntpaprika’s
200 gr gele linzen
4 groentebouillontabletten (ik gebruik altijd bouillonpoeder van goede kwaliteit)
1 rode ui, gesnipperd
1 witte ui, gesnipperd
1 ½ theel. gemalen komijn
1 theel. gemalen koriander
200 gr roomkaas, naturel
1 eetl balsamicoazijn
1,5 eetl ketjap asin
1 eetl sweet chilisaus
½ bosje peterselie, fijngehakt
peper
plantaardige olie

Bereidingswijze:
Verwarm de oven voor op 220°.
Bekleed een bakplaat met bakpapier en leg de paprika’s erop.
Zet hoog in de oven en rooster de paprika’s gedurende 30 minuten.
Het vel van de paprika’s is dan grotendeel geblakerd.
Doe de nog warme paprika’s in een stevig diepvrieszakje en sluit het.
Laat afkoelen.

Spoel de linzen in een zeef onder koud stromend water.
Doe ze dan samen met 1 ½ liter en de bouillontabletten in een pan en breng zachtjes aan de kook.
Laat ze in 25-30 minuten gaar koken,
Ze zullen hierbij uit elkaar vallen en dat is prima.

Verhit een royale scheut olie in een koekenpan.
Fruit de beide uisoorten zachtjes bruin en gaar, voeg dan de komijn en koriander toe en bak even mee.

Trek het vel van de paprika’s en verwijder het kroontje en de zaadjes.
Pureer de ontvelde paprika’s in de keukenmachine of blender samen met de roomkaas, de balsamicoazijn, ketjatp en de sweet chilisaus.
Voeg deze puree al roerend bij de gekookte linzen.

Doe de gefruite ui erbij en voeg eventueel nog wat water toe.
Het moet een gebonden, beetje dikke soep worden.

Breng op smaak met versgemalen peper.
Bestrooi met de fijngehakte peterselie.

Lekker met een warm broodje erbij!

Kop met paprika-linzensoep en het boek Bonen van Joke Boon
Paprika-linzensoep

Bonen en Superfood

Bonen en Superfood

Na zeven trouwe dienstjaren begint mijn HaPeetje nu toch echt een beetje op zijn laatste beentjes te lopen. Hij moet al zes maanden opgekrikt worden naar een beter functionerend level, maar angstige voorgevoelens behoeden hem (of: eigenlijk mij) voor een rampscenario dat uitmondt in enkele dagen grimbekkerij.

Hij is trouwens ook best een lawaaierig type geworden. Soms denkt hij dat hij een Boeing 747 is en naar 3000 voet moet opstijgen of zoiets. Dan kalmeer ik hem op mijn manier door wat mensen overboord te zetten. Dat helpt wel. En hij is ook wat vaker de weg kwijt als vroeger. Geen reden om iets of iemand af te danken, hoor ik jullie denken. Dat is ook zo. Het is de optelsom hè?

Hoe dan ook: met de nieuwste generatie tablets, inclusief 32 Gb geheugen, toetsenbord aan boord zou ik wellicht kunnen gaan zweefvliegen. Dus begeef ik mij monter op pad. In mijn hoofd leef ik nog steeds anno 1975, toen winkelen nog een leuke manier was om je spaarcentjes om te ruilen voor aardige hebbedingetjes. Jammer genoeg vergeet ik steeds dat tijden veranderen.

Even later schuifel ik rond in het walhalla voor elektronicajunks. Behalve ik, lijkt niemand er gek. Iedereen kijkt geïnteresseerd naar de uitgestalde producten, babbelt vlotjes met de aanwezige jongens en meisjes, neemt reusachtige pakken onder hun oksel mee richting kassa, terwijl ik me alleen maar verdwaald voel en de duidelijk aanwezige airco mijn huid en ogen in rimpelig perkament doet veranderen.

Al zoekend ben ik aangeland bij de slowjuicers. Ook dat staat nog steeds op het lijstje. De langzaamaan sapmakers bevallen me niet. Te duur, te groot, te veel afwas. Ha, daar komt een mevrouw aan. Ongevraagd begint ze te vertellen dat ze echt niet zo groot zijn en die afwas .. och, zo gepiept. En héél gezond sap, roept ze welgemoed. En o, ze heeft nu toch een prachtige aanbieding. Als ik me bij die meneer (ze wijst richting een slungelige stoppelbaard) aanmeld voor een andere energiemaatschappij, krijg ik waardebonnen tot een bedrag van € 200,00. Slowjuicer gratis, noppes, voor niets! Ze kijkt erbij alsof ze persoonlijk de euro’s van de boom heeft geplukt.

Haastig vervolg ik mijn weg. Bij de pc-hoek zijn drie jongemannen druk met elkaar in gesprek. Eén ervan ziet iets in zijn ooghoeken bewegen. Met een overdosis gel in zijn haar probeert de jongeman de indruk te wekken vooral slapend rijk te willen worden. Langslopende klanten negeert hij nadrukkelijk. Tot ik eens kuch en hem drie seconden doordringend aankijk. Bah, wat vervelend, een klant die echt iets verkocht wil krijgen. Bah, een vrouw ook nog eens.

Oké, oké, wat wil ik precies weten? Hij houdt niet van vrouwen, hij houdt meer van muren. Althans: daar praat hij tegen; op geen enkele wijze geeft hij mij het gevoel straks weleens tevreden met een product de winkel uit te gaan. Het toetsenbord? Ja, dat moet hij dan gaan vragen. Intern geheugen? Tsja, kan zoveel zijn, maar ook zoveel. Schermgrootte: waarschijnlijk 13 inch, kan ook wel iets minder zijn. Blablabla. Het toetsenbord? Ja, dat zei hij toch: moet hij echt even gaan navragen. Bijna wil ik hem erheen schoppen: gá dan, oelewapper! Na tien minuten zijn onnozele praat aangehoord te hebben, weet ik genoeg.

Wegwezen! Wat doe ik hier? Gauw naar buiten. Frisse lucht!! En snel, héél snel, naar de boekhandel. Er liggen twee oogstrelende boeken op me te wachten. Die hoeven niet opgepimpt te worden, niet afgewassen, ze kosten me geen hoofdbrekens en – ook zo fijn – ik heb er geen deskundige uitleg bij nodig. Alles wijst zich vanzelf. Openslaan. Kijken. Lezen. Ten uitvoer brengen. Heerlijk. Genieten zonder gedoe.

Bonen van Joke Boon

Boek 1 is Bonen van Joke Boon. Met een scala aan originele recepten, bereid met allerhande bonen en peulvruchten, past dit boek prima in het jaar van de boon. Bonen zijn een goed alternatief voor vlees. Als we nu en in de toekomst de hele wereldbevolking willen blijven voeden, zullen deze alternatieven een steeds grotere rol gaan spelen. En alsjeblieft, associeer nu niet direct het woord alternatief met juten zakken, zilvervliesrijst en magere, overjarige hippies die op sandalen love and peace staan te verkondigen, welnee, think out of the box. Klinkt meteen een stuk eigentijdser, niet?

We zullen met z’n allen een denkomslag dienen te maken, op velerlei gebied. Moeder Aarde raakt uitgeput. Door ons. Veelvraters en grootgebruikers, dat zijn we. En als we om te beginnen die vermaledijde bio-industrie tegenwicht willen bieden, kunnen we misschien beginnen met een lekker bonengerechtje. Spinaziesalade met gemarineerde mungboontjes bijvoorbeeld. Of Indiase bonen-noten gehaktballetjes? Burgertjes van Marokkaanse kikkererwten met romige wortelsaus? Deze recepten zijn stuk voor stuk te vinden in het rijkelijk geïllustreerde boek Bonen. Ik trap zelf af met de paprikalinzensoep op blz 53. Jullie horen er nog van.

Superfood van Jamie Oliver

Boek 2: Superfood van Jamie Oliver. Nee joh, ik heb niets, helemaal niets, met het commerciële chiazaad en gojibessen. Nog steeds niet. Ik heb wel van alles met gezond eten. En in mijn optiek staat “gezond” synoniem aan “onbewerkt”. Boerenkool en avocado zitten barstensvol noodzakelijke vitaminen en mineralen en zijn in de meest strikte zin dus ook gewoon superfood. Doel ervan? We streven toch allemaal een optimale gezondheid na? Geloof niet dat je die creëert door junkfood en liters cola naar binnen te werken. Verantwoord keuzes maken op voedingsgebied, daar draait het allemaal om.

Jamie maakt het ons duidelijk in zijn nieuwste boek. Echt, je hoeft heus niet elke dag zo gezond mogelijk te eten, maar zorg dat je een mooie balans vindt tussen deugdelijke maaltijden zonder toevoegingen, afgewisseld met zo nu en dan wat foute snacks. Zoals bij alle boeken van Jamie Oliver weet hij mij op een fenomenale wijze te inspireren. Ga jij niet watertanden van gerechten als earl-greybananenbrood met gegrilde perzik? Of van vistaco’s met een salsa van kiwi, limoen en peper? Veel ontbijt- en lunchgerechtjes ook in dit boek: zoete aardappelmuffins met rode peper, kaas en zaadjes of een fluweelzachte omelet met spinazie, tomaat en Parmezaanse kaas. Allemaal super-onbewerkt, dus superfoodproof! Dit boek is een aanrader voor iedereen die niet alleen graag met eten bezig is, maar tevens zijn/haar gezondheid in het oog wil houden.

N.B. Ik word niet gesponsord om dit artikel te publiceren. Bovendien heb ik geen enkele commerciële connectie met de uitgevers van beide boeken. Ik schrijf slechts over zaken die mij persoonlijk in beroering brengen.

In de bonen

In de bonen

Lang geleden bezaten de Man en ik een moestuintje. En waren we dus met enige regelmaat in de bonen. Tijden veranderen en waar eens onze groenten zo welig tierden, verscheen een boel beton. Het is niet anders. Op herfstachtige dagen, als de weemoed over de velden hangt, denken wij nog wel eens terug aan de overvloedige oogst van dunne, gele boterboontjes. Of de mandenvol met Korona aardbeien, zo zoet alsof ze van nature gesuikerd waren. Ook om niet snel te vergeten waren de Thornless Evergreen bramen. We plukten en we plukten, maakten vele liters sap, roerden in soeppannen vol jam, totdat alles in huis, inclusief wijzelf, paars van kleur geworden was.

Voor de botermalse Meikoningin kom ik superlatieven tekort. Hoe heerlijk was dat, de haast vettige blaadjes sla in koud water te wassen, om ze daarna droog te slaan en te mengen met zelfgekweekte tomaatjes en komkommer. Gegeten met een pas gestoken, nieuw aardappeltje erbij geloofden wij op zulke momenten voor even weer dat God bestond. Op andere dagen waren er dan de piepjonge worteltjes (Amsterdamse bak), die ik combineerde met de suikererwtjes (oh, hoe therapeutisch was het tevoorschijn halen van deze groene pareltjes uit hun fluwelige schil). De courgettes die maar bleven groeien tot ze het formaat hadden van een stoere mannen-onderarm en wij niet meer wisten wat we er mee moesten.

De zomermaanden werden destijds dan ook gekenmerkt door schoffelen, oogsten, wassen en verwerken van al dat lekkers. Aangezien er overdag gewoon gewerkt moest worden, gebeurde het meeste werk in de avonduren, vaak waren we tot 11 uur bezig. Ik droom er soms nóg van.

Zoals gezegd: tijden veranderen. Het tuingereedschap ligt er verroest bij, maar nog steeds probeer ik smaakvolle groenten en fruit te pakken te krijgen. Dat lukt niet altijd. Gelukkig zijn er uitzonderingen. Een boertje annex campinghouder op Schouwen-Duiveland verkoopt – zoals hij het zelf noemt – kasbonen. Het houdt het midden tussen pronkbonen en sperziebonen. Deze smaken nog écht naar boon, niet naar gedroogd gras, niet naar onrijpe peulvruchten, nee, deze hebben een onvervalste bonensmaak. Jullie denken nu bij het zien van de foto: dikke bonen, bah! Normaliter is dat ook zo, want een dikke boon bevat vaak ook dikke, witte peulen.

Deze kasbonen niet, die zijn groen van binnen. En ze smaken zoals ze er uit zien: vlezig en toch heerlijk mals. Een boon die ik tien keer liever eet dan de gerimpelde haricot verts uit Kenia. Als ik ze dop, voel ik me weer een beetje grootgrondbezitter. Net als toen, zo’n 20 jaar geleden, toen geluk nog heel gewoon in een boontje zat.

Snijbonen