Ruggespraak

Ruggespraak

Ruggespraak. Neem het in dit geval letterlijk. Want het is al wekenlang aanmodderen in huize Eetplezier. Dan wordt er natuurlijk wel gegeten, maar op een simpeler manier dan wanneer ik in goede doen ben. Voor nu ontbreekt het even aan geblader in kookboeken, er staan geen nieuwe recepten op het programma, kortom: weinig spannends te beleven op tafel. Het ongerief begon allemaal op een slechte dag, toen G. zijn ruggenwervels het lieten afweten.

Kermend kwam hij de dagen door, met veel Naproxen en rust voor de rug. Hij hing, hij stond, hij ijsbeerde en lag op bed of de bank. Dat kan gebeuren. Het zijn vervelende dingen, die jullie vast zullen herkennen. Ieder ander meldt zich ziek, wacht tot het over is en gaat weer vrolijk verder waar hij gebleven was. Dat ligt voor G. en mij iets anders. Mijn legertje hulpmannen moest in actie komen. Huh? Ja, lieve leesbuiskinderen, sommige dames hebben niet genoeg aan één man. Waarom in vredesnaam, hoor ik jullie denken. Om eerlijk te zijn: daar wil ik jullie allemaal niet mee vermoeien. Degenen die mij kennen, weet waar ik het over heb. Maar alles sal reg kom en dan ga ik weer fris en fruitig met mijn pannetjes aan de slag.

Of een weerspannige rug al niet genoeg was, was er ook nog de never-ending story van pc-leed. Een tijd geleden vertelde ik jullie over de bij tijd en wijle hoog oplaaiende strijd hier ten huize tussen Windows en Apple. Enfin, ik wilde eigenlijk helemaal niets veranderen, maar kon geen kant op. Windows 10 ging steeds heftiger op mijn beeldscherm kloppen en En als ik nu ergens geen zin in had …. Enfin, lang verhaal ingekort: ik besloot me te laten inwijden in de Apple-gemeenschap. Dan maar als elitair betiteld worden. Alles beter dan 10 ruitjes waarover ik al meer dan genoeg wanhoopskreten had gehoord. Een klein voorbehoud bouwde ik in voor mezelf, nl het volledige Office pakket, in de 365 abonnementsvorm. Wennen aan nieuwe toetsenborden en schermpjes is al ernstig genoeg, als daar bovenop ook nog nieuwe programmatuur komt, dan kunnen ze mij gillend afvoeren.

De koop was zo gepiept, dat is meestal het probleem niet. Toen kwam het exporteren en importeren van data. Volstrekt wars van dit soort tijdverslindende zaken, begon ik met Outlook mail + agenda + taken. Geen contactpersoon te zien, de taken bleken helemaal niet meer te bestaan. Zwarte wolken pakten zich samen boven mijn hoofd. Bellen dan maar met de whizzkids van Microsoft, die in de praktijk klonken als wijsneuzige schoolverlaters. Na drie uur aan de telefoon gehangen te hebben en twee vervolgtelefoontjes de dag erna, wisten zij het ook niet meer. Jeez! G. begon steeds geniepiger naar me loeren. Althans, zo leek het. Boven zijn hoofd zag ik steeds grotere wolkjes verschijnen met teksten als “doe toch niet zo moeilijk, jij met je Office” en “dat heb je ervan, als je niet gewoon de hele appel wilt gebruiken”. Ik liet het een nacht betijen, voordat er doden zouden vallen.

In een vlaag van verstandsverbijstering liet ik me overhalen MS Office te laten voor wat het was. En joepie: in no-time had ik alles operationeel, inclusief een heuse sync tussen IPad en IMac. Wow, hoe handig kan het leven zijn. Natuurlijk bleef ik nog wat napruttelen, dat hoort zo bij eigenzinnige lieden, maar vanaf nu ben ik dus in het bezit van een officieel certificaat: Apple-gebruiker! Ik had het zelf nooit voor mogelijk gehouden.

Op de eerste dag dat G.’s rug zich iets minder liet voelen, planden we een lunch buitenshuis in. Dat zou een welkome afwisseling betekenen. We kozen een adresje uit met veelbelovende recensies en bestelden het 3-gangen menu. De salade van krab en de bisque waren prima. Mijn “klassiek in roomboter gebakken tongetjes” arriveerden daarna en ik zag al direct dat de visjes er erg bleekjes en waterig bij lagen. Geen enkele vorm van versiersel erbij, geen groenten, niks. En ja hoor, precies wat ik dacht: de tongetjes waren niet echt lekker doorgebakken. Het van oorsprong stevige visvlees krijgt dan een, wat ik altijd noem, weke structuur en dicht bij de graat zie je nog roze-rode tinten glinsteren. Hoe ze het voor elkaar krijgen, daar in de keuken, weet ik niet, feit is dat het o zo pure tongetje op deze manier niet te hachelen is. Doodzonde.

Mijn fantasie slaat op die momenten op hol. Staat er een leerling in de keuken die een eenvoudige opdracht krijgt; aan een gebakken visje valt weinig te verprutsen? Legt de chef ze zelf in een pan met zwetende boter, zonder zich er verder nog om te bekommeren, omdat hij ’s avonds 80 couverts verwacht en zijn mise en place nog niet op orde is? Is de voltallige keukenbrigade ziek en hebben ze de voor die ene lunchklant de afwashulp maar tijdelijk ingezet? Een mens krijgt er nooit een eerlijk antwoord op. Wat ze dan weer wel siert: het werd van de rekening gehaald. Overigens was de crème brûlée die als dessert moest dienen, een veel te dikke, machtige pudding-achtige substantie met een overheersende koffiesmaak. Het gebrande laagje was wel mooi krokant, maar tijdens het opdienen al aardig koud geworden.

Maar goed, we zijn weer een ervaring rijker en nee, ik ga geen namen noemen. Ten eerste vind het niet sjiek en ten tweede heb ik zelf ook een hekel aan mensen die hun kritiek spuien tegen andere personen dan degenen voor wie het bedoeld is. Ter plekke heb ik mijn beklag gedaan, dat moet voldoende zijn.

Nou, vrouwtje Eetplezier, dat was weer een verhaal vol zelfbeklag, vind u zelf ook niet? Misschien wel een beetje, moet ik toegeven. Ik ben me er één, om met Herman Finkers te spreken. Het goede nieuws is dan weer dat ik jullie heb als positieve tegenpool. En dat ik nooit, echt nooit, pijn in mijn rug heb.

Windows versus Apple

Windows versus apple

Geen idee hoe het bij jullie in huis gesteld is, maar in huize Eetplezier woedt al een aantal jaren een felle strijd: Windows versus Apple. Of zoals ik het zelf placht te noemen: zure appels en antieke ramen. Meneer is een fervente appeleter. Ik ben meer van de netjes opgepoetste raampjes. Niets mis mee, vind ik zelf. Met die tweespalt binnen onze relatie valt goed te leven, mits wij ons beiden niet teveel opwinden over nieuwe ontwikkelingen. En ja, daar wringt zich nu even de bekende schoen: mijn raampjes dienen te worden omgezet naar, hoe zal ik het omschrijven, dubbel-geïsoleerde, van zonnefolie en ingebouwde ventilatoren voorziene hedendaagje ruitjes. Versie tien.

Al een aantal weken kijkt meneer enigszins meewarig naar me als ik mijn trouwe dienst doende HaPeetje openklap. Inmiddels is hij er zich van bewust dat hij beter niet meer kan vragen of ik de timmerlieden inmiddels uitgenodigd heb aan de slag te gaan. Hoewel ik mezelf best tolerant durf te noemen, word ik erg gevaarlijk als iemand mij in het nauw dreigt te drijven. Natuurlijk ben ik een dapper vrouwtje dat haar mannetje weet te staan in de digitale wirwar van vandaag. Wat zullen we nou krijgen? Back-uppen en op Start drukken. Hoppakee, zo gepiept.

Wat me dan ook precies tegenhoudt, is me na gedegen zelfonderzoek ook niet helemaal duidelijk. Is het angst? Is het zelfbehoud? Of is het simpelweg toch starre onwilligheid als ik, wanneer doldrieste systemen zich nergens meer iets van aantrekken en ik met de handen in het haar, misschien alsnog liefjes om enige vorm van support dien te vragen? Ik vermoed het laatste. Geboren binnen het sterrenbeeld Steenbok, vormen karaktertrekken als koppigheid, eigengereidheid en onafhankelijkheid mijn grootste zwakte.

Windows versus Apple

Ondertussen blijft de heer Nadella mij maar bestoken met zijn vraag de raampjes op te poetsen. En telkens klik ik op het kruisje. Weg jij. Het mag immers een jaar lang, sus ik mezelf. Geen nood. Tijd in overvloed. Eerst moet de was gestreken, de boodschappen gedaan, het eten klaargemaakt. Moet er gedronken worden, de slingers worden opgehangen en gefeest gevierd worden. Je weet het immers maar nooit in dit digitale tijdperk: tijdens het installeren en gebruiksklaar maken van die kersverse raampjes, kan er zomaar plotseling iets mis gaan.

Rinkeldekinkel. Een barst in het glas. Help. De maten kloppen niet. Guttegut. De leverancier loopt er halverwege vandoor. Nou ja, ik voorzie een scala aan problemen. Dus stel ik de gehele operatie nog maar even uit. Gelukkig kan ik hiermee wederom invulling aan de eigenschappen van Steenbokken. Ze accepteren veranderingen in hun leven, maar introduceren deze langzaam zodat ze hieraan kunnen wennen.

Véél te langzaam stelt de man in huis onomwonden vast. Ik moet gewoon door de zure appel heen bijten. Korte pijn enzovoorts. Ik luister niet echt. Hoewel? Hoor ik daar iets wat lijkt op het woord “appel”? Heus? Vernietigend kijk ik hem aan, richt mijn horens naar voren en zet me schrap om hem buiten kieperen. Desnoods dwars door de antieke ruitjes heen.