Elke dag een kelkje

Druiventros

Elke dag een kelkje, plachtte mijn vader te zeggen, als hij voor zichzelf en mijn moeder een borreltje inschonk. Zijn ogen twinkelden erbij. Het glaasje was een welkome afwisseling op het gezapige leven (lees: sleur) van alledag.

Was ik in een vroeger leven niet zo’n drinker, sinds een jaar of 12 heb ik daar fiks verandering in aangebracht. Toen ik niet meer dagelijks binnen het Betonnen Blok werkzaamheden moest verrichten, kwam er tijd vrij. Véél tijd om rustig een glaasje te kunnen nuttigen. Nee, natuurlijk heb ik het niet over water of anderszins vloeibaars, maar over de dagelijkse alcoholische versnapering. En heus, wees niet bezorgd, ik ken de gevaren, ik weet waar de grens ligt, mijn glaasje mag pas ingeschonken worden vanaf half 5. In de middag welteverstaan. Om het, volgens strak regime, te laten bij één. Nou ja, misschien anderhalf. Kwaliteit, dat is waar het om gaat. Kwantiteit zorgt voor vervelende nasmaken en mannen met hamers en zo.

Goed, bedoelde versnaperingen bestaat grotendeels uit wijn. Met enkele, vaak tijdelijke, uitzonderingen. Sambuca is er zo een, maar ook Campari, Martini en Drambuie. Dat duurt dan een maand of drie om vervolgens snel terug te keren naar een sappig Cabernetje of een frisse Sauvignon. Van wijn krijg je immers nooit genoeg. Er is zo ontzettend veel variatie in kleur, smaak en afkomst, dat je wel drie mensenlevens nodig hebt om alles te kunnen proeven.

Het zoeken naar een lekker flesje blijf ik overigens wel een hele opgave vinden. Hoe goed bedoeld ook de adviezen van de Slijterman/vrouw; zij weten nooit precies wat ik plezierig mondvermaak vind. Waarschijnlijk mis ik de gave om mijn persoonlijke smaak te vertalen naar vineuze uitdrukkingen, waar de Slijterman/vrouw iets mee kan. Ik mompel altijd maar wat, over hout en gestoofd fruit, omdat ik die termen ooit eens las in de Duizend van Duijker. Dat maakt indruk, zodat ze me in geen geval slobberspul van inferieure kwaliteit in mijn maag splitsen.

Elke dag een kelkje

Verder blijft het een kwestie van aandachtig drinken en zorgvuldig proeven. Om daarna het etiket te bestuderen en de informatie over te nemen in een daarvoor bestemd schriftje. Ondertussen weet ik ook hoe belangrijk het jaartal kan zijn. Aan het eind van een uiterst plezierige wijnproeverij proefden de Man en ik een Chileense Los Vascos, cabernet sauvignon. Robijnrode wijn met een zachte, aangename afdronk. Hoewel mijn zicht al verontrustend troebel geworden was, dacht ik nog snel iets van Rothschild te lezen op het etiket. Kan niet fout zijn, registreerde mijn brein en  overmoedig bestelde ik twee dozijn. Allemaal van hetzelfde jaartal.

Die 24 flesjes bleken in de praktijk vele malen kleiner te zijn dan de normale 0,75 ltr. Op het moment  dat de kurk eraf ging, zag je de bodem al. Bij wijze van spreken, heet dat. Iedereen die langs kwam, al dan niet uitgenodigd, proefden gretig mee van deze glaasjes. En daarna nog één. Want op één been etc. etc. Het werd een vrolijke boel en steevast veel te laat.

Na een bijzonder korte tijd lag de twee dozijn dan ook in de glasbak. Omdat ik me echter graag vastklamp aan zekerheden zoals “Maak je niet druk. Het leven kent toch altijd een slechte afloop” spoedde ik mij richting slijter en besloot opnieuw twee dozijn te kopen. Hmm, de Slijtermevrouw had er slechts twee op het schap staan. Wel van een ander jaartal Dat gaf te denken, Er was iets niet in orde, maar wat?

Diezelfde avond wist ik het antwoord. Zo smaakvol en zacht het broertje van een eerder jaar geweest was, zo smerig was deze! Zo erg zelfs, dat alles door de afvoer verdween. Waarmee dit voor altijd een wijze les werd: het jaartal is minstens zo belangrijk als de naam van de producent en/of de druivensoort.

*hik* Op jullie gezondheid! *hik*