Gevulde portobello’s

Gevulde portobello's

Een of twee keer per week komt er in huize Eetplezier een vegetarische dagschotel op tafel. Dit keer gevulde portobello’s met pasta en huisgemaakte tomatensaus.

Dit is typisch zo’n recept dat ik uit de losse hand maak. Koken bestaat grotendeels uit intuïtie en gevoel. En plezier, vooral veel eetplezier. Daar horen geen maatlepels bij. Prententieloos lekker eten. Om toch een beetje een indicatie te geven, is dit zo ongeveer wat ik er naar mijn gevoel in doe. Maar wijk er gerust vanaf, als je denkt bepaalde ingrediënten lekker te vinden dan datgene wat ik er in verwerk. You’re the chef!

Gevulde portobello’s

Ingrediënten: (voor 2 personen)
2 portobello’s
2 fijngehakte sjalotjes
2 fijngehakte tenen knoflook
4 eetlepels geraspte Parmezaanse kaas (een groot handvol)
2 eetlepels panko (niet afgestreken)
2 eetlepels fijngehakte platte peterselie (niet afgestreken)
zout/peper

Bereidingswijze:
Wrijf de portobello’s goed schoon en verwijder het steeltje. Met een theelepel of zo’n stekertje voor meloenbolletjes kun je een laag van de binnenkant afschrapen. Ze moeten wel minstens ½ cm dik blijven!

Bestrijk ze zowel aan de binnen- als aan de buitenkant met olijfolie. Leg ze daarna in een vuurvaste schaal.

De sjalot tezamen met het fijngehakte  portobello-schraapsel in een flinke scheut olijfolie aanfruiten. In een schaaltje de kaas, panko, peterselie, knoflook, peper/zout en het afgekoelde sjalotmengsel goed door elkaar mengen. Als het te droog wordt, nog een scheut olijfolie toevoegen.

De portobello’s vullen met dit mengsel.
Circa 15-20 minuten bakken in een voorverwarmde oven op 180°.

Leef je uit op de tomatensaus! Gebruik ui, knoflook, verse tijm, oregano en vooral veel rijpe (ontvelde) tomaten. Probeer biologische te pakken te krijgen, die zijn over het algemeen veel zoeter en lekkerder dan de niet-biologische. Hoe langer het pruttelt, hoe meer tomatensmaak. Ik doe er altijd nog een scheutje japanse sojasaus (ter vervanging van het zout) en behoorlijk wat versgemalen peper en/of chilivlokken.

Eet smakelijk!

Kruidig spul

Kruidig spul

In de loop der jaren heeft mijn traditionele kruidenrekje plaats gemaakt voor potjes en doosjes van verschillende merken en afmetingen. Allemaal gevuld met kleine beetjes kruidig spul. Want ook dat heb ik intussen geleerd: gedroogde kruiden worden sneller muf dan de snelheid van het licht. Te vies om in een gerecht te verwerken. Dus laat ik bij de plaatselijke kruidenboer kleine hoeveelheden kruidig spul afwegen. Overigens heeft Dille en Kamille een groot assortiment gedroogde kruiden en specerijen van Jacob Hooij. En in mijn beleving zijn dat toch echt de lekkerste die te koop zijn.

Grappig is ook dat ik een bepaalde voorkeur blijk te hebben. Waar ik sommige doosjes slecht één keer per jaar aanraak, andere moet ik dan weer veelvuldig bijvullen. Favoriet zijn laurierblad, kaneel, nootmuskaat, oregano en vierseizoenenpeper. Zout gebruik ik bijzonder weinig en áls ik het op vlees of vis strooi dan is het grof zeezout of Maldon (schilfers) zout.

De Original Spices van Euroma gebruik ik ook graag. Ik vind ze goed samengesteld en ze hebben een aangenaam aroma. Met name de curry madras en de baharat worden veelvuldig ter hand genomen om gerechten van pit en smaak te voorzien.

Maar verse kruiden zijn natuurlijk het aller-, allerlekkerst. Omdat ik een tuintje mis koop ik vaak Italiaanse kruiden bij de supermarkt met daarin salie, oregano, tijm en rozemarijn. Hiermee kun je veel gerechten een heerlijke kruidentwist geven: salie op de vis, oregano tussen de salades, tijm in de soep en rozemarijn bij de ovenaardappeltjes. En bij de Islamitische winkel om de hoek staan er bijna het hele jaar door grote bossen munt, peterselie, dille en bieslook.

Om ze goed te kunnen bewaren behandel ik ze als volgt. Ik was de kruiden goed (liefst in ruim water) laat ze uitlekken in een vergiet, wikkel ze daarna in enkele vellen keukenpapier en doe ze in een plastic zak. Het nog aanwezige vocht kruipt in het keukenpapier en zo blijven de kruiden wel een week goed!

Home-made pizza

Punt home-made pizza

Er werkte niet veel mee vandaag. Zelfs moest de hulp worden ingeschakeld van de fysiotherapeut en de paracetamol. Geen topdag dus. Gelukkig bood de dagelijkse maaltijd zoals altijd houvast. Er moest een beetje voor gekneed en gefröbeld worden. Zoiets leidt af en dat werkt prima als alternatieve pijnbestrijder. Op het menu: home-made pizza. Het schort komt er voor uit de kast.

Er bestaat natuurlijk de (gemakkelijke) diepvriesvariant. Of de bestelvariant. Maar in huize Eetplezier durft men daar zelfs niet aan te denken. Dank u, De Man en ik worden er voor behandeld. Bij recepten als deze gaat alle lof naar de eerstgenoemde; hij heeft de volledige thuisbakkerij onder zijn beheer. Zelf ben ik meer van het stoof-, en pruttelgebeuren.

Home-made pizza

Ingrediënten voor het deeg:
250 gr. bloem
1 dl water
10 gr. verse gist
½ theelepel zout
snufje suiker
2 eetl. olie

Bereidingswijze:
Gist even oplossen met wat water en suiker. Doe de bloem in een kom, maak een kuiltje en giet de gistoplossing erin. Doe dan de  rest van het water, de olie en het zout erbij. Kneed zo’n 10 minuten tot zich een  elastische bal gevormd heeft. Laat deze bal drie kwartier rusten. Rol daarna het deeg zo dun mogelijk uit. Hier wordt altijd een tweepersoons gigapizza gemaakt, maar je kunt natuurlijk het deeg ook twee helften verdelen.

Ingrediënten vulling:
tomatensaus (creativiteit is geboden bij dit)
1 rode ui in reepjes gesneden en gebakken
1 in reepjes gesneden en gebakken paprika
250 gr. gesneden en gebakken champignons
1 in plakjes gesneden en gebakken aubergine
blikje tonijn
8 ansjovisfilets
kappertjes
2 pakjes buffelmozzarella
oregano
versgemalen peper

Bereidingswijze pizza:
Leg het deeg op een bakplaat bekleed met anti-aanbakfolie en maak de randen van het deeg met de vingertoppen iets dikker, zodat de vulling er niet af kan lopen.

Verdeel vervolgens de saus en de vulling over de pizzabodem.
Bak de pizza in het midden (of 1 richel onder het midden) van een voorverwarmde oven (hoogste stand, 250 graden) in circa 10-15 minuten gaar. Hangt een beetje af van de dikte van je bodem.

Witte Sangria

Kan met 2 glazen witte sangria

Zomer!!! Tijd voor koele rosé en sangria. Witte sangria welteverstaan.

Witte Sangria

Ingrediënten
2 sinaasappels
1 citroen
1 kleine appel
2 eetlepels fijne kristalsuiker
2-4 eetlepels Grand Marnier
1 fles witte wijn, gekoeld
munt (optioneel)
1 blikje 7Up van 330 ml, gekoeld

Bereidingswijze:
Pers 1 sinaasappel uit. Was de andere sinaasappel, de citroen en de appel (boen de citrusvruchten goed schoon). Snijd het fruit in schijfjes of stukjes.

Doe de stukjes fruit in een mooie karaf. Voeg 2 eetlepels suiker, het versgeperste sinaasappelsap, de Grand Marnier en de witte wijn toe. Als je het lekker vindt kun je er nog wat muntblaadjes bij doen. Roer alles goed door elkaar.

Zet de karaf een paar uur in de koelkast zodat alle smaken goed kunnen intrekken en je de sangría lekker koud kunt serveren.

Giet voor het serveren de 7Up bij de gekoelde sangría en roer goed door. Serveer de sangría in wijnglazen of Picardie glaasjes (eventueel met een partje sinaasappel op de rand van het glas).

Voeg de Grand Marnier naar smaak toe. In plaats van Grand Marnier zou je ook Cointreau kunnen gebruiken.

Voor de Sangría Blanca kun je bijvoorbeeld een Chardonnay of Sauvignon Blanc gebruiken. Persoonlijk vind ik Sauvignon Blanc het lekkerst.

Kan met 2 glazen witte sangria

Pijnboompitten

Pijnboompitten

Jullie kennen waarschijnlijk het verhaal van de pijnboompitten. De bolvormige, dikke soort (de Chinese) geven een bittere nasmaak in de mond die bij sommige mensen dagenlang kan blijven hangen. Alles wat je daarna eet wordt overheerst door die vieze, bittere smaak. Je kopje koffie kan er zelfs van tegenstaan. De Schoonzus heeft het aan den lijve ondervonden en heeft het als een verschrikking ervaren. De puntige, langwerpige pijnboompitten zijn van Europese herkomst en daarvan valt niets te vrezen.

Vandaag wilde ik verse pesto maken. Dit keer zou niets of niemand mij nog een oor aan naaien (er staan er immers al twee); uitsluitend de Europese mochten mee naar huis. De drie Islamitische winkels in mijn buurt vielen af. Ik had het (vooringenomen) idee dat zij eerder Chinees spul zouden verkopen dan hun collega-supermarkten.

Op weg naar de supermarkt met de geleende naam van een olifant. Aangekomen bij het schap zuidvruchten, pitten en noten sloeg de twijfel reeds toe. Waren deze in het transparante doosje nu echt langwerpig? Hmm, moeilijk, moeilijk. En wat hadden ze een verdacht gele kleur. Uiteraard geen enkele informatie over de herkomst op het etiket re vinden. Doosje terug in het schap. Op naar de concurrent met de duurdere prijzen.

Pijnboompitten bij de Appie

Appie had op liefst drie plaatsen (winkelinrichters hebben psychologie gestudeerd) zijn pitten verstopt. Handig voor de klant die nog snel voor de avondmaaltijd zijn boodschapjes moet doen. Maar dat terzijde. Mooi, met drie verpakkingen kon ik tenminste écht aan het vergelijken slaan. Maar hoe goed ik ze ook bestudeerde, in alle drie de zakjes zag ik eeneiige tweelingen zitten. Identiek aan elkaar dus.

Geen zinnig mens is in staat om de zon met een andere zon te vergelijken. Domweg omdat er geen ander exemplaar voorhanden is.  Qua kleur waren ze echter allemaal wel  bleker dan degenen in de Olifanten supermarkt en dat leek mij een goed teken (zie foto boven). Vooruit met de geit dan maar, naar huis en pesto draaien, desnoods met Chinese pitten. Soms moet een mens beslissingen durven nemen.

De pesto lukte goed. Héél voorzichtig nam ik een klein theelepeltje ervan. Lekker! Het theelepeltje werd een eetlepel. Geen smaakafwijkingen tot dan toe. Er begon niets te branden op mijn tong, er was geen bittere smaak, het was eigenlijk gewoon superlekker!

Wat blijft is de twijfel. Heb ik nu Europese of Chinese pijnboompitten gebruikt? Als ik wel Chinese heb gekocht, ben ik er dan misschien ongevoelig voor? Of zijn er wellicht verschillende soorten Chinese? Waren de pitten die de bekende nare smaak veroorzaakten vervoerd in verontreinigde containers? Kwamen ze uit een bepaalde streek? Bestaat er een combinatie van voedingsmiddelen waardoor de bitterheid  de overhand krijgt? Heeft de ene mens meer of andere smaakpapillen dan de andere?

Vragen. Vragen. Zoveel vragen. Mijn oproep aan iedereen: kan er iemand uitsluitsel geven omtrent deze vervelende kwestie? Liefst met duidelijke foto’s, zodat vergissen bij de aankoop onmogelijk wordt? Want zeg ik nou zelf: met een hoofd vol vraagtekens achteraf  heb je alsnog een vervelende nasmaak.

Raymondo – Goes



Sinds enkele jaren nemen de Vrienden, de Man en ik de tijd om drie- of viermaal per jaar met elkaar te lunchen. Eigenlijk gaat het ons niet om het eten an sich; het gaat veel meer om “het potje mauwen” zoals wij Brabanders het met de nodige zelfspot noemen. Togen we voorheen altijd naar een vertrouwde locatie in het centrum, sinds wij ontdekten dat ze daar liever niet al te lang lege bordjes zagen, wisselen we nogal eens van gelegenheid.
Vandaag was ons doel Raymondo, mooi gelegen aan de Veste in Goes. Raymondo maakt deel uit van de Amadore groep, met vestigingen in Goes, Vlissingen, Middelburg en Kamperland.
Binnen zag het er niet onaardig uit.

Veel donkerbruin hout, enorme kroonluchters en voldoende ruimte tussen de tafeltjes. Vriendelijke bediening, maar de wachttijden mogen iets korter, met name wanneer er wijn en/of bier wordt bijbesteld.

Over de gebakken sliptongetjes hoorde ik geen klachten, evenmin van de gebakken camembert. De Man’s vispannetje was meer dan behoorlijk gevuld en was overgoten met een bisque-achtige saus. Erbij frietjes en een miezemuizerig klein schaaltje salade. Mijn vegetarische lasagne was goed van smaak, weliswaar een beetje droog, maar om romige, zachte lasagne te maken is nog een hele kunst. Een kunst die ik zelf ook (nog) niet echt beheers. De gemaakte foto’s vond ik te slecht om te plaatsen. Om toch een indruk te krijgen, hierbij mijn gedeeltelijk opgeschepte lasagne.

Prijsindicatie: € 115,– 4 personen, inclusief wijn. Geen voor- of nagerecht.
Geen grote verrassingen, maar zeker ook geen teleurstelling.. Prima adres voor een volgende “mauw-middag”.