Sipelsop of Friese uiensoep met nagelkaas

Sipelsop of Friese uiensoep met nagelkaas

Uien, ofwel juun zoals we hier in Zeeland zeggen, is een zeer geliefd product in mijn provincie. Liefst 80% van de totale hoeveelheid Nederlandse uien worden in Zeeland geteeld en verwerkt. Natuurlijk is het overgrote deel bestemd voor de export, maar toch wordt er stiekemweg door alle Zeeuwen ook best vaak een uitje voor eigen gebruik genuttigd. Zoals in de traditionele peeën  mee juun, de kapucijners met spek en stroop, een stomende pan mosselen of als extra smaakmaker in gewokte zeegroenten, zoals zeekraal en lamsoren.

In Friesland heten ze sipels, die ringvormig opgebouwde bollen met hun prikkelende aroma. Soep = sop, dus soep van uien wordt in deze waterrijke provincie sipelsop. Zo simpel als wat. Nu ben ik erg gehecht aan mijn vertrouwde recept voor uiensoep, maar was ook erg benieuwd naar de smaak van uien in combinatie met een kruidige nagelkaas. Toevallig (!) kwam ik het recept hiervoor tegen in mijn nieuwste aanwinst op kookgebied: de Bijbel van de Nederlandse Keuken van Janneke Vreugdenhil. De auteur gaat zigzaggend door het volledige culinaire landschap van Nederland, van noord naar midden naar west. Met de focus op de specialiteiten die men ter plekke kent. Weesper moppen, Utrechtse spritsen, ossenworst, Twentse krentenwegge én deze sipelsop dus, een hertferwaarmjend sop út Fryslân. 

“Sipelsop of Friese uiensoep met nagelkaas” verder lezen

Spritsen met mokkasmaak

Spritsen met mokkasmaak

Op het gevaar af dat vrouwtje Eetplezier over enige tijd te boek staat als koekiesmonster, wil ik toch vandaag opnieuw een recept voor een traditioneel koekje plaatsen. De sprits. Wie kent ze niet? Heerlijk brosse koekjes die je niet fatsoenlijk durft te eten als je ergens op visite bent. De kruimels spatten namelijk rond je oren, als je er een bescheiden hapje van neemt. Gewoonlijk hebben spritsen alleen een lichte vanillesmaak, maar ik heb gekozen voor de smaak van koffie. Vind ik nóg lekkerderderder. Dit bereik je door mokka-extract te gebruiken, dat je heel gemakkelijk zelf kunt maken (zie onderaan het recept). Een win-win situatie dus. 

“Spritsen met mokkasmaak” verder lezen

Vanille-chocoladekoekjes uit de Koekjesbijbel

Vanille-chocoladekoekjes
Als je een geduldige fröbelaar bent en behept bent met voldoende vaardigheden op bakgebied, kun je van dit deegje zogenaamde dambordkoekjes maken. Die zijn én heel smakelijk én hebben ook nog eens een fantastisch uiterlijk. Voor mij is dat een bakbruggetje te ver. In plaats van vierkantjes in de smaken vanille en chocolade heb ik gekozen voor spiraalvormige kleurtjes. De vorm doet niets af aan de smaak en het is duizend keer simpeler om te fabriceren.

”Zijn ze niet een beetje klein, vrouwtje Eetplezier?”, hoor ik jullie vragen. Ja, dat zijn ze. Ik maakte een kleine wiskundige formulefout. Het recept is oorspronkelijk voor 50-65 koekjes. Daar verblijd je weeshuizen mee, dus heb ik het recept gehalveerd. Het resultaat is dan echter dat je weinig deeg hebt om zowel de gevraagde 10 cm breedte te verkrijgen als ook voldoende dikte van de rol. Kleine koekjes dus. Een soort eenhapslekkernij. Voordeel is wel dat je er dan twee van kunt nemen. 
“Vanille-chocoladekoekjes uit de Koekjesbijbel” verder lezen

Cottage pie met kastanjechampignons en port

Cottage pie met kastanjechampignons en port

Wanneer, zoals nu, de herfst genadeloos komt aanstormen met al het jaarlijkse ongerief van dien, zoals torenhoge stapels blad voor je raam en klapperende deuren, dan start ik onmiddellijk mijn carroussel aan grenzeloze dagdromen weer op. Aan mijn geestesoog vliegen imposante AGA’S voorbij die een behaaglijke gloed verspreiden en waar overvloedig gevulde ovenschalen uit tevoorschijn komen. Meteen daar achteraan volgen de karakteristieke uithangborden van de Britse pubs die uitnodigen om deel te nemen aan de gemoedelijke sfeer die  binnen heerst. Met daarbij natuurlijk het traditionele pubfood dat wordt geserveerd. Fish and chips, ham and peas soup, bread and butter pudding en natuurlijk de onweerstaanbare Sheperd’s pie.

“Cottage pie met kastanjechampignons en port” verder lezen

Bretonse koekjes met gezouten roomboter

Bretonse koekjes met gezouten roomboter
Denk ik aan Bretagne, dan denk ik tevens aan Nicolas. Een heuse Franse monsieur,  zoon van een neuro-chirurg en zo Frans als maar zijn kon. Hij wist ons voor altijd te herinneren wat het spreekwoord ‘met de Franse slag” inhield. G. en ik waren bij hem in huis en wij keken toe hoe hij een soort van koek maakte en die vervolgens in zijn smoezelige oven schoof. So far so good, zou je denken, ware het niet dat ook hier het spreekwoord weer om de hoek kwam kijken. Poetsen en opruimen behoorden nu eenmaal niet tot de meest favoriete bezigheden van Nicolas. Zijn keukentje leek verdacht veel op die van Malle Pietje.

Wij hadden , na een verblijf van vier dagen bij hem in huis, inmiddels allang gezien dat de vloertegeltjes in de gastenbadkamer onder de kenmerkende dofgrijze laag nog andere kleuren  liet zien: flamingoroze en azuurblauw. Bij elke voetstap die we achterlieten werd de vloer sprankelender van kleur. Natuurlijk, als alleenstaande man miste Nicolas de kwieke armslag van een ordentelijke partner in huis, wij begrepen dat best, maar ook van een “aide domestique” was hij niet gediend, te oordelen aan de enorme stofwolken die onder de bedden vandaan wervelden en het plakkerige bestek dat we omzichtig probeerden te hanteren. De koek hebben we dan ook met gepaste beleefdheid tot ons genomen.
“Bretonse koekjes met gezouten roomboter” verder lezen

Selleriesalade zonder kunstmatige toevoegingen

Selleriesalade zonder kunstmatige toevoegingen

Cha, cha, cha, wat zullen we eten? Cha, cha, cha, wie kan het weten? Wie is de man die mij dat zeggen kan? De groenteman …. cha, cha, cha. In mijn jeugd heb ik dit deuntje heel wat keer uit de Philips buizenradio horen schallen. Wie kent deze radio’s nog? Met zo’n flakkerend groen lichtje rechtsboven, bedoeld als leidraad voor de fijnafstemming. Nostalgie van de bovenste plank. Samen met herinneringen aan twee mud aardappels in de speciaal daarvoor getimmerde kist in de schuur, ijsbloemen op steenkoude slaapkamerramen, een snorrende roodgloeiende kolenkachel, het vlooienspel op het dubbeldik pluchen tafelkleed en mam die, geruit schort om het middel geknoopt, in dampende pannen staat te roeren. 

Genoeg gezwijmeld. De feiten: bovenstaand cha-cha-cha-melodietje ging vooraf aan een gesproken radiosketch tussen de groenteboer en zijn vrouwelijke klant. We spreken begin jaren zeventig. De groenteman bespreekt met “de huisvrouw” de juiste bereidingswijze van een recept. Ook staat hij stil bij seizoensgroenten en welk fruit er op dat moment het best genuttigd kan worden. Het geheel is van een vrouwonvriendelijkheid die anno 2020 echt niet meer zou kunnen. Een man dicteert een vrouw wat ze als maaltijd die dag zou kunnen voorschotelen. Veel gekker moet het toch niet worden. Gelukkig hebben we nu Angélique Schmeinck, Estée Strooker, Nigella Lawson, Donna Hay en de onvolprezen Mary Berry, allemaal vrouwelijke chefs die de mannen van toen nog een heel leerzaam culinair en lesje kunnen leren.

“Selleriesalade zonder kunstmatige toevoegingen” verder lezen