Decembermiddag

Vier uur. De wereld trekt wit weg.

Roerloos leggen rimpels de doorgroefde aarde
bloot. Schemering schrijft roze strepen in de lucht.

Verdwaalde ganzen snateren door ijle stilte
heen. Ik zucht en voel de nacht die aan komt
snellen. Het is koud, zo ademwolkjes koud opeens.

© Nell Nijssen

Roodborst vlamt in sprokkelhout
Uitg: Redactie Grasduinen
(Amsterdam, maart 2009)

Teken van Leven

het zal toch niet dat jij het was
daar zittend op dat carbolineum paaltje
vermomd als torenvalk

daar waar ik afsla
van Goes naar Zierikzee, zag ik
wel vierentwintig vleugels
tegen een platinawit decor

jij als vogel, ik geloof er in
want had ik niet juist daarvoor
dringend geprobeerd
contact met je te krijgen?

je nam niet op
zoals altijd

© Nell Nijssen

(nominatie Jacob van Maerlantprijs Kats)

Ongebroken

met letters smelt zij de dag aaneen
en blaast scherven van haar leven
tot zongevulde souvenirs

– ting ting –

ik vraag uw aandacht
voor haar opgebouwde spiegelbeeld
zie het witgewassen oog

aanschouw een transparant
verstand ontstaan uit alle
kleuren van de regenboog

goudomrande glazen springen
gaten in een onbeschreven lucht

– het geluid van brekend glas –

barst, net nu zij
een nieuwe zin begonnen was

© Nell Nijssen

(3e prijs Glas- en Poëziefestival Leerdam)

Herboren

iets heel zachtgeels ontwaakt
in mei; een nieuwe lente, nieuw begin
er groeit wat donzigs binnenin
door vlinderhanden aangeraakt

een ongarepte prilheid die volmaakt
de frisse wereld baart die ik bemin
er glinstert hoop; ik krijg zo’n zin
in leven dat naar groene appel smaakt

het breekt door schalen hardheid heen
verjaagt de laatste kilte uit de lucht
voedt mij met licht dat eens verdween

de pijn voorbij; een laatste zucht
ik drijf het beste uit mijzelf bijeen
koester de warm, volgroeide vrucht

© Nell Nijssen

(eervolle vermelding sonnettenwedstrijd “Ode aan de Lente”, uitgeschreven door NCRV’s DichtTalent)

I.M.

soms bij het zwijgzaam eten
van de eerste, zoete worteltjes

regelmatig tijdens het piepen
van de nog altijd kromme achterdeur

dikwijls als ik ze maar opzoek
de zelfgebreide wintersokken

vaak als ik de lavatera snoei
en weet hij bloeit toch nooit meer
zo mooi als toen

meestal als de kurk weer
eens afbreekt
of de kerstverlichting het niet doet

maar altijd bij het afschuimen
van de groentesoep met daarin
alles van jouw omgespitte aarde

(2e prijs Landelijke Gedichtendag 2008 Vlaardingen)

Chopiniana

zij danst de nacht aan flarden
en tikt het ritme van de tijd

met haar vermoeide voeten
tot koele meren van verlangen

zij klapwiekt toekomst
in haar hart, vangt licht

tussen verdwaalde passen

zij glijdt en trippelt, zwiert
en zweeft haar oorsprong dichterbij

zij wil nog zoveel lichter zijn

© Nell Nijssen

(1e prijs wedstrijd “Laat je taal dansen”, uitgeschreven door Kunstfactor Dans, sectorinstituut voor de Amateurkunst)