Uitgevlogen

met de strijkplank het gras maaien
terwijl een toilettas uitpuilt
en wegfietst bestemming onbekend

een stofzuiger – alleen het woord al –
schildert nevelsliertjes om mijn hoofd
een lichtkrans van dode bloempotten
die zich een weg baant door de zwaartekracht

inmiddels is de vogelkooi leeg gewaaid
en wie biedt er op een broodmes
dat niet langer meer mag smeren

ik kartel punten aan jouw fluitconcert
en vlij me buiten
het domein van mijn gezichtsveld

dromende bomen eten hapjes uit mijn dag
ik vaar van hier tot aan het hek

en terug

© Nell Nijssen

(nominatie Arnhems Lezersbal 2009)

Doezeldag

Het boek borrelt, laat los, sluit in.
Vergeet, brengt deining in een grijsheid.

Blinklicht wacht op slaap
een verderfelijke moeheid roept.

Zeven harken in een grond
van zware klei en vergeet-me-nietjes
die zich niets weten te herinneren.

Voetbalstemmen in de bomen, tussen
windgewaai en vogelfluit. Niemand die
nog moeite neemt om de stenen te beschermen.
Zelfs het houten bord wordt weggehaald.

Stappen langs de binnenheg. Zonder stem.
Een open mond bespeelt blind het orgel
der snurkerij. En wij, wij dromen liefst
de letters uit het echte leven kwijt.

© Nell Nijssen

Dicht Slam Rap 2009 kun je ook lezen
Uitg: Organisatie Dicht-Slam-Rap
(Boxtel, januari 2009)
ISBN/EAN 978-90-79777-02-0

Decembermiddag

Vier uur. De wereld trekt wit weg.

Roerloos leggen rimpels de doorgroefde aarde
bloot. Schemering schrijft roze strepen in de lucht.

Verdwaalde ganzen snateren door ijle stilte
heen. Ik zucht en voel de nacht die aan komt
snellen. Het is koud, zo ademwolkjes koud opeens.

© Nell Nijssen

Roodborst vlamt in sprokkelhout
Uitg: Redactie Grasduinen
(Amsterdam, maart 2009)

Teken van Leven

het zal toch niet dat jij het was
daar zittend op dat carbolineum paaltje
vermomd als torenvalk

daar waar ik afsla
van Goes naar Zierikzee, zag ik
wel vierentwintig vleugels
tegen een platinawit decor

jij als vogel, ik geloof er in
want had ik niet juist daarvoor
dringend geprobeerd
contact met je te krijgen?

je nam niet op
zoals altijd

© Nell Nijssen

(nominatie Jacob van Maerlantprijs Kats)

Ongebroken

met letters smelt zij de dag aaneen
en blaast scherven van haar leven
tot zongevulde souvenirs

– ting ting –

ik vraag uw aandacht
voor haar opgebouwde spiegelbeeld
zie het witgewassen oog

aanschouw een transparant
verstand ontstaan uit alle
kleuren van de regenboog

goudomrande glazen springen
gaten in een onbeschreven lucht

– het geluid van brekend glas –

barst, net nu zij
een nieuwe zin begonnen was

© Nell Nijssen

(3e prijs Glas- en Poëziefestival Leerdam)

Herboren

iets heel zachtgeels ontwaakt
in mei; een nieuwe lente, nieuw begin
er groeit wat donzigs binnenin
door vlinderhanden aangeraakt

een ongarepte prilheid die volmaakt
de frisse wereld baart die ik bemin
er glinstert hoop; ik krijg zo’n zin
in leven dat naar groene appel smaakt

het breekt door schalen hardheid heen
verjaagt de laatste kilte uit de lucht
voedt mij met licht dat eens verdween

de pijn voorbij; een laatste zucht
ik drijf het beste uit mijzelf bijeen
koester de warm, volgroeide vrucht

© Nell Nijssen

(eervolle vermelding sonnettenwedstrijd “Ode aan de Lente”, uitgeschreven door NCRV’s DichtTalent)