Zhug het Jemenitische zusje van pesto

Zhug het Jemenitische zusje van pesto
Smeerseltjes zijn helemaal hip. Want ja, ze zijn er in zoveel soorten en ze happen zo heerlijk weg op een stukje brood tijdens de vrijdagmiddag- of weekendborrel. In den beginne, toen Nederland nog bezig was zich te ontdoen van de doorgekookte spruitjeslucht en eindelijk de landen om haar heen begint te ontdekken, was er de Italiaanse pesto. Wat een sensatie, zo’n aromatisch smaakbommetje bij de vaak saaie Hollandse spaghetti. Met alleen tomaat en gehakt is er weinig lol te beleven aan gedroogde pasta, maar met een handvol fijngewreven basilicumblaadjes wordt het zaakje ogenblikkelijk naar een hoger culinair plan getild.

Ook de tapenade werd een regelrechte hit in de jaren ‘90. Zoutig, smaakvol en van goede olijven gemaakt was deze dipper niet meer weg te denken van het borrelplateau. Variaties met paddenstoelen en zongedroogde tomaten zien het daglicht, ook heel lekker allemaal. Nog wat later gaan we en masse aan de hummus: het fijngemalen kikkererwten-prutje met sesampasta. En all the way from Mexico komt daar plots de guacamole aangevlogen. Zak tortilla’s ernaast en smullen maar! 
 
“Zhug het Jemenitische zusje van pesto” verder lezen

Spread van doperwten met geitenkaas en munt

Spread van doperwten met geitenkaas en munt
Er zijn van die dagen dat je helemaal nergens trek in hebt. Voor een lekkerbek als ik, betekent dat vaak dat er iets niet helemaal in orde is. En ja, ik geef graag toe, dat was vandaag ook inderdaad het geval. Gevalletje zelf-treurnis! Dat overkomt mij enkele keren per jaar en de ervaring heeft me geleerd dat ik er maar beter aan toe kan geven. Zwemmen tegen de stroom in is niet alleen doodvermoeiend, maar levert ook meestal niet meer op dan een berg verspilde energie.

Om in zo’n poel van somberheid rond de klok van zes een volledige maaltijd tevoorschijn te toveren, is echt even een brug te ver. Dus ga ik op zoek naar doodsimpele, smakelijke alternatieven. Ik houd er zelfs een lijst van bij. Een vliegensvlug soepje, een moeiteloos slaatje van wat bijeen geraapte ingrediënten, ofwel ik haal het verstofte tosti-ijzer weer eens boven water. Zo’n totaal uit de mode geraakte ham-kaas tosti kan dan wel een antiek voorkomen hebben, als troostvoedsel blijft hij het te allen tijde goed doen.
“Spread van doperwten met geitenkaas en munt” verder lezen

Salsa romesco met geroosterde aubergine

Romesco saus met geroosterde aubergine

Hemelvaartsdag 2020. Onder normale omstandigheden betekent deze dag de opmaat naar een lang, lui en (hopelijk) hemelsblauw weekend. Lange files ingeblikte zonzoekers op weg naar de dan nog ongerepte stranden of naar het allereerste terrasje van dat jaar. 

Dit keer is alles volledig anders. Een onbeduidend klein doch venijnig organisme heeft ons leven van alledag grotendeels tot stilstand gebracht. Al meer dan 60 dagen verkeert ons land in een “intelligente lock-down”. En hoewel er enkele versoepelingen zijn doorgevoerd en 30% van de vakantieaccommodaties weer mag worden verhuurd, roept de Veiligheidsregio Zeeland op om toch vooral niet massaal mijn provincie te komen bezetten. Het duurt nog meer dan 10 dagen alvorens de horeca open mag en dan nog zal het beperkt blijven tot 30 personen per locatie. Dus: blijf in je achtertuin mensen. Geniet daar van de zon, van een koel glas rosé of bier en van je gezin.

Echt, er komen betere tijden aan, maar het is beter om nu nog even vol te houden. Voor vanavond heb ik een aangenaam zomers gerecht, namelijk salsa romesco. Dit is van oorsprong een Catalaanse saus die zowel koud of warm gegeten kan worden. Deze versie is van de Vlaamse chef Jeroen Meus, die koken tot een weldadige bezigheid heeft weten te transformeren. 

“Salsa romesco met geroosterde aubergine” verder lezen

Sandwichspread lekker fris en lekker anders

Sandwichspread

Kennen jullie het gevoel een moord te willen doen voor een broodje “anders dan anders”? Ja? Gelukkig, dan ben ik niet alleen. Na driehonderd boterhammen met kaas, avocado, ei, radijs, humus en pindakaas, schreeuwt mijn hongerige maag om iets wat hartig, fris en smooth tegelijk is. 

Onwillekeurig dwalen mijn gedachten dan af naar de jaren ‘80, toen Heinz een voor die tijd behoorlijk innovatief product in de markt zette: sandwichspread! Kennen jullie de bijbehorende catchy reclame nog? Helemaal hip voor die tijd, maar o, o, wat zat er een arsenaal aan kunst- en hulpmiddelen in het zalvige smeerseltje.

“Sandwichspread lekker fris en lekker anders” verder lezen

Gado gadosaus de milde smaakmaker

Diverse groenten met gado gadosaus

Oh meisjes (en jongens), wat ben ik toch gek op de Indonesische keuken! Eigenlijk zou ik elke dag wel gestoomde, witte rijst willen eten met een pittig gekruid gerecht ernaast. Het hoeven voor mij echt geen uitgebreide rijsttafels zijn te zijn. Zo’n kommetje dampende rijst met een eenvoudig groente- of vleesgerecht maakt me al blij genoeg. Sommige gerechten uit de Indonesische keuken blijven terugkomen in huize Eetplezier. Waren het vroeger veelal de vleesgerechten die gretig aftrek vonden, vandaag de dag zijn ook de groentegerechten populair. Gado gado bijvoorbeeld. Geblancheerde en/of rauwe groenten, overgoten met een smakelijke saus. Het is eigenlijk een gerecht van niks, alleen wat groenten (wel ideaal om alle restjes groenten in te verwerken), maar uiteindelijk máákt de saus het gerecht tot iets wat je vaker wilt eten.

De saus heet dus gado gadosaus en beslist geen satésaus. Het verschil zit ‘m in de kokosmelk die je toevoegt aan gado gadosaus. Even afgezien van de hoeveelheid pepers die je gebruikt, ontstaat dus in beginsel een milder resultaat dan bij de traditionele pindasaus. Ik maak het al jaren als volgt.

Gado gadosaus

Fruit een paar fijngewreven tenen knoflook met 2 à 3 sjalotten zachtjes aan 1 eetlepel zonnebloemolie.
Doe er op het laatst een theelepel geraspte gember, een theelepel koriander, 1 theelepel laos en 1 (of twee, of drie) fijngesneden chilipeper(s) toe. Laat nog even meebakken.

Rooster 200 gr ontvliesde, ongezouten pinda’s in 6 tot 8 minuten in een tot 190˚ verwarmde oven. Laat ze afkoelen en maal ze in een keukenmachine fijn.

Voeg 1/2 dl sojasaus, 2 eetlepels palmsuiker (of bruine suiker), het sap van 1/2 limoen, 1 theelepel zout en het gebakken sjalottenmengsel toe.

Draai er een gladde massa van, voeg 4 dl kokosmelk toe en draai het opnieuw glad. Verwarm het op een zacht vuurtje.

Serveer deze saus over geblancheerde of rauwe groenten, zoals sperziebonen, wortel, paprika en komkommer. Van oorsprong worden de groenten lauw of koud gegeten, maar ik geef zelf de voorkeur aan warme groenten. Je kunt alle groenten gebruiken die jij lekker vindt. Eet het met gekookte rijst, eventueel een vleesgerecht, met wat kroepoek en natuurlijk een koel glas bier of een kruidige wijn.

Beurre Blanc de perfecte begeleider bij vis

Als je, net als ik, dol bent op alles wat uit de zee komt, dan houd je waarschijnlijk ook wel van een begeleidende saus. Zelfgemaakt uiteraard. Dat hoefde ik er hopelijk niet bij te vertellen, toch? Een kruidige ravigottesaus, een verfijnde béarnaise of om het helemaal smooth en superlekker te maken: een beurre blanc. Bij een smakelijk gepocheerd visje is zo’n fijne boterige saus echt de spreekwoordelijke kers op te taart.

Voor een authentieke beurre blanc dien je eerst een zgn. gastrique te maken: een ingekookte vloeistof op basis van wijn, azijn, sjalotten, knoflook en kruiden. Gastrique wordt als basis gebruikt voor vele andere botersauzen, bijvoorbeeld bearnaise. Het zuur van de gastrique biedt een tegenwicht aan het zoet van de boter, waardoor de uiteindelijke saus in balans wordt gebracht.

Beurre blanc

Ingrediënten:
2 dl witte wijn
1 dl witte wijnazijn of ciderazijn
2 dl water
2 sjalotten
3 teentjes knoflook
enkele takjes tijm
2 blaadjes laurier
10 zwarte peperbolletjes
150 gr koude roomboter

Bereidingswijze gastrique:
Schenk de wijn, de azijn en het water in een pan.
Pel de sjalotten en snij ze in grove stukken. Pel en kneus de tenen knoflook. Voeg ze bij het wijnmengsel, samen met de peperbollen, de blaadjes laurier en de tijm.
Breng het mengsel zachtjes aan de kook en laat het inkoken tot 1/3 van de oorspronkelijke hoeveelheid.
Giet het ingekookte mengsel door een zeef en laat de reductie afkoelen.

Afwerking beurre blanc:
Zet een steelpan op een zacht vuur en doe er een bodempje van de reductie in. (Vries de overschot in om later te gebruiken.)
Voeg een klein scheutje room toe en breng het mengsel kort aan de kook.
Snij de boter in blokjes en zet het vuur zacht.
Roer continu met een garde en voeg de klontjes boter één voor één toe. Laat ze telkens wegsmelten tot je een zachte gebonden saus krijgt. De echte chefs noemen dit “monteren”.

De blanke botersaus is klaar als je een mooie balans proeft tussen het zuur van de reductie en de volle smaak van de boter. Geen van beide smaken mogen overheersen.
Kruid de saus met een beetje peper van de molen en een snuifje zout. Laat de saus na het monteren absoluut niet meer koken, want dan zal ze onherroepelijk gaan schiften.

Beurre blanc saus