Palmiers van bladerdeeg volgens Cees Holtkamp

Palmiers van bladerdeeg volgens Cees Holtkamp

Mijn thuisbakkertje is van het jolige type. Ook al bakt hij nóg zo graag, waaronder ons dagelijks brood, hij neemt het allemaal niet zo nauw, om het maar eens politiek correct te zeggen. Smaak, daar gaat het om, verzekert hij me keer op keer. Uiterlijk vertoon past niet binnen zijn levensfilosofie. Goed = goed. Ofwel: van een mooi gedekte tafel kun je nog niet eten. 

Daar heeft hij natuurlijk wel een beetje gelijk in, hoewel ik dat met enige zuinigheid zal toegeven. Dit alles onder het motto: beter één bakker in de keuken, dan tien in de lucht. Zo, dat is eruit. Kortom: G was dik tevreden met zijn broodbakkunsten en ik ook. Dat het zo tot in lengte van jaren zou moge blijven voortduren, was mijn gedachte. Toen kwam echter de dag waarop hij verkondigde: ik ga bladerdeeg maken! Nu weet iedereen met een beetje bak-ervaring dat bladerdeeg maken een serieuze aangelegenheid is. Een die veel geduld, tijd en precisie vraagt. Dus mat ik mijzelf de rol van geduldige schooljuffrouw aan en wees hem op alles wat fout kon gaan. Maar mijn leerling was onwillig; hij gooide vastberaden alles in de strijd om mij te overtuigen dat we zonder zelfgemaakt bladerdeeg niet verder konden leven. 

“Palmiers van bladerdeeg volgens Cees Holtkamp” verder lezen

Koekjes met venkelzaad en sinaasappel

Koekjes met venkelzaad en sinaasappel
Allereerst wil ik iedereen een heel voorspoedig nieuw jaar toewensen. Met de vurige hoop dat we in de loop van dit jaar verlost worden van het ellendige virus. Het goede nieuws is in ieder geval dat het grote aftellen is begonnen. Vandaag zijn de eerste afspraken gemaakt en morgen krijgt iedereen met zo’n afspraak zijn/haar eerste vaccin. Op deze koude, grijze vijfde Januaridag zorgt dat bericht direct voor wat meer lucht en licht in het hoofd. Zo’n Upje voelt heerlijk naast alle Down-berichten van de afgelopen tijd. Ik merk dat iedereen (mezelf niet uitgezonderd) er aan toe is om weer normaal fysiek contact te kunnen hebben, opnieuw onbezorgd te kunnen winkelen en vooral, nu de lockdown zo lang lijkt te duren, de behoefte willen inwisselen om weer een hapje of drankje buiten de beklemmende muren van ons eigen huis te genieten.

Maar laten we nog even volhouden, mensen! Ik gok erop dat we begin mei de eerste tekenen gaan zien van een normale samenleving. Wellicht zullen er vanaf dan, in ieder geval voor mij, bepaalde omgangsvormen permanent veranderd zijn, zoals het plichtmatig handen schudden en de ingesleten drie kussenbegroeting, maar als dat de sleutel betekent tot een zorgeloos bestaan, dan moet dat maar. Waarschijnlijk ga ik over tot de hand-op-mijn-hart-begroeting. Misschien voelt het in het begin wat vreemd, toch wil ik de weg vrijhouden voor nieuwe manieren om onbekommerd door het leven te gaan.

“Koekjes met venkelzaad en sinaasappel” verder lezen

Gingerbread koekemannetjes een feestelijk koekje

Gingerbread koekemannetjes een feestelijk koekje
Laat ik het om te beginnen even goed uitleggen: onder de tien, kun je nog zo blij als een kind. Zorgeloos verrukt. Uitzinnig van blijdschap. Soms zelfs tot tranen geroerd. Eenmaal de volwassen leeftijd bereikt, kan een mens even zo goed nog verheugd of jolig zijn, maar het grenzeloze is er wel een beetje vanaf. Het wordt meer glimlachen dan onbedaarlijk schateren.

De laatste keer dat ik in extase was van opgetogenheid moet ik acht jaar geweest zijn. Nadat ik avonden lang keihard gezongen had voor die goedgeefse Spanjaard op zijn witte paard, vond ik dan eindelijk het lang begeerde speelgoed in mijn schoen naast de ronkende kolenkachel: Elektro. Het was voor die tijd het meest ultieme high-tech spelletje dat maar te bedenken viel. Op een welhaast magische manier wist “het spel” de juiste antwoorden op best lastige vragen te geven. Veel later, toen het spel half gesloopt was, kwam ik erachter bij vraag 1 altijd antwoord 3 hoorde, welke kaart je er ook instopte. Nog wat later begreep ik de wirwar van dunne kabeltjes aan de achterkant van het spel. Maar dat terzijde.
 
 
“Gingerbread koekemannetjes een feestelijk koekje” verder lezen

Spritsen met mokkasmaak

Spritsen met mokkasmaak

Op het gevaar af dat vrouwtje Eetplezier over enige tijd te boek staat als koekiesmonster, wil ik toch vandaag opnieuw een recept voor een traditioneel koekje plaatsen. De sprits. Wie kent ze niet? Heerlijk brosse koekjes die je niet fatsoenlijk durft te eten als je ergens op visite bent. De kruimels spatten namelijk rond je oren, als je er een bescheiden hapje van neemt. Gewoonlijk hebben spritsen alleen een lichte vanillesmaak, maar ik heb gekozen voor de smaak van koffie. Vind ik nóg lekkerderderder. Dit bereik je door mokka-extract te gebruiken, dat je heel gemakkelijk zelf kunt maken (zie onderaan het recept). Een win-win situatie dus. 

“Spritsen met mokkasmaak” verder lezen

Vanille-chocoladekoekjes uit de Koekjesbijbel

Vanille-chocoladekoekjes
Als je een geduldige fröbelaar bent en behept bent met voldoende vaardigheden op bakgebied, kun je van dit deegje zogenaamde dambordkoekjes maken. Die zijn én heel smakelijk én hebben ook nog eens een fantastisch uiterlijk. Voor mij is dat een bakbruggetje te ver. In plaats van vierkantjes in de smaken vanille en chocolade heb ik gekozen voor spiraalvormige kleurtjes. De vorm doet niets af aan de smaak en het is duizend keer simpeler om te fabriceren.

”Zijn ze niet een beetje klein, vrouwtje Eetplezier?”, hoor ik jullie vragen. Ja, dat zijn ze. Ik maakte een kleine wiskundige formulefout. Het recept is oorspronkelijk voor 50-65 koekjes. Daar verblijd je weeshuizen mee, dus heb ik het recept gehalveerd. Het resultaat is dan echter dat je weinig deeg hebt om zowel de gevraagde 10 cm breedte te verkrijgen als ook voldoende dikte van de rol. Kleine koekjes dus. Een soort eenhapslekkernij. Voordeel is wel dat je er dan twee van kunt nemen. 
“Vanille-chocoladekoekjes uit de Koekjesbijbel” verder lezen

Bretonse koekjes met gezouten roomboter

Bretonse koekjes met gezouten roomboter
Denk ik aan Bretagne, dan denk ik tevens aan Nicolas. Een heuse Franse monsieur,  zoon van een neuro-chirurg en zo Frans als maar zijn kon. Hij wist ons voor altijd te herinneren wat het spreekwoord ‘met de Franse slag” inhield. G. en ik waren bij hem in huis en wij keken toe hoe hij een soort van koek maakte en die vervolgens in zijn smoezelige oven schoof. So far so good, zou je denken, ware het niet dat ook hier het spreekwoord weer om de hoek kwam kijken. Poetsen en opruimen behoorden nu eenmaal niet tot de meest favoriete bezigheden van Nicolas. Zijn keukentje leek verdacht veel op die van Malle Pietje.

Wij hadden , na een verblijf van vier dagen bij hem in huis, inmiddels allang gezien dat de vloertegeltjes in de gastenbadkamer onder de kenmerkende dofgrijze laag nog andere kleuren  liet zien: flamingoroze en azuurblauw. Bij elke voetstap die we achterlieten werd de vloer sprankelender van kleur. Natuurlijk, als alleenstaande man miste Nicolas de kwieke armslag van een ordentelijke partner in huis, wij begrepen dat best, maar ook van een “aide domestique” was hij niet gediend, te oordelen aan de enorme stofwolken die onder de bedden vandaan wervelden en het plakkerige bestek dat we omzichtig probeerden te hanteren. De koek hebben we dan ook met gepaste beleefdheid tot ons genomen.
“Bretonse koekjes met gezouten roomboter” verder lezen