Het Raadsel van Ras el Hanout

Ras el Hanout

Ras el Hanout is een traditioneel Marokkaans specerijenmengsel. Het wordt gebruikt bij lam, vlees of kip, maar ook in couscous-, rijst- en tajinegerechten. Nigella Lawson maakt er veelvuldig gebruik van in haar recepten en het was dan ook uit haar mond dat ik voor het eerst uitleg kreeg over dit specerijenmengsel.

Niet lang daarna kocht ik het goedje op de exotische markt in Antwerpen. De marktmeneer schepte het uit een grote, katoenen zak en vulde er een klein plastic zakje mee. Ik vergat te vragen wat er precies allemaal in verwerkt zat.

Dus ging ik ’s avonds ijverig aan de slag om op internet informatie op te halen. Grote schrik, wat las ik daar: in de inferieure mengsels kan Spaanse Vlieg verwerkt zijn.

Spaanse Vlieg is een afrodisiacum (ha, in één keer goed gespeld) ofwel een lustopwekkend middel. U leest het goed, lust opwekken. Laat dat nu precies hetzelfde zijn waaraan ik denk als ik door mijn kookboeken blader. Ik heb er alleen een geheel andere interpretatie bij 😉

Bovendien blijkt Spaanse Vlieg erg gevaarlijk te zijn; het kan hartritmestoornissen veroorzaken. Oók nog eens! Tjeuh, waar een Mensch vandaag de dag allemaal niet op moet letten. Mijn hartje is, door vervelend ongerief in het verleden, al erg gevoelig, dus wil ik elk risico vermijden. Het op de markt gekochte zakje met Ras el Hanout verdwijnt dan ook fluks in de prullenbak.

Ras el Hanout

Gelukkig brengt de Olifantensupermarkt de oplossing. In het schap met exotisch spul vind ik, naast de  couscous en de coconut cream, een paarskleurig doosje van het merk Al’fez, met daarin twee afzonderlijke zakjes Ras el Hanout. Asjemenou, zelfs met een duidelijke ingrediëntenlijst op de zijkant. Ik lees daarop: groentebouillon, koriander, kaneel. gember, lavendelbloemen, rozenbladeren, zwarte peper, cayennepeper,  cassia, galangal, piment, foelie, nootmuskaat, kardemom en kruidnagel.

Geruststellende woorden. Nergens een spoor van Spaanse Vlieg. Overmorgen kan ik zonder zorgen het lust-opwekkende recept van een Marokkaanse salade gaan bereiden. Maar eerst nog een paar nachtjes rustig slapen. Zo zonder Spaanse Vlieg is dat meteen letterlijk en figuurlijk ;-))

Valderrama de ongefilterde olijfolie

Valderrama olie

In huize Eetplezier is men met enige regelmaat in de olie te vinden. Dat komt omdat er zoveel van in huis is. Op basis van amandelen, van walnoten, van truffels, van citroenen, van sesamzaden, van zonnebloempitten, maar bovenal toch van olijven. Olijfolie extra vergine, de Man en ik zijn ware innemers. Er wordt van gesmikkeld in de dressing, op de bruschetta, over de geroosterde aardappeltjes  of gewoon op een stukje eerlijk brood met wat grof zeezout.

Ik heb er al heel veel geprobeerd. Griekse. Italiaanse. Zuid-Afrikaanse. Her en der gekocht. In de supermarkt. In delicatessenzaken. Bij Oil and Vinegar. Bij dit laatste concern koop ik veelal de Castello Zacro, een peperige, diepgroene olie afkomstig van Kreta. Verrukkelijk op zuurdesembrood!

Valderrama olie

De meest maagdelijke is echter toch wel de Valderrama olie. In mijn directe omgeving is er erg moeilijk aan te komen, helaas. Maar wie zoekt, zal vinden en uiteindelijk heb ik mijn goudgeel olijvensap dan toch in huis! Update: anno 2020 ook verkrijgbaar bij de Sligro of te verkrijgen via deze webshop.

Valderrama olie kent 5 variëteiten. De Hojiblanca, de Picudo, de Ocal, de Cornicabra en de Arbequina. De laatste spreekt mij qua smaakbeleving het meest aan. De Arbequina heeft de frisse smaak van groene appeltjes, met een “crispy” ondertoon. Pas gemaaid gras. Voorjaar. Ontluikend verlangen. In deze soort geen enkel spoor van het beruchte bittertje, wat veel mensen niet kunnen waarderen in olijfolie.

Elke keer als ik nu de deur van mijn provisiekast opendoe, staat de Arbequina naar me te glimschateren: pak me, pak me! Drink me! Maar vandaag is het schitterend nazomerweer. De zon wacht op ons. De Man neemt vrij en we gaan zuurstof snuiven. In  de keuken blijft het vandaag stil en leeg.

Za’atar

Za'atar

Het zakje za’atar lag al geruime tijd naar me te lonken. Ja, ooit zou het zeker van pas komen. In verschillende van mijn kookboeken was ik dit kruid al tegengekomen in recepten. Altijd gemakkelijk om alvast in huis te hebben, moet ik gedacht hebben toen ik het kocht.

Za’atar is de naam van het nationale kruidenmengsel van Palestina, maar tevens van omringende landen. Za’atar is een soort wilde oregano die smaakt naar tijm en oregano tegelijk. De gedroogde za’atar wordt fijngemalen en vermengd met sumak (gedroogde zure besjes van de azijnboom) en geroosterd sesamzaad. Het heeft een intense smaak.

Vandaag ontbrak de zin om lang in de keuken te staan. Het bed smeekte om verse lakens. De wasmand puilde uit. Planten vroegen om water. Er stonden zes onbeantwoorde mails in de wachtrij. De printerinkt was op en moest gerefilled, kortom, meer werkdag dan rustdag.

Borreltijd met za’atar

De uren vlogen om, terwijl er niemand in huis een seconde dacht aan de za’atar. Het leek er zelfs op dat niemand zich bekommerde om het avondeten. Je hebt soms van die dagen. Och, enkele dagen per maand permitteer ik mezelf een last-minute maaltijd. Nee, echt niet, dat wordt nooit een bezorgpizza of een afhaalchineesje. Daarvoor zijn de diepgewortelde culinaire genoegens te ver doorgedrongen in het bewustzijn. Het is een bezwering: liever een boterham met pindakaas dan een onverantwoorde, vette hap.

En zo werd het helemaal vanzelf 5 uur. Op dat tijdstip opende ik een flesje sappige Rioja, goot extra vergine olijfolie op de za’atar, mengde dit en sneed een vers desembroodje aan. Waarna G. en ik ons voor de televisie nestelden om maar liefst 8 afleveringen Dagelijkse Kost te bekijken. Nippend aan onze wijn en tussendoor telkens een stukje brood besmerend met de geurige za’atar.

Hoe een oer-Hollandsche gewone zondag met dito Hollandsche Wolkenluchten toch nog een exotisch tintje kreeg.

Kruidig spul

Kruidig spul

In de loop der jaren heeft mijn traditionele kruidenrekje plaats gemaakt voor potjes en doosjes van verschillende merken en afmetingen. Allemaal gevuld met kleine beetjes kruidig spul. Want ook dat heb ik intussen geleerd: gedroogde kruiden worden sneller muf dan de snelheid van het licht. Te vies om in een gerecht te verwerken. Dus laat ik bij de plaatselijke kruidenboer kleine hoeveelheden kruidig spul afwegen. Overigens heeft Dille en Kamille een groot assortiment gedroogde kruiden en specerijen van Jacob Hooij. En in mijn beleving zijn dat toch echt de lekkerste die te koop zijn.

Grappig is ook dat ik een bepaalde voorkeur blijk te hebben. Waar ik sommige doosjes slecht één keer per jaar aanraak, andere moet ik dan weer veelvuldig bijvullen. Favoriet zijn laurierblad, kaneel, nootmuskaat, oregano en vierseizoenenpeper. Zout gebruik ik bijzonder weinig en áls ik het op vlees of vis strooi dan is het grof zeezout of Maldon (schilfers) zout.

De Original Spices van Euroma gebruik ik ook graag. Ik vind ze goed samengesteld en ze hebben een aangenaam aroma. Met name de curry madras en de baharat worden veelvuldig ter hand genomen om gerechten van pit en smaak te voorzien.

Maar verse kruiden zijn natuurlijk het aller-, allerlekkerst. Omdat ik een tuintje mis koop ik vaak Italiaanse kruiden bij de supermarkt met daarin salie, oregano, tijm en rozemarijn. Hiermee kun je veel gerechten een heerlijke kruidentwist geven: salie op de vis, oregano tussen de salades, tijm in de soep en rozemarijn bij de ovenaardappeltjes. En bij de Islamitische winkel om de hoek staan er bijna het hele jaar door grote bossen munt, peterselie, dille en bieslook.

Om ze goed te kunnen bewaren behandel ik ze als volgt. Ik was de kruiden goed (liefst in ruim water) laat ze uitlekken in een vergiet, wikkel ze daarna in enkele vellen keukenpapier en doe ze in een plastic zak. Het nog aanwezige vocht kruipt in het keukenpapier en zo blijven de kruiden wel een week goed!