Slaapfeestje in februari

Slaapfeestje

Elke nacht is een feestje voor me. Een slaapfeestje. Maar onder invloed van een koude vriesnacht, transformeerden mijn voeten vannacht tot diepgevroren ijsklompjes en was er van een gezellig feestje even geen sprake. De extra fleecedeken brengt geen soelaas, zodat ik ten minste vier volle uren middels visualisaties van tropische oorden en zonnige stranden mezelf probeer warm te krijgen. Uiteindelijk val ik dan toch in een diepe slaap, waarna kort daarop de wekker begint te zingen. Rotding. Snel graaf ik mezelf in in mijn warme coconnetje van dons.  “Slaapfeestje in februari” verder lezen

Buurman

Buurman

Als om half elf de deurbel gaat, staat buurman Peet voor de deur. In zijn linkerhand draagt hij een plastic tasje. Zijn ogen staan waterig, waarschijnlijk door de snerpende noordoostenwind. En toch zie ik door de tranenvloed heen zijn immer guitige oogopslag als hij vraagt: “is de baas niet tuus?” Hij staat dan al met één voet op mijn droogloopmat en gluurt naar binnen.

Ik maan hem verder te komen en terwijl hij neerploft op een eetkamerstoel, antwoord ik dat G. om sinaasappels is. Op de markt. Dat kan buurmans goedkeuring wegdragen, sinaasappels zijn gezond. Hij haalt er zelf ook elke week een stuk of twintig. Op de markt, want daar zijn de beste te vinden. Toch blijft hij er enigszins peinzend bij kijken, alsof hij niet goed raad weet met de situatie nu G. niet thuis is. Dan haalt hij een matgouden doosje met het logo van een lokale bonbonwinkel uit de plastic tas tevoorschijn, dat hij resoluut mijn kant op schuift. “Voor joe”, spreekt hij, om enkele seconden later een fles Medoc 2011 op tafel te zetten. “En dit is voor de baas”.

Als ik acuut tegenwerpingen begin te maken, wuift hij vastbesloten alle bezwaren weg. “Niks ervan, geen flauwekul. Voort wat, hoort wat. Ik bin veels te blieje dat G. me vorige week gebracht heeft. Want dat kan ik echt niet meer, hoor. Alleen naar het ziekenhuis”. Buurman schudt zijn hoofd.

Ik pak z’n hand die steenkoud aanvoelt en herinner hem eraan dat we toch ooit afgesproken hebben dat we hulp bieden aan buren een volstrekt normale zaak vinden. Dat we dat graag doen. En dat daar helemaal niets tegenover hoeft te staan.

Ondertussen ritst buurman zijn parka open. Opgelaten zeg ik: “En dan met deze vreselijke kou, dan ga je toch niet de stad in? Dan moet je lekker warm binnen blijven”. Waarop buurman toont wat hij aan kleding draagt. “Kiek, hier zit nóg een jas onder, hoor! En een dikke trui. Een lange onderbroek met twee paar sokken. En handschoenen. Vroeger, toen was het koud als we op de boot zaten en het vroor twaalf graden. Als je dan thuis kwam en je kon je handen warmen, was je echt blieje. Bovendien kreeg ik opdracht van het tuusfront. Anders mocht ik niet meer binnenkomen, zei ze”. Buurman trekt een grijns van oor tot oor. Ik kan niet anders doen dan hem hoofdschuddend aankijken.

Gezondheid

“Gelukkig was het bij de dokter allemaal in orde, toch?” vraag ik.
“Alles goed. Gewoon doorgaan met alles.”
“En dat ene vaatje wat misschien nog verstopt zat, is daar nog iets over gezegd?”
“Ja, daar had hij het nog over en ik heb hem gezegd dat ik nu vier keer gedotterd ben en dat het genoeg geweest is. Flauwekul allemaal. Ik voel me goed. Het is wel prima met ze, ze kunnen zoveel zeggen. Allemaal om te verdienen. We kunnen nog steeds lekker eten, dat is veel belangrijker”, besluit buurman tevreden.

“Hoe is het eigenlijk met Corrie?”, informeer ik voorzichtig, denkend aan haar val van tien dagen geleden op de badkamervloer.
“O, dat gaat steeds beter. Ze gaat iedere dag een beetje meer vooruut. Vanmorgen is de kapper weer geweest, die komt elke vrijdag. En gisteren is ze om boodschapjes geweest. Niet de grote, hoor, want die doe ik elke week. Met m’n scooter. Maar dan haalt ze een plantje. Of iets lekkers voor bie de koffie, dat soort dingen. Ik bemoei me er nooit mee. Dat zijn vrouwenzaken en dat zoekt ze maar mooi uit.”

Moeizaam komt buurman uit zijn stoel omhoog. En dan opeens versnelt zijn pas en loopt hij richting voordeur.
“Nou, de groeten. We zien mekaar weer wel een keer”.

Zesennegentig. Daar gaat hij. De ex-mosselvisser uit Yerseke. Terug naar zijn vrouwtje, met wie hij dit jaar tweeënzeventig jaar is getrouwd. Een standvastige geest in een wankelbaar lichaam. Ik kijk hem na tot hij zijn eigen voordeur bereikt heeft. Daar aangekomen zwaaien we nog even naar elkaar, ten teken dat hij zijn bestemming goed heeft weten te bereiken.

Ik voel een glimlach rond mijn mond spelen. Het zijn vluchtige ontmoetingen, maar ze maken mijn dag. Dan voel ik me zo vreselijk nietig worden en schuift alles wat eerst zo belangrijk leek, naar de achtergrond. Want wat kan ik, als jonkie, nog veel leren van die twee. IJzeren discipline. Wilskracht. Zorgzaamheid en trouw. Goed voor jezelf blijven zorgen. Maar bovenal het blind durven vertrouwen op je eigen gevoel en intuïtie: het gaat zoals het gaat. Levenswijsheid voor op een tegeltje.

Snertweer

Erwtensoep

Maandag 24 februari 2014. Een strakblauwe hemel en meer dan twaalf graden op de thermometer. Korte rokjesjagers nemen aarzelend hun plaats in op de haastig in gereedheid gebrachte terrasjes. De lucht  is gevuld met de knisperende geur van een aanstormende lente. Alles en iedereen ontwaakt. Niks geen snertweer.

In huize Eetplezier wordt rond vijven de maaltijd voorbereid. En meteen ook maar voor morgen, gezien de overvolle agenda. Een éénpansmaaltijd. Misschien niet helemaal passend bij het huidige weerbeeld, maar in Nederland weet je het immers nooit. In minder dan een uur kan het stralende blauw omslaan in een somber grijs. Met druilerige regen. Spreek ik mezelf bemoedigend toe.

Ondertussen betreedt er iemand puffend de keuken, kijkt in de pan en daarna licht vertwijfeld naar mij. Zijn opgeheven vinger blijft hangen ergens tussen buik en voorhoofd. Kennelijk spreekt mijn strenge blik boekdelen.

Dinsdag 25 februari is er geen sprankje zon meer te bekennen. De wereld is behangen met een grauwsluier. Korte rokjes worden verwisseld voor lange broeken. Alle terrassen bieden een troosteloze aanblik. Ik trek mijn sjaal wat strakker, terwijl ik de miezerregen tergend langzaam via mijn nek naar beneden voel lopen en spreek mezelf opnieuw bemoedigend toe. Zie je wel, ik ben zo gek nog niet. Dat gaat vanavond nog best aardig smaken, zo’n extra gevuld erwtensoepje.

Erwtensoep

Hoor de wind waait

Hoor de wind waait

Buiten waait de wind om het huis. Het herinnert me aan mijn vroegste kinderjaren en de decemberavonden waarop ik luidkeels een aantal liedjes zong om de Goedheiligman vrijgevig te stemmen: ♫Hoor de wind waait, do-hoor de bó-men. Gerard Cox komt ook meteen voorbij. Maar de kachel staat te snorren op vier. En we hebben thee en waxinelichtjes van Verkáááde ♫

Zo gaat dat met geluk. Opeens is het er. En op datzelfde moment is het weer net zo snel gevlogen. Gewoon, omdat je je er van bewust bent. Blik op oneindig dus en wég met al dat mindfullness-gedoe.

Wegkruipen in mijn leeshoekje, terwijl in de keuken een bordje hangt “Man at work! Please, do not disturb” en de allerlaatste bladeren van dit jaar met huiveringwekkend geweld mijn ramen bestormen.

Kerstversiering. Menuplanning. Versierde kalkoenen. Tingeltangel. Glitterschitter. Engelenhaar. Inkijkjes in het leven van een demente moeder. “Er woont een steen in mijn hart”. Dromen. Staren. Windkracht 9. Stoere kerels bewaken de dijken. Fopkado’s en onzinversjes. Zwarte Pieten zonder kleur. Stilstaande treinen. Schakelen. Pap hangt zijn besneeuwde pet aan het haakje. Veegt ijspegels van zijn neus. “Mensen moeten kunnen reizen”. Plichtsbesef. No nonsense. Een beetje van vroeger. En een beetje van nu. ♫ Dank u, Sinterklaasje ♫ .

Regen in mei brengt armoe nabij

Regen in mei

Regen. Bakken. Pijpestelen. Emmers. Waterbommen. Ze hebben grijze gordijnen opgehangen buiten. Blijft dat weermasjien defect daarboven of hebben wij echt niet beter verdiend dan dit? Regen in mei. Armoe nabij.

De wanhoop nabij, kwetter ik veel te hard aan de ontbijttafel over nieuwe vazen, een make-up spiegeltje, een magimix nespresso, epilator, lipgloss, het nieuwe kookboek “A la mere de famille” dat ik nu echt aan wil schaffen etc. etc.

En wat doet een beetje deugdzame echtgenoot dan om nóg meer druilerigheid te voorkomen?  Die checkt de creditcards en doet zijn meisje (lees: meisjes) vrolijk uitgeleide. Het wordt vrijdag de koudste 17 mei sinds 1972 in Zeeland. Wij lezen 9,4 graden op de thermometer. Het mag de pret niet drukken.

Ji-haaaaaaa, shopping time! Zit  m’n jasje goed, zit m’n dasje goed, de vrouwtjes gaan op stap. Eerst maar eens lunchen. Tjee, wat is dat toch met dat eten altijd? We strijken neer in de brasserie van de Drvkkery. Eerst maar eens een pittig vissoepje. Om op te warmen.

Zullen we nog een bammetje nemen? Doe maar, want buiten hebben ze inmiddels een grijze, betonnen watermuur opgetrokken, die onze kooplust bijzonder aardig weet te temperen. De aantrekkingskracht van winkel-in, winkel-uit is voor een groot deel weggeëbd. De bruine boerenbam met groentekroket bevalt ons beter.

Na volledig gevoed en gelaafd te zijn, spurten we naar de dichtstbijzijnde elektro-toko. Ladyshave en nespressomasjientje behoeven weinig denk- of dubwerk, zodat we snel klaar zijn. Buiten hebben ze de ondoordringbare watermuur inmiddels weten te voorzien van een airco die ijskoude lucht verspreidt. Regen in mei is echt vreselijk! Brrrr, het is definitief gedaan met ons shopgenoegen. Snel naar warmer oorden.

Bikinilijnen in de sneeuw

Bikinilijnen

Ik heb eindeloos veel geduld, al zeg ik het zelf. Probeer altijd tolerant te zijn, niet te snel te oordelen en de aardse zaken die bij het leven horen, van de luchtige kant te benaderen. Want alles is relatief. Zonder zon geen schaduw, etc. Zonder zon ook geen bikinilijnen.

Maar als ik – en gelukkig ben ik niet alleen – na vijf maanden druilerige somberheid eindelijk eens een sprankje ZON wil voelen, gewoon omdat we daar met z’n allen zo broodnodig aan toe zijn en het gaat doodleuk sneeuwen, dan wordt het zelfs mij te veel. Herkent er iemand dit gevoel misschien?

Bikinilijnen in de sneeuw

Stampvoeten, naar het reisbureau hollen met in je hoofd 10 dagen Canarische Eilanden, alle wollen dekentjes die zich in je huis bevinden verzamelen om je er voor eeuwig in te wikkelen? Je beste pruilgezicht opzetten. Met een frons die door geen Botox-injectie meer valt weg te werken, een ketel water opzetten. Voor de meest hete thee die maar mogelijk is. Of een beker chocomel met scheepsladingen koekjes. Die allemaal op moeten. Je wegfrommelen in het verste hoekje van de bank. Om iedereen die te dicht in je buurt komt, toe te snauwen dat de bank van jou is. En van niemand anders. En ja, dat geldt óók voor de wollen dekentjes en de koekjes. Om nog maar te zwijgen over dat goud-glanzende doosje bonbons. Pas op, hoor. Van mij!

Om in deze gemoedstoestand sla te gaan eten, is zeer waarschijnlijk de Goden verzoeken. Maakt me mooi niet meer uit. De eerstkomende vijf dagen blijft het toch dekentjesweer volgens alle weervoorspellers. Dus husselde ik veldsla, eetrijpe avocado, zoete pruimtomaatjes en pittige feta door elkaar en at daarbij een heel stokbrood op. Met dikke lagen roomboter. Geeft niks. Want onder al die dekentjes zijn je love-handles toch voor iedereen onzichtbaar. Dag lieve mensen, ik kruip weer snel terug in mijn warme coconnetje ….