Appelcrumble op geheel andere wijze

Appelcrumble

Weten jullie nog hoe lang ik heb zitten tobben met het maken van een goede appelcrumble? Niet? Lees dan eens hier: Nell en het geheim van de kwaadaardige crumble

Maar nu, zoveel jaren later, gloort er plotseling hoop aan de horizon. Wat blijkt? Een handje havermout doet wonderen in zo’n kruimellaagje. Het geheel wordt lekker crunchy en wordt veel minder plakkerig. Heel wat beter dan al mijn vorige probeersels. Nou ja, misschien mag het op deze manier geen crumble meer heten, omdat het meer gaat lijken op een appel-plaatkoek, maar heeee: Eureka! Ik heb het gevonden!  “Appelcrumble op geheel andere wijze” verder lezen

Stadsbrouwerij De Koninck Antwerpen

Proefglaasjes bier stadsbrouwerij De Koninck

Net als vandaag trekken er op die bewuste zondag zware buien over Zeeland en is de wind toegenomen tot kracht 5. Geen dag om lekker lang aan het strand te liggen, dus trakteer ik G. op een unieke belevenis in Antwerpen. Tamelijk vroeg al reizen we op die zondag af naar de Antwerpse stadsbrouwerij De Koninck. Deze voormalige brouwerij is vorig jaar omgetoverd tot een uniek belevingscentrum. En, ook niet geheel onbelangrijk, deze belevenis is inclusief degustatie van drie De Koninck biertjes.

We zijn in drie kwartier ter plaatse. In 10 interactieve ruimtes ontdekken we de geschiedenis, de unieke link met de stad en het ontstaan van het iconische “bolleke” zoals het glas Koninck bier wordt genoemd. Het is een sterk staaltje entertainment. Kosten noch moeite zijn gespaard om alle ruimtes zintuiglijk te prikkelen. Zo is er bijvoorbeeld een bruin café anno 1930 nagemaakt.

oud cafe
Knap bedacht, leuk uitgevoerd, een wervelende carroussel die in rap tempo aan je voorbij trekt. Oppervlakkig vermaak in anderhalf uur. Meer is het niet. Ik mis uitvoeriger uitleg over de brouwprocessen van de diverse bieren. Zo’n digitaal mannetje die op een schermpje op een humoristische, maar vooral kinderlijke manier iets laat zien van het opstarten van een brouwproces, is voor mij, als leergierige foodie, echt iets te weinig.

IMG_2644
Wat we wel kunnen zien, is het hart van de brouwerij. Door middel van een brug die er doorheen loopt, kan ik de enorme ketels en bijbehorende apparatuur aanschouwen. Jammer genoeg ligt alles stil vanwege het weekend, maar op doordeweekse dagen is deze brouwerij volop in gebruik.

IMG_2643

Dan naderen we het proeflokaal! G. En ik ontvangen een “plankske” bier. Drie glaasjes met drie verschillende bieren. Links: het befaamde “bolleke”, in het midden de Triple Anvers en rechts een proefbrouwsel voor blond bier met duidelijke accenten van kardemom. Alledrie smaken ze meer dan uitstekend. Vooral omdat G. en ik er buitengewoon lekkere kaasblokjes van kaasmeester Van Tricht bij nuttigen: de comté. Een kaasje met een ongeëvenaarde aromatische rijkdom, dat prima past bij de gepresenteerde glaasjes.

Degustatie Koninck bieren

Hoe komt Van Tricht bij een bierbrouwerij als deze terecht?
Toen in 2012 bleek dat de brouwerij een ruimte vrij kreeg naast de nieuwe brouwzaal, werd dit gedeelte omgebouwd tot acht nieuwe rijpingskamers voor de kazen van Van Tricht. Van Tricht was al een tijdje op zoek naar een ruime locatie om hun kazen te laten rijpen en te bewaren. Vader en zoon Van Tricht leveren sinds jaar en dag aan bijna alle klasse restaurants in binnen- en buitenland en werden in 2010 door de Wall Street Journal uitgeroepen tot de beste kaasaffineur van Europa.

Van Tricht kaasmeester

Naast het vakmanschap van deze kaasmeester zijn er echter nog meer ambachten ondergebracht bij brouwerij De Koninck.
Luc De Laet, beenhouwer in hart en nieren en van kinds af gepassioneerd om een eigen slagerij te openen, heeft ook een stek aan de Mechelsesteenweg. Het verhaal van Luc De Laet is er eentje van goesting, hard werken en ferme portie gezonde ambitie. Slagerij De Laet staat al heel wat jaren gekend voor pure kwaliteit en inspirerend vakmanschap. Ik kijk mijn ogen uit bij deze slager. Vlees vanuit heel Europa hangt te drogen, zelfs het beroemde Wagyu beef heeft hij in huis. En nee, ik ben geen groot vleesliefhebber meer, maar een goed gerijpt stukje kwaliteitsvlees gaat er altijd nog wel in.

The Butcher's Store 1
The Butcher's Store 2
Als laatste ontdek ik Jitsk, een chocolatier. Onovertroffen chocolade uit Madagascar met verrukkelijke vullingen. Deze 25-jarige chocolatier reisde de wereld rond met zijn chocoladecreaties. Jitsk is piepjong, maar enorm gepassioneerd en ambitieus. Een meester-chocolatier met een hart voor pure smaken. De bonbonnetjes zijn klein, ontdaan van onnodige opsmuk, maar de liefde voor het product is te duidelijk proeven.

Jitsk Chocolates werd onlangs door Gault&Millau uitgeroepen tot “Ontdekking van het jaar” onder de chocolatiers en werd opgenomen in hun allereerste gids voor Chocolade en Patisserie. Na dit bezoek zwerven we nog wat verder in Antwerpen. En opnieuw valt ons de geweldige gastvrijheid op van onze zuiderburen. Altijd even vriendelijk, niets lijkt een probleem. Love you al!

N.B. Ik word niet gesponsord om dit artikel te publiceren. Bovendien heb ik geen enkele commerciële connectie met Stadsbrouwerij de Koninck en/of de bedrijfsvoerders hiervan. Ik schrijf slechts over zaken die mij persoonlijk in beroering brengen.

Jitsk

Italiaanse delicatessen

Pomino Italiaanse delicatessen

Het leven is een onweerstaanbaar fijn feestje. Alleen zakken de slingers zo af en toe naar beneden. Dan moet je even de trap op en de vrolijk gekleurde feestguirlandes opnieuw zelf ophangen. Met dat laatste heb ik niet zoveel moeite, omdat ik nu eenmaal geen doemdenker ben. Op zulke momenten kies ik gretig de juiste uitgangspositie, graai mijn gereedschap bijeen en dompel me, zonder enige vorm van gêne of schuldgevoel, volledig onder in een shopaholic-roes. Niets overtuigender voor het “volle leven” dan een rijkgevulde boodschappenmand en een lege portemonnee.

Italiaanse lekkernijen

Een feestje in Italiaanse stijl werd het dit keer. Bij Pomino Italiaanse Delicatessen kocht ik o.a.:

Papardelle. Al zo vaak naar gezocht en nooit gevonden in mijn buurt. Nu de lente nadert wil ik daar een fijn primavera gerechtje van maken. Met veel groene, lichte tinten. Verse doperwtjes, groene asperges. Dat soort dingen.

Twee tubes Mutti dubbel geconcentreerde tomatenpuree. De lekkerste volgens kenners. Eindelijk gevonden.

Blik San Marzano tomaten. Overal in te gebruiken.

Taggiasche olijven. Ik krijg het nooit uitgesproken. Maar dat het de meest lekkere olijven zijn, weet ik al heel lang. Fijn spul om op te peuzelen tijdens de zamibo (zaterdagmiddagborrel).

Hazelnoten. De enige échte, uit Piëmonte. Het ultieme ingrediënt voor het beroemde hazelnootijs van Kees Raats. Ik maak het vaker. De truc is de hazelnoten te roosteren, meteen te verpulveren om daarna direct toe te voegen aan de warme melk. Op die manier geven ze de meeste smaak af en krijg je ijs een heerlijke, aromatische hazelnootsmaak.

Zes flesjes San Bitter Rosso. Een niet-alcoholische drank, verwant aan Crodino. Ik drink het graag als het alcoholpercentage in mijn bloed nog niet volledig verdampt is na de nodige, eerder genuttigde versnaperingen.

Potje Mostarda di Cremona. Dit is gekonfijt fruit in een gekruide, zoete siroop met toevoeging van mosterdpoeder. Het resultaat is een kleurrijk geheel met een intense smaak van mosterd en zoete gesuikerde vruchten. Mostarda wordt vooral gegeten met gekookt vlees (bollito misto) maar is ook heerlijk bij kaas.

Italiaanse delicatessen

Op bezoek bij Robèrt van Beckhoven

Wie aan Brabant denkt, denkt aan goedlachse, gemoedelijke personen, vaak voorzien van een postuur waaraan Bourgondische karaktertrekken zijn toe te wijzen. De meeste Brabanders weten zich fluitend door het leven te manoeuvreren. Er is altijd tijd voor een beetje vermaak. Er is altijd ruimte en tijd om gezellig bij elkaar te kruipen en een potje te owh’en. Met eten in geruststellende hoeveelheden in de nabijheid en drank die uit flesjes komt, maar liever nog uit de thuistap. Het kan allemaal in het Brabantse land.

Wat vergeet ik dan nog te vermelden? Jawel, hét onlosmakelijk met Brabant verbonden symbool, namelijk het worstenbrood. Sinds kort staat deze typische lekkernij op de lijst van immaterieel erfgoed van de Unesco. Je verzint het niet. In mijn van oorsprong Brabantse DNA erfgoed zat het worstenbroodje allang ingebakken. Zolang ik me kan herinneren werd het vroeger bij ons thuis gegeten.

Op zaterdagavond bijvoorbeeld, als ons mam het zich gemakkelijk maakte met koken en er na de soep nog ruimte genoeg was voor een broodje. Of wanneer de kamer blauw stond van de rook die de verjaardagsvisite, gezeten om de zware kloostertafel met het pluchen kleed, gedurende enkele uren vrolijk bleef uitblazen terwijl er met enig vertoon van misplaatste competitiedrang luidruchtig werd gekaart. Petoeten of rikken zal het geweest zijn, boerse Brabantse kaartspelen. Klaverjassen of bridgen was voor de semi-intellectuelen.

Worstenbrood en worstenbrood

Voor iedereen boven de Grote Rivieren behoeft het broodje misschien enige uitleg. Er is worstenbrood en worstenbrood. De ene soort zijn staafjes worst omhuld met bladerdeeg (uit onwetendheid door veel mensen ook worstenbrood genoemd) en er zijn staafjes worst die teder en liefdevol in een zacht witbrooddeegje worden gevleid. Dat zijn de echte. En dan is er zelfs nog een derde variant: de broodjes die door een Meester Boulanger worden gemaakt, zoals Robèrt van Beckhoven. Zelfs een onvervalste worstenbroodsnoeper als ik waant zich in hogere sferen bij elke hap. Zó welgevormd en mals-zacht, zó onweerstaanbaar delicaat van smaak. Exact zoals een goed broodje hoort te zijn.

Leerfabriek

Oké, oké, genoeg wierook over de worstenbroodjes gezwengeld nu. Die zijn lekker, maar er is meer te beleven bij deze meesterbakker. Op die bewuste druilerige woensdagmiddag bevind ik mij in Oisterwijk, in de voormalige Leerfabriek KVL, waar thans de bakkerij, de lesruimten én de winkel van Robèrt (bekend als jurylid van Heel Holland Bakt) te vinden zijn. Het is allemaal effe zoeken, omdat de schreeuwerige, vaak lelijke, welkoms- of reclameborden ontbreken. Uiteindelijk weet ik toch de voordeur van de voormalige fabriek te vinden.

Zo’n industrieel vormgegeven gebouw doet in zijn algemeenheid altijd een beetje kouwelijk aan, behalve dan wanneer de welriekende, zoete bakluchten je bij binnenkomst direct tegemoet drijven. Het ruikt er heerlijk, daar in de voormalige Leerfabriek. Als ik goed snuffel, meen ik de geur van rozijnenbrood te bespeuren. Enfin, al snel ontdek ik waar het allemaal plaatsvindt en sla rechtsaf de lange gang in.

Jongens en meisjes patissiers

Door de hoge glazen wand zie ik de jongens en meisjes van de bakkerij aan het werk. Van fondant uitrollen tot paaseieren gieten, van patisserie decoreren tot brooddeeg opbollen. In één lange rij passeren ze mijn geestesoog, waarna ik tot stilstand kom in de winkel. Een strakke, witte ruimte waarin de meest verrukkelijke patisserie staat uitgestald, aangevuld met brood en koekjes van eigen deeg. Oeps, hier is zelfbeheersing nodig, ik voel het direct. Maar goed, als je dan toch eenmaal bij deze Meester Boulanger bent aangekomen, ga je natuurlijk niet weg alvorens het een en ander ingeslagen te hebben.
Vitrine met patisserie bij Robèrt van Beckhoven
Tijdens het kiezen word ik enthousiast te woord gestaan door Gijs, die me tot in detail weet te vertellen welke ingrediënten gebruikt zijn in de diverse producten. Ik kies voor een aantal verfijnd uitziende taartjes (hazelnootprogress en lemon meringue) en wel vier verschillende broden, waaronder Abdijbrood waarin bier verwerkt is. Nog een paar zakjes zoute lekkernijen en natuurlijk gaat er ook een lading van de befaamde worstenbroodjes mee terug naar Zeeland. O ja, en de bonbons niet vergeten! Verlekkerd bekijk ik de ruime sortering zelfgebakken koekjes, maar gelukkig weet G. me net op tijd te vertellen dat we niet tonnetjerond hoeven te worden.

Meester

Robèrt is naast Meester Boulanger ook Meester Patissier en heeft bijna alle titels op zijn vakgebied al gehaald. Maar Robèrt zou Robèrt niet zijn als hij zijn aard als Bourgondische Brabander niet levend zou houden door zijn passie met anderen te delen. Dat doet hij niet alleen door zijn tv-presentaties bij HHB en omroep Max, maar tevens door zijn vakkennis over te dragen op amateur bakkunstenaars tijdens de vele workshops brood en patisserie. Onder zijn bezielende leiding worden deze cursussen een ware belevenis. Er is een groot aanbod, voor zowel de beginnende als de gevorderde bakkers/baksters. Aan mij is het helaas allemaal niet besteed, ik ben een kluns van de bovenste plank en houd mij vooralsnog slechts bezig met het nuttigen van al dat Brabantse lekkers.

N.B. Ik word niet gesponsord om dit artikel te publiceren. Bovendien heb ik geen enkele commerciële connectie met de winkel Bij Robèrt en/of de bedrijfsvoerders hiervan. Ik schrijf slechts over zaken die mij persoonlijk in beroering brengen.

 

Biologische kwekerij Zuidbos – Noordgouwe

Als ik om half elf het erf van biologische kwekerij Zuidbos betreed, staat het er al vol met mensen, die voorzichtig de gekochte waar in hun rieten mand of tas laten vlijen. Iedereen uit de buurt weet het inmiddels: hier is vers, écht vers. Op de sla zie je de dauwdruppels nog glinsteren, het groen van de worteltjes is als een ragfijn haakwerkje en de radijsjes blozen je tegemoet. Het meeste wat ze verkopen, is diezelfde morgen van het land gehaald en soms wordt er zelfs – op aanvraag – even voor je gekeken of er toevallig nog een bosje of kropje geoogst kan worden. Kom daar maar eens om bij meneer Appie!

Kwekerij Zuidbos winkel

Geertje en Ad schoffelen wat af op hun 1,5 ha tellende land met een wisselend aanbod aan groenten. Op jaarbasis zijn dat zo’n 70 à 80 soorten. Bovendien is er dan nog de koude kas van 2000 m², waarin de boontjes, pepers, tomaten, aubergines en komkommers welig tieren. Elk gewas kent zijn zo eigen ongedierte en die dienen allemaal op hun eigen wijze bestreden te worden. Slakken, luizen, koolvliegen, rupsen. Zijn er te veel van, dan wordt het gewas finaal opgegeten en valt er weinig te oogsten.

Dit houdt in dat Geertje en Ad elke dag al hun gewassen nauwlettend in de gaten moeten houden. Elk vliegje of beestje wordt bekeken en op de juiste wijze bestreden. Alles gebeurt handmatig, want bestrijdingsmiddelen zijn op een biologische kwekerij vanzelfsprekend uit den boze. Maar Geertje en Ad doen het graag en houden met liefde vast aan hun filosofie: voedsel dient zo puur en eerlijk mogelijk te zijn. Dat je dat proeft is mij intussen wel duidelijk. De sla is botermals, de tomaten heerlijk zoet en de boontjes lekker knapperig.

Vandaag geeft Geertje mij een rondleiding door de tuin en de kas. Met zichtbaar enthousiasme vertelt ze over de gestaag groeiende courgettes. Kijk eens hoe prachtig ze er bij staan.

Kwekerij Zuidbos courgettebloem

In de kas hangen de komkommers er fantastisch bij.

Komkommerplanten kwekerij ZuidbosEn ook de aubergines zijn hard op weg volwassen exemplaren te worden.

Aubergineplanten kwekerij Zuidbos

Het is een eldorado aan groenten daar bij kwekerij Zuidbos. Teveel om allemaal te laten zien. Van dunne jonge preitjes tot dikke kroppen sla. Van op barsten staande tuinbonen tot tere raapsteeltjes. Jullie kunnen het allemaal zelf gaan bezichtigen. De openingstijden zijn:
donderdag van 13.00  tot 17.00 uur
vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur
zaterdag van 10.00  tot 14.00 uur

Op zaterdag is er zelfs een complete biologische markt op het erf, inclusief een ruim assortiment binnen- en buitenlandse kazen, zuivelproducten, vlees en vleeswaren, droog & kruidenierswaren, Italiaanse specialiteiten, brood & gebak, en huidverzorging.

Kwekerij Zuidbos is een door SKAL erkend eko-bedrijf.
Zuidbosweg 17
Noordgouwe

N.B. Ik word niet gesponsord om dit artikel te publiceren. Bovendien heb ik geen enkele commerciële connectie met kwekerij Zuidbos en/of de bedrijfsvoerders hiervan. Ik schrijf slechts over zaken die mij persoonlijk in beroering brengen.

 

Gin en Tonic revival

Glas gin en tonic met appelschijfje en fles Caorunn gin

Tis een hype. Gin en tonic. Iedereen kent het. Iedereen wil het. Want niemand wil achterblijven. Zoals Pisang Ambon in de 80’er jaren ook héél gewoon was om te drinken. Niks bijzonders. Wij dronken het met z’n allen als limonade.  Als je dit mierzoete, gifgroene spulletje echter anno 2015 nog in je glas durft te hebben ben je ofwel van de pad geraakt ofwel voor eeuwig vast blijven plakken in je met visnetten en druipkaarsen gelardeerde retro-herinneringen.

Enfin, gin-tonic dus. Deze mevrouw had er al te veel en te vaak loftuitingen over gehoord. Ja, ik weet het mensen, deze gin-tonic revival speelt al weer een tijdje, maar ik verschuil mij graag achter Zeelands veilige zeewering. Daar is geen plaats voor hippe flauwekul. Daar moet gewaakt en gewerkt worden.

Nu weten mijn gewaardeerde lezers waarschijnlijk ook dat ik een fervent wijndrinker ben, maar misschien weten ze nog niet dat ik beslist geen liefhebber ben van mengsels die meer dan 25% alcohol bevatten. Een miniglaasje Grand Marnier of Drambuie als digestief gaat nog net, daarna houdt het echt op. Zou ik hierin te ver gaan dan komen er kwade geesten in mij naar boven en dat is iets wat mijn omgeving bepaald niet weet te appreciëren.

Om in de flow van de hype mee te kunnen zeilen, moest ik dus allereerst een denkomslag zien te maken. Dat ging vrij simpel. Gin is weliswaar een sterk goedje, maar – zo suste ik mijn geweten – het wordt gemixt, dus lijkt het alcoholpercentage plots heel wat minder. Bovendien zou ik de alom gehanteerde verhouding 1:4, heel gemakkelijk kunnen wijzigen in 1:5. Of zelfs naar 1:6. Dat scheelt meteen weer een ferme slok op de spreekwoordelijke borrel.

Gin en tonic

Ook al had ik geen flauw benul hoe gin zou smaken, laat staan gemengd met tonic, inmiddels had ik van veel kanten vernomen dat je er allerlei smaakmakers in kunt kieperen, zoals citroenschilletjes, komkommerplakjes, jeneverbessen of kardemompeulen. Complete botanische tuinen kun je er in kwijt, dus voor mijn smaak zou er vast een passende creatie te bedenken zijn. Dat laatste was genoeg om de doorslag te geven. Jufje Eetplezier ging om gin. En om tonic.

Daar had ik een slijter voor nodig. Een goeie. Met verstand van zaken en heul veul flessen met allerhande alcoholische lekkernijen onder de kurk. In het uiterste zuiden van Zeeland zit zo iemand. Petra de Boevere, bekend van haar boeken “Het meisje van de slijterij” en “Durf te doen”, runt in Sluis slijterij De Vuurtoren waar je met gemak een dag in kunt doorbrengen. Zoveel is er te bekijken. Petra is een onderneemster in hart en nieren, weet als geen ander met (toekomstige) klanten om te gaan, heeft een sterk gevoel voor horizonverbreding en is ook nog eens meester-vinoloog.

Met enige regelmaat zet ze nieuwe producten in de markt. De nu al beruchte Zeeuwierjenever is daar een mooi voorbeeld van. Regelmatig rijden mensen honderden kilometers heen en terug om de Zeeuwse slijterij nu eens in het echt te bezoeken. Gelukkig woon ik al in Zeeland, dus was het slechts een klein endje rijden voor me. Sinds de komst van de Westerscheldetunnel is ook Zeeuws-Vlaanderen voor iedereen gemakkelijk bereikbaar.

In Sluis was het druk. Erg druk, zo werd mij later uitgelegd, omdat het geen strandweer was. Met temperaturen rond de 14 graden blijkt Sluis met zijn vele winkeltjes en eetgelegenheden een grote aantrekkingskracht uit te oefenen.

Proeverij

Van Petra mocht ik verschillende gins proeven. Gin is een sterke drank, verkregen door distillatie van een vergist graan, waaraan tijdens het distillatieproces kruiden en specerijen zijn toegevoegd. Sommige hadden dan ook een duidelijke citrussmaak, bij andere overheerste echt de smaak van jeneverbes. Uiteindelijk kwam ik uit op de van oorsprong Schotse Caorunn, een gin waarbij ik hinten van appel meende te proeven.
Lekker fris, vonden zowel G. als ik. Een juiste tonic, zoals Fever Tree of Fentimans, zorgt voor een ultieme mix van smaken.

Na de proeverij snuffelde ik uitgebreid door de grote collectie wijnen. En ik blééf maar op de toonbank zetten: een fijn flesje Pouilly Fumé, een Gruner Veltliner, een Vermentino en zo nog een aantal. Waarna ik dacht G. enigszins beteuterd te zien kijken toen hij mocht afrekenen. Nou ja, over een tijdje is ook hij dat vast weer vergeten als we zitten te genieten van al dat kostbare vocht.

Voor nu staat er eerst een klassieke Gin en Tonic op het menu. Er gaat een partje appel bij voor een extra smaaktoevoeging. We proeven, eerst nog voorzichtig, maar later gevolgd door ferme slokken. Tevreden slobberen we ons glas leeg en kijken elkaar onderzoekend aan. Gaan we mee in de hype? Ja, seinen onze ogen. Niet elke dag, dat zou zonde zijn van al die mooie wijnen die nog liggen te wachten, maar om zo af en toe af te wisselen, zeg ik DOEN!

Glas gin en tonic met appelschijfje en fles Caorunn gin