When life gives you lemons

If life gives you lemons

In mijn leven bestaan er twee spelbrekers. Twee. Niet veel, hoor ik jullie denken. Dat is ook zo. Van nature zie ik de glazen altijd halfvol, dus is mijn stellige overtuiging dat het aantal indringers die het spel weten te bederven, nog reuze meevalt.

Mijn vijandelijk gezinde medespelers in het leven van alledag bestaan uit twee componenten, te weten het Hollandse weer (hoe banaal het ook mag klinken) én mijn eigen lijf (ook dat is voor veel mensen een dusdanig vertrouwd mechanisme dat het niet snel als storend wordt ervaren). Als één van hen komt opdagen, is er nog weinig aan de hand. Een stralende zon aan een hemelsblauw firmament met aangename temperaturen, kan de strijd met een lichaam vol ongerief en  pijn wel aan. Andersom ook: opgewekt trotseer ik met een weldadig en soepel aanvoelend bewegingsapparaat, venijnige oostenwinden of miezerige regengordijnen. 

“When life gives you lemons” verder lezen

Parfum wat is jouw favoriete geurtje?

Parfum

Niets roept zoveel sterke herinneringen en associaties op als een bedwelmende geur. Denk maar eens aan het pellen van een citrusvrucht of het parfum van een geliefde. Ik ben een echte geurtjesaddict. Vies vind ik vaak ook echt vies, wat ik heerlijk vind om aan te snuffelen, blijft dat ook voor altijd. 

Het waren de Grieken die de lekkere luchtjes van vandaag introduceerden als gebruik voor het dagelijkse leven. Deze (vaak kostbare) parfums waren zwaar door de toevoeging van mirre en dierlijke geuren als muskus. Wie kent niet de befaamde kleine flesjes Musk of Patchouli uit de jaren ‘60, de beruchte hippiejaren? “Parfum wat is jouw favoriete geurtje?” verder lezen

Histamine intolerantie

Histamine intolerantie

Op een goede dag viel het kwartje in huize Eetplezier. Na een aantal jaren van kwalijkheden op lichamelijk gebied, welke in de vroege morgen luidruchtig en voorzien van enige theatrale expressie werden verkondigd aan de ontbijttafel, begon er een vaag licht te schijnen aan de horizon.

Het begon met een door mij gulzig verorberde Elzasser zuurkoolschotel. Ik ben er dol op en maak (en eet) het dan ook dubbele hoeveelheden. De dag erna toonde een leden pop energieker dan ik.  Slap, futloos, snotterig, met darmkrampen en een lichte hoofdpijn worstelde ik me door de dag. Ik zag nog geen enkel verband met de genoten maaltijd.  “Histamine intolerantie” verder lezen

Obstacle week

Obstacle week

Het was me het weekje weer wel. “Met hindernissen”, zoals mam altijd placht te zeggen. Obstacle is het moderne woord voor iets wat weliswaar hinderlijk is, maar ergens toch ook vermakelijk. Het vermakelijke heb ik zo snel niet kunnen vinden. Het begon allemaal met een vervelend gevoel ergens daar onderaan op mijn rug, dicht bij een opening waar we met z’n allen liever niet over praten. “Obstacle week” verder lezen

Koude voeten en wat er aan te doen?

Koude voeten beenwarmers

Vrouwen hebben altijd koude voeten. Het is een wetmatigheid waar volgens vele mannen niet aan te tornen valt. Mijn fysio-therapeut is de overtuiging toegedaan dat het allemaal te maken heeft met de toestroom van energie naar de baarmoeder. Sowieso vraagt het verwarmen van je lichaam om energie. Energie is echter uitputtend. Het moet zich al over zoveel organen, weefsels en spieren verdelen, dus ooit is het gedaan met de hoeveelheid warmte. Mannen hebben zo’n kinderherberg niet in hun lijf, verliezen geen energie en hebben dus minder last van koude voeten. Klinkt heel plausibel allemaal, nietwaar?

En omdat vrouwen ook altijd veel te veel in de weer zijn met crash-diëten, eten ze soms simpelweg te weinig of niet het juiste om voldoende energie te vergaren. Tel daar een eenvoudige verkoudheid bij op, die vele kW’s aan energie opslokt en hoppa: weldra verschijnen de bontgekleurde wollen breiseltjes om vrouw’s verkleumde achterpootjes.

Tot zover de theorie. Het valt allemaal wel mee, zou je zeggen. Aangezien ik zelf ook van het vrouwelijke soort ben, weet ik intussen dat het knap lastig aan kan voelen, van die door- en door ijskoude onderdanen. Als de eerste tekenen van het najaar zich aankondigen, gaat wat mij betreft de centrale verwarming aan. Dat leidt tot onherroepelijke vergeldingsacties van mijn mannelijke huisgenoot. Uit met dat ding! Het zweet staat op zijn hoofd! Ben ik nou helemaal en zo. Oké, hij heeft gelijk, ik sla weleens door als ik eenmaal kou begin te krijgen. Omdat ik inmiddels weet dat, wanneer de kou eenmaal mijn onderrug heeft weten te bereiken, mijn voeten binnen no-time aan gaan voelen als diepgevroren ijsklompjes. Om daarmee naar bed te gaan, voelt als liggen in een ijskoud Arctisch gebied. Waar ik vervolgens ook mijn bedgenoot mee belast. En laten we eerlijk zijn: een bed waarin twee personen liggen, is toch in feite bedoeld voor ehhhh, laten we zeggen enigszins warmere activiteiten dan ronddobberen in een bad vol ijsklontje.

Maar vrouwtje Eetplezier dacht na en kwam tot de volgende oplossing. Na de elektrische dekentjes, voetenzakken en andersoortig verwarmend materiaal, gaat zij aan de beenwarmers! Lachen jullie maar, het lijkt mij vooralsnog een effectieve oplossing. Natuurlijk is het van oorsprong een accessoire dat toebehoort aan de categorie jong, wild en swingend, maar het gaat nu even om de functionaliteit, nietwaar? Misschien kan ik ermee voorkomen dat de onderdanen koud zijn, voordat ik het zelf in de gaten krijg. Probleem was wel of ik die dingen kon kopen die aan mijn verwachtingen zouden voldoen. Voor zo’n oud exemplaar als ik is het niet snel goed. Dat bleek ook al heel snel in de praktijk.

Koude voeten en wat er aan te doen?

Goede raad was duur. Komt de berg niet naar Mozes etc … Ik kocht mijzelvers een zgn. loombreiring, inclusief bollen wol in de gewenste kleuren en ging welgemoed aan de slag om mijn beenwarmertjes zelf te breien. Volgens de mevrouw van de handige-handjes-winkel kon er niets mislukken. Het was eenvoudiger dan punniken. Nu weet ik gelukkig dat mijn creatief-artistieke vaardigheden niet op een erg hoog peil staan, dus de verwachtingen waren niet al te hoog gespannen. Toen de loomring dan ook in de prullenbak belandde, was dat niet echt een verrassing. Hoe vreemd het ook klinkt: de ouderwetse breipennen leken mij beter te bevallen. En nu ben ik zover dat de opzetsteken op de rondbreinaald staan. Klaar voor de start!

G. loert elke dag even naar het povere breiwerkje en meent dan cynische opmerkingen te moeten plaatsen als “het schiet al lekker op” en “lekker warme voeten zeker?”. Dat schiet altijd (ik herhaal al-tijd) in het verkeerde keelgat. Niet-eenvoudige klusjes als deze vragen toewijding en geduld. Fluister ik mezelf plechtig toe. En in de tussenliggende tijd mag G. gewoon zijn aangeboren wantrouwen aangaande mijn creatieve behendigheid op mij blijven botvieren. Want daar krijg ik het telkens weer warm van. Errug warm.

Koude voeten beenwarmers

Spijsvertering met kuren

Spijsvertering met kuren

Laat ik beginnen met te zeggen dat de volgende post voor jullie misschien een beetje merkwaardig over kan komen. Een blog over het klaarblijkelijk eeuwigdurende plezier in eten en drinken en dan nu aankomen met een onderwerp dat daar mijlenver vandaan ligt. Tsja, het is niet anders, mensen. Time flies. Wat gisteren nog actueel was, kan vandaag alweer sleets zijn. O ja, er is nog steeds volop Eetplezier; alleen zo af en toe met wat euh … haperingen, laat ik het zo formuleren. Toen ik voor de eerste keer deze spijsvertering met kuren Onthullingen deed tegenover mijn moeder, ontspon zich het volgende.

“Nu voel ik me beter dan vijfentwintig jaar geleden”, zegt mam, terwijl we samen de afwas doen in ons buitenhuisje. “Beter in mijn buik vooral”. Samen laten we herinneringen de revue passeren aan haar spijsvertering met kuren: dat zij tijdens een gepland etentje weinig honger had en vaak al zat te puffen bij een iets te vol bord. Geen overzicht, klaagde ze dan. De borden waren altijd te groot, het eten te gekruid en haar tafelgenoten leken verdorie wel hollebollegijzen. Hoe kregen ze het in vredesnaam allemaal weggewerkt? Mam zelf zat intussen, als toonbeeld van een verdwaasde anorexia-patiënt, haar eten maar een beetje heen en weer te schuiven.

Altijd werd het feestgevoel overschaduwd door het zichtbaar lijden van mam. Het drukte voor mij, als jong-volwassene, toch min of meer de pret dat bij een samen-zijn hoort. Waarom kon ze nooit eens voluit meegenieten? Wat was dat toch met die ingewanden van haar? Zat er iets tussen haar oren, waar ze geen kant mee op kon? Warren het onderdrukte emoties? En nu ben ik op dezelfde leeftijd als zij destijds. Met dezelfde eigenaardigheden moet ik helaas vaststellen. Gauw verzadigd. Veel lucht. Altijd spanning in en rond de buikstreek, die toeneemt als er écht spannende zaken op de playlist staan. Oké, ik weet me beter te beheersen en laat me min of meer leiden door een verbeten soort van doorzettingsvermogen. Of dat in mijn voordeel werkt? Ik betwijfel het.

Spijsvertering met kuren

En natuurlijk ben ik niet mijn moeder. Ander tijdperk. Ander mens. Waar mam als een vooroorlogs persoon door het leven moest, ben ik toch meer van het eigentijdse, pragmatische zoeken naar oplossingen. Dus schrapte ik eerst alle zuivel uit mijn voedingspatroon. Want zuivel, ja, daar waren alle voedingsgoeroes het zo langzamerhand wel over eens: een uitstekend product ter promotie van de Nederlandse melkindustrie, maar voor menselijke consumptie niet echt geschikt.

Slijmvormend vanwege de caseïne in koemelk. Dit stofje maakt histamine aan, waardoor er niet alleen slijmvorming optreedt, maar dat ook nog eens kan zorgen voor allerlei allergische reacties. Bovendien kan het zorgen voor een lactose-intolerantie, dat op zijn beurt weer behoorlijke problemen kan opleveren voor een gezonde darmflora. Nu was ik al geen fan van pure melk en ook de puddinkjes en vla’tjes behoorden niet tot mijn meest favoriete voedingsmiddelen. Ik at het omdat ik dacht dat het gezond was.

Nadat de zuivel een half jaar lang uit het dagelijks eetpatroon verbannen was, bleven mijn ingewanden gewoon doorjammeren. Luchtbelletje van formaat, vaak naar het toilet, niet echt lekker door kunnen eten, een gevoel alsof ik een zwangere buik voort moest torsen … och, och, ik voelde me bij tijd en wijle net mam. Niet altijd, maar toch.

Tarwe als boosdoener

Toen ontstond het idee van de Broodbuik. Misschien kon ik wel niet meer tegen tarwe. Geen idee. Ik verdiepte me in de materie en las dat er wereldwijd ongeveer 700 miljoen ton tarwe wordt verbouwd. Door allerlei veredelingsmethoden heeft onze moderne tarwe niets meer van doen met het aloude oergraan. De oorspronkelijke genetische samenstelling is in korte tijd dusdanig gemodificeerd dat het volledig verschilt van de tarwe van vroeger. Doel: meer opbrengst uit één hectare. Dat de menselijke spijsvertering en fysiologie zich wellicht niet snel genoeg had kunnen aanpassen aan deze veranderingen, werd gemakshalve maar buiten beschouwing gelaten. Het doel heiligt alle middelen tenslotte.

In de moderne tarwe zit een nieuw eiwit: gliadine. Gliadine is het eiwitcomponent in gluten. Deze geeft, net als glutenine, elasticiteit aan de producten waar het in zit zoals het meel waarvan brood gemaakt wordt. Hoe meer gluten het meel bevat, hoe steviger het brood wordt. Gliadine zat van nature niet in tarwe, dit is naar verhouding nog een redelijk nieuw eiwitcomponent. Nu ben ik niet zo’n type dat al die moderne hocus-pocus aanhangt, maar als je een kwaal hebt, wil je er het liefst zo snel mogelijk vanaf en is elke strohalm er één. Dus at ik een tijdlang speltboterhammen. Ach, niks mis mee, best te eten, hoor. Geen probleem. Alleen was het niet zo dat mijn ingewanden ook meteen een feestje gaven. Dat wil zeggen: ik merkte weinig verschil.

Geen fruit na de maaltijd

Goed. Het piekeren (lees: logisch nadenken) hervatte zich. Ook begon ik een eetdagboek bij te houden. Ik moest er toch achter kunnen komen wat me precies triggerde? Nu ben ik van huis uit opgegroeid met het regelmatig eten van fruit. Ik lust ook echt alles. Als het maar smaak heeft. Helaas mankeert het daar de laatste tijd nogal aan. Dat terzijde. Fruit dus. Ik eet het vaak na de lunch of de warme maaltijd. Tot ik er via mijn eetdagboekje achter kwam, dat dat me niet altijd (zeg: nooit) beviel. Ook daar ging ik me in verdiepen. En wat schrijven de geleerden? Fruit direct nà een maaltijd zorgt voor gisting.

Ergens wel te verklaren, hoewel ik er eerder eigenlijk nooit iets van gemerkt had. Maar een lichaam van 60 is zoetjesaan aan het degenereren, produceert minder verteringsezymen etc, dus plande ik mijn fruithapje braaf in tussen de maaltijden door. Zonder effect overigens. Het lijkt er echter wel op dat ik beter gedij, als ik een dag of wat het fruit oversla. Dat wil ik dus niet. Fruit en groenten hóren voor mij bij: gezond! Ik kan en wil absoluut niet zonder.

Wat nu? Goeie vraag. Naar de diëtist? Naar de huisarts? De hypnotherapeut? Geen van beide opties hebben mijn voorkeur. Het geeft allemaal zo’n rompslomp. Voor je het weet zit je in de “witte molen” en wordt je honderdduizend rondjes meegezwierd in iets waar je helemaal geen energie in wilt stoppen. Aan de (commerciële) probiotica dan maar? In beginsel sta ik ook daar erg sceptisch tegenover. Maar kijk, dan komt nu het grote voordeel van een blog om de hoek kijken.

Dit stukje wordt door veel mensen gelezen. Veel van jullie ken ik van eerdere contacten of reacties. Dat is fijn, want het schept een band. Het is dan ook juist daarom dat ik een beroep op jullie kennis/ervaring durf te doen. Wie kan/wil mij een (voedings)advies geven, liefst gebaseerd op eigen ervaring? Ik sta open voor alle mogelijke opties of inzichten. Liever niet onder dit artikel reageren? Stuur me dan een pb’tje. 

Frambozen met bosbessen