Social distancing de eerste dagen

Boodschappen online

Wat er aan vooraf ging. De eerste dag van mijn fysiek-sociale onthouding breng ik al regelend door. Mijn twee grootste zorgen zijn de zorg om mam en onze wekelijkse boodschappen. Als ik die twee  veilig zou weten te stellen, zou ik me met een gerust kunnen overgeven aan het invullen van mijn persoonlijke dagindeling.

G. en ik halen op de meest onregelmatige dagen levensmiddelen. Omdat we nu eenmaal in de luxe-positie zitten dat we niet meer te maken hebben met vaste werktijden. Dat schept ruimte, rust en tijd. Dus combineren we een dagelijkse wandeling met een bezoekje aan de Appie of een lokale ondernemer. Want voorraad is belangrijk in huize Eetplezier, het geeft mij een gevoel van veilige onbezorgdheid. On-line boodschappen bestellen is tot vandaag een high-tech instrument van “boven de grote rivieren”. Onverstoorbare, nijvere Zeeuwen doen niet mee aan dit soort stadse flauwekul. Nu ben ik slechts import, dus mijn gedachten gaan toch wel razendsnel richting deze manier van proviand aanleggen.

“Social distancing de eerste dagen” verder lezen

Onstilbare leeshonger op latere leeftijd

Onstilbare leeshonger

Over een groot half jaar bereikt mam de respectabele leeftijd van negentig jaar. Ik hoop dat ze dan nog steeds zo vitaal en helder van geest is als vandaag. Als we tegenstrijdige gedachten hebben over een bepaalde herinnering, heb ik inmiddels afgeleerd om te gaan strijden erover. Mam heeft het namelijk altijd bij het rechte eind. Vaak genoeg moet ik nederig mijn hoofd buigen, als achteraf blijkt dat mams geheugen veel beter functioneert dan mijn warrige hersencellen, die nogal de neiging hebben om van hot naar her te springen.

Men zegt dat bingo spelen de rijpere geest scherp houdt. Mam heeft nooit van spelletjes gehouden, al helemaal niet als dit ook nog eens plaatsvindt in een helverlicht zaaltje, gezeten aan formica tafeltjes, waarbij ze omringd wordt door een substantieel gedeelte  grijze golf.

“Onstilbare leeshonger op latere leeftijd” verder lezen

Het steunkousenimperium

Mam lijkt tevreden met dat been van haar. Ze kijkt in ieder geval allerminst bezorgd als ze haar kous naar beneden trekt en mij haar scheenbeen toont. “Valt best mee”, verduidelijkt ze voor de honderdste keer. Ook als ik haar afgelopen weken door de telefoon sprak, viel het telkens heel erg mee met dat wondje op haar been.

Maar als ze voor de feestdagen een weekje in mijn huis logeert, kan ik met de beste wil van de wereld niet blij worden van wat ik zie. Een dik onderbeen waar ik putjes in kan duwen, een roodomrande wond en een schilferende huid. Mijn huisapotheek is voor dit soort zaken absoluut ontoereikend, zoveel is me wel duidelijk. “Het steunkousenimperium” verder lezen

Mam houdt van groen en ik van haar

Mam houdt van groen

Sommige dagen laten zich lezen als een krantenartikel met chocoladeletters in de Telegraaf: voorspelbaar en buitengewoon  slaapverwekkend. Zo ook deze donderdag. Het is mamadag. Voordeel is wel dat ik er vroeg voor uit bed moet. Om 7.30 uur por ik G. venijnig in zijn zij. Hij dient altijd als eerste de badkamer onder te spetteren. Zo is de afspraak. Ik ben ook niet van plan om daar het volgende decennium iets aan te veranderen.  “Mam houdt van groen en ik van haar” verder lezen

Zonder dagelijkse franje

Zonder dagelijkse franje

Met mam tijdens de Paasdagen in huis ontdoen we het leven voor een paar dagen van alle dagelijkse franje. Aandacht naar binnen en naar elkaar. Wat waren de kernwaarden ook weer? Harmonie. Gezondheid. Tevredenheid. Zoiets toch?

Vrijdagavond zitten we naast elkaar en kijken naar The Voice Kids. Het is haar favoriete tv-programma, want: zoveel is er niet meer op de televisie. “Nee?”, vraag ik. “Welnee”, antwoordt ze gelaten, “het is allemaal ellende dat je ziet, er valt nooit meer iets te lachen. Vroeger was het leuk op zaterdagavond. Johnny en Rijk. Willy en Willeke. Stiefbeen & Zoon”. Ik knik, terwijl ik wanhopige pogingen doe fragmenten uit genoemde programma’s boven te halen. Moest ik daar om lachen? Ik kan het me niet meer herinneren.

Wat bijgebleven is, is het kleine gebakje bij de zaterdagavondkoffie en de pinda’s die een uur later kwamen, tezamen met de priklimonade. Met mijn eigen schaaltje (wie kent er nog het zogeheten pindastel?) vol apenootjes hing ik in mijn Donald Duck pyjama van badstof, achterover in de meest luie stoel. En ja, de pas verworven televisie zond een hele zaterdagavond vrolijke beelden uit, Grapjassen die dansjes deden. Black and White. Een lopende band met voorwerpen waar mensen zoveel mogelijk van moesten onthouden. Voor de Vuist weg. Bonanza. Comedy Capers.

Maar ik was toch vooral geïnteresseerd in alles wat ter tafel kwam en de luchtige sfeer die bij zo’n zaterdag hoorde. Mam liet de was en haar stofdoek voor wat het was en ook pap mocht na een drukke werkweek met anderhalve baan eindelijk zijn bruin-lederen stoel eer aandoen. Met de vermoeide voeten op het kameelzadel (iemand nog een idee wat dat is?). Op deze vrijdagavond voelt het pretentieloze TVK misschien een heel klein beetje als vroeger voor mam. En dat deel ik graag met haar.

Zaterdagmorgen hoor ik haar al rond zeven uur in de badkamer rommelen. Als ik een uur later de keuken binnenkom, is ze geconcentreerd bezig zijn met het uitruimen van de vaatwasser. Elk kopje, elk schaaltje wordt nog eens grondig opgewreven. Zo’n vaatwasser evenaart toch nooit het glanzende effect van een ervaren vrouwenhand met theedoek. “Mooi weertje”, roept mam me toe. Ik weet nog dat ze enkele dagen terug al zinspeelde op een middagje Vlissingen.

Slaperig kijk ik uit het raam. De zon schijnt overdadig, maar de takken aan de bomen geven windkracht 6 aan. Na 40 jaar Zeeland weet ik inmiddels wat dat betekent. Waterkou. Rillingen. Met name dicht bij zee. Ik strooi voorzichtig wat minder optimistische weersverwachtingen in het rond. Mam blikt of bloost niet. Schijnt de zon .. is het mooi weer. Als Brabantse is ze niet gewend aan de tergende Zeeuwse winden. Enfin, laat maar even.

Zonder dagelijkse franje

Om elf uur is er een dik wolkendek voor de zon geschoven en ziet zelfs mam in dat een terrasje aan de kustlijn iets teveel gevraagd is op 26 maart. We gaan het buitenverblijf inspecteren, besluit ik. Een mooi uitstapje, wat we kunnen koppelen aan een theetje drinken buitenshuis. Voor ik het in de gaten heb, komt ze aanlopen met jas en das. “Wacht effe”, zeg ik, “ik wil eerst nog wat voorbereiden voor het avondeten”. Mijn plan is de alternatieve versie van de bekende Tom Kha Kai te maken. Mam wil al zo lang noodles proeven. In een ver verleden heeft ze zelfs al gekocht, alleen nooit opengemaakt, laat staan gegeten. Te veel gedoe. Een balletje met groenten is routine, veel ingewikkelder moet het niet worden.

In de bouillon laat ik serehstengels en gember meetrekken. “Een beetje pittig mag wel, hè?” Ze knikt vastbesloten. Dus snijd ik in plaats van 1 pepertje, er 2. Belangstellend kijkt ze toe welke groenten er als garnituur gesneden worden. “Wilde spinazie?”, vraagt ze, terwijl ik de paksoi ter hand neem. Heimelijk moet ik glimlachen en zie voor me hoe ze de Allerhande van voor naar achter spelt.

Thee met appeltaart

We vertrekken naar de westhoek van Schouwen-Duiveland, waar we alles naar tevredenheid aantreffen. Robbie de robot heeft het gras keurig gemaaid, aan de struikjes zitten de eerste voorzichtige knopjes en er is niets weg- of kapotgewaaid. Alleen de weersomstandigheden nodigen niet uit om er snel onze intrek te gaan nemen. Het is waterkoud, brrr. Snel rijden we richting La Baguette, waar de altijd vriendelijke Diana ons hartelijk begroet met haar voortreffelijke zelfgemaakte appeltaart en cake. Nieuw is de Whittington thee in veel verschillende soorten. Lekkere thee in een grappig bijpassende mok! Een fijn adresje om te bezoeken, vindt mam.

En ’s avonds keurt ze de noodles. “Net vermicelli in groentensoep, oordeelt ze mild. “Niet te heet?”, vraag ik. Een overbodige vraag, want ik zie haar naar de fles sriracha grijpen en een keurig plasje pepersaus verdwijnt tussen de noodles. Die mam. Vijfentachtig en altijd op zoek naar de grenzen van het onbekende. Waarmee Pasen 2016 uiteindelijk toch nog warm eindigt.

La Baguette marmercake met Whittington thee

Pak van mijn hart

Pak van mijn hart

Woensdagmorgen. Tien voor tien. Ik pak de telefoon en druk op het knopje met daaronder het voorgeprogrammeerde, vertrouwde nummer. Want ook bij mam heeft de griep toegeslagen. Even vragen hoe het gaat vandaag. In plaats van het dagelijkse belletje om 20.00 uur, voeg ik onder dit soort omstandigheden liever nog een tweede controlemomentje in. Je weet maar nooit en beter te veel dan te weinig . . . etc.

Er wordt niet opgenomen. Rustig blijven ademhalen, Nell. Ze kan naar de brievenbus zijn. Of op het toilet zitten. Misschien is ze de was aan het ophangen. Of …. Na mijn vierde haastig aangevoerde reden, bedoeld om mijzelf gerust te stellen, stopt mijn ratio definitief. Ik zie mijn vinger trillen als ik opnieuw het knopje indruk en haal veel te diep adem. Met elke onbeantwoorde tring aan de andere kant, voel ik mijn hart sneller gaan kloppen. Ik weet dat de dag komt, maar verd ….. het zal toch niet …. door zo’n stom rotgriepje? Mijn keel begint droger en droger te worden.

Ik maan mezelf nogmaals om niet in paniek te raken. Stel dat ze, onder invloed van koortsige dromen, de wekker niet heeft gehoord? Gisteren dacht ze geen koorts te hebben, maar dat zegt ze eigenlijk altijd, omdat ze niet van plan is een thermometer te gebruiken. Wat niet weet, wat niet deert, is mams motto. Honger had ze ook al niet, herinner ik me nu. Niets voor mam. Die eet als een dijkwerker. Zelfs na de meest uitbundige dineetjes, smeert ze de volgende morgen weer opgewekt haar boterhammetjes voor het ontbijt.

Nadat ik de telefoon een derde keer eindeloos heb laten over gaan, besluit ik een bevriende buurman te bellen. Mam en hij lezen samen de krant en ik weet dat hij ook een sleutel heeft. Ik vraag hem voorzichtig of hij even wil gaan kijken wat er aan de hand is. Ogozzie, ik hoor zijn stem trillen, als hij zegt meteen te gaan. Wat doe ik nu toch? Een man van 84 laten lopen naar een huis waar wellicht iets gruwelijk wacht? Ik lijk wel niet wijs. Maar wat moet ik dan? Zeventig kilometer valt ook niet in vijf minuten te overbruggen.

Terwijl ik mijn onderlip kapot bijt, wacht ik gespannen op het verlossende telefoontje. In gedachten tel ik de stappen die buurman moet afleggen. Hij kan er nu al lang zijn. Waarom belt hij niet? Wat is er aan de hand? Is hij zaken aan het regelen? Het wordt licht in mijn hoofd, als ik voor de zoveelste keer te diep ademhaal.

Dan maar weer zelf bellen. Misschien zitten buurman en mam genoeglijk aan de koffie en verbazen ze zich gezamenlijk over zoveel panische ontreddering bij die jongere generatie. Nooit een oorlog meegemaakt. Nooit armoede gekend. Niets gewend. Bovendien: dood is dood. Dan weet je toch van niets meer. Ik hoor het ze zeggen.

Maar o, wat is mijn opluchting groot als er dit keer wordt opgenomen en ik weliswaar snotterig, maar onmiskenbaar het stemgeluid van mam hoor. Ze vraagt direct: heb jij Jan gebeld? Die was hier net. Ik vond het al zo vreemd dat hij zo vroeg aanbelde. Doet-ie anders nooit. Was je ongerust? Als ik uitleg dat ik dat inderdaad was, omdat ze gisteren toch behoorlijk ziek leek en nu niet opnam, repliceert ze kordaat dat ze aan het stoffen was in de slaapkamer. Dat ze misschien de deur dicht had. Dat er een rammelend karretje voorbij kwam. En het was toch ook nog lang geen tien uur, zoals ik had afgesproken?

Welnee, mam. Je hebt gelijk. Ik maak me weer zorgen om niets. Het zit waarschijnlijk in de genen. Ik ook van jou.