Gezonde feestdagen en een zorgeloos 2021

Gezonde feestdagen en een zorgeloos 2021

Lieve lezers/vrienden,

Wat een vervelend jaar heeft een ieder van ons achter de rug. Voor de één zal het, vanwege  rechtstreekse confrontatie, vele malen zwaarder geweest zijn dan voor de ander die alles vanaf de zijlijn mocht beleven, maar in alle opzichten werd dit jaar geen parel aan het collier van ons bestaan.

Gelukkig is er altijd nog het licht van de verborgen diamantjes. Zoek ernaar en je zult ze vinden. In het kwinkelerende roodborstje en de aarzelende dauwdruppel. In de geur van versgebakken brood en de pan aromatische bouillon op je fornuis. In het kaartje in de uitgestoken hand van je onbekende buren en de warme stem aan de andere kant van je telefoon.

Uit de grond van mijn hart wil ik jullie bedanken voor het lezen van en reageren op Eetplezier & Meer. Het doet mij goed om te ervaren hoe vaak mensen op zoek zijn naar recepten die mij zelf ook enorm aanspreken. Laten we ons in het nieuwe jaar focussen op die dingen die het leven waard maken geleefd te worden: koken, bakken en vooral genieten van al dat heerlijks.

Ik wens jullie gezonde feestdagen en een zorgeloos 2021! 
 

Dat de hoop op beter altijd blijft, alsof
het er steevast was en nooit verdwijnen zal.

Uit haar kwam ik, uit hem ontstond een sterker mens.
Schepen tonen me het steen van de wereld. Achter de tijd
wordt de zon al groter, daar geef jij mij handenvol

oneindigheid. Het voelt alsof de avond valt. Maar
wolken snellen voort, langs helverlichte
ankerplaatsen. En de stilte wuift de dag nog lang
niet uit. Er valt nog zo ontzettend veel te leven.

© Nell Nijssen 22-12-2020

 

Koningsdag 2017

Koningsdag 2017

Elk jaar, eerst op 30 april en vervolgens op 27 april, als de ochtendstond oranje kleurt, beginnen G. en ik met het ophalen van herinneringen. Hoe we stonden te bibberen van de kou in onze veel te dunne zomerjasjes. Altijd ontbrak een stralende zon tijdens het koekhappen en zaklopen. Hoezeer de Oranjevereniging ook zijn best deed, ik vond het altijd een dag van niks. Nou ja, afgezien van de tompoucen dan. Want die waren vroeger echt vele malen beter dan de hedendaagse opgeklopte exemplaren, barstensvol felgekleurde kunst- en hulpstoffen. Ik blief ze niet meer. 

Maar nooit eerder voelde het zo onbehaaglijk koud als op deze koninklijke verjaardag van 2017 . Diep weggedoken in onze winterjassen maken G. en ik een rondje langs het vrijmarktgebeuren. Rommel kopen doen we ook al jaren niet meer. Ooit overviel ons een soort van realiteitszin: genoeg is genoeg. Aangezien we kleinbehuisd zijn, maakt een overdaad aan prullaria het leven er niet gemakkelijker op. Dus dient alles wat aangeschaft wordt functioneel te zijn. Zo niet, laten we het staan.

Koningsdag

Het probleem zit hem, wat mij betreft, meer in de verwachtingsvolle snuitjes van de kinderen. Ik zou hun hele hebben en houwen opkopen, inclusief kleed. Om me daarna te verschansen in een behaaglijk warme omgeving en samen met de jeugdige verkopers-in spé het glas te heffen op onze dicht bij het volk staande Koning. Zij met mierzoete ranja, ik met de meer volwassen versie oranjebitter. Helaas zijn het teveel kinderen die hun gerafelde teddyberen, verfomfaaide spellendozen en beduimelde prentenboeken aan de schuifelende voorbijgangers kwijt willen. Ik ben tenslotte de Koning zelf niet. Mijn financiële middelen zijn beperkt. Bovendien zijn mijn vingers intussen zo verkleumd dat ik geen muntje uit mijn portemonnee weet te vissen.

We ontvluchten de menigte en doen een rondje centrum. Veel winkels zijn gesloten en zelfs Appie heeft besloten de verjaardag van onze Willem te moeten vieren. En dat terwijl ik me net bedacht had dat wat lekkere hapjes wellicht onze stemming nog iets op zou kunnen vijzelen. Niet dus. Lichtelijk uit ons humeur, steken we de sleutel in het slot. Ha, aangenaam warm hier! Leve de programmeerbare thermostaat! 

Met de zomerse temperatuur die binnen heerst, stort ik me op de rosé en G. op een donkere I.P.A.. Geen hapjes erbij. Jammer. Zelfs geen idee wat we die avond als maaltijd gaan gebruiken. Dat komt niet vaak voor in huize Eetplezier. Beetje armoedig allemaal. Uiteindelijk wordt het een tosti kaas-tomaat. Daar is natuurlijk niets mis mee, maar op zo’n feestelijke dag heb je uiteraard wel fantasieën over vorstelijke maaltijden. Asperges bijvoorbeeld, rijkelijk bevloeid met zoute roomboter, jonge krieltjes ernaast en fijne scharreleitjes. Gelukkig ben ik niet treuzelig van aard. Geloof me maar, vóór 30 april liggen genoemde lekkernijen op onze borden. En uiteindelijk is dat toch de datum waarop Koninginned ….. eh, Koningsdag van oudsher gevierd dient te worden, nietwaar?

Italiaanse penicilline

Kop met dikke Italiaanse penicilline

Bij 50 had ik een heus feestgevoel. Bij 60 blijkt dat gevoel opeens heel wat minder te zijn. Of dat met die tien jaar verschil te maken heeft, ik kan het jullie niet zeggen. Het voelt alleen plotseling wel ér-rúg ver over de helft. Alsof de koek bijna op is. Of zoiets. Niet aan toegeven maar. Altijd positief blijven.

Ook al wil ik het zonder zichtbaar feestgedruis, liefst héél snel aan me voorbij laten gaan, toch zijn er wel wat geheime plannetjes. Just for the both of us. Een middagje Antwerpen, een fijn etentje, we laten het gewoon gebeuren. Kijken wat er op ons pad zou komen. En dan komt het geniepige gepeupel langs, in de vorm van een uitstekend geoutilleerd legertje rhinovirussen. G. oogt, volkomen tegen alle verwachtingen in, als een zieke kip, terwijl de papieren zakdoekjes in rap tempo richting pedaalemmer vliegen.

Met een quasi-dapper bekkie feliciteert hij me op de bewuste dag en doet tijdens het feestelijke ontbijtje heldhaftige pogingen om onze plannen verder te ontvouwen. Richting? Tijdstip? Nu ben ik gelukkig behept met de vastberadenheid van een flexveer. Net zo gemakkelijk draai ik 180 graden, als de situatie zich daartoe leent. Ik installeer mijn zieke kippetje op de bank en berg de slingers en roltongen op in de doos.

Vandaag ondernemen we een nieuwe poging. G. brengt weliswaar nog steeds het geluid voort van een overjarige zeehond, maar ook virussen kennen een uiterste houdbaarheidstermijn, roep ik hem monter toe. Vooruit met de geit maar! Eerst is er nog wel een noodzakelijke boodschap af te handelen, maar daarna willen we toch echt ons favoriete lunchadres aandoen. Ja, het wordt allemaal beduidend minder van betekenis dan gepland, toch is het alleszins een prettige manier om deze duistere, koude dag door te komen. Wederom mag het niet zo zijn. Na de boodschap is de lucht veranderd van kleur. Van een frivool wit lichtgrijs naar een dreigend diepdonker leisteen. Venijnig koud ook. Tranen biggelen over G.’s wangen. Mijn eigen kijkers, toch al nooit in een opperbeste stemming, doen van weersomstuit mee. Eén halfzieke kip en één door winterse duisternis aangetast bleekbekje schuifelen treuzelend voort.

Oost west Thuis best

Dan verschijnt het Licht. Resoluut dirigeer ik G. richting automobiel. Hup, op ‘uus an. Niks koukleumen. Niks zoeken naar een verre parkeerplek en tot op de draad toe nat worden misschien. Thuis is het behaaglijk. Thuis is het veilig en kan ons niets gebeuren. Twintig minuten later zitten we genoeglijk achter onze raampjes te kijken naar de kletterende regen. Diep verscholen onder dikke lagen regenkleding passeren tientallen mensen ons huisje. Met drijfnatte honden. Of met huilende kinderen. Onder dergelijke weersomstandigheden heb ik met iedereen compassie. Het voelt haast een beetje oneerlijk om warm en droog binnen te mogen zitten.

Italiaanse penicilline

Inmiddels heb ik de koelkast geplunderd: spek, venkel, champignons, prei, wortel, courgette en trostomaten die nu echt op hun laatste benen lopen. Ik besluit er geurige minestronesoep van te maken. Een grote pan Italiaanse penicilline! Verdrijft de meest onverzettelijke virussen. Verwarmt de bibberende botjes. Geeft kleur aan asgrauwe dagen.

Naast alle slagregens is er rond etenstijd ook een fikse wind opgestoken, die de rolluiken vervaarlijk doet rammelen. G. en ik lepelen tevreden de heilzame soep naar binnen. Doel niet bereikt. Richting veranderd. Of zoals onze Britse buurtjes dat zo prachtig weten te verwoorden: happiness is a direction, not a destination. Ik ga de slingers maar weer eens ophangen.

Proost op een gelukkig en liefdevol 2017

Crème brûlée

Zo. Het zit erop. Een nieuw jaar, een nieuw begin. Het was de afgelopen week plezierig rustig in huize Eetplezier. Zonder uitbundig feestgedruis of maaltijden met een overvloed aan calorieën en alcohol. De vrije tijd wordt door G. benut om nog wat voorouders te achterhalen in de on-line archieven. Inmiddels bestaat zijn genealogie uit meer dan 2100 personen, allemaal ontsproten uit ene Jan die rond 1530 in Ritthem leefde.

Mam leest ondertussen alles wat ik haar aanbied. Niet alleen een stapel Buitenlevens maar tevens Paaz, Het Hof en 999 mooiste plekjes van Zeeland. Het fysieke leesvoer wordt afgewisseld met het lezen van haar digitale krantje en heel wat spelletjes Rummikub, Pyramid en Candy Crush op haar Aaipetje. Inmiddels zijn de termen Moeilijk Level, E-magazine en Dropbox volledig ingeburgerd in haar vocabulaire.

Mam is gemakkelijk. Mam past zich aan. Zuurkoolschotel, mam? Ja, lekker! Vind je het niet fris in huis? Nee, helemaal niet. Zullen we even een wandelingetje maken? Prima. En ze trekt haar schoenen aan. Natuurlijk doen G. en ik onze best het haar naar de zin te maken, maar zonder haar ongekende flexibiliteit zou het nog niet zo gemakkelijk zijn om haar acht dagen in huis te hebben.

Natuurlijk wordt er, zoals gebruikelijk, wel veel aandacht aan de maaltijden besteed. Ook zonder de aan de haren erbij gesleepte toeters en bellen, valt er smakelijk te eten. Het overgrote deel was ofwel niet fotogeniek genoeg of was de revue al eens gepasseerd. Een overzicht.

Op kerstavond maak ik een ragout van een flink assortiment aan bospaddenstoelen. De paddenstoelen bak ik met een aantal sjalotjes, vervolgens blus ik af met een ferme scheut cognac. Op het laatst voeg ik lekker veel gehakte dragon toe én een slokje room. We eten het met droge basmatirijst. Als toetje eten we een prima crème brûlée, van de site van Duizenden1dag. Heerlijk!

Eerste Kerstdag staat er om te beginnen een licht voorgerechtje op tafel. Een salade caprese, geconstrueerd naar eigen inzicht. Met de allerzoetste honingtomaatjes die ik kon vinden en een buffelmozzarella die zachter is dan de zachtste babywangetjes. Salade caprese

Daarna een dubbel getrokken runderbouillon met slechts wat preiringetjes en kruiden. Het hoofdgerecht bestaat uit gekookte aardappelen, rodekool (hoe traditioneel!) en Livar rib-eye. En eerlijk is eerlijk: dit Limburgse scharrelvarkensvlees heeft echt nog de smaak van vroeger. Het eerlijke randje vet herinnert me aan de zondagse karbonaadjes uit mijn jeugd, waarvan ik het botje tot de laatste vezel wist af te kluiven. Met een glimmende kin als gevolg. En een moeder die me ten strengste verbood het smetteloze tafellaken nog aan te raken.

Als nagerecht heb ik de dag ervoor vanille- en walnotenijs gedraaid, wat prima smaakt in een badje van babbelaarlikeur. Om de man die er verstand van heeft te citeren: Meermoetaniezijn En zo is het!

Tweede Kerstdag kleden we de borrel een beetje meer aan dan normaal en maak ik voedzame Prei Parmentier, gevolgd door een Schwarzwalder Affogato à la Jamie. Verkruimel zandkoekjes of amaretti in 4 espressokopjes of ruime glazen. Laat kersen op siroop uitlekken en verdeel ze over de kopjes of glazen. Sla een reep chocolade kapot en doe een paar stukjes in elk kopje of glas. Maak een kannetje espresso, die je zoet met suiker naar smaak. Schep een bolletje ijs in elk van de kopjes. Rasp er wat chocolade over en schenk er net genoeg hete espresso bij om de chocolade te laten smelten. Yam, yam. Schwarzwalder kirschtorte in smeltende vorm!

En was er de rest van de week ook nog iets aan Eetplezier te beleven? Jawel, op zondag was er gekaramelliseerde witlof met opnieuw een stukje Livar. Stiekem verstop ik wat witte wijn en room in de begeleidende saus. Mam smult ervan, terwijl wij genietend toekijken. Maandag: hoewel er met twaalf graden op de thermometer geen sprake is van snertweer, staat er erwtensoep op het menu. Opnieuw een gerecht dat mam niet meer voor zichzelf maakt.

Op dinsdag heb ik mijn beproefde Elzasser zuurkool in gedachten. Mam kijkt belangstellend toe als ik de uien en appels stoof. Gaat ze thuis ook eens proberen,  belooft ze. Woensdag is het de hoogste tijd voor het absolute hoogtepunt in culinaire zaken: friet! Omdat ik deze gebakken goudstaafjes zelf haast niet meer eet en derhalve ook niet beschik over een voor dit soort doeleinden geschikte pan, trekt G. rond zessen een spurt naar de lokale frietboer (ik ben van Brabant, daar heet iemand die melk verkoopt een melkboer en een persoon die friet verkoopt een … juist ja). Ik leg nog maar net de laatste hand aan de witlofsalade als G. als een hazewind binnen komt stuiven. Snel aan tafel dan maar. Tsjonge, dat smaakt! Op verzoek goed doorgebakken, knapperige aardappelstaafjes die door G.’s tempo nog loeiheet zijn.

Tradities verdienen het om in ere gehouden te worden: in plaats van de gebruikelijke oliebollen, neem ik, zoals altijd op oudjaarsavond, alle tijd om een overheerlijke nasi goreng te maken. Smullen! Waarna we ons richting bank begeven en aldaar wachten tot de klok van twaalf zal slaan. Maar niet nadat we eerst nog even een appelflapje in de oven geschoven hebben, een aantal hapjes hebben bereid én natuurlijk een heerlijk flesje hebben ontkurkt. Met terugwerkende kracht wil ik samen met jullie alsnog proosten op een zinvol en deugdzaam 2016! Dat het in alle opzichten vooral een lékker  jaar mag worden!