Bonen en Superfood

Bonen en Superfood

Na zeven trouwe dienstjaren begint mijn HaPeetje nu toch echt een beetje op zijn laatste beentjes te lopen. Hij moet al zes maanden opgekrikt worden naar een beter functionerend level, maar angstige voorgevoelens behoeden hem (of: eigenlijk mij) voor een rampscenario dat uitmondt in enkele dagen grimbekkerij.

Hij is trouwens ook best een lawaaierig type geworden. Soms denkt hij dat hij een Boeing 747 is en naar 3000 voet moet opstijgen of zoiets. Dan kalmeer ik hem op mijn manier door wat mensen overboord te zetten. Dat helpt wel. En hij is ook wat vaker de weg kwijt als vroeger. Geen reden om iets of iemand af te danken, hoor ik jullie denken. Dat is ook zo. Het is de optelsom hè?

Hoe dan ook: met de nieuwste generatie tablets, inclusief 32 Gb geheugen, toetsenbord aan boord zou ik wellicht kunnen gaan zweefvliegen. Dus begeef ik mij monter op pad. In mijn hoofd leef ik nog steeds anno 1975, toen winkelen nog een leuke manier was om je spaarcentjes om te ruilen voor aardige hebbedingetjes. Jammer genoeg vergeet ik steeds dat tijden veranderen.

Even later schuifel ik rond in het walhalla voor elektronicajunks. Behalve ik, lijkt niemand er gek. Iedereen kijkt geïnteresseerd naar de uitgestalde producten, babbelt vlotjes met de aanwezige jongens en meisjes, neemt reusachtige pakken onder hun oksel mee richting kassa, terwijl ik me alleen maar verdwaald voel en de duidelijk aanwezige airco mijn huid en ogen in rimpelig perkament doet veranderen.

Al zoekend ben ik aangeland bij de slowjuicers. Ook dat staat nog steeds op het lijstje. De langzaamaan sapmakers bevallen me niet. Te duur, te groot, te veel afwas. Ha, daar komt een mevrouw aan. Ongevraagd begint ze te vertellen dat ze echt niet zo groot zijn en die afwas .. och, zo gepiept. En héél gezond sap, roept ze welgemoed. En o, ze heeft nu toch een prachtige aanbieding. Als ik me bij die meneer (ze wijst richting een slungelige stoppelbaard) aanmeld voor een andere energiemaatschappij, krijg ik waardebonnen tot een bedrag van € 200,00. Slowjuicer gratis, noppes, voor niets! Ze kijkt erbij alsof ze persoonlijk de euro’s van de boom heeft geplukt.

Haastig vervolg ik mijn weg. Bij de pc-hoek zijn drie jongemannen druk met elkaar in gesprek. Eén ervan ziet iets in zijn ooghoeken bewegen. Met een overdosis gel in zijn haar probeert de jongeman de indruk te wekken vooral slapend rijk te willen worden. Langslopende klanten negeert hij nadrukkelijk. Tot ik eens kuch en hem drie seconden doordringend aankijk. Bah, wat vervelend, een klant die echt iets verkocht wil krijgen. Bah, een vrouw ook nog eens.

Oké, oké, wat wil ik precies weten? Hij houdt niet van vrouwen, hij houdt meer van muren. Althans: daar praat hij tegen; op geen enkele wijze geeft hij mij het gevoel straks weleens tevreden met een product de winkel uit te gaan. Het toetsenbord? Ja, dat moet hij dan gaan vragen. Intern geheugen? Tsja, kan zoveel zijn, maar ook zoveel. Schermgrootte: waarschijnlijk 13 inch, kan ook wel iets minder zijn. Blablabla. Het toetsenbord? Ja, dat zei hij toch: moet hij echt even gaan navragen. Bijna wil ik hem erheen schoppen: gá dan, oelewapper! Na tien minuten zijn onnozele praat aangehoord te hebben, weet ik genoeg.

Wegwezen! Wat doe ik hier? Gauw naar buiten. Frisse lucht!! En snel, héél snel, naar de boekhandel. Er liggen twee oogstrelende boeken op me te wachten. Die hoeven niet opgepimpt te worden, niet afgewassen, ze kosten me geen hoofdbrekens en – ook zo fijn – ik heb er geen deskundige uitleg bij nodig. Alles wijst zich vanzelf. Openslaan. Kijken. Lezen. Ten uitvoer brengen. Heerlijk. Genieten zonder gedoe.

Bonen van Joke Boon

Boek 1 is Bonen van Joke Boon. Met een scala aan originele recepten, bereid met allerhande bonen en peulvruchten, past dit boek prima in het jaar van de boon. Bonen zijn een goed alternatief voor vlees. Als we nu en in de toekomst de hele wereldbevolking willen blijven voeden, zullen deze alternatieven een steeds grotere rol gaan spelen. En alsjeblieft, associeer nu niet direct het woord alternatief met juten zakken, zilvervliesrijst en magere, overjarige hippies die op sandalen love and peace staan te verkondigen, welnee, think out of the box. Klinkt meteen een stuk eigentijdser, niet?

We zullen met z’n allen een denkomslag dienen te maken, op velerlei gebied. Moeder Aarde raakt uitgeput. Door ons. Veelvraters en grootgebruikers, dat zijn we. En als we om te beginnen die vermaledijde bio-industrie tegenwicht willen bieden, kunnen we misschien beginnen met een lekker bonengerechtje. Spinaziesalade met gemarineerde mungboontjes bijvoorbeeld. Of Indiase bonen-noten gehaktballetjes? Burgertjes van Marokkaanse kikkererwten met romige wortelsaus? Deze recepten zijn stuk voor stuk te vinden in het rijkelijk geïllustreerde boek Bonen. Ik trap zelf af met de paprikalinzensoep op blz 53. Jullie horen er nog van.

Superfood van Jamie Oliver

Boek 2: Superfood van Jamie Oliver. Nee joh, ik heb niets, helemaal niets, met het commerciële chiazaad en gojibessen. Nog steeds niet. Ik heb wel van alles met gezond eten. En in mijn optiek staat “gezond” synoniem aan “onbewerkt”. Boerenkool en avocado zitten barstensvol noodzakelijke vitaminen en mineralen en zijn in de meest strikte zin dus ook gewoon superfood. Doel ervan? We streven toch allemaal een optimale gezondheid na? Geloof niet dat je die creëert door junkfood en liters cola naar binnen te werken. Verantwoord keuzes maken op voedingsgebied, daar draait het allemaal om.

Jamie maakt het ons duidelijk in zijn nieuwste boek. Echt, je hoeft heus niet elke dag zo gezond mogelijk te eten, maar zorg dat je een mooie balans vindt tussen deugdelijke maaltijden zonder toevoegingen, afgewisseld met zo nu en dan wat foute snacks. Zoals bij alle boeken van Jamie Oliver weet hij mij op een fenomenale wijze te inspireren. Ga jij niet watertanden van gerechten als earl-greybananenbrood met gegrilde perzik? Of van vistaco’s met een salsa van kiwi, limoen en peper? Veel ontbijt- en lunchgerechtjes ook in dit boek: zoete aardappelmuffins met rode peper, kaas en zaadjes of een fluweelzachte omelet met spinazie, tomaat en Parmezaanse kaas. Allemaal super-onbewerkt, dus superfoodproof! Dit boek is een aanrader voor iedereen die niet alleen graag met eten bezig is, maar tevens zijn/haar gezondheid in het oog wil houden.

N.B. Ik word niet gesponsord om dit artikel te publiceren. Bovendien heb ik geen enkele commerciële connectie met de uitgevers van beide boeken. Ik schrijf slechts over zaken die mij persoonlijk in beroering brengen.

Zilveren Lepel Pasta – kookboek

Zilveren lepel pasta

De Italiaanse keuken kenmerkt zich door eenvoud. Tot 1960 was Italië een arm en overwegend agrarisch land. De bevolking was gewend om alles wat “in het veld” verzameld kon worden, te gebruiken als ingrediënt voor de maaltijden. In tegenstelling tot Nederland, kennen de meeste mediterrane landen een enorme rijkdom aan wilde kruiden en planten. Kardoen, chicorei, rucola, bosaardbeitjes, kervel en zelfs groene asperges, het groeit zomaar in de bermen of met een beetje meer pech: op lastig te bereiken plekjes. En dan vergeet ik gemakshalve het meest kostbare culinaire juweel van Italië, de truffel.

Gelukkig blijkt de traditie van wild plukken de laatste jaren ook enigszins te zijn overgewaaid naar ons land. Dat is een goed teken. Teveel mensen zijn zo gehecht geraakt aan de overload aan voorverpakte, ingeblikte, diepgevroren, fijngemalen en opgeklopte producten uit onze levensmiddelenindustrie, dat ze simpelweg geen idee meer hebben waar de oorsprong van ons voedsel ligt of hoe het er in zijn originele vorm uit ziet. Hazelnoten bijvoorbeeld lijken totaal niet op een smeerbare pasta. Aardappelen bestaan niet uit een poederachtig mengsel in een pakje, waar je water door moet mengen om puree te krijgen. Pesto kent geen uitgebreid scala aan synthetische kunst- en hulpmiddelen, maar wordt simpelweg bereid door basilicum, pijnboompitten, knoflook en kaas fijn te wrijven samen met een goede olijfolie.

Genoeg gemoraalridderd. Terug naar Italië. De term cucina povera (vrij vertaald: armeluiskeuken) is sterk verwant aan de meeste Italiaanse gerechten. Ongetwijfeld zal het te maken hebben met bovengenoemde traditie. Minimale verspilling van voedsel en optimale benutting van ingrediënten. Yeah, duurzaamheid is het sleutelwoord! Driewerf hoera voor deze keuken!

Hoewel ik een fervent aanhanger ben van de Italiaanse keuken, was mijn kookstijl in den beginne heul erg Nederlands. Gehakt. Uien. Knof. Tomaten. Paprika. Pasta koken. Saus erover. Smak. Smak. Smikkel. Smikkel. Alles wat ik zelf bereidde smaakte als ware het een godenmaal. Dacht ik. Gelukkig dacht de Man met mij mee. Naarmate de jaren verstreken, kwam ik echter steeds dichterbij de essentie van het authentieke bordje pasta en werden de ingrediënten uitgebreid met zaken als paddenstoelen, schelpdieren, olijven en room.

Een authentiek bordje Italiaanse pasta behoeft geen ingewikkeldheden. Een kind doet de was. Er zijn slechts drie stelregels waar je je aan dient te onderwerpen.
1) kook pasta nooit te lang. Als je twijfelt aan de gaarheid, zet dan toch gerust het vuur uit;
2) gebruik nooit voorgeraspte kaas. Rasp de bijbehorende kaas liefst heel kort tevoren;
3) dien de pasta en saus nooit apart op. Voeg de pasta altijd op het laatst toe aan je gebakken of gekookte ingrediënten, zodat een filmende emulsie ontstaat en het geheel een huwelijkje aangaat.

Zilveren lepel pasta

Als er één boek is, waarin alles beschreven staat omtrent de Italiaanse deegwaren is het wel “de Zilveren Lepel Pasta”. Een klassieker. Dit boek kent inmiddels een derde druk. Alle mogelijke pastasoorten staan erin beschreven, met een onderverdeling in de droge soorten, zoals linguine (platte pasta), conchiglie (schelpjes), ditalini (zgn. vingerhoedjes), farfalle (strikjes) en fusilli (spoeltjes). Maar ook de verse pasta’s komen uitgebreid aan bod, evenals de gevulde soorten als cannelloni en ravioli.

Het moge intussen duidelijk zijn: in deze Zilveren Lepel Pasta kom je geen ingewikkelde, tijdrovende recepten tegen. In één gerecht worden er vaak niet meer dan 7 à 8 ingrediënten gebruikt. Een heerlijk boek voor de ware Italofiel, zoals ik. Elke streek in Italië kent zo zijn specifieke ingrediënten en sauzen. Dit boek is dan ook meer dan de moeite waard om álles uit te proberen.

Titel:        De Zilveren Lepel Pasta
Uitgever: Van Dishoeck
ISBN:       9789000339808
Pagina’s:  336
Prijs:        € 19,99

Noot: Dit boek werd mij ter beschikking gesteld door uitgeverij Van Dishoeck. Dit feit is niet van invloed geweest op mijn oordeel. Ik schrijf slechts over zaken die mij persoonlijk in beroering brengen.

Chicks Love Food – 5 or less kookboek

Chicks love food

Jong. Pittig. Gepassioneerde foodlovers. Met een frisse kijk op onze dagelijkse voedselinname en een voorliefde om dit alles te delen. Ik heb het over Chicks Love Food. Achter deze ietwat frivole titel gaan twee hippe, kookgekke dames schuil. Nina de Bruijn en Elise Gruppen heten ze. Drie jaar geleden begonnen ze een blog. Niet moeilijk te raden waar dit enthousiaste tweetal over zou gaan schrijven: eten! De recepten volgden elkaar in hoog tempo op, evenals artikelen over foodfun, restaurantbezoeken, winacties en allerhande eetweetjes. Met inmiddels 130.000 bezoekers per maand is Chicks Love Food misschien wel het meest bezochte foodblog van dit moment.

Chicks love food – presentatie 5 or less

Op zaterdag 13 september jl waren Nina en Elise aanwezig in mijn favoriete boekhandel de Drukkery te Middelburg om hun nieuwe boek “5 or less” te presenteren. Om ze meiden met een missie te noemen gaat misschien wat ver, maar duidelijk is wel dat deze dames hun lezers kennis willen laten maken met makkelijk uitvoerbare gerechten. Zonder ellenlange ingrediëntenlijsten. Daarvoor creëerden zij op hun blog de rubriek 5 or less. Koken hoeft niet ingewikkeld te zijn, menen ze. Met slechts vijf ingrediënten zijn vaak erg smakelijke maaltijden te maken.

Als vervolg op de rubriek nu dus het boek, wat er opvallend fris uit ziet, met een overvloed aan heerlijke recepten. De inhoud is niet overwegend vegetarisch of veganistisch maar omdat Nina geen vlees eet, staan er wel een fiks aantal vegetarische gerechten in. Als voorproefje hebben ze twee gerechtjes uit dit boek meegenomen. Op zilveren schalen staan bakjes couscoussalade en vierkantjes snickerstaart.

Ik vraag ze of er doelbewust naar dit boek is toegewerkt.
Elise: “Een beetje wel. Ik had al verschillende keren tegen Nina gezegd dat ik een boek over 5 or less wel zag zitten. Ik miste namelijk een boek als dit in de kookboekschappen. Destijds was ik zwanger, maar het plan was om na mijn bevalling contact te zoeken met diverse uitgeverijen. Zover hoefden we niet te gaan, want een week na mijn bevalling kwam er – out of the blue – een mailtje van Nieuw Amsterdam. Of het niet leuk zou zijn een boek op de markt te brengen met recepten uit onze 5 or less-rubriek.” Elise laat er een stralende lach op volgen en wijst op het stapeltje voor haar neus.

Op mijn vraag of het zgn superfood wellicht ook aan hen is besteed, antwoordt Nina:
“Toch wel. Wij zijn allebei dol op quinoa en ik gebruik ook regelmatig chiazaad in gerechten. Maar we gaan niet helemaal mee in de hype. Bovendien is het allemaal peperduur. Af en toe iets uitproberen, dat vinden we dan weer wel leuk. Boerenkool is ook een superfood bijvoorbeeld. Heel betaalbaar en goed te verkrijgen. Dan vinden we het interessant genoeg om erover te schrijven”.

Inspiratie om iedere dag over food te schrijven, vinden ze vooral bij elkaar. “Toen we als student samen kwamen te wonen, ontdekten we dat we allebei een passie hadden voor lekker eten. Als je dat eenmaal weet, versterk je elkaar daarin. Dat is zo gebleven, ook al hebben we inmiddels elk onze eigen woonruimte. Was het voorheen alleen nog hobbymatig, koken én het schrijven erover is nu echt een full-time job geworden”.

5 or less is verkrijgbaar bij de boekhandel en op de site van Chicks Love Food.
Auteurs:  Nina de Bruijn en Elise Gruppen
Titel:        5 or less
Uitgever: Nw Amsterdam
ISBN:       9789046817407
Pagina’s:  144
Prijs:        € 18,95

Chicks love food

Tarte Tatin – de beste recepten van de Franse patissier

Tarte Tatin

Dat het échte handwerk, zoals kneden, rollen en vormen, niet aan mij besteed is, moge nagenoeg bekend zijn. Ik ben er te onhandig voor. Het gefriemel met deeglapjes, het opspuiten van decoratieve rozetjes of het keurig plaveien van glazuurlagen op wiebelige cakes, ik zou er acuut neurotisch van worden. Er springen veren in mijn hoofd als elementen onder mijn handen een weerbarstig eigen leven gaan leiden. Aangezien mijn eigen lieve pap opgeleid was tot kok/banketbakker, moet er wellicht ergens in het opvoedkundige traject iets fout gegaan zijn.

Veel mede-foodbloggers echter, zoals Caroline, Carola of Judith, hebben daar een totaal andere mening over. Voor hen is bakken de hoogste vorm van keukengenot. Vermoedelijk ontlenen zij er een zekere therapeutische werking aan. Ik herken het niet. Maar bekijk met ontzag de schitterende creaties die zij tevoorschijn toveren.

Aan de andere kant heb ik ook iets van een pitbull in me. Niet dat ik boosaardig word of zo; maar ik zet wel erg graag mijn tanden in iets. Alles wat ik dan nog nodig heb is gedegen informatie. Wijze lessen, uitgesproken door iemand met verstand van zaken. En laat ik dat nu, wat betreft mijn bakkunsten, terug vinden in het fantastische boek “Tarte Tatin”, een bakbijbel die door de Fransen al decennia lang veelvuldig wordt gebruikt.

Tarte Tatin

De oorspronkelijke titel is “Je sais faire la Pâtisserie” uitgegeven in 1938 en geschreven door Ginette Mathiot. Zij wordt gezien als een autoriteit binnen de Franse keuken. Later is het boek in het Engels vertaald. Onder de titel “The Art of French Baking” werd het wereldberoemd. En nu  – bijna 80 jaar later – is dit complete naslagwerk dus eindelijk in het Nederlands verschenen.

Het is met recht een klassieker die op geen enkel kookshelfie mag ontbreken, lekker knus naast namen als Escoffier en Larousse. Hier en daar zijn sommige recepten aangevuld of zijn er kleine wijzigingen in aangebracht, daar waar de moderne tijd dit vereiste. Bijv. anno 2014 heeft men de wetenschap dat bakpoeder beter rijst als het vooraf met de bloem wordt gecombineerd.

Het voorwoord is van Robèrt van Beckhoven, niet de minste in brood- en banketbakkersland. Naast Rudolph van Veen is hij één van de twee Meester Patissiers die ons kleine landje rijk is.

 
 
Als ik het boek doorblader, ziet het er allemaal o, zo simpel uit. Wat lepeltjes bloem, een klontje boter, geklutst eitje erbij, even mengen en hop: de oven in. Piece of cake.

Wat heb ik toch al die jaren zitten tuttebellen; ik had gewoon betere boeken moeten kopen met authentiekere recepten. De waarheid is (volgens Ginette Mathiot) dat zelfs het meest complexe gebak de som is van verschillende basistechnieken. De kunst is slechts alle elementaire onderdelen tot één smakelijk geheel te vormen. Kijk, dat klinkt als redelijk te behappen voor me. Eén en één is twee. Genoemde technieken worden tot in detail toegelicht in dit boek, inclusief wat er allemaal fout kan gaan. Handig voor bakklunsen als ik!

 

Daarna volgen de basisrecepten: pâte sucrée (suikerdeeg), pâte brisée (briseedeeg),

pâte sablée (zanddeeg), pâte feuilletée (bladerdeeg) en pâte à choux (kook- of soesjesdeeg).
In een volgend hoofdstuk worden alle soorten glazuur, vullingen, sauzen en siropen behandeld.

Praktisch is ook dat dit boek is onderverdeeld in categorieën, dat vergemakkelijkt het zoeken. Zo zijn er achtereenvolgens te vinden: Gebakjes, Cakes, Soesjes en taartjes, Koekjes, Pudding en Desserts. Veel klassiek Frans pâtisserie zie ik voorbij trekken: baba au rhum, madeleines, éclairs, ananasflan, cafoutis etc.  Al bladerend moet ik dan ook heel wat speeksel wegslikken *slik*

Belangrijk bij een vertaalde versie is echter wel of de receptuur juist is weergeven, c.q. vertaald. Daar valt op dit moment nog weinig over te zeggen, simpelweg omdat ik er nog te weinig recepten uit heb gemaakt. Hoe kom ik dat dan te weten? Simpel, door verschillende dingen uit te proberen. De komende weken zal ik een aantal recepten uit dit boek publiceren, te beginnen met Tuiles des noixettes. Houd wat dat betreft mijn blog de komende weken goed in de gaten

Slotsom: de zachte, witte kaft van Tarte Tatin is smaakvol door zijn eenvoud. Geen oogverblindende foto’s bij de recepten, maar het betreffende banket wordt overtuigend in beeld gebracht en in feite draait het daar om. Een minpuntje is wel dat er bij sommige ingrediënten (ei, zout, bakpoeder) gebruik wordt gemaakt van thee- of eetlepels en geen grammen worden genoemd. Iedereen weet dat overdadig gebruik van bakpoeder een onaangename smaak oplevert. En onze Nederlandse theelepel is nu eenmaal niet gelijk aan de Engelse of de Franse. Geen idee of in de oorspronkelijke versie ook gemeten werd en niet gewogen.

Ondanks dat is Tarte Tatin een schitterend boek met de meest smakelijke patisserie. Erg praktisch voor een beginneling zoals ik, hoewel ook de volleerde bakker hier beslist veel van zijn gading in zal vinden.

Noot: Dit boek werd mij ter beschikking gesteld door uitgeverij Unieboek/Het Spectrum. Dit feit is niet van invloed geweest op mijn oordeel. Ik schrijf slechts over zaken die mij persoonlijk in beroering brengen.

Uitgekookt – Annemieke Smit

Er wordt heel wat afgetobd in het merendeel der Nederlandse keukens. Ook in huize Eetplezier gaat het geregeld gierend mis. Waarna een mens vertwijfeld blijft zitten met een stroom aan vragen. Waarom ging het mis? Wat deed ik verkeerd? Waren de hoeveelheden te veel, te koud, te warm, niet goed gemengd?

Frietjes die niet krokant genoeg worden. Mayonaise die schift. Soufflés die zich zielloos ter aarde storten. Biefstuk die niet bruin wordt. Ongetwijfeld zal jij daar nog een scala aan mislukkingen aan toe kunnen voegen.

Uitgekookt

Annemieke Smit (1957, wetenschapsjournalist) verdiepte zich in de scheikundige- en biologische processen die tijdens het koken en bakken plaatsvinden, waardoor ze meer inzicht kreeg in het hoe en waarom van mislukte gerechten. In haar boek Uitgekookt beschrijft zij in korte, hapklare verhaaltjes over deze processen. Met een fikse dosis humor en fantasie, maar ook met kritische kanttekeningen, legt ze uit wat er zich allemaal afspeelt in een biefstukje wanneer het in de hete boter bruist.

Op het moment dat we voedsel gaan bereiden, gebeurt er van alles met de structuren op moleculair niveau. Ze legt uit waarom je nooit teveel vlees tegelijk in een pan moet bakken. Dat er na een stooftijd van 15 minuten nog steeds 40% alcohol aanwezig is van de royale  scheut wijn die je aan het gerecht toevoegde. Waar verse zalm zijn roze kleur aan ontleent. Dat bouillon klaren (helder krijgen) het beste gaat met eiwit.

En wisten jullie dat er een eierdoor-kleurenwaaier bestaat? Hiermee kleurt men de dooier bij naar de voorkeur van de consument. Er is niks mis met die pigmenten. Ze zijn officieel toegestaan, je wordt er niet ziek van, maar gek is het wel natuurlijk.

De doorgewinterde amateurkoks weten het natuurlijk allemaal al jaren: dat je de fluweligste puree krijgt door een knijper te gebruiken. En dat je de meeste sauzen kunt binden door een koude vloeistof te combineren met een warme roux of juist andersom: een warme vloeistof met een koude roux. Dat risotto ook heel aardig lukt als je de helft van de bouillon er in één keer in kiepert (à la Blumenthal).

Maar voor al die andere keukenprinsen en – prinsessen, die zich met veel genoegen in het weekend achter het fornuis scharen, alleen weinig theoretische kennis hebben, is dit een heel aardig boek.

De illustraties zijn een tikkeltje kinderachtig, de foto’s niet van uitzonderlijk hoge kwaliteit, maar de verhaaltjes zijn prettig leesbaar en zonder al te veel moeilijk taalgebruik. Kortom: een fijn presentje voor de komende feestdagen!

Annemieke heeft ook een blog waar nog veel meer culinaire zaken op te vinden zijn. Zie http://100gradenenmeer.nl/

 

Over Piet Paulusma en Toscane

Volgens Piet Paulusma zou deze zaterdag een heuse Hollandsche Luchten-dag worden. Met van die grote, donzige wolkenkussens op een strakblauw hemellaken. En hij kreeg helemaal gelijk. Er blaast een stevige zuidwestenwind, die weliswaar het beloofde Hollandse weerbeeld geeft, maar waardoor het tevens ook een beetje fris aanvoelt.

Dus trakteer ik Man en mijzelve op een aantal doe-dingen om het weekend mee te beginnen. Eerst en vooral had ik bedacht dat ik een berg biologische tomaten wil gaan inkopen, met als enig doel hiervan huisgemaakte tomatensaus te maken. Altijd gemakkelijk hiervan een voorraadje in de vriezer te hebben.

Denk ik aan biologisch, dan denk ik aan kwekerij Zuidbos in Noordgouwe. Ik koop er graag. Hier is vers, écht vers. Op de sla zie je de dauwdruppels nog glinsteren, het groen van de worteltjes is als een ragfijn haakwerkje en de radijsjes blozen je tegemoet. Het meeste wat ze verkopen, is diezelfde morgen van het land gehaald en soms wordt er zelfs – op aanvraag – even voor je gekeken of er toevallig nog een bosje of kropje geoogst kan worden. Kom daar maar eens om bij meneer Appie!
Bij het aanschouwen van zoveel juweeltjes word ik altijd heel hebberig, dus verlaten we afgeladen het erf.

Op naar Zierikzee dan maar, alwaar een boekenmarkt gepland staat op het Havenplein. Ik snuffel graag tussen oude boeken, je weet maar nooit wat je er tegen een spotprijsje kunt bemachtigen. En mijn zoektocht levert al snel iets op: een Toscaans kookboek met veel authentieke recepten en sfeervolle plaatjes. Gebonden, met een linnen kaft, is het zijn prijs meer dan waard. Het is geschreven door twee Australische koks Stephanie Alexander en Maggie Beer. Zij gaven ooit kookles in het hart van Toscane, in een prachtige villa omgeven door wijngaarden en schreven er vervolgens dit boek over. Een koopje voor € 6,50, maar ik zeg manhaftig “€ 5,00 geef ik voor dit boek”. Helaas, te vroeg gepraat. De verkoper gooit zijn kop in de wind en richt zijn aandacht op een mannelijke klant die vlak naast me staat, bladerend in een schitterend geïllustreerde vlindergids. Ha, laat ik die Man nu kennen, want deelt hij niet met mij de tafel en de echtelijke sponde? Dat weet de verkoper dan nog niet natuurlijk.

Als de koopman ziet dat de vlindergids waarschijnlijk meegenomen wordt, grist de Man (lees: mijn Man) snel mijn kookboek erbij en noemt laconiek een prijs. Er wordt instemmend geknikt aan de andere kant. Is dit nu de befaamde mannenlogica? Ik snap er niets van. Opeens kost het Toscaanse kookboek mij maar € 1,50 meer. Oké, ik blij, Man blij.

Mijn blik is intussen allang gevallen op de panzanella uit dit boek. De minestrone, het gebraden varkensribstuk met venkel, rozemarijn en knoflook, de panettone: stuk voor stuk gerechten die er watertandend lekker uit zien. Dat worden lange, Italiaanse, nazomeravonden in huize Eetplezier met deze betoverende maaltijden. Met onze bordjes vol zon doorstoofde heerlijkheden, geflankeerd door een gloedvolle Chianti Classico of een vurige Montepulciano, kan geen weerbericht ons meer deren. Laat die Hollandsche Luchten maar komen, wij zorgen wel voor de inwendige verwarming!